Beleidsregels re-integratieverordening WWB IOAW IOAZ 2010In de Wet werk en bijstand, verder te noemen WWB, worden de arbeidsverplichtingen die zijn verbonden aan het recht op bijstand, expliciet genoemd in artikel 9 (plicht tot arbeidsinschakeling), artikel 9a (ontheffing arbeidsplicht alleenstaande ouders), artikel 10 (aanspraak op ondersteuning bij arbeidsinschakeling) en artikel 10a (participatieplaatsen) van de WWB. In de re-integratieverordening is invulling gegeven aan de wijze waarop de aangehaalde artikelen worden uitgevoerd. In de re-integratieverordening is aan het college van burgemeester en wethouders een aantal taken opgedragen. In deze beleidsregels is neergelegd op welke wijze het college uitvoering geeft aan deze taken. Daar waar noodzakelijk wordt per artikel een toelichting gegeven. De invulling van de beleidsregels volgt de artikelsgewijze opzet van de re-integratieverordening volgen. Artikel1Begripsomschrijvingen Onder algemeen geaccepteerde arbeid wordt ook verstaan deeltijd arbeid, participatiebanen en een baan met loonkostensubsidie. Artikel4Beleidsregels Omschrijving van het beleid ten aanzien van de doelgroep In het geval er binnen de doelgroep keuzes moeten worden gemaakt moeten worden betreffende de inzet van tijd, geld en nadere middelen, zal de overweging zijn of de inzet hiervan leidt tot verhoogde uitstroom, verlaagde instroom of een kortere periode waarover bijstand moet worden verstrekt. De primaire taak van de gemeente is volgens de wet re-integratie van bijstandsgerechtigden, Nuggers en personen met een uitkering op de grond van de Algemene nabestaandenwet. De bedoeling van de re-integratieverordening en het klantmanagement is om zoveel mogelijk mensen zelfstandig in het levensonderhoud te laten voorzien. Waar dit niet mogelijk is, dient te worden gestreefd naar een zo groot mogelijke zelfredzaamheid door een actieve deelname aan het maatschappelijke verkeer door het voorkomen of opheffen van een sociaal isolement of oplossen van psychische en of lichamelijke problemen. Deze boodschap dient vanaf het moment dat iemand een uitkering aanvraagt, te worden gecommuniceerd. Nieuwe instroom Er wordt gestreefd naar het voorkomen van het noodzakelijk verstrekken van een uitkering of, als er al een uitkering is toegekend, zo snel mogelijk actie te ondernemen richting re-integratie. Uiteraard dienen de nodige nuances te worden aangebracht in de benadering van deze groep. Een groot aantal aanvragers heeft geen medische beperkingen en verder geen problemen. Deze groep kan een maatregel in het vooruitzicht worden gesteld bij hen verwijtbare onvoldoende inspanning. Met klanten met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt zal anders dienen te worden omgegaan als met de personen die goed bemiddelbaar zijn. Voor hen zal een uitgebreidere intake en diagnose noodzakelijk zijn en zal er een uitgebreid trajectplan moeten worden opgesteld. Alleenstaande ouders met kinderen Een groot deel van deze personen -merendeels vrouwen- wil aan de slag. Onder deze groep bevindt zich een groot aantal potentiële uitstromers. Zij hebben vaak een relatief lage leeftijd en recente werkervaring of scholing. In verband met verzorging van de kinderen zal werk in eerste instantie vaak parttime plaatsvinden met op den duur uitstroom naar fulltime werk. Een belangrijke voorwaarde is wel de beschikbaarheid van kinderopvang. Nuggers en Anw-ers Onder deze groep valt in principe iedereen die, los van kansen en (on)mogelijkheden, zelf heeft aangegeven op zoek te willen naar betaalde arbeid. Flankerend beleid ten aanzien van zorg, kinderopvang en integrale hulpverlening Voor een goed flankerend beleid geldt dat diverse afdelingen en instanties elkaars handelingen kennen en communiceren. Dit geldt zeker voor situaties waarbij zich problemen voordoen op het gebied van huisvesting, uitkering, medische en sociale zorg en schulden. In geval van dergelijke complexe probleemsituaties voert de klantmanager van de gemeente de regie over het traject. Verwijzen naar de juiste instanties en controle van voortgang zijn van groot belang. Minimabeleid Het gemeentelijk minimabeleid omvat regelingen en voorzieningen binnen en buiten de WWB die minima helpen om rond te komen. Het minimabeleid is een onderdeel van het bijzondere bijstandsbeleid van de HBEL gemeenten. Het minimabeleid omvat: • Individuele bijzondere bijstand • De regeling 65+ • De regeling chronisch zieken en gehandicapten • De regeling deelname aan het maatschappelijk verkeer • De Computerregeling voor kinderen van minima • De Langdurigheidstoeslag Verder kan gebruik worden gemaakt van: • Schuldhulpverlening • Kwijtschelding gemeentelijke belastingen • De collectieve ziektekostenverzekering • Andere voorzieningen Schuldhulpverlening Schulden kunnen re-integratie naar de arbeidsmarkt in de weg staan. Door schuldhulpverlening op te nemen als re-integratieactiviteit in een trajectplan wordt men verplicht deze schulden via schuldhulpverlening aan te pakken. Het verlichten van de schuldsituatie geeft klanten weer psychische ruimte voor stappen naar werk of vormen daarvan. Er wordt niet alleen gezocht naar een financiële oplossing, maar er is ook aandacht voor budgetbegeleiding, budgetbeheer en psychosociale hulp. Daarnaast is aandacht voor het verbeteren van de sociaal-maatschappelijke positie, waardoor nieuwe schulden worden voorkomen. De klanten die in zo´n situatie terecht zijn gekomen, moeten bewust worden gemaakt van het eigen handelen zodat hun zelfredzaamheid wordt vergroot. Afhankelijk van de situatie volgt de klant het traject naar werk en schuldhulpverlening tegelijkertijd of na elkaar. De Kredietbank, gemeente en klant overleggen over het re-integratietraject en het startpunt daarvan. Het traject wordt opgenomen in een trajectplan en de klantmanager van de gemeente voert vervolgens de regie. Kinderopvang In de Wet Kinderopvang is de subsidie niet meer gericht op de opvanginstellingen maar op individuele ouders. Ouders kunnen subsidie ontvangen waarbij de Belastingdienst en de ouder elk een gedeelte van de kosten van de kinderopvang op zich nemen. Bepaalde groepen minima (bijvoorbeeld studenten, ouders met een aanvullende WWB-uitkering, tienermoeders) kunnen bij de gemeente een aanvraag indienen voor een tegemoetkoming in de kosten van de kinderopvang. De vergoeding is afhankelijk van de doelgroep waar iemand toebehoort. Wijze waarop de aanbesteding wordt vormgegeven De aanbesteding van re-integratieactiviteiten kan regionaal (schaalgrootte), dan wel per gemeente plaatsvinden. Hiervoor vindt regelmatig overleg c.q. afstemming plaats tussen de regiogemeenten in de regionale werkgroep Arbeidsmarktbeleid. De re-integratieactiviteiten van elke gemeente afzonderlijk zijn regionaal beschikbaar en kunnen op individuele basis bij elkaar worden ingekocht. Artikel5Criteria ontheffing plicht tot arbeidsinschakeling Algemeen geaccepteerde arbeid In principe heeft iedereen onder de 65 jaar in de wet de arbeidsverplichting: de cliënt is verplicht naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen. De klant moet 'maatschappelijk aanvaarde arbeid' (inclusief gesubsidieerde arbeid) accepteren en mag geen eisen stellen met betrekking tot opleidingsniveau, werkervaring en beloning onder het motto 'zo snel mogelijk weer aan het werk'. Met het begrip algemeen geaccepteerde arbeid wordt bedoeld werk dat algemeen maatschappelijk aanvaard is. Werkzaamheden die niet algemeen geaccepteerd zijn, zoals prostitutie, zijn hiermee uitgesloten. Ook werkzaamheden die ingaan tegen de integriteit van de persoon, zoals werkzaamheden die gewetensbezwaren oproepen, worden uitgesloten. Prioriteit betaalde reguliere arbeid Betaald werk komt op de eerste plaats, en een uitkering wordt in principe tijdelijk verstrekt. Iedere uitkeringsgerechtigde is verplicht zich als werkzoekende in te schrijven bij het UWV werkbedrijf en naar vermogen algemeen geaccepteerde arbeid te zoeken, te aanvaarden en/of gebruik te maken van een voorziening. Categoriale ontheffing van de arbeidsplicht is niet mogelijk. Alleen op individuele basis, indien sprake is van dringende redenen, kan een tijdelijke ontheffing van de verplichting als genoemd in artikel 9 WWB worden verleend. Op individueel niveau maakt de klantmanager van de gemeente een afweging op noodzaak, redelijkheid en billijkheid. Eventueel aanwezige belemmeringen voor deelname aan een voorziening richting werk of een vorm van werk worden weggenomen door het aanbieden van voorzieningen en ondersteuning. Alleen bij hoge uitzondering kunnen zich tijdelijk situaties voordoen dat voorzieningen niet toereikend zijn om belemmeringen geheel of gedeeltelijk op te heffen. In deze situatie worden de op te leggen verplichtingen aangepast aan de mogelijkheden die betrokkene nog wel heeft. Elke vrijstelling c.q. ontheffing is tijdelijk (maximaal 1 jaar) en de klantmanager herbeoordeelt dat periodiek op grond van ingewonnen advies. Zorg voor kinderen (artikel 9a WWB, artikel 38 IOAW en artikel 38 IOAZ) De alleenstaande ouder met jonge kinderen krijgt hiermee een recht op ontheffing van de arbeidsplicht. Een alleenstaande ouder die de zorg heeft voor een kind dat nog geen vijf jaar is kan op aanvraag ontheffing van de arbeidsplicht worden verleend. Deze ontheffing duurt maximaal zes jaar. Ook al is ontheffing van de arbeidsplicht verleend, de alleenstaande ouder blijft wel de re-integratieplicht (scholingsplicht) houden. Aan alleenstaande ouders met kinderen jonger dan 12 jaar kan ontheffing van de arbeidsverplichting worden verleend. Wanneer blijkt dat de zorg voor de kinderen niet te combineren is met arbeid of scholing. Een belangrijk criterium bij de beoordeling is de mogelijkheid op aanspraak op kinderopvang. Als kinderopvang beschikbaar is, dan kan in beginsel de arbeidsplicht worden opgelegd. Deelname aan re-integratieactiviteit Tijdens deelname aan een re-integratieactiviteit kan vrijstelling worden verleend van de actieve sollicitatieplicht voor de duur van het traject of de activiteit. Dit is uiteraard afhankelijk van het doel van het traject of activiteit. In het geval van een (duaal) inburgeringstraject blijft de arbeidsverplichting bestaan. De klantmanager van de gemeente zorgt voor een goede afweging tussen arbeidsplicht en inburgeringplicht, waardoor de inburgering niet in de verdrukking komt. Scholing Gedurende de periode dat noodzakelijk geachte scholing wordt gevolgd, kan geheel of gedeeltelijk ontheffing worden verleend van de sollicitatieplicht en de verplichting algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. Uitzondering op deze regel zijn de personen die in het buitenland een HBO of universitaire studie hebben gedaan en in Nederland zijn komen wonen. Voor hen is een (aanvullende) studie toegestaan van 2 jaar op HBO of universitair niveau. Gedurende die periode geldt geen sollicitatieplicht of verplichting algemeen geaccepteerde arbeid te aanvaarden. De WWB geeft gemeenten de vrijheid om de personen met potentie een (verkorte) hogere opleiding te laten volgen met behoud van hun uitkering, zodat zij de kans krijgen door te groeien naar een duurzame baan die past bij hun capaciteiten. Het betreft hier bijvoorbeeld hoog opgeleide vluchtelingen. Fysieke of psychische belemmeringen Ontheffing van één of meer arbeidsverplichtingen is tijdelijk (maximaal 1 jaar), waarna de klantmanager van de gemeente de ontheffing herbeoordeelt. De op te leggen verplichtingen dienen afgestemd te worden op de mogelijkheden die de betrokkene nog wel heeft. Denken in mogelijkheden van de klant en niet in beperkingen. Om een juiste, individuele beoordeling te garanderen maakt de klantmanager van de gemeente gebruik van adviezen van externe onafhankelijke deskundigen, gespecialiseerde re-integratiebedrijven of de Wsw-indicatiecommissie. Het advies van de deskundige moet antwoord geven op o.a. de volgende vragen: • Zijn er belemmeringen aanwezig en wat betekent dit voor arbeidsinschakeling? • Welke voorzieningen zijn noodzakelijk voor arbeidsinschakeling via de kortste weg? • Is er een adequate medische behandeling mogelijk die tot verhoging van de arbeidsgeschiktheid kan leiden? • Wat is in dit specifieke geval de meest geschikte vorm van algemeen geaccepteerde arbeid, rekening houdend met de persoonlijke omstandigheden van de betrokkene? • Indien sprake is van (gedeeltelijke) arbeidsgeschiktheid, voor welke beroepen kan betrokkene dan wél worden bemiddeld of geschoold? Naar aanleiding van het advies wordt door de klantmanager een (vervolg)traject vastgesteld en een trajectplan opgesteld. Zodra professionele hulpverlening wordt ingeschakeld, is er sprake van ontheffing van sollicitatieplicht. De duur hiervan is tijdelijk en de klantmanager van de gemeente herbeoordeelt dat periodiek. Indien sprake is van volledige arbeidsongeschiktheid wordt eveneens tijdelijk ontheffing van de sollicitatieplicht verleend. Deze ontheffing wordt periodiek beoordeeld door de klantmanager op duur en mogelijkheden. In artikel 55 van de WWB is geregeld dat aan de klant met psychische- en/of verslavingsproblemen nadere verplichtingen kunnen worden opgelegd als dit arbeidsinschakeling in de weg staat. De klant kan worden verplicht om een behandeling te ondergaan dan wel een andere vorm van professionele hulpverlening te aanvaarden. De klantmanager beoordeelt in hoeverre hij de klant moet begeleiden, informeren dan wel motiveren om professionele hulpverlening te aanvaarden. Artikel7Wijze van het ter beschikking stellen van middelen In het geval er sprake is van vergoedingen in het kader van het traject zoals reiskosten of de kosten van het aanschaffen van lesmateriaal, dan kan de vergoeding vooraf ter beschikking worden gesteld. Artikel13Algemene bepalingen over de voorzieningen De voorziening dient te zijn gericht op het (op korte termijn) mogelijk maken van arbeidsinschakeling of, indien dit niet mogelijk is, het participeren in de samenleving. Al naar gelang de afstand tot de arbeidsmarkt kan een voorziening zijn gericht op sociale activering of het opdoen van werkervaring. De opsomming van voorzieningen is niet limitatief, tot de voorzieningen die kunnen worden aangeboden behoren:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.