Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Geldermalsen 2010BEHEERSVERORDENING BEGRAAFPLAATSEN GELDERMALSEN 2010 De raad van de gemeente Geldermalsen, gelezen het voorstel van het college d.d. 10 november 2009, nummer 8; gelet op het bepaalde in artikel 35 van de Wet op de lijkbezorging en artikel 149 van de Gemeentewet, besluit: vast te stellen de volgende verordening: Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen voor de gemeente Geldermalsen 2010. Hoofdstuk1.Algemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: aanvrager: degene die - al dan niet door tussenkomst van een uitvaartverzorger - opdracht geeft voor een begrafenis, of die de uitgifte van een graf of urnenruimte vraagt; algemeen graf: een graf, algemeen kindergraf, algemeen urnengraf en algemene urnennis daaronder begrepen, bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt gegeven tot het doen begraven van lijken; algemeen kindergraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken van levenloos geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12 jaar; algemeen urnengraf: een graf bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen plaatsen van asbussen met of zonder urn, bevattende de as van de overledenen; algemene urnennis: een nis bij de gemeente in beheer waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen plaatsen van een asbus met of zonder urn, bevattende de as van de overledene; asbus: een bus ter berging van as van een overledene; begraafplaats(en): de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de D.J. van Wijkstraat in Geldermalsen; de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Lange Akker in Geldermalsen; de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Lingedijk in Buurmalsen; de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Bredestraat in Meteren; de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Achtersteweg/Rijksstraatweg in Meteren; de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Achterweg in Acquoy; de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan ’t Oosteneind in Deil; de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Beemd in Enspijk; de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Schuttersweg in Beesd; de gemeentelijke begraafplaats gelegen aan de Veerweg in Beesd. belanghebbende: de natuurlijke persoon of een rechtspersoon aan wie het gebruik van een ruimte in een algemeen graf is verleend, dan wel degene die redelijkerwijze geacht kan worden in diens plaats te zijn getreden; beheerder: degene die door het college met de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen is belast, bevoegd is namens het college de in of krachtens deze verordening bedoelde grafrechten te vestigen en vergunningen af te geven, of degene die hem vervangt of degene die met bepaalde deeltaken is belast; bijzondere begraafplaats: bijzondere begraafplaats zoals bedoeld in de Wet op de lijkbezorging en dus niet behorend tot 1 g;. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Geldermalsen; gedenkplaats: een plaats ingericht om overledenen te herdenken; grafakte: de beschikking waarin overeenkomstig de bepalingen van deze verordening door of namens het college een grafrecht wordt verleend; grafbedekking: gedenkteken en/of grafbeplanting op een graf, of gedenkplaats; grafrecht: het uitsluitend recht op begraven en begraven houden in een particulier graf, particuliere grafkelder, particulier kindergraf of recht tot doen plaatsen en geplaatst houden in een particulier urnengraf of particuliere urnennis van asbussen met of zonder urn, bevattende de as van de overledene(n); particulier graf: een graf, particuliere grafkelder, particulier kindergraf, particulier urnengraf en particuliere urnennis daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon grafrecht is verleend; particuliere grafkelder: een betonnen of gemetselde ruimte, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon grafrecht is verleend; particulier kindergraf: een graf, waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon grafrecht is verleend tot: het doen begraven en begraven houden van lijken van levenloos geboren kinderen, alsmede kinderen tot 12 jaar; het doen plaatsen en geplaatst houden van asbussen met of zonder urn van levenloos geboren kinderen, alsmede van kinderen tot 12 jaar; particulier urnengraf: een graf waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon grafrecht is verleend tot het doen plaatsen en geplaatst houden van asbussen met of zonder urn, bevattende de as van de overledenen; particuliere urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon grafrecht is verleend tot het daarin doen plaatsen en geplaatst houden van een asbus met of zonder urn, bevattende de as van de overledene; rechthebbende: de natuurlijke of rechtspersoon aan wie een uitsluitend recht is verleend op een particulier graf; schudden: ruiming van het graf door het zorgvuldig bijeengaren van alle stoffelijke resten die onder de bodem van het graf ingegraven worden; urn: een siervoorwerp ter berging van een asbus; verstrooiingsveld: een permanent daartoe bestemde plaats op een gemeentelijke begraafplaats waarop as wordt verstrooid. Artikel2Begrippen particulier graf en algemeen graf 1.Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voorzover van belang onder ‘particulier’ graf mede verstaan: particuliere grafkelder, particulier kindergraf, particulier urnengraf en particuliere urnennis. 2.Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt voorzover van belang onder ‘algemeen’ graf mede verstaan: algemeen kindergraf, algemeen urnengraf en algemene urnennis. Hoofdstuk2.De begraafplaatsen Artikel3Beheer begraafplaatsen 1.Het beheer van de begraafplaatsen berust bij het college. 2.Onder toezicht van het college worden een beheerder en zonodig een of meer daartoe hem vervangende personen belast met: de administratie van de begraafplaatsen; de dagelijkse leiding van de begraafplaatsen; het beheer en onderhoud van de begraafplaatsen; het openen en sluiten van de graven voor een begraving, opgraving of ruiming c.q. plaatsing of ruiming van een asbus; de verstrooiing van as. Artikel4Bestemming 1.De onder artikel 1, lid g, genoemde begraafplaatsen zijn bestemd voor: het begraven en begraven houden van lijken; het begraven en begraven houden, bijzetten en bijgezet houden van asbussen; het verstrooien van as van personen. 2.Het college kan nadere regels stellen omtrent de bestemming van de begraafplaats, waarbij de regels kunnen verschillen per begraafplaats en voor de te onderscheiden vakken en rijen. Artikel5Administratie 1.Het college is verantwoordelijk voor de administratie van de begraafplaatsen. 2.De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en belanghebbenden van de graven met hun namen en adressen. In dit register worden tevens de naam, geboortedatum en de datum van overlijden opgenomen van degene die is begraven of waarvan de as is bezorgd. Daarbij is vermeld de grafaanduiding en de dag van de begraving of bijzetting. 3.De administratie bevat een register van alle rechthebbenden en belanghebbenden van de graven, met hun namen en adressen en zo mogelijk aantekening van hun relatie tot de overledene. Dit register is niet openbaar. 4.De rechthebbenden en belanghebbenden zijn verplicht binnen 3 maanden nadat een adreswijziging heeft plaatsgevonden de wijziging van hun adres aan het college door te geven. 5.Van de in het tweede en derde lid bedoelde registers kan een ieder, doch van het in het derde lid bedoelde register alleen rechthebbenden en belanghebbenden of hun rechtsopvolgers, een uittreksel verkrijgen. Artikel6Plattegrond Het college draagt er zorg voor dat er van elke begraafplaats een gewaarmerkte plattegrondtekening wordt aangehouden waarop de indeling en de grafnummering van de begraafplaats is aangegeven. Artikel7Openstelling begraafplaatsen en ordemaatregelen 1.De begraafplaatsen zijn toegankelijk gedurende door het college bij nadere regels vast te stellen tijden. Zij maakt deze tijden openbaar bekend. 2.In verband met werkzaamheden op een begraafplaats kan de beheerder of degene die hem vervangt bezoekers toegang tot (een deel van) de begraafplaats tijdelijk ontzeggen. 3.Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaatsen niet voor het publiek geopend zijn, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. 4.Bezoekers van de begraafplaatsen gedragen zich ordentelijk en volgen zonodig de aanwijzingen van de beheerder op. 5.Het is steenhouwers, hoveniers, fotografen en andere personen die werkzaamheden op de begraafplaats of aan grafbedekkingen verrichten alsmede bezoekers, verboden dit te doen zonder voorafgaande toestemming van de beheerder. Deze toestemming kan mondeling worden gegeven. Bij de uitvoering van werkzaamheden worden zonodig de aanwijzingen van de beheerder gevolgd. 6.Het is verboden met motorrijtuigen op de begraafplaats te rijden, behalve met toestemming van de beheerder. Motorrijtuigen waarvoor toestemming is verleend, mogen niet harder rijden dan 10 km per uur. 7.Het is verboden: met fietsen, bromfietsen of andere (motor)rijwielen op de begraafplaats te rijden of deze met zich mee te voeren, uitgezonderd voorzieningen voor minder validen; honden of andere dieren mee te nemen; uitgezonderd blindengeleidehonden; op de graven te lopen of te zitten en er gereedschappen of andere niet tot de graven behorende voorwerpen op te leggen; een begraafplaats te verontreinigen; zonder toestemming of opdracht van de aanvrager een uitvaart te fotograferen, te filmen of anderszins te registreren; bloemen of andere waren te koop aan te bieden of hiervoor reclame te maken; as te verstrooien of andere vormen van lijkbezorging te bezigen anders dan na toestemming van de beheerder. 8.De beheerder kan bezoekers of werklieden die zich niet aan de hiervoor bedoelde geboden en verboden houden de toegang tot de begraafplaats ontzeggen. Bij herhaalde overtredingen kan gedurende een door het college te bepalen periode de toegang worden ontzegd. Artikel8Tijdstippen plechtigheden Het begraven van lijken, het plaatsen van asbussen en de verstrooiing van as in de aanwezigheid van nabestaanden geschiedt op werkdagen van maandag tot en met vrijdag tussen 9.00 en 15.00 uur en op zaterdag tussen 9.00 en 13.00 uur. Op andere dagen en tijdstippen kunnen - ter beoordeling van de beheerder - eveneens begrafenissen, bijzettingen of andere plechtigheden plaatsvinden. Het tijdstip van begraven of bezorgen van as wordt telkens en voor elke plechtigheid afzonderlijk door de beheerder, in overleg met de betrokken aanvrager, rechthebbende of belanghebbende, vastgesteld. Dodenherdenkingen en andere plechtigheden kunnen geschieden nadat deze ten minste een week tevoren bij de beheerder zijn gemeld. Datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop deze zal geschieden worden in het belang van de rust en de orde op de begraafplaats in overleg met de aanvrager door de beheerder vastgesteld. Hoofdstuk 3. Indeling van de begraafplaatsen, onderscheid van de graven en asbestemming Artikel9Indeling begraafplaatsen 1.Graven worden voor een directe begraving uitgegeven aansluitend op de reeds uitgegeven graven. Indien dit naar het oordeel van de beheerder niet bezwaarlijk is, kunnen ook op andere plaatsen graven worden uitgegeven of worden gereserveerd zonder directe begraving. 2.Het college kan de indeling van de begraafplaatsen, de bestemming van de grafvelden en het onderscheid in typen graven nader vast stellen en wijzigen. Artikel10Onderscheid en uitgifte graven 1.Algemene graven worden uitgegeven voor een termijn van tien jaren. Deze termijn kan niet worden verlengd. Degene die is begraven kan echter na afloop van deze termijn op verzoek van de belanghebbende worden herbegraven in een particulier graf, op een door de beheerder goedgekeurde plaats conform artikel 9 en onder de voorwaarden van lid 2 van dit artikel. 2.Particuliere graven worden uitgegeven voor een termijn van twintig jaren. Deze termijn wordt telkens met tien jaar verlengd op verzoek van de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de in artikel 19 lid 1 (overdracht), bedoelde personen, mits een zodanig verzoek binnen één jaar vóór het verstrijken van de termijn is gedaan. 3.Het recht op een particulier graf geeft de rechthebbende het uitsluitend recht daarin te doen begraven en begraven te houden. 4.Het in het eerste en tweede lid bedoelde grafrecht wordt schriftelijk gevestigd door middel van een grafakte. 5.Het college kan aan een rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor particulier rekening en risico doen aanbrengen van een grafkelder. Aan de vergunning kunnen nadere voorwaarden worden verbonden. Artikel11Plaatsen asbussen; verstrooiing van as 1.Een asbus kan worden geplaatst in een urnennis. 2.Een asbus kan niet worden geplaatst in een algemeen graf. 3.Urnen in een open nis zijn van een niet kwetsbaar materiaal vervaardigd en stevig aan de ondergrond bevestigd. 4.As kan worden verstrooid op een verstrooiingsveld of op een andere door de beheerder aangewezen plaats op de begraafplaats. Artikel12Capaciteit en formaat graven 1.Op de begraafplaatsen kunnen worden uitgegeven: particuliere graven; particuliere grafkelders; particuliere kindergraven; particuliere urnengraven particuliere urnennissen algemene graven; algemene kindergraven; algemene urnengraven algemene urnennissen. 2.Het college bepaalt bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen er kunnen worden geplaatst in de graven en nissen. Het bepaalt tevens de voor het plaatsen van een gedenkteken of beplanting beschikbare afmetingen van een graf. 3.Sommige typen graven of bepaalde diensten zijn soms niet, niet meer of nog niet, niet voor alle termijnen en niet op alle begraafplaatsen beschikbaar. Een aanvrager heeft geen recht op levering. Artikel13Grafkelders 1.Het college kan aan de rechthebbende op een particulier graf vergunning verlenen tot het daarin voor eigen rekening doen aanbrengen van een grafkelder op het gedeelte van de begraafplaats dat door het college daartoe is bestemd. 2.Het college stelt nadere regels voor de afmeting van de ruimte welke voor het stichten van een grafkelder beschikbaar wordt gesteld. 3.Het stichten van een grafkelder geschiedt door de zorg van de aanvrager na verkregen vergunning door het college. 4.Degene, die in een grafkelder wil doen begraven, is verplicht op zijn kosten deze kelder voor de begrafenis te laten openen en na het begraven terstond te laten sluiten. 5.Het openen van een grafkelder, anders dan tot het daarin opnemen van overledenen en in dat geval eerder dan twee uren tevoren, is verboden, tenzij de beheerder van de begraafplaats hiervoor toestemming heeft verleend. 6.Indien de rechthebbende zijn verplichtingen ten aanzien van het sluiten niet nakomt, geschiedt sluiting op zijn kosten van gemeentewege. Hoofdstuk4.Vereisten voor begraving of bijzetting Artikel14Openen en sluiten van het graf 1.Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as en het daarna sluiten van een graf, alsmede het bedienen van de hulpmiddelen, mag uitsluitend geschieden door of in opdracht van de beheerder. 2.De nabestaanden kunnen deze werkzaamheden op aanwijzingen en onder toezicht van de beheerder geheel of gedeeltelijk zelf verrichten indien zij hun wens daartoe uiterlijk om 12:00 uur van de voorafgaande werkdag mondeling of schriftelijk aan de beheerder hebben kenbaar gemaakt. De zaterdag, zondag en algemeen erkende feest- en gedenkdagen gelden voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Artikel15Over te leggen stukken 1.Degene die een lijk wil doen begraven of as wil bezorgen, geeft daartoe opdracht door middel van een door de beheerder vast te stellen formulier. 2.Degene die een lijk wil doen begraven of een asbus wil doen plaatsen, of zijn gemachtigde, geeft daarvan uiterlijk op de ochtend van de dag voorafgaande aan de dag waarop de begraving of plaatsing van de asbus zal plaatsvinden, kennis aan de beheerder. Daarbij wordt aangegeven ten aanzien van welke van de in artikel 10, 11 en 12 bedoelde typen graven men een grafrecht wil vestigen. 3.Indien de burgemeester verlof heeft verleend om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven, wordt de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk gedaan. 4.Bij de in het tweede en derde lid bedoelde kennisgeving wordt het verlof tot begraving van de ambtenaar van de burgerlijke stand of een ander wettelijk daarmee gelijkgesteld document overgelegd. 5.Indien het lijk binnen 36 uur na het overlijden wordt begraven wordt behalve het in het vierde lid bedoelde verlof of document ook het in het derde lid bedoelde verlof van de burgemeester overgelegd. 6.Indien de begraving of de plaatsing van de asbus in een bestaand particulier graf zal plaatsvinden, wordt een machtiging daartoe aan de beheerder overgelegd. De machtiging is ondertekend door de rechthebbende. 7.Bij het ter begraving aanbieden van een kist of ander lijkomhulsel wordt ten minste 24 uur voorafgaand aan het tijdstip van begraving een schriftelijke verklaring overgelegd - volgens een door het college van burgemeester en wethouders vast te stellen model - omtrent de aanwezigheid van de in artikel 16 bedoelde materialen en voorwerpen. Indien van een lijkhoes gebruik wordt gemaakt, zal de aanbieder tevens overleggen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.