Nadere regels re-integratieverordening WWB IOAW IOAZ 2010In de re-integratieverordening WWB IOAW IOAZ 2010 is aan het college van burgemeester en wethouders opdracht gegeven om een aantal taken in het kader van re-integratie in nadere regels in te vullen en vorm te geven. In deze nadere regels is bepaald op welke wijze het college uitvoering geeft aan de taken als is vastgelegd in artikel 16, lid 3, en 17, lid 2, van de re-integratieverordening WWB IOAW IOAZ
- Paragraaf1Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijving Alle begrippen die in de nadere regels worden gebuikt hebben dezelfde betekenis als in de WWB, de Awb alsmede die van de re-integratieverordening WWB IOAW IOAZ
- Paragraaf2Premies en overige kosten Artikel2Uitstroompremie reguliere arbeid in loondienst 1De uitkeringsgerechtigde die reguliere arbeid in loondienst gaat verrichten en daardoor volledig in zijn levensonderhoud kan voorzien, ontvangt een premie van € 600, zodra de arbeid tenminste 6 maanden aaneengesloten heeft geduurd. 2De uitkeringsgerechtigde die reguliere arbeid verricht komt nogmaals in aanmerking voor een premie als bedoeld in het eerste lid, zodra de arbeid tenminste 12 maanden aaneengesloten heeft geduurd. Artikel3Uitstroompremie arbeid met loonkostensubsidie De uitkeringsgerechtigde die arbeid met loonkostensubsidie gaat verrichten heeft recht op een eenmalige premie van €
- Artikel4Premie Opstapbaan 1De uitkeringsgerechtigde die arbeid aanvaard in een opstapbaan heeft recht op een eenmalige premie van €
- 2In afwijking van het eerste lid bestaat geen recht op een premie in het geval de uitkeringsgerechtigde van de werkgever een premie of onkostenvergoeding ontvangt. 3De premie of onkostenvergoeding die de uitkeringsgerechtigde ontvangt van de werkgever, als bedoeld in het tweede lid, wordt vrijgelaten tot het maximumbedrag genoemd in artikel 31, onder k, van de WWB. 4Een opstapbaan heeft de volgende kenmerken: a. er is sprake is van het persoonlijk verrichten van arbeid; b. de arbeid is gericht is op het uitbreiden van de kennis en ervaring van de werknemer; c. er is geen sprake van een beloning; d. er kan een gerichte stagevergoeding of onkostenvergoeding worden gegeven, maar daarbij moet dan ook daadwerkelijk sprake zijn van een vergoeding van gemaakte kosten; e. de arbeidsrelatie is gemaximaliseerd tot 6 maanden; f. er is geen sprake van een reguliere arbeidsovereenkomst; g. er is geen conflict met de Europese richtlijn inzake staatssteun; h. het recht ontstaat om als interne kandidaat te solliciteren op vacatures; i. er vindt geen verdringen van reguliere of gesubsidieerde arbeid plaats; j. er vindt begeleiding plaats door de stagebieder of vanwege de gemeente; k. de werkgever sluit een WA-verzekering af voor de deelnemer; l. de werkgever draagt zorg voor de benodigde voorzieningen (kleding, schoeisel etc) of maakt hierover met de gemeente afspraken; m. voorafgaande aan de opstapbaan wordt een overeenkomst opgesteld. Hierin worden expliciet de bovenstaande punten aan de orde gesteld. Artikel5Premie Vrijwilligerswerk van 0-12 uur per week 1De uitkeringsgerechtigde die in het kader van een traject gericht op arbeidsre-integratie dan wel sociale activering, met toestemming van het college vrijwilligerswerk verricht, heeft recht op een eenmalige premie van €
- 2De premie als bedoeld in het eerste lid wordt achteraf uitbetaald. 3In afwijking van het eerste en tweede lid bestaat geen recht op een premie in het geval de uitkeringsgerechtigde van de werkgever een premie of onkostenvergoeding ontvangt. 4De premie of onkostenvergoeding die de uitkeringsgerechtigde ontvangt van de werkgever, als bedoeld in het derde lid, wordt vrijgelaten tot het maximumbedrag genoemd in artikel 31, onder k, van de WWB. Artikel6Scholingspremie De uitkeringsgerechtigde die op grond van artikel 9a, van de WWB, artikel 38 van de IOAW of artikel 38 van de IOAZ, is ontheven van de arbeidsplicht en een door het college aangeboden opleiding met succes afrondt, heeft recht op een eenmalige premie van €
- Artikel7Hoogte van de vergoeding 1De uitkeringsgerechtigde heeft recht op vergoeding van overige kosten als deze naar oordeel van het college noodzakelijk zijn ter bevordering van de arbeidsinschakeling of de participatie. 2Voor het bepalen van de hoogte van de vergoeding als bedoeld in het eerste en tweede lid wordt aansluiting gezocht bij de prijzengids van het Nibud. 3Indien vergoeding wordt gevraagd voor kosten die niet voorkomen in prijzengids van het Nibud, stelt het college met inachtneming van het tweede lid de hoogte van de vergoeding vast. 4De kosten worden niet vergoed in het geval de uitkeringsgerechtigde van de werkgever een onkostenvergoeding ontvangt. Aldus vastgesteld door het college van de gemeente Laren in de vergadering van 13 juli 2010.