← Nederland

Monumentenverordening 2006 van de gemeente Vaals (Vaals)

Monumentenverordening 2006 van de gemeente VaalsDe Raad van de gemeente Vaalsgezien het voorstel van het college van 4 april 2006gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en de artikelen 12, 14 en 15 van de Monumentenwet 1988 , B E S L U I T: vast te stellen de volgende monumentenverordening van de gemeente Vaals Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder:a. monument:

  1. zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde;
  2. terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1;b. gemeentelijk archeologisch monument: monument, bedoeld in onderdeel a, onder 2;c. gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van deze verordening als beschermd gemeentelijk monument is aangewezen;d. gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken;e. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers;f. kerkelijk monument: onroerend monument, dat eigendom is van een kerkgenootschap, kerkelijke gemeente of parochie of van een kerkelijke instelling en dat uitsluitend of voor een overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst;g. monumentencommissie: de door het college ingestelde commissie met als taak het college op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, de verordening en het monumentenbeleid;h. bouwhistorisch onderzoek: in schriftelijke rapportage vastgelegd onderzoek naar de bouwgeschiedenis en de bouwhistorische kwaliteit van een monument.I redengevende omschrijving: de omschrijving van de specifieke te beschermen waarden en kwaliteiten, die onderdeel moet uitmaken van voorstellen tot plaatsing op de gemeentelijke monumentenlijst. Artikel2Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel3De aanwijzing tot gemeentelijk monument
  3. Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument.
  4. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt zij advies aan de monumentencommissie. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven.
  5. Het college kan ten behoeve van de aanwijzing van een gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht.
  6. Voordat het college een kerkelijk monument als gemeentelijk monument aanwijst, voert zij overleg met de eigenaar.
  7. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet 1988 Artikel4Termijnen advies en aanwijzingsbesluit
  8. De monumentencommissie adviseert schriftelijk binnen acht weken na ontvangst van het verzoek van het college.
  9. Het college beslist binnen twaalf weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 20 weken na de adviesaanvraag. Artikel5Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan en aan de ingeschreven hypothecaire schuldeisers. Artikel6Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst
  10. Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst.
  11. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding, de tenaamstelling en een beschrijving van het gemeentelijke monument. Artikel7Wijzigen van de aanwijzing
  12. Het college kan de aanwijzing ambtshalve of op aanvraag van een belanghebbende wijzigen.
  13. Artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit.
  14. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing van artikel 3, tweede tot en met vierde lid, alsmede artikel 4, eerste lid, achterwege.
  15. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel8Intrekken van de aanwijzing
  16. Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing.
  17. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988.
  18. De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel9Verbodsbepaling Het is verboden een gemeentelijk monument te beschadigen of te vernielen. Artikel10Vergunning Het is verboden zonder vergunning van het college of in strijd met bij zodanige vergunning gestelde voorschriften:a. een gemeentelijk monument af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen;b. een gemeentelijk monument te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Artikel11Termijnen advies en vergunningverlening
  19. Het college vraagt advies aan de monumentencommissie voordat zij beslist op de aanvraag op grond van artikel 10.
  20. Binnen acht weken na de adviesaanvraag brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college.
  21. Het college beslist binnen acht weken na ontvangst van het advies van de monumentencommissie, maar in ieder geval binnen 16 weken na ontvangst van de aanvraag.
  22. Het college kan de in het derde lid genoemde termijn van 16 weken met ten hoogste tien weken verlengen, mits zij de aanvrager daarvan kennis geeft binnen de in het derde lid genoemde termijn.
  23. Indien het college niet voldoet aan het derde of vierde lid, wordt de vergunning geacht te zijn verleend.
  24. Een vergunning ingevolge deze verordening blijft buiten werking gedurende zes weken na de datum waarop zij is verleend of van rechtswege is verleend. Indien gedurende deze termijn bezwaar wordt gemaakt op grond van de Algemene wet bestuursrecht, blijft de vergunning buiten werking totdat op het bezwaar is beslist. Artikel12Kerkelijk monument Het college verleent met betrekking tot een kerkelijk monument geen vergunning ingevolge de bepalingen van artikel 10 dan in overeenstemming met de eigenaar, indien en voor zover het een vergunning betreft, waarbij wezenlijke belangen van de godsdienstuitoefening in het monument in het geding zijn. Artikel13Intrekken van de vergunning
  25. De vergunning kan door het college worden ingetrokken indien:a. blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend;b. blijkt dat de vergunninghouder de voorschriften als bedoeld in artikel 10 niet naleeft;c. de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen;d. niet binnen [termijn] jaar van de vergunning gebruik wordt gemaakt
  26. Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie. Artikel14Vergunning voor beschermd rijksmonument
  27. De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen acht weken na de datum van verzending van het afschrift.
  28. Bij overschrijding van de in het tweede lid genoemde termijn wordt de monumentencommissie geacht geadviseerd te hebben. Artikel15Strafbepaling Hij, die handelt in strijd met de artikelen 9 en 10 van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie. Artikel16Toezichthouders
  29. Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:- de medewerkers bouwzaken en medewerkers bouwtoezicht;
  30. Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Artikel17Inwerkingtreding
  31. Deze verordening treedt in werking overeenkomstig het bepaalde in artikel 15, tweede lid, van de Monumentenwet
  32. (2 maanden nadat de vastgestelde verordening onverwijld ter kennis is gebracht van de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap).
  33. De monumentenverordening, vastgesteld bij besluit van de raad van 7 februari 2000, wordt ingetrokken op het moment dat de monumentenverordening 2006 wordt vastgesteld. Artikel18Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als 'Monumentenverordening 2006 van de gemeente Vaals'. Aldus besloten in de openbare raadsvergadering van 12 juni 2006E.N.H. Ummels Mr. J.G.M. LurvinkGriffier Voorzitter

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.