Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011 Het college van burgemeester en wethouders; gelet op de algemene bepalingen ten aanzien van mandaat zoals opgenomen in afdeling 10.1.1 van de Algemene wet Bestuursrecht; besluiten vast te stellen de Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011 Artikel1Begripsbepaling (Deel)budgethouder: hij of zij die door het college is aangewezen als ambtenaar die verantwoordelijk is voor een bij een product behorend (deel)budget; Mandaat: het in naam van het bevoegde bestuursorgaan nemen van besluiten; Mandaatgever: het bestuursorgaan dat mandaat verleent; Mandataris: degene aan wie het mandaat wordt verleend; Uitvoerend ambtenaar: degene die op grond van de functiebeschrijving en/of een opdracht een afdelingshoofd geacht mag worden met de uitvoering van de betreffende taak te zijn belast. Artikel2Algemeen De uitoefening van de bevoegdheden, zoals vermeld in het bij deze regeling behorende overzicht, is gemandateerd aan de daar genoemde functionarissen. De in lid 1 genoemde functionaris is tevens bevoegd tot ondertekening in de zin van artikel 10:11 Algemene wet bestuursrecht. Ten aanzien van de uitoefening van bevoegdheden, die financiële consequenties hebben, geldt dat de begroting van het dienstjaar hierin moet voorzien. Artikel3Plaatsvervanging In geval van afwezigheid van de mandataris, treedt de door het Afdelingshoofd aangewezen vervanger in de plaats. Artikel4Budgethouderschap De budgethouder is verantwoording verschuldigd aan het college, de deelbudgethouder aan de budgethouder. Een (deel) budgethouder is beleidsmatig en financieel verantwoordelijk voor de totstandkoming en kwaliteit van een product (budget), de effectiviteit en efficiëntie van dat product, de advisering over dat product aan het bestuur en het realiseren van de geraamde inkomsten. De (deel)budgethouder is tevens beleidsmatig en financieel verantwoordelijk voor begroting, Budgetrapportages, jaarrekening en beleidstoelichtingen op product -en budgetniveau. Dit betreft ook de toelevering van cijfers, teksten en analyses. Bij de uitoefening van de bevoegdheden als (deel)budgethouder, worden de kadernota inkoop -en aanbestedingsbeleid, het collegebesluit inkoop en aanbesteding, alsmede de meerjarenbegroting in acht genomen. Artikel5Uitzonderingen op het mandaat Een bevoegdheid, als bedoeld artikel 2, eerste lid, wordt niet uitgeoefend: Indien bestuurlijk is aangegeven dat een wijziging, aanvulling of afwijking van het tot dan gevoerde beleid gewenst is; Indien inwilliging van een verzoek zou leiden tot strijdigheid met het vigerende gemeentelijk beleid, met richtlijnen of met voorschriften daaromtrent; Indien redelijkerwijs aangenomen mag worden dat de afdoening (grote) politieke consequenties met zich mee zal brengen, dan wel precedentwerking zal oproepen (zie de bijlage Handreiking politieke gevoeligheid); Indien de afdoening van een zaak niet als een routineaangelegenheid kan worden gekwalificeerd; Indien bij besluiten waar sprake is van beleidsvrijheid reeds in de voorbereidingsfase aannemelijk is dat tegen de te nemen beslissing bezwaar zal worden gemaakt dan wel beroep ingesteld; Indien in de voorbereidingsfase de standpunten van de portefeuillehouder, adviseurs en de mandataris met betrekking tot de te nemen beslissing uiteenlopen; Indien de mandaatgever de gemandateerde de wens daartoe te kennen geeft; Ten aanzien van de vaststelling en verzending van stukken aan een raadscommissie en/of de gemeenteraad; Ten aanzien van uitingen, gericht aan andere overheidsorganen, tenzij in overeenstemming met bij het betrokken orgaan bekend beleid of met geheel bij de wettelijke regeling of de jurisprudentie bepaald beleid. Artikel6Mandaat bij twijfelgevallen Indien een mandataris twijfelt over zijn bevoegdheid tot het verrichten van een bepaalde handeling, dan legt hij de vraag voor aan het Afdelingshoofd welke vervolgens beslist op welk niveau de beslissing wordt genomen. Artikel7Bevoegdheidsuitoefening namens het bestuursorgaan De bevoegdheden, bedoeld onder artikel 2, eerste lid van deze regeling worden door de mandataris uitgeoefend namens het terzake bevoegde bestuursorgaan. Artikel8Wijze van ondertekening bij mandaat In geval van uitoefening van bevoegdheden, als bedoeld in artikel 2, worden uitgaande bescheiden als volgt ondertekend: Namens (bestuursorgaan), gevolgd door de handtekening, de naam van de mandataris en de functieaanduiding. Brieven als bedoeld bij lid 1 dienen in de "ik-vorm" te worden geschreven. Artikel11Vermelding rechtsbescherming bij mandaat Als tegen een krachtens mandaat genomen besluit een administratiefrechtelijke voorziening openstaat, wordt hiervan met de verzending van het besluit mededeling gedaan. Daarbij wordt gebruik gemaakt van standaardteksten. Artikel12Citeertitel en inwerkingtreding Deze regeling kan worden aangehaald als "Mandaatregeling re-integratie SZ Opsterland 2011". Deze regeling treedt in werking op 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.