Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechtenDe raad der gemeente Landerd; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Landerd d.d. 18 oktober 1994; gelet op het bepaalde in de Wet algemene regels herindeling en de Gemeentewet; B E S L U I T : Met ingang van 1 januari 1995 in te trekken de “Verordening lijkbezorgingsrechten Schaijk 1991”, laatstelijk gewijzigd door de raad van de voormalige gemeente Schaijk bij besluit van 9 december 1993, goedkeuring Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant d.d. 28 februari 194, nr. 286.687, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten, die zich hebben voorgedaan voor deze datum. Vast te stellen de navolgende “Verordening op de heffing en invordering van lijkbezorgingsrechten”. Artikel1.Begripsomschrijvingen. Deze verordening verstaat onder: begraafplaats : de gemeentelijke begraafplaats Schaijk (Bossestraat); eigen graf : een graf, waarvoor aan een natuurlijke of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; - het doen uitstrooien van as; eigen urnennis: : een nis, waarvoor aan een natuurlijke of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; urn : een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; asbus : een bus ter berging van as van een overledene. Artikel2.Belastbaar feit. Op basis van deze verordening worden rechten geheven voor het gebruik van de begraafplaats en voor het door of vanwege de gemeente verlenen van diensten in verband met de begraafplaats. Artikel3.Belastingplicht. Belastingplichtig is de aanvrager van het gebruik of de diensten dan wel degene, te wiens behoeve het gebruik of de diensten worden aangevraagd of verleend. Artikel4.Tarieven en maatstaven van heffing. 1.De rechten worden geheven naar de maatstaven en de tarieven, opgenomen in de bij deze verordening behorende tabel. 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een in de tabel genoemde eenheid voor een volle eenheid gerekend. Artikel5.Wijze van heffing. De rechten worden geheven bij wegen van een gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een nota of andere schriftuur. Artikel6.Tijdstip van betaling. De rechten moeten worden betaald binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving. Artikel7.Machtiging tot overdracht van bevoegdheden 1.Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd tot het verlenen van schriftelijke toestemming met betrekking tot het verdagen van de uitspraak op het bezwaarschrift voor ten hoogste een jaar. 2.Het college van burgemeester en wethouders kan één of meer gemeente-ambtenaren aanwijzen, die in hun plaats treden met betrekking tot de uitvoering van enige wettelijke bepaling betreffende de heffing en de invordering van de rechten. Artikel8.Nakoming van verplichting De verplichtingen, bedoeld in de artikel 47, 49 en 50 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (STb. 1959, 301) en in de artikelen 58 en 60 van de Invorderingswet 1990 (Stb. 1990, 221) gelden mede jegens de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen ambtenaren van de gemeentelijke belastingen. Artikel9.Berekening van interest bij uitstel van betaling Ingeval op de voet van artikel 25 van de Invorderingswet 1990 (Stb. 1990, 221) uitstel van betaling is verleend, wordt geen invorderingsrente in rekening gebracht, indien deze voor alle op één aanslagbiljet vermelde aanslagen, gerekend over de volledige looptijd vanhet genoten uitstel, in totaal een bedrag van f 50,-- niet te boven gaat. Artikel10.Inwerkingtreding en citeertitel. 1.Het tijdstip van ingang van de heffing is 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.