← Nederland

Rampenplan gemeente Hoorn 2002 (Hoorn)

Rampenplan gemeente Hoorn 2002De Raad van de gemeente Hoorn; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 23 april 2002; besluit: 1. in te trekken zijn besluit van 9 februari 1993, waarbij het Rampenplan Gemeente Hoorn is vastgesteld; 2. vast te stellen het Rampenplan gemeente Hoorn 2002; 3. te bepalen dat deze besluiten in werking treden op de dag van bekendmaking in het Gemeenteblad. RAMPENPLAN gemeente Hoorn 2002 A. ALGEMEEN DEEL behoort bij Raadsbesluit d.d. 14 mei 2001 nr 14. Inleiding Doel en inhoud rampenplan In de Wet rampen en zware ongevallen artikel 3 lid 1 staat dat de gemeenteraad voor het gehele gebied van de gemeente een rampenplan vaststelt. Het rampenplan is te karakteriseren als: een organisatieoverzicht en een waarschuwings- en afsprakenschema met betrekking tot het optreden in rampsituaties of bij zware ongevallen. Het rampenplan is daardoor de neerslag van het gemeentelijk beleid inzake de gecoördineerde bestrijding van grootschalige incidenten, calamiteiten, zware ongevallen en rampen dan wel de dreiging hiervan. Het rampenplan kan ook worden toegepast worden in situaties waarin (nog) niet sprake is van een ramp. In artikel 1 van de Wet rampen en zware ongevallen wordt het begrip ramp of zwaar ongeval omschreven als een gebeurtenis: waardoor een ernstige verstoring van de openbare veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen, het milieu of grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad, en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. De in het rampenplan gebruikte afkortingen en begrippen worden verklaard in de bijlagen. Bestuurlijke voorbereiding De verantwoordelijkheden van burgemeester en wethouders zijn in artikel 3 lid 2 en in artikel 7 vastgelegd. Artikel 3.2: In het rampenplan kan worden bepaald, dat burgemeester en wethouders volgens in het plan te geven regels het plan moeten uitwerken of binnen daarbij te bepalen grenzen het plan kunnen wijzigen. Artikel 7.1: De burgemeester stelt voor elke ramp of elk zwaar ongeval, waarvan de plaats, de aard en de gevolgen voorzienbaar zijn, een rampbestrijdingsplan vast, waarin het geheel van bij die ramp of dat zware ongeval te nemen maatregelen is opgenomen. Artikel 7.2: In het rampbestrijdingsplan dient de afstemming op plannen, vastgesteld voor het gebied van aangrenzende gemeenten en voor aangrenzende gebieden in andere staten, te zijn gewaarborgd. Opbouw rampenplan Bij het opstellen van het rampenplan is uitgegaan van de wettelijk gestelde eisen aan een rampenplan (artikel 4 lid 1 van de Wet rampen en zware ongevallen). Het plan is als volgt ingedeeld: Deel A Algemeen deel Hierin zijn opgenomen de omschrijvingen, de overzichten en het schema als bedoeld onder a. t/m d. van artikel 4. lid 1. t.w.: begripsomschrijvingen; een overzicht van soorten rampen en zware ongevallen die de gemeente kunnen bedreigen; een overzicht van diensten, instanties, organisaties en individuele personen, die bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen kunnen worden betrokken; een schema met betrekking tot de leiding over en de gecoördineerde inzet van diensten en organisaties bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen. Tevens is een overzicht van de verschillende processen c.q. deelplannen opgenomen en is een hoofdstuk gewijd aan het beheer van het rampenplan. Deel B Deelplannen. Hierin zijn opgenomen het schema, de regels en de plannen in hoofdlijnen als bedoeld onder e. t/m o. van artikel 4. lid 1. Draaiboeken. De deelplannen worden door de betrokken diensten en organisaties verder uitgewerkt in draaiboeken. Deze bevatten een gedetailleerde uitwerking/toelichting van de deelplannen. Een verzendlijst (als bedoeld onder p van artikel 4. lid 1) is opgenomen in deel A (Algemeen deel), deel B (Deelplannen) en in elk der draaiboeken. OVERZICHT SOORTEN RAMPEN Rampen en grootschalige incidenten kunnen worden onderverdeeld in typen. Op basis van de recent uitgevoerde risicoinventarisatie kan voor de schaal Noord-Holland Noord een ruwe onderverdeling gegeven worden. De feitelijke situatie tijdens een ramp of grootschalig incident hangt ook af van andere (vaak onvoorziene) factoren en ook kunnen er combinaties van verschillende ramptypen optreden. In het navolgende volgt een opsomming van de ramptypen. Een uitgebreide beschrijving is opgenomen in de rapportage “Regionale Maatramp Noord-Holland Noord”. Hierbij moet worden aangetekend, dat de effecten van een ramp veelal niet beperkt blijven tot de gemeente of regio waar het incident plaats vindt of gevonden heeft. Een aangrenzende gemeente of regio kan daardoor ook te maken krijgen met de gevolgen van een ramp. De onderscheiden ramptypen zijn: Luchtvaartongeval Ongeval op water Verkeersongevallen op land Ongeval met brandbare/ explosieve stof in open lucht Ongeval met giftige stof in open lucht Kernongeval Bedreiging van de volksgezondheid Ziektegolf Ongevallen in tunnels Branden in grote gebouwen Instortingen van grote gebouwen Paniek in menigten Verstoringen openbare orde Overstroming Natuurbranden Extreme weersomstandigheden Uitval nutsvoorzieningen Ramp op afstand Aardbeving OVERZICHT BETROKKEN DIENSTEN, INSTANTIES, ORGANISATIES EN PERSONEN De bestrijding van rampen en zware ongevallen bestaat uit een combinatie van activiteiten die naar aard en omvang afhankelijk kunnen zijn van het soort ramptype. Op basis van analyse van incidentenbestrijding is in de activiteiten gezocht naar een herkenbaar patroon. De ordening van activiteiten heeft er vervolgens toe geleid dat rampbestrijding kan worden 'vertaald' in processen. De organisaties die bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen, dan wel een dreiging hiervan, worden betrokken zijn in eerste instantie: Gemeente Regionale brandweer Gemeentelijke brandweer Politie Openbaar Ministerie GHOR Meldkamer Noord-Holland Noord Hoogheemraadschap Waterschappen Voorts kan nog een aantal andere diensten of organisaties bij de rampenbestrijding betrokken zijn, zoals: Rode Kruis Huisartsen Apothekers Wijkverpleging Instellingen werkzaam op het terrein van de sociaal-psychiatrische hulpverlening Dierenartsen Particuliere bedrijven Organisaties van vrijwilligers Bij de beschrijving van de processen in de diverse deelplannen zullen de meest betrokken organisaties expliciet genoemd worden met daarbij hun uitvoerende taak. LEIDING OVER EN GECOORDINEERDE INZET VAN DIENSTEN EN ORGANISATIES Inleiding In dit hoofdstuk wordt de basisstructuur van de rampenbestrijdingsorganisatie in NHN, alsmede de wijze waarop deze kan worden opgeschaald, weergegeven. Tevens worden de taken en verantwoordelijk-heden vermeld van de verschillende functionarissen en organisatie(s)-onderdelen. Belangrijk uitgangspunt is dat afhankelijk van aard en omvang van het incident de organisatie tot op 5 niveaus kan worden opgeschaald (direct of geleidelijk). Dit loopt van een routinematig, monodisciplinair af te handelen kleinschalig incident, tot een ramp of zwaar ongeval waarbij een grootschalige en gecoördineerde inzet van diensten en disciplines noodzakelijk is en waarvan de effecten gemeentegrens-overschrijdend zijn. In aanvulling op bestaande regelingen zal het noodzakelijk zijn nog convenanten (bijv. m.b.t. de coördinerend burgemeester) af te sluiten. Organisatiestructuur De organisatie van de rampenbestrijding moet zo goed mogelijk zijn afgestemd op de aard en omvang van het incident, ramp of zwaar ongeval. Op basis van de kenmerken van het incident wordt, door de operationele leiding ter plaatse, onderscheid gemaakt in 5 opschalingniveaus: de alarmfases 1 t/m 5. Deze zijn beschreven in tabel 1. De relatie tussen de betrokken organisaties en functionarissen is per opschalingniveau aangegeven in de schema’s 1 t/m 5. De samenstelling van de verschillende beleidsstaven en operationele teams is weergegeven in tabel 2 . Een beschrijving van taken en verantwoordelijkheden van deze organisaties en de daarin zittende functionarissen wordt gegeven in paragraaf 4.3. TAKEN EN VERANTWOORDELIJKHEDEN Burgemeester De Wet rampen en zware ongevallen benadrukt de centrale positie van de burgemeester bij de daadwerkelijke bestrijding van een ramp. Hij is ingevolge artikel 11, lid 1, van de wet belast met het opperbevel bij de bestrijding van rampen of zware ongevallen en bij het treffen van maatregelen in geval van ernstige vrees voor het ontstaan daarvoor. Degenen die aan de bestrijding deelnemen, staan onder zijn bevel. De burgemeester stelt prioriteiten en geeft bestuurlijk/beleidsmatig leiding aan alle rampbestrijdings-activiteiten. Daartoe zit hij vergaderingen van het Gemeentelijk Beleidsteam voor en voorziet in zijn vervanging op die momenten dat hij niet aanwezig kan zijn bij de beraadslagingen. De burgemeester ziet er op toe dat er coördinatie en afstemming is tussen de in te zetten diensten en geeft daartoe opdrachten aan de Operationeel Leider (OL). Burgemeester en gemeentelijk beleidsteam opereren vanuit het gemeentelijk coördinatiecentum (GCC). Gemeentelijk Beleidsteam (GBT) Het GBT is verantwoordelijk voor de coördinatie van het organisatorisch, juridisch en beleidsmatig juist formuleren en na overleg met de Operationeel Leider, namens de burgemeester, uitdragen van alle beslissingen en maatregelen op het gebied van bijstand, vorderingen, noodverordeningen, communicatie en voorlichting. De teamleden geven gevraagd en ongevraagd (tussen de diensten afgestemde) beleidsadviezen aan de burgemeester, alsmede aan collega-teamleden. Voorts dragen zij na overleg met de Operationeel Leider namens de burgemeester het geformuleerde beleid in concrete opdrachten aan de eigen diensten uit. Het GBT adviseert over de relevante processen. Voor het beleidsteam is in tabel 2 een kernbezetting gegeven, maar de burgemeester kan de staf permanent of ad hoc naar eigen inzicht uitbreiden. Uitbreiding van het GBT is afhankelijk van de aard, plaats en gevolgen van de ramp of het zware ongeval. Coordinatieteam Plaats Incident (CTPI) Indien zich een incident voordoet waarbij één van de leidinggevenden van de operationele diensten van mening is dat er structurele coördinatie tussen de parate diensten noodzakelijk is, kan deze functionaris het CTPI in werking zetten. Dit CTPI kan beschouwd worden als een "voorloper" van het Commando Rampterrein. Het team opereert dan ook tot het moment, waarop de burgemeester besluit een Commando Rampterrein in te stellen gezien een dreigende dan wel ontstane ramp- c.q. zwaar ongevalsituatie.Het is de verantwoordelijkheid van het CTPI om coördinerend op te treden op de plaats van het incident ten aanzien van alle uitvoerende activiteiten van de operationele diensten en de ondersteunende diensten/organisaties. Het team geeft daartoe alle aanwijzingen en opdrachten voor de uitvoering van de werkzaamheden. Afhankelijk van het incident is het mogelijk dat een van de diensten als primus interpares optreedt. In beginsel zal dat de brandweer zijn. Het CTPI zorgt voor:directe afstemming tussen de ingezette operationele eenheden; geeft leiding; verstrekt opdrachten aan de eigen eenheden in het inzetgebied, zowel van de parate hulpverleningsdiensten, als van eventueel ingezette ondersteunende instanties. Actiecentra (gemeentelijk/regionaal, GAC/RAC) Diensten met een uitvoerende taak in de bestrijding van de ramp en de gevolgen ervan, kunnen voor de interne coördinatie een actiecentrum inrichten. Van daaruit regelt zo’n dienst, op aanwijzing van zijn vertegenwoordiger in het ROT, dan de uitvoering van taken, maar stelt hij tevens mensen en middelen beschikbaar aan andere diensten en organisatie-onderdelen. E.e.a. conform de, in de deelplannen en draaiboeken vastgelegde, procedures en afspraken. Teneinde over voldoende personele capaciteit, zowel kwalitatief als kwantitatief, te kunnen beschikken kunnen de gemeentelijke actiecentra aangevuld worden vanuit een poule medewerkers uit de regio. Afhankelijk van de benodigde coördinatie kunnen gemeentelijke actiecentra ingericht worden voor Maatschappelijke zaken, Bestuurlijke zaken, Technische zaken en Voorlichting en regionale actiecentra voor Brandweer, GHOR, Politie en Voorlichting. Vanuit de actiecentra van de operationele diensten wordt de eigen bijdrage aan de rampenbestrijding geregeld. Een actiecentrum is dus evenals het CORT activiteitsgericht. Deze actiecentra vallen onder het opperbevel van de burgemeester. Operationeel gezien fungeren zij onder de Operationeel Leider. Het actiecentrum valt onder de directe leiding van de eigen leidinggevende. Operationeel leider (OL) Degene die de leiding heeft over de brandweer, is tevens belast met de operationele leiding van de bestrijding van een ramp of zwaar ongeval, tenzij de burgemeester een andere voorziening treft (rampenwet art. 11, lid 2). De Operationeel Leider geeft leiding aan het Regionaal Operationeel Team en draagt, namens de burgemeester, zorg voor een gecoördineerde uitvoering van het gehele proces van de rampbestrijding. Hij heeft de bevoegdheid tot het in opdracht van de burgemeester geven van bindende aanwijzingen aan commandanten/hoofden van de bij de rampenbestrijding samenwerkende zelfstandige diensten, zonder daarbij te treden in de bevoegdheden van de commandanten/hoofden van de diensten aangaande de wijze van uitvoeren van de taken. Deze bepalen wie en wat concreet ingezet zal worden en op welke wijze dit zal geschieden.De Operationeel Leider adviseert de burgemeester en informeert het (Gemeentelijk of Regionaal) Beleidsteam gevraagd en ongevraagd ten aanzien van de rampsituatie omtrent alle taakaspecten van zijn functie. Hij legt operationele plannen waarvoor een politiek-bestuurlijke beslissing noodzakelijk is, voor aan de (coördinerend) burgemeester. Daarnaast zorgt de Operationeel Leider dat relevante gegevens worden vastgelegd en ziet er op toe dat regelmatig voortgangsrapportages worden opgesteld. Regionaal Operationeel Team (ROT) Het ROT functioneert onder leiding van de Operationeel Leider en is verantwoordelijk voor de coördinatie van het totale uitvoeringsproces. Het ROT opereert vanuit het Regionaal CoördinatieCentrum (RCC). Het team vertaalt beleidsbeslissingen in samenhangende opdrachten ten behoeve van de uitvoering en schept de praktische voorwaarden ten einde alle rampbestrijdingsactiviteiten integraal te kunnen beheersen. Het ROT geeft de (coördinerend) burgemeester, alsmede de leden van het GBT/RBT gevraagd en ongevraagd adviezen en stelt bij opschaling de behoefte vast en verdeelt de beschikbare middelen zodanig dat de rampbestrijdingsactiviteiten daadwerkelijk kunnen worden uitgevoerd (logistieke coördinatie). De behoefte aan bijstand, die wordt vastgesteld door het ROT, wordt via het bevoegde gezag door de operationeel Leider aangevraagd, voor zover dit niet op een ander niveau binnen de eigen organisatie kan plaatsvinden. Daarnaast draagt het ROT zorg voor de voorbereiding van een integraal communicatiestelsel, gericht op het verzamelen en verstrekken van relevante gegevens (informatiemanagement) betreffende de rampsituatie en de rampbestrijding. Elke discipline zorgt voor voldoende assistentie om genomen besluiten te kunnen vastleggen, verwerken en doorgeven aan vertegenwoordigers van de eigen diensten. Voor het regionaal operationeel team is in tabel 2 een kernbezetting gegeven, maar de operationeel leider kan het team permanent of ad hoc naar eigen inzicht uitbreiden. Uitbreiding van het ROT is afhankelijk van de aard, plaats en gevolgen van de ramp of het zware ongeval. Commando Rampterrein (CORT) Het commando rampterrein heeft de gebiedsverantwoordelijkheid voor het zo efficiënt en zo effectief mogelijk bestrijden van de directe gevolgen van de ramp- c.q. zwaarongevalsituatie. Het CORT valt rechtstreeks onder het opperbevel van de burgemeester. De operationele opdrachten ontvangt de Commandant Rampterrein van de Operationeel Leider. De Commandant Rampterrein geeft opdrachten en leiding aan de eenheden in het inzetgebied, zowel van de operationele, parate hulpverleningsdiensten, als van ondersteunende instanties en controleert of de gegeven opdrachten juist worden uitgevoerd. Het CORT draagt zorg voor de communicatie en informatievoorziening op het rampterrein, alsmede naar de vertegenwoordigers in het Gemeentelijk of Regionaal Beleidsteam en het Regionaal Operationeel Team. Coördinerend Burgemeester De coördinerend burgemeester is op basis van een convenant belast met de bestuurlijke coördinatie van de rampenbestrijding en wordt bijgestaan door een staf t.w. het Regionaal Beleidsteam (RBT) en het Regionaal Operationeel Team (ROT). In acute rampsituaties of bij een zwaar ongeval formuleert de coördinerend burgemeester samen met het RBT het beleid m.b.t. de rampbestrijding. Dat beleid koppelt hij zo snel mogelijk terug naar de betrokken burgemeesters. De burgemeesters blijven verantwoordelijk voor het beleid in de eigen gemeente. De coördinerend burgemeester geeft, namens zijn collega-burgemeesters, leiding aan het RBT en via de Operationeel Leider aan het ROT en rapporteert frequent aan collega-burgemeesters en aan de Commissaris van de Koningin. Voorts kan de coördinerend burgemeester optreden als bemiddelaar in conflictsituaties tussen plaatselijke autoriteiten aangaande de uitvoering van opdrachten. Coördinerend burgemeester, regionaal beleids- en operationeel team opereren vanuit het regionaal coördinatiecentrum (RCC) Regionaal Beleidsteam (RBT) Het RBT is verantwoordelijk voor de coördinatie van het organisatorisch, juridisch en bestuurlijk juist formuleren en na overleg met de Operationeel Leider namens de coördinerend burgemeester uitdragen van alle genomen beslissingen en maatregelen op het gebied van bijstand, vorderingen, noodverordeningen, communicatie en voorlichting in de getroffen gemeenten. Het team adviseert de coördinerend burgemeester en de afzonderlijke burgemeesters aangaande de bestrijding van de ramp of het zwaar ongeval op strategisch-beleidsmatig niveau. Voorts vertaalt het team beleidsbeslissingen in samenhangende opdrachten naar het tactische en uitvoerende niveau en draagt deze na overleg met de Operationeel Leider namens de coördinerend burgemeester uit. Daarnaast stemt het team de werkzaamheden van de afzonderlijke gemeentelijke actiecentra op elkaar af en worden praktische voorwaarden geschapen ten einde alle activiteiten integraal te kunnen beheersen. Facilitaire ondersteuningsgroep Het GBT, het RBT en het ROT worden bijgestaan door een team medewerkers, o.l.v. de (coördinerend) ambtenaar rampenbestrijding, voor de administratieve, huishoudelijke en communicatieve ondersteuning. De betreffende taken zijn: Notuleren bijhouden logboek plotten van gegevens op kaarten verzorgen van administratieve en huishoudelijke ondersteuning coördineren van verbindingen onderhouden van verbindingen tussen het GBT, RBT, het ROT, actiecentra en eventueel andere bestuursorganen. Commissaris van de Koningin in Noord-Holland (CdK) De Commissaris van de Koningin heeft de volgende taken en bevoegdheden met betrekking tot de openbare orde en veiligheid: Coördineren van de bijstandsverlening ingevolge de Wet rampen en zware ongevallen, Brand weerwet, Politiewet, Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen e.d.; Het geven van aanwijzingen aan burgemeesters inzake het te voeren beleid bij de bestrijding van rampen en zware ongevallen; Uitvoeren van aanwijzingen van de Minister van Binnenlandse Zaken; Treffen van maatregelen ten behoeve van bijzondere voorzieningen op grond van de in het provinciaal coördinatieplan aangegeven specifieke wetten; Inwinnen van inlichtingen, het informeren van overige bestuurlijke autoriteiten en/of het voeren van overleg conform nadere bepalingen; Bevorderen van afstemming informatieverschaffing en de inhoud van de te verstrekken informatie; Houden van toezicht op handhaving openbare orde en veiligheid; Het bevorderen van samenwerking. Locatie: de Commissaris van de Koningin wordt bijgestaan door de Provinciale Staf, die is gehuisvest bij het Provinciaal Coördinatiecentrum (PCC) in het Provinciehuis in Haarlem. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) De Minister van Binnenlandse Zaken kan van zijn bevoegdheid gebruik maken om aanwijzingen te geven (aan de Commissaris van de Koningin) ten aanzien van het voor de bestrijding te voeren beleid, bijvoorbeeld bij provinciegrensoverschrijdende incidenten. Overschrijding van de landsgrens verplicht de Minister van Binnenlandse Zaken daarenboven tot overleg met zijn collega van het betrokken land, alvorens aanwijzingen te geven aan de Commissaris van de Koningin. De verplichting van de burgemeester om de buurgemeenten en de Commissaris van de Koningin te informeren blijft uiteraard steeds van kracht. Locatie: Bij zeer grootschalige (dreigende) of grensoverschrijdende calamiteiten ("als het algemeen belang zulks dringend eist", Wet rampen en zware ongevallen artikel 13) wordt het Nationaal Coördinatiecentrum (NCC) geactiveerd. Het nationaal beleidsteam bestaat uit de betrokken ministers en hun beleidsadviseurs. Tabel 1: Opschalingniveau’s Noord-Holland Noord Niveau Alarmfase 1 Alarmfase 2 Alarmfase 3 Alarmfase 4 Alarmfase 5 Opschaling Geen Monodisciplinair Multidisciplinair Multidisciplinair Multidisciplinair Multidisciplinair Operationeel Opschaling-niveau Motorkapoverleg CTPI CTPI CORT CORT CORT Bestuurlijk Opschaling-niveau Geen Informeren Burgemeester (op aangeven van deze GBT kernbezetting) GBT kernbezetting ROT kernbezetting GBT kernbezetting ROT kernbezetting GBT volledige bezetting ROT volledige bezetting GBT volledige bezetting RBT volledige bezetting ROT volledige bezetting Kenmerken Eenvoudig van aard Routinematig Beperkt hulpverlenings-gebied Eenvoudig af te handelen Gecompliceerd van aard Niet routinematig Beperkt hulpverlenings-gebied Ernstig in omvang Gecompliceerd van aard en omvang Niet routinematig Mogelijk aanzienlijke schade, doden en/of gewonden Uitgebreide operationele coördinatie vereist met aansluiting op tactisch niveau Gecompliceerd van aard en omvang Niet routinematig Mogelijk aanzienlijke schade, doden en/of gewonden Eenhoofdige operationele leiding vereist met aansluiting op tactisch niveau Zeer gecompliceerd van aard en omvang Niet routinematig Mogelijk veel doden en gewonden Forse materiële schade Eenhoofdige operationele leiding vereist Volledige bestuurlijke (gemeentelijke) opschaling vereist Zeer gecompliceerd van aard en omvang Niet routinematig Grensoverschrijdend Mogelijk veel doden en geworden Forse materiële schade Eenhoofdige operationele leiding vereist Volledige bestuurlijke (bovengemeentelijke) opschaling vereist Afhandeling Elke dienst handelt het incident monodisciplinair af volgens de eigen procedures Elke dienst handelt het incident monodisciplinair af volgens de eigen procedures Afstemming op basis van gelijkwaardigheid De parate diensten handelen het incident multidisciplinair af Eenhoofdige leiding binnen de brandweer Afstemming op basis van gelijkwaardigheid De parate diensten handelen het incident multidisciplinair af Eenhoofdige leiding Elke dienst afzonderlijk is verantwoordelijk voor de uitvoering De parate diensten handelen het incident multidisciplinair af Eenhoofdige leiding Elke dienst afzonderlijk is verantwoordelijk voor de uitvoering De parate diensten handelen het incident multidisciplinair af Eenhoofdige leiding Afstemming van alle processen Schema 1: Alarmfase 1 Schema 2: Alarmfase 2 Schema 3: Alarmfase 3 Schema 4: Alarmfase 4 Schema 5: Alarmfase 5 Tabel 2: Samenstelling beleidsteams en operationele teams Locatie Gemeentelijk Coördinatiecentrum (GCC) Regionaal Coördinatiecentrum (RCC) Rampterrein/plaats incident Discipline GBT kernbezetting RBT ROT Kernbezetting ROT CORT CTPI Gemeente Burgemeester Coördinerend Burgemeester Regionale brand-weer; ev.Politie of GHOR Operationeel leider Operationeel leider Commandant Rampterrein Gemeente Gemeente-secretaris Coördinerend Gemeente-secretaris Staffunctionaris Gemeent.diensten Brandweer Gemeentelijk Commandant of Regionaal Commandant van dienst Regionaal Commandant/ Reg. Cdt. van dienst Staffunctionaris brandweer Staffunctionaris brandweer Brandweerofficier Officier van dienst Politie Afdelingschef/ Districtschef Districtschef/ Korpschef Algemeen commandant Algemeen commandant Chef operatiën Chef van dienst SMH/GHOR Regionaal Geneeskundig Functionaris (RGF) Regionaal Geneeskundig Functionaris (RGF) Hoofd sectie GHOR Hoofd sectie GHOR Commandant van dienst GHOR Officier van dienst geneeskundig Gemeente Voorlichter Coördinerend voorlichter Staffunctionaris voorlichting Voorlichter Gemeente Ambtenaar Rampenbestrijding Coördinerend ambtenaar rampenbestrijding Regionale brandweer Regionaal officier gevaarlijke stoffen Openbaar Ministerie (Hoofd-)Officier van Justitie Staffunctionaris OM Overige deskundigen Staffunctionaris gemeentelijke zaken Staffunctionaris gemeentelijke zaken Dijkgraaf Staffunctionaris Waterschap PROCESSEN Inleiding De verantwoordelijkheid voor de nadere voorbereiding op een proces is in beginsel gelegd bij de instantie, dienst of functionaris die in de staande organisatie reeds de verantwoordelijke is voor de voor dat proces van belang zijnde werkzaamheden. Voor elk proces wordt door de materiedeskundigen een deelplan opgesteld en dat deelplan wordt, zo nodig, verder uitgewerkt in activiteitenschema’s in de vorm van draaiboeken. In deel B zijn de deelplannen opgenomen. Relaties tussen processen en hulpverlenende diensten/organisaties Hieronder volgt een tabel, waarin de organisaties zijn aangegeven die verantwoordelijk zijn voor de voorbereiding en beschrijving van een proces. Bij de uitvoering van de processen en het aanleveren van gegevens zijn meestal meerdere organisaties in meer of mindere mate betrokken. Hierbij kan aangetekend worden, dat voor de processen 30 en 31 de operationele uitvoering ligt bij alle betrokken gemeenten, maar bij incidenten van meer dan plaatselijke betekenis is de coördinerend burgemeester (zie hiervoor hoofdstuk 4) verantwoordelijk voor de verslaglegging en evaluatie van de door hem geleide activiteiten. Uiteraard blijven de afzonderlijke burgemeesters zelf verantwoordelijk voor een goede afhandeling van deze processen in de eigen gemeente Proces nr. Naam GEM GHOR BRW MK NHN POL 0 Beeldvorming, oordeels- en besluitvorming V 1 Alarmering van bestuur en uitvoerenden V 2 Bron-/ effectbestrijding V 3 Voorlichting V 4 Waarschuwen van de bevolking V 5 Ontruimen en evacueren V 6 Afzetten en afschermen V 7 Verkeer regelen V 8 Handhaven van de rechtsorde V 9 Ontsmetten van mens en dier V 10 Ontsmetten van voertuigen en infrastructuur V 11 Inzamelen van besmette waren V 12 Preventieve Volksgezondheid en medisch-hygiënische maatregelen verzorgen V 13 Geneesk. Hulpverleningsketen opbouwen V 14 Opvangen en verzorgen V 15 Registreren van slachtoffers V 16 Identificeren van slachtoffers V 17 Uitvaartverzorging V 18 Waarnemen en meten V 19 Begidsen V 20 Toegankelijk, begaanbaar maken en opruimen V 21 Verzorging en logistiek RB –potentieel V 22 Voorzien in primaire levensbehoeften V 23 Strafrechtelijk onderzoek V 24 Psychosociale hulpverlening V 25 Schade-afhandeling V 26 Operationeel basisplan opstellen V 27 Verbindingen opbouwen en onderhouden V 28 Milieu bewaken V 29 Nazorg verlenen V 30 Verslaglegging en rapportage V 31 Evalueren V VASTSTELLING, UITWERKING, WIJZIGING EN BEHEER Inleiding Op grond van artkel 3 van de Wet rampen en zware ongevallen stelt de gemeenteraad het rampenplan vast. In het plan kan worden bepaald dat burgemeester en wethouders volgens in het plan aan te geven regels het plan moeten uitwerken of binnen daarbij te bepalen grenzen het plan kunnen wijzigen. Uitwerking De in hoofdstuk 5 genoemde processen zijn in deel B verder uitgewerkt in de vorm van deelplannen. Elk deelplan bestaat tenminste uit een opsomming van het doel, de procesverantwoordelijke, de belangrijkste taken en de terzake van belang zijnde activiteiten. De deelplannen vormen de basis voor de afstemming van de tot de processen behorende activiteiten tussen de terzake betrokken diensten. Die afstemming wordt zoveel mogelijk gebaseerd op de taken en verantwoordelijkheden vanuit de dagelijkse praktijk. De deelplannen worden vastgesteld door de gemeenteraad. Deelplannen worden verder uitgewerkt in draaiboeken. Deze zijn specifiek gericht op uitvoerende diensten, zowel bij de gemeenten als bij de operationele organisaties, en bevatten de gedetailleerde uitwerking van de in de deelplannen aangegeven activiteiten ten behoeve van de uitvoering door de desbetreffende disciplines. Elk draaiboek bevat in ieder geval een opsomming van de organisatie, alarmering en opkomst, functie-instructie, logistiek en verantwoordelijke voor de inhoud en uitvoering van het draaiboek. Per proces/deelplan kunnen meerdere draaiboeken worden opgesteld. Voor het voorbereiden en uitvoeren van een of meer draaiboeken wordt een diensthoofd aangewezen die de procesverantwoordelijkheid draagt, onverminderd de functionele verantwoordelijkheid van andere diensten die aan het draaiboek een bijdrage leveren. Draaiboeken worden vastgesteld door burgemeester en wethouders. Wijziging Een belangrijk uitgangspunt is dat het rampenplan altijd actueel blijft en kan worden aangepast aan feitelijke omstandigheden en wetswijzigingen. In verband hiermee wordt bepaald dat: wijzigingen in het algemeen deel en de deelplannen, die verband houden met de redactie en wetswijzigingen, door burgemeester en wethouders kunnen worden vastgesteld, voorzover de inhoud van het plan niet wezenlijk wordt veranderd; wijzigingen in draaiboeken door burgemeester en wethouders worden vastgesteld; mutaties in bijlagen m.b.t. personen, adressen, telefoonnummers, etc., altijd kunnen worden uitgevoerd door degene, die (ambtelijk) verantwoordelijk is voor de uitvoering van het desbetreffende document. Om te waarborgen dat het rampenplan niet veroudert dient het rampenplan elke vijf jaar opnieuw aan de raad ter vaststelling te worden aangeboden. Deelplannen en draaiboeken dienen eveneens elke vijf jaar opnieuw te worden vastgesteld. Afstemming Het rampenplan en met name de deelplannen en draaiboeken dienen te worden afgestemd met alle disciplines, die bij de uitvoering daarvan zijn betrokken. Een dergelijke afstemming dient ook plaats te vinden met de plannen van naburige gemeenten en regio’s. Doel daarvan is een goede coördinatie van de rampenbestrijding en de mogelijkheid voor gemeenten om elkaar bij rampen of zware ongevallen bijstand te kunnen verlenen, zowel in organisatorische zin als op het gebied van faciliteiten en voorzieningen. Beheer Om het rampenplan actueel te houden, zijn goede afspraken nodig met betrekking tot het onderhoud en beheer van het rampenplan. Organisaties en organisatieonderdelen zijn dynamisch en gegevens veranderen van tijd tot tijd. Bij mutaties wordt gebruik gemaakt van de paragraaf “Aanvullingen en wijzigingen” die standaard voor elk deel is opgenomen. In deze paragraaf kunnen de wijzigingen worden weergegeven (het betreffende onderwerp, het verwijderen en/of toevoegen van pagina’s). Voorts biedt dit blad de mogelijkheid tot verificatie middels de naam, datum en paraaf van degene die de mutaties heeft doorgevoerd. Elke mutatie, die plaats vindt dient te geschieden middels de paragraaf “Aanvullingen en wijzigingen” en verzonden te worden aan de organisaties en instanties die opgenomen zijn in de Verzendlijst van het desbetreffende document. Voorts dient de paragraaf documenthistorie te worden ingevuld i.v.m. het kunnen controleren van de laatste versie/datum van aanpassing en/of wijziging. Distributie Voor elk deel is een verzendlijst opgenomen. Bij elke wijziging dienen de gewijzigde pagina’s gestuurd worden naar de in de verzendlijst opgenomen organisaties, diensten of personen. Periodiek wordt een nieuwe versie van het rampenplan naar de Provincie gestuurd. Openbaarheid van het rampenplan Het gemeentelijk rampenplan en de daarvan deel uitmakende deelplannen en draaiboeken zijn openbaar met uitzondering van de daarin opgenomen persoonlijke gegevens van betrokkenen (waaronder adressen- en telefoonlijsten). Vaststelling Dit rampenplan is vastgesteld door de gemeenteraad van Hoorn op 14 mei 2002. Bijlage 1:Afkortingen BRW = Brandweer BZK = (Ministerie van) Binnenlandse Zaken en Koninkrijkszaken CdK = Commissaris van de Koningin CoRT = Commando Rampterrein CPA = Centrale Post Ambulancevervoer CTPI = Coördinatieteam Plaats Incident EHBO = Eerste Hulp Bij Ongelukken GAC = Gemeentelijk Actie Centrum GBT = Gemeentelijk Beleidsteam GBTk = Gemeentelijk Beleidsteam, kernbezetting GCC = Gemeentelijk Coördinatie Centrum GEM = Gemeente GGD = Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst GHOR = Geneeskundige Hulpverlening bij (zware) Ongevallen en Rampen MK = Meldkamer NCC = Nationaal Coördinatie Centrum NHN = Noord-Holland Noord OBP = Operationeel BasisPlan OL = Operationeel Leider OM = Openbaar Ministerie OT = Operationeel Team PCC = Provinciaal Coördinatie Centrum POL = Politie RAC = Regionaal Actie Centrum RB = Rampenbestrijding RBT = Regionaal Beleidsteam RCC = Regionaal Coördinatie Centrum RGF = Regionaal Geneeskundig Functionaris ROL = Regionaal Operationeel Leider ROT = Regionaal Operationeel Team ROTk = Regionaal Operationeel Team, kernbezetting SIGMA = Snel Inzetbare Groep ter Medische Assistentie SMH = Spoedeisende Medische Hulpverlening Bijlage 2:Begrippen Actiecentrum De plaats van waaruit een dienst of organisatie de eigen bijdrage aan de rampenbestrijding regelt. Ambulancebijstandsplan Een plan waaruit blijkt hoe, waar en binnen hoeveel tijd ambulancebijstand te verkrijgen is. Ambulancestation De plaats in het rampterrein waar het gewondenvervoer naar ziekenhuizen wordt geregeld. Behandelcentrum Een plaats waar lichtgewonde slachtoffers van een ongeval/ramp, die niet in een ziekenhuis behoeven te worden opgenomen, worden bijeengebracht voor medische behandeling. Besmetting De situatie, waarin de bevolking of haar omgeving is getroffen door een infectieziekte, een besmettelijke ziekte of een epidemie, alsook de neerslag en/of absorptie van radio-actief materiaal, biologische of chemische (strijd)middelen of andere (industriële) chemische producten op en door personen, dieren, gebouwen, terreinen, materieel en voedingsmiddelen, waaronder drinkwater. Bijstand Aanvullend potentieel van buiten de eigen dienst, aangevraagd door het bevoegd gezag. Binnengrens-rampterrein Begrenzing van het hulpverleningsgebied, alleen toegankelijk voor bij de rampenbestrijding betrokken diensten. Buitengewone omstandigheden Oorlog, oorlogsgevaar of een ramp in vredestijd van zodanige omvang dat voor de bestrijding van de ramp de normale bevoegdheden niet toereikend zijn. Buitengrens-rampterrein De uiterste begrenzing van het rampterrein waarbinnen de commandant rampterrein zijn bevoegdheden uitoefent. Centraal Registratiebureau Afhandeling Schade Een taakgroep van schaderegistratoren die zich door actief en passief informatie vergaren richt op het op een centrale plaats verkrijgen van een totaaloverzicht van ontstane schade. Centraal Registratie- en Informatiebureau Het bureau dat gegevens verzamelt omtrent doden, gewonden, vermisten en verplaatste personen, deze gegevens registreert en op aanwijzingen van het bevoegd gezag aan belanghebbenden verstrekt. Centrale Post Ambulancevervoer Organisatie belast met de coördinatie van het ambulancevervoer binnen een bepaald gebied op grond van de Wet Ambulancevervoer. Chapelle Ardente De plaats waar de overleden slachtoffers van een ramp worden opgebaard (rouwkapel). Commandant Rampterrein De commandant die, onder het opperbevel van de burgemeester(

  1. s)in het rampterrein leiding geeft aan eenheden. Commando Rampterrein Het team ter plaatse van een zwaar ongeval c.q. een ramp bestaande uit leidinggevende functionarissen van de operationele diensten. Coordinatieteam Plaats Incident Het team ter plaatse van een zwaar ongeval c.q. een ramp bestaande uit leidinggevende functionarissen van de operationele diensten wat vooraf gaat aan een Commando Rampterrein. Coordinerend Burgemeester De burgemeester die namens haar/zijn collega's belast is met de aansturing van de met de operationele leiding belaste functionaris. Mobiel Medisch Team Een team, bestaande uit een chirurg of anesthesioloog en een verpleegkundige, dat primair wordt ingezet bij gecompliceerde ongevallen, waarbij slachtoffers pas na enige tijd naar het ziekenhuis kunnen worden afgevoerd. Driehoeksoverleg Het overleg tussen de burgemeester, de officier van justitie en het plaatselijke hoofd van de politie, dat gericht is op beleidsafstemming in het kader van de openbare orde en veiligheid. Eerste hulpcapaciteit Het aantal gewonden aan wie per uur de benodigde eerste hulp kan worden verleend, inclusief het vervoersgereed maken. Evacuatie Het op last van de overheid verplaatsen van groepen personen, ten einde de mogelijke schadelijke gevolgen van een ramp of een zwaar ongeval (of de dreiging daarvan) zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Onder evacuatie wordt tevens begrepen: registratie, vervoer(begeleiding), opneming, verzorging en terugkeer van deze groepen, de voorbereiding daarvan en de nazorg. Gemeentelijk Beleidsteam Beleidsadviserend team waarbinnen, ten tijde van een ramp of een zwaar ongeval in één gemeente, onder voorzitterschap van de burgemeester, beleidsvoorbereiding en beleidscoördinatie plaatsvindt. Gemeentelijk coordinatiecentrum De plaats waar de burgemeester, alsmede het Gemeentelijk Beleidsteam, inclusief de Operationeel Leider, zijn ondergebracht. Geneeskundige combinatie Een samenwerkingsverband van twee ambulanceverpleegkundigen, een traumateam en een SIGMA-team. De geneeskundige combinatie vormt een organisatorische eenheid onder eenhoofdige leiding van een toegevoegd Officier van Dienst Geneeskundig (OvDG). Geneeskundige hulpverleningsketen De keten van samenhangende en georganiseerde medische en paramedische handelingen, vanaf het opsporen van de gewonden, eerste hulp, transport, tot het moment dat verdere behandeling in een ziekenhuis niet meer nodig is. Gewondenkaart Een kaart, die zo mogelijk reeds vanaf de vindplaats / het gewondennest wordt ingevuld, met als doel vast te leggen welke prioriteit aan het slachtoffer is gegeven en welke medische handelingen zijn verricht. De kaart blijft bij het slachtoffer en is tevens van belang voor de identificatie. Gewondennest Een eerste verzamelpunt van gewonde slachtoffers in het rampterrein, buiten de gevarenzone. Gewondenspreidingsplan Een plan waarin de spreiding van een groot aantal gewonden over ziekenhuizen wordt voorbereid en waarin wordt uitgegaan van de medische behandelcapaciteit van de betrokken ziekenhuizen. Hulpverleningsgebied Dat deel van het rampterrein waarop de hulpverlening zich concentreert, omdat daar sprake is van een waarneembare of te verwachten schade aan de gezondheid van grote aantallen personen of aan grote materiële belangen. Intramurale inrichtingen In het kader van de ziekenhuisorganisatie uitsluitend algemene en academische ziekenhuizen, somatische en gecombineerde verpleeghuizen, revalidatiecentra, zogenaamde 'ziekenhuisannexen' en noodbeddencentra. Dat zijn gebouwen die uit vordering worden verkregen. Inzetvak Het aangewezen gedeelte van het rampterrein, waarin een daarvoor bestemde rampbestrijdingseenheid zijn opdracht uitvoert. Klasse I t/m klasse V-goederen Logistieke indeling van soorten goederen: levensmiddelen uitrusting, gebruiksmiddelen benzine, olie en smeermiddelen uitrusting in tijdelijke bruikleen genees- en verbandmiddelen, blusmiddelen. Leider meetplanorganisatie Degene die na het opstarten van het regionale gasmeetplan de omvang van het gevaarsgebied inschat, meetploegen inzet en de meetresultaten interpreteert. Zie ook Waarschuwings- en verkenningsdienst. Logboek Een losbladig boek, waarin per actiecentrum op chronologische volgorde alle inkomende en uitgaande berichten en voorvallen/beslissingen worden vastgelegd. Logistiek De verwerving, opslag, beheer, onderhoud en de uitgifte van klasse I t/m V-goederen. Alle voorbereidingen en handelingen die nodig zijn om het potentieel voor de bestrijding van ongevallen en rampen zo doeltreffend mogelijk in te zetten en te bevoorraden. Mandaat Overdragen van bevoegdheden aan een ander orgaan, dat deze bevoegdheid op eigen gezag, maar onder verantwoordelijkheid van de mandator, uitoefent. Medische behandelcapaciteit Het aantal gewonden van urgentieklasse I en II, dat per uur volgens de geldende medische inzichten in een ziekenhuis kan worden behandeld. Commandant van Dienst Geneeskundig Een functionaris van/namens de geneeskundige diensten die belast is met de coördinatie van de geneeskundige hulpverlening op de plaats van het incident/rampterrein. Medische transportcapaciteit Het aantal gewonden dat per uur op geschikte wijze kan worden vervoerd. Meetpunt In coördinaten vastgelegd punt/plaats waar de meetploeg van de Waarschuwings- en Verkenningsdienst zijn metingen uitvoert. Morgue/mortuarium De plaats buiten het rampterrein waarheen de stoffelijke resten van slachtoffers worden overgebracht ter identificatie, lijkschouwing en kisting. Nationaal Coordinatiecentrum Plaats van afstemming van de bestuurlijke informatievoorziening en de noodzakelijke bijstand van o.a. politie en brandweer bij (dreigende) verstoringen van openbare orde en /of veiligheid. Het Nationaal Coördinatie Centrum zetelt in het ministerie van Binnenlandse Zaken en is 24 uur per dag bereikbaar. Noodverordening Op grond van artikel 176 Gemeentewet door de burgemeester gegeven algemeen verbindende voorschriften, die nodig zijn ter handhaving van de openbare orde of ter beperking van gevaar. Officier van Dienst Geneeskundig Een functionaris van/namens de geneeskundige diensten die belast is met de uitvoeringscoördinatie van de geneeskundige hulpverlening op de plaats van het incident/rampterrein. Ondersteuning Het geheel van secretariële, logistieke en verbindingstechnische voorzieningen, dat ten doel heeft een (Gemeentelijk of Regionaal) Beleidsteam, alsmede een Regionaal Operationeel Team te laten functioneren. Ondersteuningsgebied Het deel van het rampterrein dat nodig is om het optreden in het hulpverleningsgebied mogelijk te maken. Ontruiming Het, op advies van de parate diensten, voor korte duur verlaten van de verblijfplaats, ten einde de mogelijke schadelijke gevolgen van een ramp of een zwaar ongeval (of de dreiging daarvan) voor de betrokkenen zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Operationeel basisplan Een geordende verzameling operationele gegevens van alle bij de rampenbestrijding betrokken diensten en organisaties in een gemeente, dan wel regio. Operationeel Leider De functionaris die door het bevoegd gezag is aangewezen om de operationele leiding uit te oefenen. Hij adviseert de (coördinerend) burgemeester over operationele aangelegenheden. Beleidsbeslissingen vertaalt hij binnen het Regionaal Operationeel Team in operationele opdrachten en hij coördineert de uitvoering daarvan. Operationele leiding De bevoegdheid tot het in opdracht van de burgemeester geven van bindende aanwijzingen aan commandanten/hoofden van de bij de rampbestrijding samenwerkende zelfstandige diensten, zonder daarbij te treden in de bevoegdheden van de commandanten/hoofden van de diensten aangaande de wijze van uitvoeren van taken. Opperbevel Duidt op twee samenhangende noties: enerzijds de politieke en bestuurlijke verantwoordelijkheid, anderzijds de zeggenschap over ieder die aan de (ramp)bestrijding deelneemt, zulks in het bijzonder met het oog op een goede coördinatie. Opvangcentrum De plaats waar niet-gewonde en (behandelde) lichtgewonden worden ondergebracht in afwachting van de mogelijkheid tot terugkeer naar de eigen woongelegenheid of onderbrenging elders. Perscentrum De plaats waar onder verantwoordelijkheid van het bevoegde gezag informatie wordt verstrekt aan de publiciteitsmedia. Proces Een combinatie of aaneenschakeling van hulpverlenings- en/of rampbestrijdingsactiviteiten, die naar aard en intensiteit afhankelijk zijn van het ramptype. Procesverantwoordelijkheid De verantwoordelijkheid van een diensthoofd/commandant voor de door zijn dienst/organisatie voor te bereiden en uit te voeren hulpverlenings- of rampbestrijdingsactiviteiten c.q. taken. Provinciaal Coordinatiecentrum De plaats waar de Commissaris van de Koningin en zijn provinciale rampenstaf zijn gezeteld. Provinciale Rampenstaf Het door de Commissaris van de Koningin samengestelde orgaan dat hem bijstaat bij zijn coördinerende en bijstand regelende taak in de rampenbestrijding. Ramp Een gebeurtenis waardoor een ernstige verstoring van de algemene veiligheid is ontstaan, waarbij het leven en de gezondheid van vele personen dan wel grote materiële belangen in ernstige mate worden bedreigd of zijn geschaad en waarbij een gecoördineerde inzet van diensten en organisaties van verschillende disciplines is vereist om de dreiging weg te nemen of de schadelijke gevolgen te beperken. Rampbestrijdingsplan Het samenstel van maatregelen dat voorbereid is voor het geval zich een ramp of zwaar ongeval voordoet die naar plaats, aard en gevolgen voorzienbaar is. (Met "plaats" wordt niet slechts één gebied bedoeld, maar ook een object of een traject (spoorweg, weg). Rampen Identificatieteam Eenheid van de politie met als taak het verlenen van bijstand bij de berging en identificatie van slachtoffers van een ramp. Rampenplan Een organisatieplan waarin in algemene zin is aangegeven hoe in geval van een ramp of een dreigende ramp gehandeld dient te worden ten einde tot een doelmatig bestrijden van de ramp en de gevolgen daarvan te komen. Rampgebied Deel van het Nederlands grondgebied waarvoor buitengewone omstandigheden in de zin van de Wet rampen en zware ongevallen zijn afgekondigd. Rampterrein Het door de opperbevelhebber aangewezen gedeelte van een gemeente waarbinnen bijzondere regimes gelden ten aanzien van de handhaving en het herstel van openbare veiligheid en openbare orde. Ramptypen Beschrijving van gebeurtenissen en factoren die leiden tot een herkenbare soort ramp. Reddingscapaciteit Het aantal gewonden dat per uur kan worden bevrijd/geborgen. Regionaal Beleidsteam Een team van adviseurs dat bij een ramp die meer dan één gemeente treft ter beschikking staat van de coördinerend burgemeester. De leden van het team adviseren de coördinerend burgemeester op grond van hun deskundigheid ten aanzien van besluitvorming, beleidsbepaling en beleidscoördinatie. Regionaal Coordinatiecentrum De plaats van waaruit het Regionaal Operationeel Team opereert, alsmede de plaats waar de Coördinerende Burgemeester en het Regionaal Beleidsteam, inclusief de Operationeel Leider, zijn ondergebracht (bij gemeentegrensoverschrijdende incidenten). Regionaal deskundige Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen Deskundige van de Regionale Brandweer op het gebied van het optreden bij aanwezigheid van gevaarlijke stoffen. Regionaal Gasmeetplan Voorbereid plan voor het uitvoeren van metingen door meetploegen van de Waarschuwings- en Verkenningsdienst van de brandweer. De uitvoering vindt plaats onder leiding van de WVD-deskundige/Leider Meetplanorganisatie. Regionaal Geneeskundig Functionaris De functionaris die ambtelijk en operationeel leiding geeft aan en verantwoordelijk is voor de coördinatie en samenhang binnen de GHOR-keten. Regionaal Officier Gevaarlijke Stoffen Zie Regionaal deskundige Ongevalsbestrijding Gevaarlijke Stoffen. Regionaal Operationeel Team Een team van vertegenwoordigers van de betrokken diensten/organisaties dat onder leiding van de Operationeel Leider, dan wel zijn plaatsvervanger, een gecoördineerde uitvoering van de rampbestrijding bevordert. Traumateam Een team dat in staat is op de plaats incident (buiten een ziekenhuis) triage uit te voeren en hoogwaardige specialistische hulp te verlenen. Dit team bestaat uit een chirurg of anesthesioloog en twee verpleegkundigen. Triage Het classificeren van gewonden naar de ernst van de opgelopen letsels. Deze classificatie resulteert in een aantal urgentieklassen voor behandeling. Uitgangsstelling De plaats waar het bij de rampenbestrijding in te zetten potentieel wordt samengetrokken, van waaruit het wordt ingezet en waarheen het na de werkzaamheden terugkeert. Urgentieklassen De medische behandelurgentie van bepaalde gewonden als resultaat van triage. De classificatie geschiedt aan de hand van de toestand van de Ademhaling (A), het Bewustzijn (B) en de Circulatie (C). De urgentieklassen zijn: Urgentieklasse 1 (A, B, C-instabiele slachtoffers): Gewonden wier leven onmiddellijk wordt bedreigd door een obstructie van deademwegen/of door stoornissen van de ademhaling en/of circulatie. Urgentieklasse 2 (A, B, C-stabiele slachtoffers te behandelen binnen 6 uur): Gewonden wier leven na enkele uren wordt bedreigd door een obstructie van de ademwegen, stoornissen van de ademhaling en/of circulatie of die gevaar lopen op ernstige infecties of invaliditeit, wanneer zij niet binnen 6 uur na oplopen van het letsel behandeld worden. Urgentieklasse 3 (A, B, C-stabiele slachtoffers): Gewonden die niet bedreigd worden door een ademwegenobstructie, stoornissen van de ademhaling en/of circulatie, ernstige infectie of invaliditeit. Urgentieklasse 4 (A, B, C-instabiele slachtoffers): Gewonden, waarbij onder de gegeven omstandigheden de ademweg niet kan worden vrijgemaakt en vrijgehouden, de ademhaling niet kan worden vrijgesteld, bloedingen niet tot staan kunnen worden gebracht en shock niet toereikend kan worden bestreden. Deze urgentieklasse kan in principe alleen onder oorlogsomstandigheden worden gehanteerd. Veiligheidszone Een gebied rond het rampterrein dat de politie in staat stelt het rampterrein af te zetten / af te schermen. Verkeerscirculatieplan Het document waarin het gebruik van wegen binnen een bepaald gebied wordt geregeld. Het plan bevat onder meer gegevens over wegen en bruggen, voorgeschreven routes, circulatie en kritieke punten. Het plan wordt voor zover nodig uitgegeven als bijlage bij een operationele opdracht. Verzamelplaats gewonden Een plaats waar gewonden bijeengebracht worden, waar door georganiseerde hulpverleners een voortgezette triage plaatsvindt ten behoeve van het bepalen van de behandel- en vervoersurgentie, waar levensreddende en stabiliserende behandelingen worden verricht en waar zij gereed gemaakt worden voor verder vervoer naar een ziekenhuis. Waarschuwings- en verkenningsdienst Technische eenheid van de Regionale Brandweer Noord-Holland Noord voor het doen van waarnemingen bij nucleaire en chemische ongevallen, het verzamelen van meetgegevens en het afbakenen van besmette gebieden. Toelichting: deze dienst kent de volgende onderdelen en plannen: de Waarschuwings- en Verkenningsdienst deskundige of Leider Meetplanorganisatie, die de leiding heeft bij het meetplan; een aantal meetploegen; een aantal vaste meetposten van het landelijk meetnet nucleaire incidenten; een regionaal deskundige ongevalsbestrijding gevaarlijke stoffen; een regionaal gasmeetplan; een plan voor waarschuwen en alarmering van de bevolking. Ziekenautostation Zie Ambulancestation Bijlage3:Referenties Proces nr Naam Referentie 0 Beeldvorming, oordeels- en besluitvorming 1 Alarmering van bestuur en uitvoerenden Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub e. 2 Bron-/ effectbestrijding Brandweerwet 1985. 3 Voorlichting Wet rampen en zware ongevallen, artikelen 2a en 11a. 4 Waarschuwen van de bevolking Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub f Brandweerwet 1985, artikel 3, lid 2. 5 Ontruimen en evacueren Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub g; noodverordeningen. 6 Afzetten en afschermen Politiewet 1993. 7 Verkeer regelen Politiewet 1993. 8 Handhaven van de rechtsorde Politiewet 1993. 9 Ontsmetten van mens en dier Brandweerwet 1985, artikel 3, lid 2. 10 Ontsmetten van voertuigen en infrastructuur Brandweerwet 1985, artikel 3, lid 2. 11 Inzamelen van besmette waren 12 Preventieve Volksgezondheid en medisch-hygiënische maatregelen verzorgen 13 Geneesk. Hulpverleningsketen opbouwen Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub.h Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen Wet ambulancevervoer 14 Opvangen en verzorgen Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub i 15 Registreren van slachtoffers Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub n. 16 Identificeren van slachtoffers Politiewet 1993. 17 Uitvaartverzorging Wet op de lijkbezorging. 18 Waarnemen en meten Brandweerwet 1985, artikel 3, lid 2. 19 Begidsen Politiewet 1993. 20 Toegankelijk, begaanbaar maken en opruimen Brandweerwet 1985. 21 Verzorging en logistiek RB –potentieel Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub k. 22 Voorzien in primaire levensbehoeften Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub j. 23 Strafrechtelijk onderzoek Politiewet 1993. 24 Psychosociale hulpverlening Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub i. 25 Schade-afhandeling Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub m. 26 Operationeel basisplan opstellen 27 Verbindingen opbouwen en onderhouden Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub e. 28 Milieu bewaken Wet Milieubeheer Wet Bodembescherming Wet verontreiniging oppervlaktewateren. 29 Nazorg verlenen 30 Verslaglegging en rapportage Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub o. 31 Evalueren B. DEELPLANNEN behoort bij Raadsbesluit d.d. 14 mei 2002. Inleiding In dit deel van het Rampenplan worden de processen behandeld. Elk deelplan behandelt een proces. De nummering van de deelplannen sluit aan bij de nummering van de processen zoals gebruikt in deel A, hoofdstuk 5. Uitgangspunten Het belangrijkste uitgangspunt van de deelplannen is het realiseren van de noodzakelijke dwars-verbanden tussen de disciplines die (mogelijk) bij de hulpverlening worden betrokken. Hierbij staan de normale taken en verantwoordelijkheden van de deelnemende disciplines voorop. De deelplannen zijn beschrijvingen van processen. Onder een proces wordt in dit verband verstaan een combinatie van samenhangende activiteiten, die naar aard en intensiteit afhankelijk kunnen zijn van het soort incident/calamiteit/ramp of zwaar ongeval. Essentieel is dat de aan een proces verbonden activiteiten door meer dan één dienst worden verricht. De horizontale afstemming binnen een activiteit, ofwel het coördineren van de bijdragen die tot de activiteit behoren, wordt opgedragen aan de discipline die vanuit de dagelijkse hulpverleningspraktijk hiermede het meest bemoeienis heeft. Voor het totaal aan activiteiten, dus het gehele proces, wordt een procesverantwoordelijke discipline aangewezen. Ook hierbij is aansluiting gezocht bij de verantwoordelijkheden die de disciplines onder normale omstandigheden (wederom de dagelijkse praktijk) hebben. Een belangrijk gevolg hiervan is, dat de disciplines zoveel mogelijk "normaal" kunnen functioneren, hetgeen een belangrijk voordeel betekent bij de vele onzekerheden die een calamiteit met zich mee kan brengen. De deelplannen bevatten om deze reden een uitvoeringsschema en/of een activiteitenschema waarin zowel de op het proces betrekking hebbende activiteiten als de taakverdeling zijn weergegeven. De activiteitenschema's zijn niet limitatief; afhankelijk van de aard en omvang van het incident/de calamiteit kunnen andere activiteiten mogelijk aan de orde komen. Deze kunnen in het verlengde van de in het proces neergelegde verantwoordelijkheden worden afgehandeld. In dit regionale model zijn de kolommen voor de actoren beperkt, t.w. de Brandweer, de Politie , de GHOR en de Gemeente. Elke van deze diensten/organisatie kan in de voor zijn resp. haar relevante kolom een nadere onderverdeling maken waarin onderdelen van die dienst/organisatie, die bij het proces zijn betrokken, kunnen worden aangewezen als verantwoordelijke voor de uitvoering. De interne opbouw van de gemeentelijke organisatie en de naamgeving van de diverse onderdelen (sectoren, afdelingen, etc.) is immers per gemeente verschillend. De in de processen toegewezen bevoegdheden worden uitgeoefend binnen de door de burgemeester te stellen grenzen. De uitvoerenden vallen te allen tijde onder het opperbevel van de burgemeester (Gemeentewet: artikel 175; Wet rampen en zware ongevallen, artikel 11, lid 1). Een ander belangrijk uitgangspunt heeft betrekking op de opschaling van de hulpverleningsorganisatie. Duidelijk zal zijn dat ten tijde van een (dreigend) incident/calamiteit snelle besluitvorming en samenwerking tussen de hulpverleningsdiensten nodig zijn. Het is daarom van essentieel belang dat de uitvoerenden formeel over de bevoegdheden beschikken om de genoemde verantwoordelijkheden daadwerkelijk invulling te geven (uitvoeringsmandaat). Na de melding van een incident/calamiteit zal geruime tijd verstreken zijn alvorens men tot de conclusie komt of er sprake is van een ramp in de zin van artikel 1 van de Wet rampen en zware ongevallen. Onmiddellijk na het plaatsvinden van een incident/calamiteit wordt de hulpverlening, conform het opschalingsprincipe, geëffectueerd. Hierbij zullen met name de aard en omvang van het incident/de calamiteit de behoefte aan hulpverleningspotentieel bepalen. Het is van belang in een zo vroeg mogelijk stadium de hulpverleningsactiviteiten van de disciplines op elkaar af te stemmen en gecoördineerd te doen verlopen. Het is de discipline, waarbij het zwaartepunt van de hulpverlening ligt, die - zodra deze van oordeel is dat de bron- en effectbestrijding van het incident, coördinatie c.q. afstemming van de hulpverleningsactiviteiten noodzakelijk maakt - onmiddellijk dient te besluiten tot het instellen van een Coördinatie-Team Plaats Incident. In het CTPI dienen in elk geval zitting te nemen leidinggevende functionarissen van de bij de hulpverlening betrokken organisaties (inclusief de gemeente). Op deze wijze kan optimaal invulling worden gegeven aan de taken en verantwoordelijkheden die uit de deelplannen voortvloeien. Het is uiteraard van belang dat de betrokken organisaties in de preparatieve fase maatregelen nemen, opdat ten tijde van een incident/calamiteit daadwerkelijk over opgeleid- en geoefend personeel kan worden beschikt. Een bereikbaarheids-/beschikbaarheidsregeling voor de CTPI-functionarissen is in dit kader een eerste vereiste. Coordinatie bijdragen De in de deelplannen opgenomen activiteitenschema's geven aan welke disciplines bijdragen aan een activiteit. Tevens is veelal aangegeven welke discipline de bijdragen, die betrekking hebben op een activiteit, coördineert. Wanneer dit laatste niet het geval is, betekent dit dat vooraf geen dienst hiertoe kan worden aangewezen, omdat de aard en omvang van het incident/de calamiteit hiervoor bepalend zijn. De voor het proces verantwoordelijke discipline zal in eerste instantie de coördinatie van deze activiteit moeten regelen. Opbouw deelplannen Elk deelplan wordt beschreven volgens een zelfde opzet. Zo wordt gekeken wie procesverantwoordelijk is, wat het doel is van het proces, wat de doelgroep is, welke aandachtspunten en welke uitvoeringsaspecten van belang zijn, met welke andere processen het genoemde proces samenhangt en welke instanties mogelijk zijn in te schakelen. In het navolgende wordt daarop kort ingegaan. Procesverant- woordelijk Bij elk proces is de daar vermelde procesverantwoordelijke dienst of organisatie de initiator, coördinator en bewaker van alle noodzakelijke voorbereiding op en van een juiste en volledige uitvoering van het proces. Deze dienst of organisatie is eindverantwoordelijk en dus aanspreekbaar voor het proces, met een verplichting tot participatie van de vermelde uitvoerenden. Uitwerking van een proces in draaiboeken door de procesverantwoordelijke gebeurt met inschakeling van en in samenwerking met de vermelde diensten/sectoren en organisaties. Doel Bij elke procesbeschrijving wordt kort aangegeven wat hiermee wordt beoogd. Bij de formulering van het doel is aansluiting gezocht bij de Handleiding Rampenbestrijding van het ministerie van binnenlandse zaken. Doelgroep Bij elke procesbeschrijving is aangewezen voor welke groepen van personen (of dieren) dit proces van toepassing is, zodat nauwkeuriger gekeken kan worden welke uitvoeringsactiviteiten van belang zijn en welke organisaties voor bijstand moeten worden ingeschakeld. Aandachtspunten Hierbij wordt kort ingegaan op enkele belangrijke punten die voortvloeienuit de aard van het proces. Uitvoering Aan de hand van de doelformulering en het bepalen van de doelgroep worden taken en activiteiten die voortvloeien uit een bepaald proces in algemene termen/beschrijvingen vermeld. De daarbij komende, al dan niet genoemde diensten en organisaties dragen zelf zorg voor verdere uitwerking van de beschreven taken onder de coördinatie van de procesverantwoordelijke dienst. Relaties met Bij elk beschreven proces wordt kort aangegeven welke andere processen tevens van belang (kunnen) zijn. Zo wordt de samenhang tussen de betreffende processen beter inzichtelijk gemaakt. Eventueel inschakelen Hierbij zijn alleen de meest voor de hand liggende organisaties vermeld. De lijst met genoemde organisaties is noch uitputtend noch wederzijds uitsluitend. Uitwerking in draaiboeken Zoals reeds gezegd, bestaat een activiteit in de regel uit bijdragen van verschillende disciplines. Om de overzichtelijkheid te bewaren is ervoor gekozen in de activiteitenschema's niet op te nemen waaruit de verschillende bijdragen bestaan. De uitwerking hiervan dient plaats te vinden in de draaiboeken, die de disciplines afzonderlijk dienen op te stellen; deze draaiboeken dienen voordat zij worden vastgesteld uiteraard op elkaar te worden afgestemd. Operationeel basisplan (OBP) Het operationeel basisplan is een geordende verzameling van gegevens van de betrokken diensten en organisaties in een gemeente en regio. Het functioneert als “moederplan” voor de rampbestrijdings-organisatie. De gegevens moeten worden aangeleverd aan de Regionale Brandweer, opdat hiermee een regionaal operationeel basisplan kan worden opgesteld. Dit is van belang wanneer een incident/ramp gemeentegrens-overschrijdend is. Afkortingen en begrippen De meest gangbare afkortingen en begrippen worden verklaard in de bijlagen 1 en 2 van deel A, het algemeen deel. Deelplannen (blz. 9 t/m 72) 0: Beeld-, oordeels- en besluitvormng Procesverantwoordelijk Brandweer Doel Het gecoördineerd starten van de voor de situatie van toepassing zijnde processen en het toekennen van een prioriteitsvolgorde. Doelgroep Leidinggevenden van eenheden, leden van het CTPI, Operationeel Team en Beleidsteam. Aandachtspunten Onmiddellijk na het plaatsvinden van een ramp/zwaar ongeval wordt de hulpverlening, conform het opschalingsprincipe, geeffectueerd. Hierbij zullen met name de aard en omvang van de calamiteit de behoefte aan hulpverleningspotentieel bepalen. Het is van belang in een zo vroeg mogelijk stadium de hulpverleningsactiviteiten van de disciplines op elkaar af te stemmen en gecoördineerd te doen verlopen. UitvoeringBepalen van de locatie en het soort incident Bepalen van de gebiedsindeling Bepalen van de infrastructuur Het inwinnen van meteogegevens Bepalen van de omvang en ontwikkeling van het incident Bepalen van de gevolgen voor de volksgezondheid en het milieu Bepalen van het coördinatieniveau Bepalen van de te activeren deelplannen Bepalen van de operationele lokaties Bepalen van de benodigde mensen en middelen Opstellen van een inzetplan Informeren van de eenheden Brandweer, politie, GHOR Brandweer, politie, GHOR Brandweer, politie, GHOR Brandweer Brandweer, politie, GHOR, gemeente Brandweer, politie, GHOR, gemeente Brandweer, politie, GHOR, gemeente Brandweer, politie, GHOR, gemeente Brandweer, politie, GHOR, gemeente Brandweer, politie, GHOR, gemeente Brandweer, politie, GHOR, gemeente Brandweer, politie, GHOR, gemeente 1a: Alarmering bestuur en uitvoerenden Procesverantwoordelijk Alle diensten –coördinatie brandweer- Referentie Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub e. Doel Het zorgdragen voor een snelle alarmering van de onmiddellijk bij de hulpverlening betrokken organisaties en personen. Doelgroep Zie checklist. Arbeidsinspectie ja/nee Nederlandse Rode Kruis ja/nee Burgemeesters/gemeente-besturen ja/nee Nederlandse Spoorwegen ja/nee Commissaris der Koningin ja/nee Openbaar Ministerie ja/nee Cultuurbescherming ja/nee Provincie (Waterstaat, Milieu, Vervoer) ja/nee Dranghekken ja/nee Pijpleidingen ja/nee Drinkwatervoorziening ja/nee Radioactieve stoffen ja/nee EHBO/Oranjekruis ja/nee Reddingshonden ja/nee Elektriciteitsvoorziening ja/nee Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu ja/nee Evacuatie van personen ja/nee Rijkswaterstaat ja/nee Explosieven Opruimings Dienst ja/nee Scheepsongevallen ja/nee Gasvoorziening ja/nee Verbindingen (PTT) ja/nee Inspectie Gezondheidsbescherming ja/nee Verkeer/vervoer ja/nee Inspecties Volksgezondheid ja/nee Verzorging van dieren ja/nee Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut ja/nee Vliegtuigrampen (burger) ja/nee Kruisverenigingen ja/nee Vliegtuigrampen (militair) ja/nee Landelijk Coördinatiecentrum ja/nee Voedselvoorziening ja/nee Leger des Heils ja/nee Voorlichting/alarmering bevolking ja/nee Luchtverontreiniging ja/nee Water- en Hoogheemraadschappen ja/nee Milieuverontreiniging ja/nee Waterwingebieden ja/nee Militaire bijstand ja/nee Wegenwacht ja/nee UitvoeringAlarmeringsadres Alarmering van de burgemeester Interne alarmering (gemeente) Interne alarmering (eigen eenheden) Alarmering overige overheden Coördinatie alarmering van derden Alarmering intrekken Evaluatie alarmering bestuur en uitvoerenden Brandweer/Politie Brandweer/Politie Gemeente/Brandweer Politie/Brandweer/CPA Gemeenten Brandweer Gemeente/Brandweer/GHOR Brandweer Relaties met De uitvoering met de overige processen staat of valt met een juiste en tijdige alarmering. Een specifieke relatie ligt er naar de vraag of de bevolking ook onmiddellijk dient te worden gealarmeerd (proces 4) en in het verlengde daarvan, welke informatie de bevolking en pers verstrekt dienen te worden (proces 3).De alarmering heeft tot gevolg dat de noodzakelijke verbindingen (proces 26) zo snel mogelijk tot stand dienen te worden gebracht volgens de geldende richtlijnen.Schematisch kan de alarmering als volgt worden weergegeven: Aandachtspunten De meldkamer NHN Brw/CPA alarmeert de burgemeester. De gemeente zorgt zelf voor de verdere interne alarmering. De brandweer en/of de politie verstrekt of verstrekken de direct benodigde informatie aan de burgemeester en aan degenen die voor de coördinatie van de rampenbestrijding verantwoordelijk zijn. 1b: Interne alarmering Procesverantwoordelijk Gemeente Referentie Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub e. Doel Het zorgdragen voor een snelle alarmering van de onmiddellijk bij de hulpverlening betrokken organisatie-onderdelen en personen. Doelgroep Alle bij de hulpverlening betrokken personen van de gemeente. Aandachtspunten Melding De melding van een incident vindt in het algemeen plaats via het alarmnummer 112. De 112-centrale zorgt voor doorverbinding naar meldkamer NHN Brw/CPA en de meldkamer van de regiopolitie NHN. In geval een gecoördineerde optreden noodzakelijk is, informatievoorziening tussen deze operationele diensten plaats volgens onderling afgesproken procedures. Alarmering gemeentelijke organisatie Indien een incident heeft plaatsgevonden, dat de omvang van de normale routine te boven gaat en waarvan het zich laat aanzien, dat dit zou kunnen uitgroeien tot een ramp c.q. zwaar ongeval, vindt overleg plaats tussen de burgemeester en de commandant van dienst van de Regionale Brandweer en/of de districtschef van de Politie en/of de Regionaal Geneeskundig Functionaris(RGF). Indien de burgemeester het noodzakelijk vindt, wordt het Gemeentelijk Beleidsteam in zijn geheel of een nader door de burgemeester aan te geven aantal functionarissen van het Gemeentelijk Beleidsteam, bijeen geroepen. De commandant van dienst van de Regionale Brandweer zorgt via de meldkamer NHN Brw/CPA voor alarmering van de niet operationele functionarissen van het Gemeentelijk Beleidsteam. De leden van het Gemeentelijk Beleidsteam zijn verantwoordelijk voor de alarmering van de medewerkers van hun diensten. In de draaiboeken van de gemeentelijke diensten wordt per gemeentelijk proces de alarmering van de medewerkers verder uitgewerkt. Plaatsvervanging De operationele diensten zorgen zelf voor vervanging in geval de aangewezen functionarissen afwezig dan wel onbereikbaar zijn. Bij afwezigheid of onbereikbaarheid van de overige leden van het Gemeentelijk Beleidsteam worden de plaatsvervangers, die als zodanig ook zouden functioneren, gealarmeerd. De vervanging van de uitvoerende gemeentelijke functionarissen wordt in de betreffende draaiboeken nader uitgewerkt. 2: Bron- en effectbestrijding Procesverantwoordelijk Brandweer Referentie Brandweerwet 1985. Doel Het voorkomen van uitbreiding en het terugdringen van de fysische oorzaak en de daarmee samenhangende effecten van een ramp of een zwaar ongeval. Doelgroep Bevolking Dieren en vee Het maatschappelijk leven en de industrie Bij de hulpverlening betrokken personen Aandachtspunten Onder het proces bron- en effectbestrijding valt een grote verscheidenheid aan uitvoeringsactiviteiten. Een algemeen overzicht daarvan is in dit kader minder zinvol. De beschreven ramptypen (zie 1.3) zijn een handvat om de belangrijkste bron- en effectbestrijdingsactiviteiten in beeld te kunnen brengen. Wanneer bij een bepaald ramptype de bron niet kan worden bestreden, zoals bij stormbuien, windhozen, extreme sneeuwval of aardbevingen, is toch in de meeste gevallen effectbestrijding mogelijk. Zo kunnen secundaire branden worden geblust en dijken worden gedicht of versterkt. Voor de contacten met hulppotentieel van derden geldt als uitgangspunt dat zoveel mogelijk bij de dagelijkse praktijk wordt aangesloten. Dit betekent onder andere dat de diensten en bedrijven die voor hun eigen activiteiten reeds contacten met derden onderhouden, dat ook mogelijk in de voorbereiding en in de operationele situatie zullen doen. Wanneer van bestaande contacten geen sprake is, ligt contact vanuit de meest overeenkomstige dienst/discipline voor de hand. overige gevallen is de brandweer, als procesverantwoordelijke voor de bron- en effectbestrijding, de aangewezen discipline. UitvoeringBepaling aard, omvang van het brongebied Inschatting effectgebied (beschrijving weer, infrastructuur) Brandbestrijding, technische hulpverlening (waaronder redding) Bestrijding van wateroverlast Milieu-advies en assistentie bij uitvoering Advisering gezondheidsrisico's Bouwkundig advies en materiële ondersteuning Advies cultuurhistorische zaken Energie- en watervoorziening Operationele informatievoorziening Voorlichting aan de bevolking Voorlichting op het rampterrein Evaluatie bron- en effectbestrijding CTPI/CORT, Brandweer CTPI/CORT, Brandweer Brandweer Brandweer Gemeente, Brandweer GHOR/GGD Gemeente Gemeente Nutsbedrijven Brandweer Gemeente Gemeente Brandweer Evt. inschakelen Buurdistricten en regio's, Provinciale Milieudienst, Provinciaal Bureau Medische Milieukunde, Stichting Inzet-reddingshond Nederland, Rijkswaterstaat, Waterschappen/ hoogheemraadschappen, Inspecteur Cultuurbescherming, Nederlandse Spoorwegen, nutsbedrijven, grote industrieën, militaire bijstand 3: Voorlichting Procesverantwoordelijk Gemeente Referentie Wet rampen en zware ongevallen, artikelen 2a en 11a. Doel Het bewust geven van hulp door informatie, gericht op doelgroepen die bedreigd worden of zich mogelijk bedreigd voelen door een dreigende ramp of een feitelijke rampsituatie. De volgende voorlichtingsaspecten dienen te worden behandeld: maatregelen die men moet nemen om de schadelijke gevolgen te beperken; de te volgen gedragslijn; de stand van zaken met betrekking tot voortgang van de hulpverlening; het begeleiden van de terugkeer naar de normale situatie. Doelgroep Publiek en (verwanten van) slachtoffers Media Bestuur, hulpverleners en actiecentra Aandachtspunten De informatie ten behoeve van de journalistieke berichtgeving door de publiciteitsmedia geschiedt in een daartoe ingericht perscentrum. De informatie geschiedt uitsluitend door of in opdracht van de burgemeester en wordt zonodig afgestemd op de voorlichting door provincie en/of rijksoverheid. De informatievoorziening aan bevolking, pers en bij de hulpverlening betrokken diensten en organisaties zal zo goed mogelijk geschieden volgens het door de burgemeester en wethouders vast te stellen draaiboek, waarin de wijze waarop en de uitvoering zijn aangegeven. Informatiebronnen en gebruikers kunnen als volgt in beeld gebracht: Infobronnen Centraal verzamelpunt Gebruikers Gemeentelijk of Regionaal Beleidsteam Actiecentrum Voorlichting Bestuur en Hulpverleners Commando Rampterrein Publiek Regionaal Operationeel Team Actiecentra Actiecentra Intermediaire kaders Media Media Publiek (Verwanten van) slachtoffers UitvoeringVoorlichtingscoördinatie (bepalen van mensen, middelen, locaties) Operationele informatievoorziening Vaststellen voorlichtingsplan Ordehandhaving rond actiecentrum voorlichting en perscentrum Informatievoorziening aan de bevolking Informatievoorziening aan de pers Informatievoorziening op het rampterrein Evaluatie voorlichting en nazorg Gemeente Brandweer/Politie/GHOR Burgemeester Politie Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Evt. inschakelen Regionale voorlichtingspool, voorlichters van andere (overheids)instanties, vertegenwoordigers van de media, inclusief Radio Noord-Holland, PTT, tolkencentrale, NCC. 4: Waarschuwen van de bevolking Brandweer Referentie Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub f en Brandweerwet 1985, artikel 3, lid 2. Doel Het attent maken van de bevolking op een acuut ontstane dreiging of feitelijke rampsituatie met als doel zodanige gedragsveranderingen teweeg te brengen dat materiële en immateriële schade zoveel mogelijk wordt beperkt. Doelgroep Bevolking van het bedreigde gebied Aandachtspunten In het kader van de preventieve voorlichting met betrekking rampsituaties dragen burgemeester en wethouders zorg voor informatie aan de bevolking over de voorbereiding op de rampbestrijding, het gebruik van waarschuwingssignalen en de actie(
  2. s)die daarop worden genomen. Tijdens de acute fase wordt de beslissing tot het waarschuwen van de bevolking en het informeren over de situatie genomen door burgemeester, die de Commissaris(sen) van de Koningin en van buurgemeenten hiervan in kennis stelt. Door het Regionaal Operationeel Team zal het te waarschuwen gebied worden vastgesteld. Voor het waarschuwen wordt gebruik gemaakt van het sirenenet. Als aanvulling hierop kan worden gedacht aan: het gebruik van geluidswagens (met vastgestelde tekst); onderbreken van uitzendingen van landelijke, regionale en/of lokale omroepen; uitdelen van vlugschriften; waarschuwen bij strategisch belangrijke instanties. In gevallen van onverwijlde spoed is de Regionaal Commandant van Dienst bevoegd op eigen gezag de bevolking door middel van sirenes te waarschuwen en een eerste gedragsadvies via Radio Noord-Holland te verspreiden. Hiervan wordt de burgemeester terstond in kennis gesteld. Waarschuwing van de bevolking zal primair geschieden door de Regionale Brandweer, volgens het daartoe vast te stellen draaiboek Waarschuwen van de bevolking, waarin de wijze van uitvoering is aangegeven. Hierbij wordt rekening gehouden met de aanwezigheid van buitenlanders (tolken), recreanten en minder validen (gehoorgestoorden). Afstemming vindt plaats met de informatievoorziening aan de bevolking en de pers, zoals beschreven in het daartoe vast te stellen draaiboek Voorlichting in crisissituaties. UitvoeringVerkenning en analyse Waarschuwing via het sirene-net Waarschuwing via radio Noord-Holland Waarschuwing via nationale radio/tv Mobiele waarschuwing Huis-aan-huis brief of -drukwerk Alarmering intrekken Voorlichting Evaluatie waarschuwing bevolking Brandweer Meldkamer NHN Burgemeester/Brandweer (Regionaal Cdt. van Dienst) Burgemeester Politie/Brandweer/Gemeente Gemeente Burgemeester Gemeente Brandweer Relaties met Belangrijkste doel van waarschuwing is uiteraard slachtoffers te voorkomen. Dit kan betekenen dat een ontruiming nodig is (proces 5). Bij een ontruiming zal direct opvang en verzorging (proces 14) nodig blijken te zijn. Aan de andere kant zullen in sommige gevallen de bewoners worden gewaarschuwd om binnen te blijven, ramen en deuren te sluiten en naar de radio en/of televisie te luisteren. Waarschuwing van de bevolking kan niet los worden gezien van voorlichting (proces 3). De bevolking zal immers gedragsadviezen dienen te worden gegeven. Evt. inschakelen Rijksvoorlichtingsdienst, Radio Noord-Holland, lokale media, landelijk radio/tv, nutsbedrijven, tolkencentrale. 5: Ontruimen en evacueren Procesverantwoordelijk Gemeente Referentie Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub g; noodverordeningen. Doel Ontruimen: Het voor een korte tijd, op advies van de parate diensten, hun verblijfplaats doen verlaten, ten einde de mogelijke schadelijke gevolgen van een ramp of een zwaar ongeval (of dreiging daarvan) voor de betrokkenen zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Evacueren: Het op last van de overheid verplaatsen van groepen personen, ten einde de mogelijke schadelijke gevolgen van een ramp of een zwaar ongeval (of dreiging daarvan) zoveel mogelijk te voorkomen, dan wel te beperken. Onder evacuatie wordt tevens begrepen: registratie, vervoer(begeleiding), opneming, verzorging, de terugkeer van de groepen personen, alsmede de nazorg. Doelgroep Alle personen die zich in het bedreigde gebied bevinden Dieren en vee Bijzondere (kunst)objecten die in het bedreigde gebied verblijven Aandachtspunten De verplaatsing van personen binnen de gemeente geschiedt onder verantwoorde lijkheid van de burgemeester. Verplaatsing van personen buiten de gemeente geschiedt eerst na verkregen toestemming van de Commissaris van de Koningin, eveneens onder verantwoordelijkheid van de burgemeester. Van verplaatsing van personen buiten de gemeente worden de burgemeesters van de doorvoer- en opnemingsgemeenten tijdig ingelicht. De bevolking zal door middel van berichtgeving via radio en/of televisie op de hoogte worden gebracht tot het besluit van evacuatie waarbij duidelijk zal worden aangegeven: evacuatiegebied; wijze van evacuatie (ontruiming, transport, routering, etc.); tijdstip van start evacuatie; opvanglocatie(s). Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de uitwerking van de verplaatsing van de bevolking in een draaiboek Ontruimen/evacueren waarin is voorzien in de personele bezetting, alsmede de wijze en de uitvoering zijn aangegeven. Burgemeester en wethouders daarbij rekening met het feit dat de gemeente ook als t.b.v. andere gemeenten kan fungeren. Voor personen die niet op korte en middellange termijn terugkeren naar het ontruimde gebied zal voor (tijdelijke) herhuisvesting gezorgd worden. De overheid begeleidt zelfredzaamheid; specifieke groepen niet- zelfredzamen worden bij evacuatie ondersteund (ziekenhuizen, verzorgingstehuizen e.d.). UitvoeringVaststellen ontruimings- of evacuatieplan Aanwijzen vervoerders Begaanbaar maken van de transportroute Uitvoering van de ontruiming (opstapplaatsen, begeleiding) Transport dieren/vee Registratie ter plaatse voor Centraal Registratie- en Informatiebureau Operationele informatievoorziening Voorlichting Vervoer niet-zelfredzame personen Inrichten opvanglocaties Opslaan van goederen van vitaal belang/cultuur-historische waarde Handhaven van de rechtsorde en bewaking ontruimde gebied Begeleiden van de terugkeer/(psychosociale) nazorg Evaluatie ontruimen/evacueren CTPI/CORT, Gemeente Gemeente Brandweer Politie Gemeente Gemeente Politie Gemeente Gemeente/GHOR Gemeente Gemeente Politie Politie/GHOR/Gemeente Politie Relaties met Bij de besluitvorming over de aard en omvang van de voorgenomen evacuatie speelt waarnemen/meten (proces 18) een belangrijke rol. Verplaatsing van personen wordt direct gemeld aan het dan opgerichte Centraal Registratie- en Informatiebureau gemeld (zie proces 15). Met behulp van het regelen van het verkeer (proces 7), begidsen (proces 19), toegankelijk maken (proces 20) en logistieke ondersteuning (proces 21) wordt de stroom evacués uit de gevarenzone geleid. Eventueel worden de mensen (proces 9) of meegenomen goederen (proces 10) vervolgens ontsmet. De bevolking uit het ontruimde gebied zal moeten worden opgevangen (proces 14) en het verlaten gebied moet worden beveiligd (proces 6). Tijdens de nazorg kan behandeling van schademeldingen (proces 25) en geestelijke en psychosociale zorg (proces 24) noodzakelijk blijken. Evt. inschakelen Nederlandse Rode Kruis, dierenambulances, particuliere vervoersondernemingen, militair transport, veiligheidsdiensten, takelbedrijven, nutsbedrijven, veterinaire Inspectie voor de Volksgezondheid. 6: Afzetten en afschermen Procesverantwoordelijk Politie Referentie Politiewet 1993. Doel Het afzetten van wegen en/of het afschermen van objecten en terreinen met als doel zorgdragen voor ongestoorde rampbestrijdings- en hulpverleningsactiviteiten. Doelgroep Bevolking Bij de hulpverleningsactiviteiten betrokken personen Pers Aandachtspunten De taken en de opschaling van de inzet van de politie bepalen zich andere tot 'hulp verlenen aan hen die deze behoeven', het zich voorwaardenscheppend opstellen ten behoeve van de andere hulpdiensten en het toezicht op in- en uitgaand verkeer, met dien verstande dat uitgaand verkeer vrije doorgang heeft en binnenkomend verkeer wordt gecontroleerd op de noodzaak tot toegang. Afzetten en het bewaken van het rampterrein zal zeer snel dienen te geschieden, o.a. in verband met de veiligheid van hulpverleners en sporenonderzoek. De toegangscontrole moet strak zijn en duidelijk zijn geregeld. Op het rampterrein wordt het gebied, waarbinnen sprake is van intensieve hulpverlening, het hulpverleningsgebied genoemd. Dit gebied is door de binnengrens-rampterrein afgebakend van de rest van het rampterrein. Vanuit een gebied rond het hulpverleningsgebied wordt de hulpverlening intensief ondersteund: het ondersteuningsgebied. In dit gebied moet zonder gevaar kunnen worden opgetreden. De omvang van het ondersteuningsgebied wordt vooral bepaald door de manoeuvreerruimte die de eenheden nodig hebben om hun taken uit te . Het hulpverleningsgebied en het ondersteuningsgebied vormen samen het rampterrein. Dit terrein moet afgeschermd zijn van de omgeving. Dat vereist een duidelijke grens: de buitengrens-rampterrein. Het kan voor het optreden van de politie nodig zijn de toegang tot het rampterrein af te zetten ruim voor de afscherming daarvan plaatsvindt. Daartoe kan rond het rampterrein een veiligheidszone worden ingesteld waarbinnen het optreden, evenals in het ondersteuningsgebied, veilig kan plaatsvinden. Deze zone vormt dan een buffer tussen het rampterrein en de verdere omgeving om adequaat herstel van de openbare veiligheid op het rampterrein veilig te stellen. Naast het verkeer over de weg zal ook aandacht dienen te worden besteed aan water-, spoorweg- en luchtverkeer. UitvoeringOpstellen afzet- en afschermplan Operationele informatievoorziening Beschikbaar stellen van afzettings- en markeringsmateriaal Aanbrengen afzettingen/verwijsborden Bepaling aanrijdroutes Verstrekken herkenningstekens aan hulpverleners Operationele informatievoorziening Voorlichting Toezicht op naleving Evaluatie afzetten/afschermen CTPI/CORT, Politie Politie Gemeente Politie/Gemeente Politie Politie Politie Gemeente Politie Politie Relaties met Dit proces sluit nauw aan bij het proces ontruimen/evacueren (proces 5). Gezien het doel van afzetten/afschermen is er een bijzondere relatie met het regelen van het verkeer (proces 7). Om stagnatie in het verkeer te voorkomen, moeten ook op grote afstand van de knelpunten worden genomen, zowel met manschappen en verkeerstekens, als door voorlichting (proces 3). Verder is er een relatie met de logistieke ondersteuning (proces 21), met name materiaalvoorziening, dranghekken, verkeersborden, enz., omdat de benodigde inzet hierdoor rechtstreeks wordt beïnvloed: minder materieel of voorlichtingsresultaat betekent meer agenten. Afzetten/afschermen ondersteunt verder het handhaven van de rechtsorde orde (proces 8). Evt. inschakelen Buurdistricten, Mobiele Eenheden politie, Koninklijke Marechaussee, Korps Landelijke Politiediensten, wegbeheerder, Rijkswaterstaat, Nederlandse Spoorwegen, militaire bijstand 7: Verkeer regelen Procesverantwoordelijk Politie Referentie Politiewet 1993. Doel Het voorkomen, dan wel oplossen van verkeersopstoppingen of stremmingen, zowel binnen als buiten rampterrein. Dit geldt wanneer verkeersproblemen leiden tot onveilige situaties of tot stagnatie van de rampenbestrijding. Doelgroep Bij de hulpverlening betrokken personen Bevolking Overige belanghebbenden Aandachtspunten In geval de normale gang van het verkeer door de ramp of het zware ongeval ingrijpend wordt verstoord, zal omleiding van het verkeer noodzakelijk zijn. Bij vergroting van de inzet van hulpverlenende diensten, zullen ontsnappingsroutes/vluchtwegen voor verkeer van de plaats van het incident bewerkstelligd moeten worden. Het is van belang grote stromen verkeer in een zo vroeg mogelijk stadium weg te houden van het rampterrein en de aan- en afvoerroutes. Daartoe dient zo snel mogelijk een verkeerscirculatieplan te worden opgesteld. Naast het regelen van verkeersstromen over de weg zal ook aandacht dienen te worden besteed aan water-, spoorweg- en luchtverkeer. Bij afzetten/afschermen, alsmede bij maatregelen om het verkeer te regelen, zal de politie in contact treden met het Actiecentrum Voorlichting om het publiek van informatie te voorzien. UitvoeringOpstellen en verspreiden verkeerscirculatieplan Operationele informatievoorziening Controleren van verkeersbewegingen Regelen verkeer Operationele informatievoorziening Voorlichting Aanbrengen van (tijdelijke) verkeerstekens Toezicht naleving Evaluatie verkeer regelen Politie Politie Politie Politie Politie Gemeente Politie Politie Politie Relaties met Dit proces hangt nauw samen met het afzetten/afschermen (proces 6) en met het begeleiden van hulpverlenende diensten (proces 19). Het regelen van het verkeer is een ondersteunend proces voor het handhaven van de rechtsorde/openbare orde (proces 8). Voor het welslagen van het regelen van het verkeer is met name de voorlichting (proces 3) van groot belang: hoe beter de voorlichting, hoe minder surveillance-eenheden er benodigd zijn. De logistieke ondersteuning (proces 21), zoals het aanbrengen van verkeerstekens is van invloed op het uiteindelijke resultaat. Het welslagen van dit proces is ook essentieel voor de voortgang in de geneeskundige hulpverleningsketen (proces 13), ontruimen/evacueren (proces 5), de logistieke ondersteuning (proces 21) en alle andere processen die zich zowel in als buiten het rampterrein afspelen. Evt. inschakelen Radio Noord-Holland, lokale omroep, nationale radio/tv, buurdistricten en buurregio’s, Korps Landelijke Politiediensten, Koninklijke Marechaussee, wegbeheerder, Centrale Meldkamer Nederlandse Spoorwegen, militaire bijstand 8: Handhaven van de rechtsorde Procesverantwoordelijk Politie Referentie Politiewet 1993. Doel Het, in ondergeschiktheid aan het bevoegd gezag en in overeenstemming met de rechtsregels, ervoor zorgdragen dat de openbare orde en de rechtsorde daadwerkelijk worden gehandhaafd en dat hulp wordt verleend aan hen die dat behoeven. Doelgroep Alle personen in het bedreigde gebied Aandachtspunten Het begrip handhaving van de rechtsorde valt uiteen in twee onderling onderdelen: het handhaven van de openbare orde en de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde. Bij het handhaven van de openbare orde en bij de hulpverlening staat de politie onder gezag van de burgemeester. Onder handhaving van de openbare orde wordt verstaan de zorg voor de naleving van regels, die bij niet naleving leiden tot verstoring van de orde en rust in het openbare leven. De handhaving van de openbare orde omvat zowel de daadwerkelijke voorkoming en beëindiging van zich concreet voordoende of dreigende verstoringen van de openbare orde, als de algemene, bestuurlijke voorkoming van strafbare feiten die invloed hebben op de orde en rust in de gemeente. Wanneer de politie optreedt in het kader van de strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde, is de officier van justitie het bevoegd . De strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde omvat de daadwerkelijke voorkoming, opsporing, beëindiging, vervolging en berechting van strafbare feiten. Voor een goede beleidsafstemming is het driehoeksoverleg de aangewezen plaats. Bij het overschrijden van een gemeente- of arrondissementsgrens kan nader overleg tussen commissaris van de koningin en de procureur-generaal nodig zijn. De taak 'hulpverlening aan degenen die deze behoeven' moet in samenhang worden gezien met de opdracht aan de politie de rechtsorde te handhaven, de daaruit voortvloeiende aanwezigheid en van de politie en het vertrouwen dat de burger, zeker ten tijde van rampsituaties, in de politie stelt. Met deze taak wordt bedoeld dat ieder die daadwerkelijk hulp behoeft in eerste en in laatste instantie een beroep kan doen op de politie, indien en zolang andere hulpverleningsfaciliteiten ontbreken. UitvoeringOrdehandhaving op en rond het rampterrein Strafrechtelijke handhaving van de rechtsorde Operationele informatievoorziening Voorlichting Verlenen van hulp aan hen die deze behoeven Toezicht op berging van cultuurhistorische zaken Evaluatie handhaven rechtsorde Politie Politie/Justitie Politie/Justitie Gemeente/Justitie Politie Gemeente Politie Relaties met Van het handhaven van de rechtsorde hangen vele andere processen in de rampbestrijding af. Dit geldt vooral voor de bron- en effectbestrijding (proces 2), de geneeskundige hulpverleningsketen (proces 13) en de /logistieke ondersteuning (proces 21). Evt. inschakelen Buurdistricten en buurregio's, Mobiele Eenheden politie, Bureau Groot en bijzonder politieoptreden, Koninklijke Marechaussee, Korps Landelijke Politiediensten, militaire bijstand 9: Ontsmetten van mens en dier Procesverantwoordelijk Brandweer Referentie Brandweerwet 1985, artikel 3, lid 2. Doel Het zo snel mogelijk ontsmetten van mens en dier om de gevolgen van , biologische en/of radioactieve besmetting (inwendig, en/of uitwendig) te voorkomen, dan wel te beperken. Doelgroep Bij de hulpverlening betrokken personen Bevolking Dieren en vee Aandachtspunten In eerste instantie is er keuze tussen twee wijzen van ontsmetten. Debevolking wordt geadviseerd zich thuis te douchen en de kleren/woonomgeving te reinigen (bij lichte besmetting). Voordeel (collectieve) voorlichting volstaat. Nadeel het risico van voortduring/uitbreiding van de besmetting is reëel aanwezig. Daarnaast is het mogelijk dat georganiseerde ontsmetting inontsmettingscentra plaatsvindt (bij hogere besmettingsniveaus). Voordelen de mate van individuele besmetting kan beter worden vastgesteld; de (beperkt) aanwezige middelen kunnen efficiënt worden ingezet; verdere verspreiding van de besmetting kan beter worden tegengegaan; aan individuele zorgbehoeften kan beter worden tegemoetgekomen,variërend van huisvesting tot psychosociale nazorg. Nadelen vereist een omvangrijke organisatie; het collectieve karakter kan weerstand oproepen. Inwendige ontsmetting van mensen is een vorm van medisch-inhoudelijk handelen. Bij inwendige ontsmetting van gewonden staat de medische hulpverlening op de eerste plaats. Rekening zal worden gehouden met ontsmetting van persoonlijke , huisdieren en andere zaken van gevoelswaarde. Voorts zal rekening worden gehouden met de opvang en afvoer van afvalproducten t.g.v. de ontsmetting. UitvoeringVerkenning, analyse en advisering Opstellen plan operationele informatievoorziening Voorlichting Inwendige ontsmetting Uitwendige ontsmetting Materiële/logistieke ondersteuning Opvang en afvoer afvalproducten Psychosociale en maatschappelijke (na)zorg Registratie voor Centraal Registratie- en Informatiebureau Evt. afzetten/afschermen, handhaven rechtsorde Opvang of destructie van dieren/vee Evaluatie ontsmetten van mens en dier Brandweer/GHOR/Gemeente Brandweer/GHOR Gemeente GGD Brandweer Brandweer Gemeente Gemeente Gemeente Politie Gemeente Brandweer Relaties met Aan ontsmetten gaat waarnemen en meten (proces 18) vooraf. Complicerend werkt het als het ontsmetten gelijktijdig plaatsvindt met een evacuatie (proces 5) of de geneeskundige hulpverleningsketen (proces 13). Wanneer ontsmetting van personen nodig is, is waarschijnlijk ook ontsmetting van materieel aan de orde (proces 10). Vooral wanneer er ook sprake is van inwendige besmetting, is er een nauwe relatie met de preventieve volksgezondheid en medisch-hygiënische maatregelen: het collectief-preventief verstrekken van medicamenten, preventieve infectiebestrijding en dergelijke (proces 12). Dit zal met name het geval zijn als na inwendige besmetting bijvoorbeeld massaal moet worden gevaccineerd, en wanneer personen bij bijzondere vormen van besmetting moeten worden geïsoleerd quarantaine). Evt. inschakelen Nederlands Rode Kruis, EHBO-verenigingen, Waterschappen, Ministerie Verkeer en Waterstaat (Nationaal Vergiftigingen Informatiecentrum), Ministerie Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu ( Rijksinstituut Volksgezondheid en Milieu), Inspectie voor de Gezondheidszorg, Inspectie Gezondheidsbescherming, Veterinaire Inspectie voor de Volksgezondheid 10: Ontsmetten van voertuigen en infrastructuur Procesverantwoordelijk Brandweer Referentie Brandweerwet 1985, artikel 3, lid 2. Doel Het voorkomen van uitbreiding van radioactieve, chemische en/of biologische besmetting, alsmede het in stand houden van de hulpverleningsketen naar en van het ongevals- c.q. rampterrein. Doelgroep Bij de hulpverlening betrokken hulpverleningsmaterieel Indien mogelijk, het ontsmetten van infrastructuur t.p.v. het brongebied Aandachtspunten Bij ontsmetten van voertuigen kunnen 'wasstraten' of vergelijkbare voorzieningen worden aangebracht. Ontsmettingslocaties voor hulpverleningsmaterieel bevinden zich op c.q. vanaf de uitgangsstelling tot in het rampterrein. Besmetting van personen, voertuigen en materieel kan bij lokale problemen soms worden beperkt door de 'infrastructuur' te ontsmetten. Voor zover dit kan plaatsvinden tijdens de fase waarin de hulpverlening aan mensen in het besmette gebied nog plaatsvindt, gaat de hoogste prioriteit uit naar aan- en afvoerwegen, alsmede naar knooppunten en locaties waarvan de hulpverlening gebruik maakt. Bij ontsmetting met water ontstaat het probleem van besmet afvalwater. Dit moet zoveel mogelijk worden opgevangen c.q. weggehouden worden van riolering, bodem en oppervlaktewater. Bij een radiologisch ongeval met een kernenergiecentrale zal de burgemeester, zo mogelijk vóór de lozing van radioactief materiaal, direct tot preventieve beschermende maatregelen besluiten. Zodra het Nationale Beleidsteam bijeen is gekomen zal dit team de eindverantwoordelijkheid voor de bestuurlijke coördinatie op zich nemen. UitvoeringOpstellen plan voertuigen en bepalen infrastructuur Opstellen plan operationele informatievoorziening Advisering over maatregelen m.b.t. het milieu Voorlichting Ontsmetting Opvang afvalproducten Afvoer afvalproducten Vrijgeven van het gebied Nazorg Evaluatie ontsmetten van voertuigen en infrastructuur Brandweer Brandweer Gemeente Gemeente Brandweer Gemeente Gemeente Brandweer Gemeente Brandweer Relaties met Wanneer ontsmetting van voertuigen en materieel nodig is, is zeker ook ontsmetting van personen aan de orde (proces 9). Ontsmetting van hulpverleningsmaterieel is essentieel om de verzorging/logistieke ondersteuning in stand te kunnen houden (proces 21). Alleen op deze wijze is een goederenstroom tussen besmet en onbesmet gebied mogelijk zonder verdere besmetting. Het is wenselijk hierbij bijzondere aandacht te schenken aan de roulatie van rollend materieel, waaronder ambulances in de hulpverleningsketen. Een essentiële schadebeperkende maatregel is in dergelijke gevallen ook het afzetten en afschermen van het gebied (proces 6). Hand-in-hand hiermee gaat verkeersregeling (proces 7). De besmetting van de bodem en het oppervlaktewater kan ernstige gevolgen hebben voor het milieu (proces 27). Evt. inschakelen Eigenaren infrastructuur, Waterschappen, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (Rijksinstituut en Milieu, Ministerie van Defensie, Inspectie voor de Gezondheidszorg, Inspectie Gezondheidsbescherming (Keuringsdienst van Waren) 11: Inzamelen van besmette waren Procesverantwoordelijk Gemeente Doel Voorkomen van verdere besmetting. Doelgroep Bevolking Agrarische bedrijven Winkeliers Bij de hulpverlening betrokken personen Diensten en organisaties die werkzaam zijn op het gebied van de voedsel- en drinkwaterproductie en/of distributie hiervan. Aandachtspunten In eerste instantie melden de eenheden die zijn ingezet, reeds bij een vermoeden van besmette waren, dit aan de Inspectie Gezondheidsbescherming (Keuringsdienst van Waren). Inzameling van besmette waren is voornamelijk een logistiek proces voor de bescherming van de volksgezondheid. Indien het besluit is genomen om besmette waren in te zamelen kan worden gekozen voor het inleveren van waren door het publiek op bepaalde punten. Ook is het mogelijk dat opsporingsambtenaren van de Inspectie Gezondheidsbescherming overgaan tot gerichte inbeslagneming. Bij incidenten met lokale of regionale oorsprong en uitstraling, valt het proces onder de verantwoordelijkheid van de lokale overheid/overheden. Bij incidenten met een oorsprong buiten het lokale/regionale gebied en provinciale, nationale of internationale uitstraling, valt het proces onder verantwoordelijkheid van de centrale overheid, met participatie door de lokale overheden. UitvoeringAnalyse omvang besmetting/verspreiding Advisering maatregelen Opstellen plan m.b.t. inzamelen besmette waren Operationele informatievoorziening Voorlichting Inbeslagname besmette waren Registratie Vernietiging besmette waren Evt. consumerings- en/of verkoopverbod Instellen van een justitieel onderzoek Uitvoering en toezicht op naleving maatregelen Schaderegistratie Evaluatie inzamelen van besmette waren Brandweer/Gemeente/GHOR GHOR Brandweer/Gemeente/GHOR Brandweer/Gemeente/GHOR Gemeente Politie Gemeente Gemeente Gemeente Politie/Openbaar Ministerie Politie Gemeente Gemeente Relaties met Bron- en effectbestrijding (proces 2). De bevolking dient van elke belangrijke maatregel snel op de hoogte te worden gebracht (proces 3). Indien besmette waren worden ingezameld zullen ook mensen (proces 9), alsmede voertuigen en infrastructuur (proces 10) worden ontsmet. Indien winkeliers dan wel landbouwbedrijven schade ondervinden van de inbeslagname, transport en vernietiging van besmette waren of landbouwgewassen, zal de schade hiervan (centraal) geregistreerd dienen te worden (proces 25). Evt. inschakelen Inspectie Gezondheidsbescherming (Keuringsdienst van Waren), Omroep Noord-Holland, lokale omroepen, nationale radio/tv, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer, Ministerie van Economische, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij 12: Preventieve volksgezondheid en medisch-hygienische maatregelen Procesverantwoordelijk GHOR Doel Het voorkomen of wegnemen van de bedreiging van de volksgezondheid, bijv. bij besmetting en ziekten, door het geven van adviezen, voorlichting of het verstrekken van medicatie. Doelgroep Bevolking bij de hulpverlening betrokken personen Aandachtspunten Het streven dient primair te zijn gericht op het wegnemen van de bron die de gezondheid bedreigt. Verdere verspreiding vanuit de bron moet worden voorkomen, onder andere door het inzamelen van besmette waren en door maatregelen ten aanzien van dieren en vee. UitvoeringOpstellen plan collectieve preventieve activiteiten m.b.t. de hygiëne en infectieziektenbestrijding Opstellen plan operationele informatievoorziening Voorlichting Preventief/profylactisch verstrekken medicatie Registratie Psychosociale (na)zorg Medische (na)zorg (bevolkingsonderzoek, klachten/vragennummer) Evaluatie preventieve volksgezondheid GHOR/GGD GHOR/GGD Gemeente GGD GHOR/GGD GHOR/Gemeente GGD GGD Relaties met Bovengenoemde maatregelen hebben uitsluitend effect, indien de bevolking optimaal wordt ingelicht over de aard van het incident, de grootte van het gevaar en de manier waarop zij dient te handelen (proces 3). Bij plotseling gevaarvolle situaties kan waarschuwen (proces 4) sterk preventief werken. Het proces preventieve volksgezondheid en medisch-hygiënische maatregelen richt zich op bedreigingen voor de volksgezondheid, dus niet (direct) op degenen die reeds het slachtoffer zijn geworden van een epidemie, een vergiftiging of andere besmetting. Voor hen is het proces geneeskundige hulpverleningsketen (proces 13) van toepassing. In de geneeskundige hulpverleningsketen (proces 13) dient de preventieve gezondheidszorg te worden bewaakt. De aanwezigheid van grote groepen mensen, vaak met een verlaagde weerstand, onder primitieve omstandigheden vormt een geschikte voedingsbodem voor het ontstaan van besmettelijke ziekten. Bovendien bestaat er bij mechanisch letsel gevaar voor wondinfectie. Om verdere verspreiding vanuit de bron te voorkomen, kan het nodig zijn besmette waren in te zamelen (proces 11). Samenhang bestaat met de voorzieningen voor voedsel, drinken en onderdak (proces 22). Bij het vrijkomen van gevaarlijke chemische stoffen kan de GGD weinig preventieve actie ondernemen; in dat geval ligt de nadruk op repressieve maatregelen, zoals evacuatie (proces 5) en ontsmetting (proces 9). Daarop aansluitend moet dan echter weer gezorgd worden voor een adequaat medisch-hygiënisch regime. Evt. inschakelen Huisartsen, apothekers, verpleegkundigen, nutsbedrijven, Ministerie van Verkeer en Waterstaat, Ministerie van Volkshuisvesting, RuimtelijkeOrdening en Milieu, Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, R.I.V.M., L.C.I.. 13: Geneeskunidge hulpverleningsketen Procesverantwoordelijk GHOR Referentie Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub h, Wet geneeskundige hulpverlening bij rampen en Wet ambulancevervoer. Doel Het garanderen van snelle en hoogwaardige geneeskundige hulp direct na het ontstaan van een ramp of een zwaar ongeval. Het gaat hier om een keten van samenhangende en georganiseerde medische en handelingen, vanaf het opsporen van gewonden, eerste hulp, transport tot het moment dat verdere behandeling in een ziekenhuis niet meer nodig is. Doelgroep Gewonde (ambulante) slachtoffers Aandachtspunten Allen die aan de civiele geneeskundige hulpverlening op het rampterrein deelnemen staan onder de operationele leiding van de RGF. In de geneeskundige hulpverleningsketen worden onderscheiden: • Reddingscapaciteit: aantal gewonden dat per uur kan worden bevrijd/geborgen; • Eerste Hulpcapaciteit: aantal gewonden waaraan per uur de benodigde geneeskundige hulp kan worden verleend, inclusief vervoersgereed maken; • Medische transportcapaciteit: aantal gewonden waaraan per uur op geschikte wijze kan worden vervoerd; • Medische Behandelcapaciteit: aantal gewonden dat per uur volgens de geldende medische inzichten in een ziekenhuis kan worden behandeld. Indien sprake is van een groot aantal gewonden, wordt een onderscheid gemaakt tussen een hoofd- en een nevenketen. De hoofdketen is gericht op gewonden die wegens de ernst van hun verwondingen zo snel mogelijk in een ziekenhuis moeten worden opgenomen. De nevenketen, indien aanwezig, is bedoeld voor (ambulante) gewonden die in een behandelcentrum kunnen worden geholpen om vervolgens naar huis terug te keren of om te worden opgevangen in een opvangcentrum. Naarmate het gewondenvervoer grootschaliger wordt, ontstaat, naast de behoefte aan coördinatie door de Centrale Post Ambulancevervoer, behoefte aan een vooruitgeschoven post ter plaatse: een ambulancestation. UitvoeringOpstellen reddingsplan en bepalen toegankelijkheid rampterrein Redding, geneeskundige hulpverlening en verzorging Ambulancebijstandsplan Gewondenspreidingsplan Afzetten/afschermen en begidsen Behandeling in ziekenhuizen Voorlichting Registratie gewonden Identificatie slachtoffers Psychosociale (geestelijke) zorg Evaluatie geneeskundige hulpverleningsketen CTPI/CORT Brandweer/Ambulancedienst/ Sigma/Mobiel Medisch Team. CPA (Centrale Post Ambulancevervoer) CPA (Centrale Post Ambulancevervoer) Politie Ziekenhuizen Gemeente GHOR//CPA/Ziekenhuizen Politie GGZ/RIAGG/Maatschappelijk Werk/Slachtofferhulp GHOR Relaties met Hulpverlening aan niet-gewonde slachtoffers of verdere hulpverlening aan behandelde (licht) gewonden valt onder het proces opvangen en verzorgen (proces 14). Voor een goed verloop van de registratie van slachtoffers (proces 15) is het van belang hiertoe zo vroeg mogelijk over te gaan. Namen en verdere gegevens worden zo snel mogelijk doorgegeven aan het Centraal Registratie- en Informatiebureau. In voorkomende gevallen kan het ontsmetten van gewonden en hulpverleners (proces 9) en van ambulances (proces 10) ingrijpen in de hulpverleningsketen. Het regelen van het verkeer (proces 7) en de logistieke ondersteuning (proces 21) zijn verder van grote voorwaardescheppende betekenis. Evt. inschakelen Nederlandse Rode Kruis (Snel Inzetbare Groep ter Medische Assistentie), Mobiele Medische Teams, thuiszorg, EHBO-verenigingen, huisartsen, vervoersmaatschappijen (bus/taxi e.d.), militaire bijstand, Wegenwacht (elke wegenwachtauto is uitgerust als Rode Kruis hulppost) 14: Opvangen en verzorgen Procesverantwoordelijk Gemeente Referentie Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub i. Doel Het opvangen en verzorgen van daklozen, evacués en behandelde gewonden, inclusief dieren, voor de periode dat de getroffenen nog niet naar hun huizen kunnen terugkeren. Doelgroep (Licht) gewonden Daklozen/evacués Dieren Aandachtspunten Op het rampterrein wordt een onderscheid gemaakt tussen gewonden die verder moeten worden behandeld in een ziekenhuis en gewondendie na behandeling naar een opvangcentrum, dan wel naar huis kunnen terugkeren. De burgemeester draagt er zorg voor dat de gewonden/slachtoffers die niet gehospitaliseerd behoeven te worden, het rampterrein zo spoedig mogelijk kunnen verlaten of daarvan worden afgevoerd en worden ondergebracht in opvangcentra. Het opvangen en verzorgen van daklozen, evacués, behandelde gewonden en dieren/vee zal zo goed mogelijk geschieden volgens het door de burgemeester en wethouders vastgestelde draaiboek Opvangen/verzorgen, waarin de wijze waarop en de uitvoering zijn aangegeven. Deze bedoelde verplaatsingen worden direct aan het Centraal Registratie- en Informatiebureau gemeld (zie proces 15). UitvoeringBepaling aantal personen/dieren en opvangduur Bepaling logistieke verzorging (incl. noodvoorzieningen) Aanwijzen, inrichten en beheer opvangcentra Coördinatie van opvang voor (huis)dieren Operationele informatievoorziening Voorlichting Begeleiden, verzamelen en verwijzen van getroffenen/evacués Vervoer van niet-zelfredzamen Registratie t.b.v. Centraal Registratie- en Informatiebureau Medische en psychosociale hulpverlening Ordehandhaving, afschermen en bewaking Psychosociale en maatschappelijke nazorg Begeleiden van de terugkeer Evaluatie opvangen en verzorgen CTPI/CORT/Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente GHOR/Gemeente Gemeente Gemeente/Nederlands Rode Kruis GGZ/RIAGG/Maatschappelijk Weerk/Slachtofferhulp Politie Gemeente/GGZ/RIAGG/Maatschappelijk Werk/Slachtofferhulp Gemeente Gemeente Relaties met Dit proces kan niet los worden gezien van ontruimen/evacueren (proces 5) en geestelijke ondersteuning (proces 24). De opvang en verzorging speelt zich veelal af buiten het rampterrein. Het is daarom van belang zo snel mogelijk inzicht te krijgen in de omvang van het 'aanbod'. Op basis daarvan kunnen verzamellocaties worden bepaald en voorbereid. Planmatige afzettingen (proces 6), verkeersregeling (proces 7), begidsen (proces 19) en borden /herkenningstekens kunnen mensenstromen redelijk leiden. De politie coördineert deze processen. Goede opvang bevordert de mogelijkheden voor registratie van slachtoffers (proces 15) en het voorzien in de primaire levensbehoeften (proces 22). Volksgezondheid, ANWB-Alarmcentrale, (regionale) omroepen, logistiek centrum BZK. Evt. inschakelen Maatschappelijke en pastorale verzorgers, militaire bijstand, tolken, dierenambulance/dierenartsen, Veterinaire Inspectie voor de 15: Registeren van slachtoffers Procesverantwoordelijk Gemeente Referentie Wet rampen en zware ongevallen, artikel 4, lid 1, sub n. Doel Het verzamelen, groeperen en verifiëren van informatie over slachtoffers, alsmede het verstrekken van algemene informatie aan de (coördinerend) burgemeester en het Gemeentelijk (of Regionaal) Beleidsteam. Via dit team komt deze informatie beschikbaar voor het actiecentrum voorlichting ten behoeve van het publiek en de pers en zij die bij de hulpverlening zijn betrokken. Doelgroep Familie/relaties van slachtoffers (Overheids)organisaties Aandachtspunten Het Centraal Registratie- en Informatiebureau is belast met: • het verzamelen en registreren van alle van belang zijnde gegevens over slachtoffers (doden, gewonden, vermisten, verplaatsten en daklozen); • het verifiëren van deze gegevens in de bevolkingsadministratie; • het informeren van verwanten van slachtoffers; • het verschaffen van inlichtingen aan de (coördinerend) burgemeester, het Gemeentelijk Beleidsteam (bij een calamiteit/ramp in één gemeente) dan wel het Regionaal Beleidsteam (bij een ramp in meer dan één gemeente) en op aanwijzing of vanwege de (coördinerend) burgemeester, aan andere instanties. Het Centraal Registratie- en Informatiebureau zal bij voorkeur in een locatie in de directe nabijheid van en met een directe verbinding naar de bevolkingsadministratie worden gehuisvest. Burgemeester en wethouders dragen zorg voor de uitwerking in een draaiboek CRIB, waarin is voorzien in de werkwijze, personele bezetting, alsmede de inrichting van het Centraal Registratie- en Informatiebureau. Registratieplaatsen De registratieplaatsen kunnen op de volgende manier in beeld worden gebracht: Registratieplaatsen Centraal verzamelpunt Informatie naar Ambulancestation/GHOR Centraal Registratie- en Informatiebureau Burgemeester Opvangcentra Beleidsteams Ziekenhuizen Regionaal Operationeel Team Bevolking Actiecentrum voorlichting Morgue(
  3. s)Overige Actiecentra Chapelle ardente(
  4. s)(Verwanten van) slachtoffers UitvoeringOpstellen registratieplan Operationele informatievoorziening Plaats, samenstelling en inrichting Centraal Registratie- en Informatiebureau Registratie in opvangcentra Registratie slachtoffers in de geneeskundige hulpverleningsketen Registratie overleden slachtoffers Voorlichting Evaluatie registreren van slachtoffers Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente GHOR/CPA/Ziekenhuizen Politie Gemeente Gemeente Evt. inschakelen Regionale ondersteuningspool Centraal Registratie- en Informatiebureau, Vreemdelingendienst, ziektekostenverzekeraars, Bedrijfsverenigingen 16: Identificeren van slachtoffers Procesverantwoordelijk Politie Referentie Politiewet 1993. Doel Het vaststellen van de identiteit van de overleden slachtoffers. Doelgroep Familie/relaties van overleden slachtoffers Officier van Justitie Centraal Registratie- en Informatiebureau Actiecentrum Voorlichting Aandachtspunten Vanaf het rampterrein worden de overledenen voor identificatie, lijkschouw en kisting naar de morgue overgebracht. De identificatie geschiedt door de politie onder verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie. Vanaf de morgue worden de overledenen vervoerd naar de chapelle ardente, waar zij worden opgebaard. Het is van belang de plaats van lichamen en voorwerpen nauwkeurig vast te stellen en te registreren. Nader justitieel onderzoek kan dit vereisen. De registratie kan echter conflicteren met de daadwerkelijke rampbestrijding door onder andere de veiligheidsvoorschriften die bij de redding gelden, de omvang van de ramp de risico's, het besmettingsgevaar, en dergelijke. Identificatie is een taak van de politie. Bij massa-identificatie of wanneer slachtoffers van een ramp of zwaar ongeval moeilijk zijn te identificeren kan gebruik worden gemaakt van het Rampen Identificatie Team van het Korps Landelijke Politiediensten. Dit team beschikt over technische middelen die niet in elke regio aanwezig zijn. De leider van de bergingsploeg van het Rampen Identificatie Team bezit de kwaliteit van Hulpofficier van Justitie, waardoor het noodzakelijke vervoer van stoffelijke overschotten (gebonden aan regels van de Wet op de Lijkbezorging) op elk gewenst moment in de loop van het proces kan plaatsvinden. Slachtoffers worden naar een plaats buiten het rampterrein gebracht ter identificatie (morgue). Daarna worden de overleden slachtoffers naar een plaats gebracht waar zij kunnen worden opgebaard (chapelle ardente). De politie informeert de burgemeester zo snel mogelijk met betrekking tot de namen van de slachtoffers (ten behoeve van de voorlichting). Het vrijgeven van namen van overleden slachtoffers gebeurt niet voordat de familie van de slachtoffers is geïnformeerd. UitvoeringVaststellen aantal overleden slachtoffers Berging van slachtoffers Identificatie (incl. vaststellen locatie voor identificatie) Inlichten officier van justitie Na vaststelling dood inbeslagname stoffelijk overschot Beschrijven en doen fotograferen van slachtoffers Inrichten ruimten die dienen als morgue Inrichten ruimten die dienen als chapelle ardente Inbeslagname van gevonden voorwerpen Registratie ter plaatse voor Centraal Registratie- en Informatiebureau Informeren van familie Voorlichting Evaluatie identificeren van slachtoffers GHOR Politie/Brandweer Politie Politie Politie Politie Gemeente Gemeente Politie Politie Politie Gemeente Politie Relaties met Indien de doodsoorzaak een ongeval met radioactieve of chemische stoffen is of een besmettelijke ziekte, wordt de overledene niet behandeld zonder speciale toestemming met instructies van artsen (proces 13), stralingsdeskundigen of van deskundigen gevaarlijke stoffen (proces 9). Identificatiegegevens kunnen belangrijke gegevens opleveren voor strafrechtelijk onderzoek (proces 23). De plaats van berging moet voor het publiek zijn afgesloten en er is een nauwgezette toegangscontrole (proces 6). Het identificeren van slachtoffers levert gegevens op ten behoeve van het proces registreren van slachtoffers (proces 15). Bij zeer grote aantallen slachtoffers kan, mede op advies van de GHOR, worden besloten noodbegraafplaatsen in te richten (proces 17). Het van een rouwdienst valt ook onder dit proces. Evt. inschakelen Burgerlijke stand, Rampen Identificatie Team, Technische Recherche, (Hulp) Officier van Justitie 17: Uitvaartverzorging Procesverantwoordelijk Gemeente Referentie Wet op de lijkbezorging. Doel Het garanderen dat (grote aantallen) overleden slachtoffers op zorgvuldige wijze ter aarde worden besteld, ondanks tijdsdruk, gebrek aan begraafmogelijkheden en gevaren voor de volksgezondheid. Doelgroep Familie/relaties van de overleden slachtoffers Aandachtspunten Waar mogelijk wordt de normale gang van zaken gevolgd, namelijk dat de uitvaartverzorging wordt overgelaten aan de nabestaanden. Slechts wanneer dit niet mogelijk is (door te grote aantallen of een gevaar voor de gezondheid) zal de uitvaartverzorging collectief plaatsvinden. Bij bepaalde ramptypen, bijvoorbeeld bij epidemieën, kan uit medisch- hygiënische overwegingen worden gekozen voor lijkverbranding. Waar mogelijk houdt men rekening met de wens van de overledene. Een codicil bezit echter geen rechtskracht. In rampsituaties zal hier veelal dan ook geen rekening mee kunnen worden gehouden. Op basis van de Wet op de lijkbezorging is overleg tussen de burgemeester en de officier van justitie noodzakelijk. In het kader van de nazorg voor de nabestaanden kan het van groot belang zijn dat de overheid een algemene rouwdienst organiseert. UitvoeringVaststellen aantal overleden slachtoffers Advisering besmettingsrisico's Voorlichting Inrichten van ruimten die dienen als morgue Transport overledenen naar morgue Inrichten van ruimten die dienen als chapelle ardente Transport overledenen naar chapelle ardente Psychosociale hulpverlening in de morgue/chapelle ardente Bepalen belang tot inrichten noodbegraafplaatsen Registratie voor Centraal Registratie- en Informatiebureau Justitiële begeleiding Advisering m.b.t. gezondheidsrisico's Bepalen wijze van uitvaart Organiseren rouwdienst Psychosociale en maatschappelijke nazorg Evaluatie van de uitvaartverzorging GHOR GHOR/GGD Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente Gemeente GHOR/GGD/GGZ/RIAGG Gemeente Gemeente Politie GHOR/GGD Gemeente Gemeente Gemeente/GGD/GGZ/RIAGG Gemeente Relaties met Op zorgvuldige wijze ter aarde bestellen houdt in dat de volgende activiteiten reeds moeten hebben plaats gevonden: vaststellen van de dood en identificatie van de slachtoffers (proces 16), registratie en kennisgeving aan de familie (proces 15). Evt. inschakelen Geestelijken, Ministerie Verkeer en Waterstaat, uitvaartverzorgers, (Hulp) Officier van Justitie, Inspectie voor de Gezondheidszorg 18: Waarnemen en meten Procesverantwoordelijk Brandweer Referentie Brandweerwet 1985, artikel 3, lid 2. Doel Het verkennen, georganiseerd verzamelen en analyseren van (meet)gegevens en monsters over de aard, ernst en omvang van een gevaarstoestand, om beslissingen over de veiligheid van de bevolking en de hulpverleners te kunnen nemen. Doelgroep Bevolking Bij de hulpverlening betrokken organisaties en personen Aandachtspunten Een regionaal gasmeetplan is één van de onderdelen van de Waarschuwings- en Verkenningsdienst van de Regionale Brandweer waarin organisatorisch en technisch is uitgewerkt op welke wijze door middel van meetploegen in ongevalssituaties snel en betrouwbaar een beeld kan worden gevormd van de actuele situatie (concentratie van gevaarlijke stoffen, stralingsintensiteiten) en ontwikkelingen daarin. Uitvoering gebeurt door gespecialiseerde meetploegen van de brandweer in samenwerking met de Alarmcentrale van de Regionale Brandweer, een Leider Meetplanorganisatie van de brandweer, overige (stralings)deskundigen en/of instellingen. Metingen bij ongevallen met gevaarlijke stoffen worden zowel ter plaatse van de calamiteit als in het benedenwindse gebied uitgevoerd. Door het Regionaal Operationeel Team worden alle binnenkomende meetuitslagen verzameld en ter interpretatie doorgegeven aan de Leider Meetplanorganisatie. Hij bepaalt het aantal meetploegen, de meetlocaties, de te gebruiken meetapparatuur en de mogelijke ontmoetingspunten met de gaswolk. Indien nodig worden aanvullende meetopdrachten verstrekt. De burgemeester wordt zo snel mogelijk geadviseerd met betrekking tot: • de acute veiligheid; • gezondheidsrisico's; • het milieu en welke processen daarbij zijn betrokken. Zeker in de eerste fase van de hulpverlening zullen besluiten op grond van globale schattingen moeten worden genomen. Na ongeveer een half uur kunnen door de eerste meetresultaten actuele gegevens uit het bedreigde gebied in de besluitvorming worden meegewogen. De meetresultaten zullen verder belangrijk zijn bij het besluit tot het opheffen van het alarm in de gealarmeerde gebieden. UitvoeringWaarnemen en verkennen Analyse bron- en effectrisico's Uitvoering regionaal gasmeetplan Opstellen

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.