← Nederland

Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004 (Bergen (L))

Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004 (Geconsolideerde tekst) De raad van de gemeente Bergen, gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van 26 januari 2004 gelet op de artikelen 8, eerste lid, onderdeel c en 30 van de Wet werk en bijstand, overwegende dat het noodzakelijk is het verstrekken van toeslagen en het verlagen van uitkeringen van bijstandsgerechtigden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar bij verordening te regelen; besluit: vast te stellen de volgende: Toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1 1 Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet werk en bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. 2In deze verordening wordt verstaan onder: a. de wet: de Wet werk en bijstand; b. gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c. van de wet; c. verzorgingsbehoevende: degene die is aangewezen op verzorging ter voorkoming van opname in een verpleeghuis of verzorgingstehuis. Artikel2 1De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn. 2De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 laten de toepassing artikel 18, eerste lid, van de wet onverlet. Hoofdstuk2Criteria voor het VERHOGEN van de bijstandsnorm van de alleenstaande en de alleenstaande ouder Artikel3Toeslagen 1De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en de alleenstaande ouder in wiens woning één of meer anderen hun hoofdverblijf hebben. 3De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 2 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder die geen woning bewoont. 4Voor de toepassing van het tweede lid van dit artikel worden de volgende personen niet aangemerkt als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: a. kinderen van 18 jaar of ouder doch jonger dan 21 jaar met een inkomen van ten hoogste de norm als bedoeld in artikel 21, onder a, van de wet ; b. meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; c. meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten; d. verzorgingsbehoevenden die door belanghebbende worden verzorgd. Artikel4toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar 1De toeslag als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt voor een belanghebbende van 21 jaar, in afwijking van artikel 3, nihil; 2De toeslag als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt voor een belanghebbende van 22 jaar, in afwijking van artikel 3, 10 procent van de gehuwdennorm. 3In afwijking van lid 1 en lid 2 wordt de toeslag vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de toeslag waartoe toepassing van lid 1 of 2 zou leiden. Hoofdstuk3Criteria voor het VERLAGEN van de bijstandsnorm voor gehuwden Artikel5Verlaging gehuwdennorm 1De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die een woning delen met één of meer anderen. 2De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt voor gehuwden die geen woning bewonen 18 procent van de gehuwdennorm. 3Het vierde lid van artikel 3 is van overeenkomstige toepassing op lid 1. van dit artikel. Artikel5aWijziging betekenis begrippen 1Waar in deze verordening de begrippen 'alleenstaande', 'alleenstaande ouder' en 'gezin' worden gebruikt, hebben deze vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als in artikel 4 van de wet. 2Waar in deze verordening wordt gesproken over 'gehuwde(n)' of 'gehuwdennorm' hebben deze begrippen vanaf 1 januari 2012 dezelfde betekenis als 'gezin', bedoeld in artikel 4, respectievelijk 'gezinsnorm', bedoeld in artikel 21, eerste lid, van de wet. Artikel5bWijziging verwijzingen 1Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel a, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden gelezen: artikel 20, eerste lid, onderdeel b, van de wet. 2Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel b, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden gelezen: artikel 20, tweede lid, onderdeel b, van de wet. 3Waar in deze verordening wordt verwezen naar artikel 21, onderdeel c, van de wet, moet voor die verwijzing vanaf 1 januari 2012 worden gelezen: artikel 21, eerste lid, van de wet. Hoofdstuk4Slotbepalingen Artikel6Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. Artikel7Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: toeslagenverordening Wet werk en bijstand 2004. Artikel8Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 april 2004. 2De Verordening toeslagen en verlagingen Algemene bijstandswet vervalt van rechtswege per 1 april 2004. Bergen, 10 februari 2004.De griffier De voorzitter W.P.G.M. Scheepens C.W.H.M. Klaverdijk Toelichting1Algemene toelichting

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.