Verordening rioolheffing 2011Reg.nr. 3568680 De raad van de gemeente Amersfoort; gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 5 oktober 2010, sector DIA/PD (nr. 3567557); gelet op de artikel 228a van de Gemeentewet; b e s l u i t: vast te stellen de volgende verordening: Verordening Verordening rioolheffing 2011 Artikel1Begripsomschrijvingen 1.Voor de toepassing van deze verordening wordt: onder gemeentelijke riolering verstaan een voorziening of combinatie van voorzieningen voor inzameling, verwerking, zuivering of transport van afvalwater, hemelwater of grondwater, in eigendom, in beheer of in onderhoud bij of voor rekening van de gemeente; onder water verstaan huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater, hemelwater of grondwater; onder eigendom verstaan een onroerende zaak of een zelfstandig deel daarvan; als onroerende zaak wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in Hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel2Aard van de belasting Onder de naam rioolheffing wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan: de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, alsmede de zuivering van huishoudelijk afvalwater; en de inzameling van afvloeiend hemelwater, alsmede het treffen van maatregelen teneinde structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken. Artikel3Belastbaar feit en belastingplicht 1.Onder de naam ‘rioolheffing’ wordt een directe belasting geheven: van degene die bij het begin van het belastingjaar het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van een eigendom dat direct of indirect is aangesloten op de gemeentelijke riolering, en van de gebruiker van een eigendom van waaruit afvalwater direct of indirect op de gemeentelijke riolering wordt afgevoerd. 2.Met betrekking tot de heffing bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt, ingeval het eigendom een onroerende zaak is, als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het belastingjaar als zodanig in de kadastrale registratie is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. 3.Met betrekking tot de heffing als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt als gebruiker aangemerkt: degene die naar de omstandigheden beoordeeld het eigendom al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht gebruikt; ingeval een onzelfstandig gedeelte van een eigendom ten gebruike is afgestaan: degene die dat gedeelte in gebruik heeft afgestaan. Artikel4Maatstaf van heffing 1.De rioolheffing worden geheven naar de waarde in het economische verkeer van het eigendom.. 2.Ingeval het eigendom een onroerende zaak is, is de waarde in het economisch verkeer de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor de onroerende zaak vastgestelde waarde voor het tijdvak waarbinnen het belastingjaar valt. 3.Ingeval voor het eigendom geen waarde op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld, wordt de heffingsmaatstaf van dat eigendom bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken, naar de waarde die het eigendom op 1 januari voorafgaand aan het belastingjaar heeft en naar de staat waarin het eigendom op 1 januari van het belastingjaar verkeert. Artikel5Vrijstellingen De op de Wet WOZ van toepassing zijnde vrijstellingen, zoals genoemd in de Uitvoeringsregeling uitgezonderde objecten, zijn onverkort van toepassing op deze rioolheffing. Artikel6Belastingtarieven 1.Het tarief van de heffing bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. Het percentage bedraagt voor: de heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder b, 1.voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0194% 2.voor onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen 0,0440% de heffing als bedoeld in artikel 3, eerste lid onder a, 1.voor onroerende zaken die in hoofdzaak tot woning dienen 0,0243%
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.