Verordening Rekenkamercommissie Sittard-Geleen juli 2011De raad van de gemeente Sittard-Geleen; Gelezen het voorstel van het presidium van 28 juni 2011, Gelet op het bepaalde in artikel 149 van de Gemeentewet; B E S L U I T Vast te stellen de navolgende gewijzigde Verordening Rekenkamercommissie Sittard-Geleen juli 2011: Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: Rekenkamercommissie: een commissie als bedoeld in artikel 81oa van de Gemeentewet; Lid: een lid van de rekenkamercommissie dat op basis van artikel 3 tweede lid door de raad is benoemd; Gemeentebestuur: de gemeenteraad, het college en de burgemeester; Doelmatigheid of efficiëntie: de mate waarin een organisatie erin slaagt met een zo beperkt mogelijk inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken; Doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken; Rechtmatigheid: de mate waarin de uitvoering van beleid voldoet aan externe en interne wet- en regelgeving. Artikel2Taak van de Rekenkamercommissie 1.De Rekenkamercommissie doet onderzoek naar de doeltreffendheid, de doelmatigheid en de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur; zij voert onderzoek uit naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gevoerde beleid, van het financiële beheer en van de gemeentelijke organisatie alsmede naar het beheer van de gemeentelijke organisatie. Een door de Rekenkamercommissie ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213 tweede lid van de Gemeentewet. 2.De Rekenkamercommissie is bevoegd onderzoek te doen als bedoeld in artikel 184 van de Gemeentewet bij naamloze vennootschappen en besloten vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid waarvan de gemeente meer dan vijftig procent van het geplaatste aandelenkapitaal houdt en bij privaatrechtelijke rechtspersonen waarvan de gemeente middels subsidie, lening of garantie ten minste vijftig procent van de baten bekostigt. Artikel3Zittingsduur, samenstelling en benoeming van de Rekenkamercommissie 1.De Rekenkamercommissie wordt ingesteld voor de zittingsduur van de gemeenteraad. De raad kan een andere zittingsduur vaststellen. De gewijzigde zittingsduur geldt voor nieuw te benoemen en her te benoemen leden. 2.De Rekenkamercommissie bestaat uit drie leden onder wie de voorzitter. De voorziter wordt van buiten de kring van leden van de gemeenteraad benoemd. De voorzitter en de leden kunnen door de gemeenteraad één keer worden herbenoemd voor een gelijke periode. 3.De leden leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de gemeenteraad, in handen van de voorzitter, de volgende eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welke voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig (Dat verklaar en beloof ik).”. 4.De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de Rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat. Artikel4Besluitvorming in de Rekenkamercommissie 1.In de vergaderingen van de Rekenkamercommissie wordt besloten bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft. 2.Voor het nemen van besluiten moeten ten minste twee leden van de Rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig zijn. 3.Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Artikel5Einde van lidmaatschap 1.Het lidmaatschap van een lid eindigt: op eigen verzoek; bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Rekenkamercommissie; wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; indien het lid bij onherroepelijk geworden rechtelijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. indien hij naar het oordeel van de raad ernstig nadeel toebrengt aan het in hem gestelde vertrouwen. 2.Een lid tevens raadslid, houdt op lid te zijn zodra het lidmaatschap van de raad is geëindigd. 3.De leden van de Rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat zijn hun functie naar behoren te vervullen. Artikel5aNon-activiteit 1.De raad stelt een lid van de rekenkamercommissie op non-activiteit indien: hij zich in voorlopige hechtenis bevindt; hij bij een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel hem bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; hij onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld ingevolge een nog niet onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak. 2.De raad kan een lid van de Rekenkamercommissie op non-activiteit stellen, indien tegen hem een gerechtelijk onderzoek ter zake van een misdrijf wordt ingesteld of indien er een ander ernstig vermoeden is van het bestaan van feiten en omstandigheden die tot ontslag, anders dan op gronden vermeld in artikel 5, eerste lid, onder a, en artikel 5 tweede lid zouden kunnen leiden. 3.De raad beëindigt de non-activiteit zodra de grond voor de maatregel is vervallen, met dien verstande dat in een geval als bedoeld in het tweede lid de non-activiteit in ieder geval eindigt na zes maanden. In dat geval kan de raad de maatregel telkens voor ten hoogste drie maanden verlengen. Artikel6Verboden handelingen 1.Het is de leden van de Rekenkamercommissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de Rekenkamercommissie, een lid van de Rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod van zijn functie ontslaan. 2.Leden overleggen aan de gemeenteraad periodiek een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die zij op dat moment vervullen. Artikel7Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de Rekenkamercommissie 1.De leden van de Rekenkamercommissie ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden: De voorzitter van de Rekenkamercommissie ontvangt een presentiegeld van 250 euro bruto per vergadering. De leden van de Rekenkamercommissie benoemd van buiten de kring van de gemeenteraad ontvangen een presentiegeld van 200 euro bruto per vergadering. De leden van de rekenkamercommissie die tevens raadslid zijn, ontvangen een vergoeding van vijf procent van de raadsvergoeding op jaarbasis. De uurvergoeding aan de leden van de Rekenkamercommissie benoemd van buiten de kring van de gemeenteraad, voor het verrichten van onderzoek bedraagt 125 euro bruto. De onder a, b en d genoemde bedragen worden vanaf 1 januari 2012 jaarlijks vermeerderd met het indexcijfer CAO lonen overheid voor volwassenen. 2.De vergoedingen als bedoeld in het eerste lid komen ten laste van het budget van de Rekenkamercommissie als bedoeld in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.