← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van begraafplaatsrechten 2011 (Nieuwkoop)

Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder:a. begraafplaats:- de gemeentelijke begraafplaats aan het Reghthuysplein te Nieuwkoop;- de gemeentelijke begraafplaats aan de Westkanaalweg, Ter Aar;- de gemeentelijke begraafplaats aan de Dorpsstraat te Zevenhoven;- de gemeentelijke begraafplaats aan de Kerkstraat te Nieuwveen;b. eigen graf: een particulier graf waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:- het doen begraven en begraven houden van lijken;- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn of erin doen verstrooien van as;c. eigen kindergraf: een particulier graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot:- het doen begraven en begraven houden van lijken van levenloos geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12 jaar;- het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn of het erin doen verstrooien van as van levenloos geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12 jaar;d. urnennis: een particuliere nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het daarin doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urn, bevattende de as van overledenen;e. algemeen graf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van een lijk;f. gedenkteken: een nagelvast verbonden voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften en/of figuren;g. omrastering: een omheining van het graf welke niet hoger is dan 40 cm;h. grafzerk / liggend gedenkteken: een liggend gedenkteken op een fundering met een afmeting van 180 x 80 x 8 cm. Artikel2Belastbaar feit Op basis van deze verordening worden rechten gehe¬ven voor het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen en voor het door de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaatsen. Artikel3Belastingplicht De rechten worden geheven van degene op wiens aanvraag dan wel ten behoeve van wie de dienst wordt verricht of van degene die van de bezittingen, werken of inrichtingen gebruik maakt. Artikel4Maatstaf van heffing en tarieven 1De rechten worden geheven naar de maatstaven en tarieven, zoals opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel. 2Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tarieventabel genoemde eenheid als een volle eenheid aangemerkt. Artikel5Belastingjaar Met betrekking tot de rechten die per jaar worden geheven is het belastingjaar gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6Wijze van heffing De rechten worden geheven door middel van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving waarop het gevorderde bedrag is vermeld. Het gevorderde bedrag wordt door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige bekendgemaakt. Artikel7Ontstaan van de belastingschuld voor de overige rechten De rechten, als bedoeld in de tarieventabel, zijn verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening of bij de aanvang van het gebruik van de bezittingen, werken of inrichtingen. Artikel8Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moeten de onderhoudsrechten, bedoeld in Artikel 5, onderdeel 5.2 van de tarieventabel, worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede termijn twee maanden later. 2De andere rechten als bedoeld in het eerste lid moeten worden betaald binnen 30 dagen na de dagtekening van de schriftelijke kennisgeving. 3De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste en tweede lid gestelde termijnen. 4In afwijking van het eerste lid kunnen de aanslagen in gevallen, waarbij de belastingschuldige aan de gemeente een automatische incasso heeft verstrekt, in maximaal tien termijnen worden voldaan. De eerste termijn vervalt daarbij op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later. 5Betaling in termijnen is alleen mogelijk indien het totaal verschuldigde bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen minimaal € 50 doch minder dan € 2.000 bedraagt. 6In afwijking van hetgeen in het vierde lid is bepaald, worden, indien de belastingplicht eerst in de loop van het belastingjaar aanvangt, dan wel de belasting later dan de reguliere aanslag eerst in de loop van het belastingjaar wordt opgelegd, de termijnen van betaling bij automatische incasso beperkt tot het aantal volle termijnen dat nog van de genoemde tien gelijke termijnen resteert. Met dien verstande dat een minimum aantal van zes termijnen overblijft. 7In afwijking van hetgeen in het vierde lid is bepaald, worden, indien de belasting later dan de reguliere aanslag eerst in één van de volgende kalenderjaren wordt opgelegd, de termijnen van betaling bij automatische incasso beperkt tot zes. Artikel9Kwijtschelding Bij de invordering van de begraafplaatsrechten wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10Nadere regels Het college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de begraafplaatsrechten. Artikel11Inwerkingtreding en citeertitel 1De "Verordening begraafplaatsrechten 2010", vastgesteld bij raadsbesluit van 17 december 2009 wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. 2Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking. 3De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011. 4Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening begraafplaats¬rechten 2011".

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.