HAVENVERORDENING ENKHUIZEN 2011 Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen PARAGRAAF 1.1 BEGRIPPENLIJST Artikel 1.1 Begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan dan wel mede verstaan onder: Openbaar vaarwater Alle wateren binnen de gemeente Enkhuizen die al of niet met enige beperking voor het publiek toegankelijk of bevaarbaar zijn en in publiekrechtelijk beheer bij de gemeente of waarover de gemeente zeggenschap heeft krachtens overeenkomst. Haven de Buitenhaven; de Oosterhaven I: gedeelte voor de Compagniebrug, gezien vanuit het binnenvaren van de Oosterhaven; de Oosterhaven II: gedeelte achter de Compagniebrug, gezien vanuit het binnenvaren van de Oosterhaven; de Oude Haven I: gedeelte voor de Wilhelminabrug, gezien vanuit het binnenvaren van de Oude Haven; de Oude Haven II: gedeelte achter de Wilhelminabrug, gezien vanuit het binnenvaren van de Oude Haven; de Zuider Havendijk; de Veerhaven; de Gependam; Slijckhoek. Waaigat Kade de kaden langs een haven; de kaden langs het IJsselmeer; de kaden aan de Tritondam; Loswal Krabbersplaat; Oude Harlingersteiger; Nieuwe Harlingersteiger. Laad- en Losplaats De plaatsen in een haven bestemd voor laden en lossen. Havenmanager en havenmeester De door Burgemeester en wethouders als zodanig benoemde ambtenaren, alsmede diens plaatsvervanger(s). Schipper Degene die rechtens dan wel feitelijk aan boord van een vaartuig het gezag heeft. Schip/Vaartuig Elk drijvend lichaam dat wegens zijn drijfvermogen wordt gebruikt dan wel bestemd of geschikt is voor het vervoer te water van personen of goederen of voor het dragen of vervoeren van al dan niet met het drijvende lichaam één geheel uitmakende voorwerpen, daaronder begrepen een watervliegtuig, drijvende werktuigen zoals kranen, baggermolens, pontons of materieel van soortgelijke aard, alsmede woonschepen, woonarken, glijboten en ponten. Pleziervaartuig Een vaartuig dat uitsluitend of hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet bedrijfsmatige d.w.z. sportieve of recreatieve doeleinden. Klein bootje Een vaartuig van maximaal 7 meter lengte: zonder overkapping of kajuit met een overkapping of kajuit niet groter dan 1/3e van de vaartuiglengte, met of zonder een strijkbare mast met of zonder motor open zeilboot met een strijkbare mast De lengtebeperking geldt niet voor bedrijfsmatig gebruikte vissersvletten. Woonschip Een vaartuig dat aan romp en opbouw herkenbaar is als schip en dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor of is bestemd tot dag- of nachtverblijf van één of meer personen. Woonark Een vaartuig, niet zijnde een woonschip, dat feitelijk niet geschikt en bestemd is om te worden gebruikt als middel tot verplaatsing te water en dan wordt gebruikt of is bestemd tot dag- of nachtverblijf van één of meer personen. Woonboot Woonschip of woonark. Bedrijfsvaartuig Een vaartuig daaronder begrepen een object te water (niet- zijnde een binnenschip), hoofdzakelijk gebruikt of bestemd voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep, voor het bedrijfsmatig vervoer van minder dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen, dan wel voor de uitoefening van sociaal-culturele activiteiten. Passagiersvaartuig Een vaartuig dat is ingericht en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan twaalf personen, de bemanning daaronder niet begrepen, niet zijnde een veerboot. Bedrijfsmatig vervoer wil zeggen in uitoefening van een beroep of bedrijf of tegen vergoeding. Charterschip Een categorie passagiersvaartuig, die wordt gebruikt ten behoeve van de beroepsmatige chartervaart en die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel en waarvoor een Certificaat van Onderzoek als bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Binnenschepenwet of Certificaat van deugdelijkheid als bedoeld in artikel 3, eerste lid van de Schepenwet is afgegeven. Veerboot Een vaartuig die een veerdienst onderhoudt via een reguliere dienstregeling bestemd voor het vervoer van meer dan twaalf personen, bemanning daaronder niet begrepen, naar een andere locatie. Visserschip Een schip dat is ingericht om met netten, lijnen, sleepnetten of ander vistuig te vissen. Zeeschip Een bedrijfsvaartuig ingericht voor het vervoer van goederen, vloeistoffen en/of (vloeibare) gassen en geschikt is voor het vervoer over zee. Binnenschip Een bedrijfsvaartuig ingericht voor het vervoer van goederen, vloeistoffen en/of (vloeibare) gassen over binnenwaterschip. Ligplaats innemen Het aanleggen met een schip aan een kade, laad- en losplaats of steiger of dat gedeelte van het openbaar vaarwater dat gebruikt mag worden voor het afmeren van een schip. Het zich binnen 12 meter vanaf de oeverlijn van de kade ophouden met het doel om personen en of goederen van of aan boord te nemen. Passantenligplaats Ligplaats bedoeld voor eigenaren en/of houders van vaartuigen die met hun boot gedurende maximaal zeven dagen per week in de gemeente Enkhuizen verblijven en bovendien niet al voor een andere ligplaats binnen de gemeente Enkhuizen havengeld betalen en/of een ligplaats- vergunning verkregen hebben. Permanent woon- en nachtverblijf Gedurende een periode van ten minste zeven achtereenvolgende dagen gebruiken van een vaartuig mede met het gevolg daarin te overnachten. Zomer/winter-abonnenement Abonnement voor respectievelijk de zomerperiode, lopende van 1 april tot 1 november of de winterperiode die loopt van 1 november tot 1 april. Gevaarlijke stoffen De stoffen genoemd in de International Maritieme Dangerous Goods Code (IMDGcode), of een van de andere codes van de International Maritieme Organization (IMO), het Schepenbesluit, de Wet gevaarlijke stoffen, het Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR), het Besluit Aanwijzing Gevaarlijke Afvalstoffen, alsmede de stoffen die door Burgemeester en wethouders als gevaarlijke stof zijn aangewezen en bekendgemaakt. Lengte De totale lengte van het vaartuig met inbegrip van een vaste boegspriet, een papagaaistok en een roer. Breedte De breedte over alles van een vaartuig met inbegrip van overhangen en balkons. Diepgang De verticale afstand tussen het diepststekend scheepsdeel en de waterspiegel. BPR Het Binnenvaartpolitiereglement PARAGRAAF 1.2 TOEPASSINGSGEBIED Artikel 1.2 Toepassingsgebied Deze verordening is van toepassing op het openbaar vaarwater gelegen in de gemeente Enkhuizen. In voorkomende gevallen kan het zo zijn dat tevens regelgeving van andere waterbeheerder dan de gemeente Enkhuizen van toepassing is. Hoofdstuk 2 Inname ligplaatsen PARAGRAAF 2.1 HAVENATLAS Artikel 2.1.1 Vaststelling 1.Burgemeester en wethouders stellen de plaatsen vast waar de verschillende categorieën vaartuigen ligplaats mogen innemen of hebben. 2.De plaatsen worden aangegeven op kaarten per gebied en/of per soort vaartuig. 3.Per plaats kunnen voorschriften worden gegeven voor: het aantal; de maximale breedte; de maximale diepgang; de maximale lengte; de maximale hoogte vanaf de waterlijn; de minimale te hanteren afstand tussen de vaartuigen onderling. Artikel 2.1.2 Ligplaatsverbod Onverminderd het bepaalde in het BPR en in de overige artikelen van deze verordening is het zonder vergunning van Burgemeester en wethouders verboden een ligplaats te hebben of in te nemen met een vaartuig op een plaats, welke niet voor dat soort vaartuig in de Havenatlas is aangewezen. Artikel 2.1.3 Aanwijzing havenmeester Voor die ligplaatsen waar geen vergunning voor is vereist, mag slechts na aanwijzing en of mondelinge toestemming van de havenmeester ligplaats worden ingenomen. PARAGRAAF 2.2 MELDINGSPLICHT Artikel 2.2.3 Meldingsplicht 1.De schipper die met zijn vaartuig een ligplaats in de havens wenst te nemen, is verplicht zich direct na aankomst met dit vaartuig in de havens te melden bij de havenmeester. 2.Valt het aankomsttijdstip, bedoeld in het eerste lid, buiten de openingstijden van het havenkantoor, dan is schipper verplicht zich te melden zodra het kantoor weer is geopend. PARAGRAAF 2.3 WOONBOTEN Artikel 2.3.1 Ligplaatsvergunning 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en wethouders met een woonboot ligplaats in te nemen of te hebben in openbaar water. De vergunning is persoons,- ligplaats- en vaartuig gebonden. 2.Burgemeester en wethouders zullen een ligplaatsvergunning slechts verlenen voor een plaats, welke is aangegeven in de Havenatlas en indien het daarbij bepaalde aantal daarmede niet wordt overschreden. Artikel 2.3.2 Op-, ver, en aanbouwen van een woonboot 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en wethouders een woonboot te verbouwen, op te bouwen en of aan te bouwen. 2.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en wethouders een woonboot te vergroten door langszij een woonboot een vlot of een ander vaartuig te leggen of aan de woonboot vast te maken. Artikel 2.3.3 Uitoefenen beroep of bedrijf Het is zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en wethouders verboden een woonboot, waarvoor op grond van artikel 2.3.1, eerste lid vergunning is verleend, ook te gebruiken voor de uitoefening van enig bedrijf of beroep. Artikel 2.3.4 Woon- en nachtverblijf anders dan op een woonschip 1.Het is zonder vergunning van Burgemeester en wethouders verboden een schip, of vaartuig, dat geen woonboot is, permanent als woon- en nachtverblijf te gebruiken. 2.Burgemeester en wethouders kunnen op grond van nadere beleidsregels tijdelijke ontheffing verlenen van het verbod genoemd in het eerste lid; 3.Het in het eerste lid vervatte verbod omvat niet het verblijf op charterschepen, bedrijfsschepen, veerboten, vissersschepen, binnenschepen en zeeschepen, die daadwerkelijk als zodanig worden gebruikt. 4.Burgemeester en wethouders kunnen nadere regels vast stellen inzake de vereiste criteria die zij stelt aan het daadwerkelijk gebruik van dergelijke schepen. 5.De eigenaren van de schepen genoemd in lid 3 zijn verplicht om op verzoek van Burgemeester en wethouders aan te tonen dat het schip als zodanig gebruikt wordt. PARAGRAAF 2.4 VEERBOTEN Artikel 2.4.1 Ligplaatsvergunning veerboten 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en wethouders met een veerboot ligplaats in te nemen. 2.Burgemeester en wethouders zullen een vergunning, als bedoeld in het eerste lid, slechts verlenen voor een plaats, welke is aangegeven in de Havenatlas. Hoofdstuk 3. Ligplaatsen voor kleine bootjes PARAGRAAF 3.1 LIGPLAATS, UITGIFTE EN TOEWIJZING Artikel 3.1.1 Ligplaatsen voor kleine bootjes 1.Burgemeester en wethouders kunnen ligplaatsen toewijzen voor kleine bootjes aan de Zuider Havendijk en het Waaigat. 2.De aan de ligplaatsen als bedoeld in het eerste lid, af te meren bootjes aan de Zuider Havendijk dienen in de lengte langs de kademuur te worden afgemeerd op de door Burgemeester en wethouders aangewezen ligplaatsen. 3.Paragraaf 2.2 en hoofdstuk 5 van deze Verordening is op de ligplaatsen bedoeld in het eerste lid niet van toepassing. Artikel 3.1.2 Uitgifte ligplaatsen 1.De uitgifte van ligplaatsen als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, geschiedt door het uitgeven van een vignet/sticker van Burgemeester en wethouders. 2.Het vignet dient duidelijk zichtbaar op het kleine bootje te worden aangebracht. 3.Verlies van het vignet dient door de rechthebbende van het kleine bootje onmiddellijk te worden gemeld aan de havenmeester. Artikel 3.1.3 Toewijzing ligplaats 1.Toewijzing van ligplaatsen als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, geschiedt in volgorde van binnenkomst. Per huisadres in de gemeente Enkhuizen wordt maximaal voor één klein bootje een ligplaats toegewezen. 2.Onverminderd hetgeen is bepaald in het eerste lid wijzen Burgemeester en wethouders een ligplaats aan de Zuider Havendijk voor kleine bootjes eveneens toe aan de schipper van een vissersschip die vis levert aan de gemeente Enkhuizen en die rechthebbende is van een klein bootje. Artikel 3.1.4 Verbod inname ligplaats kleine bootjes Het is verboden om zonder vignet als bedoeld in artikel 3.1.2, eerste lid, of in afwijking van artikel 3.1.1, tweede lid, met een klein bootje ligplaats in te nemen op de ligplaatsen als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid. Hoofdstuk 4. Openbare orde en veiligheid PARAGRAAF 4.1 OPENBARE ORDE, VEILIGHEID, MILIEU, STADSSCHOON EN VOORKOMING VAN GEVAAR SCHADE OF HINDER Artikel 4.1.1 Algemeen 1.Burgemeester en wethouders kunnen de schipper een verbod opleggen om met zijn schip, het openbaar water binnen te varen, een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het schip gevaar, schade, hinder of nadelige gevolgen voor het milieu met zich meebrengt of met zich kan meebrengen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de schipper een verbod opleggen om met zijn schip, een ligplaats in te nemen of in de haven op een ligplaats te verblijven, indien het schip in een dusdanig verwaarloosde toestand verkeert, of uiterlijke verschijning heeft dat het nadelige gevolgen met zich meebrengt voor het stadsschoon. 3.De verboden als bedoeld in het eerste en het tweede lid worden pas opgelegd nadat is gebleken dat geen uitvoering is gegeven aan maatregelen die in de onderhavige gevallen door Burgemeester en wethouders kunnen worden opgelegd of indien geen maatregelen mogelijk zijn ter voorkoming van de ongewenste situatie. 4.De verboden als bedoeld in het eerste en tweede lid worden de schipper, eerst mondeling en bij het geen gevolg geven aan het verbod schriftelijk medegedeeld. Artikel 4.1.2 Tekens 1.Burgemeester en wethouders kunnen in de havens om reden van ordening en of in het belang van de openbare orde en veiligheid nadere regels stellen bestaande uit het plaatsen van één van de tekens, al of niet in samenhang met bijkomende tekens, die zijn opgenomen in bijlage 7 A tot en met F van het BPR. 2.Burgemeester en wethouders maken van de bevoegdheid van het eerste lid geen gebruik indien het besluit tot plaatsing van een teken gebaseerd kan worden op grond van één van de in artikel 3 van de Scheepsvaartverkeerswet genoemde belangen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen het plaatsen van een teken als bedoeld in het eerste lid achterwege laten indien het plaatsen van een teken niet doelmatig is; zij kunnen in plaats daarvan of in combinatie met het plaatsen van een teken, het verbod, de aanbeveling of de inlichting in een voorschrift opnemen. Artikel 4.1.3 Overtreden tekens en voorschriften Het is verboden te handelen in strijd met een teken en de daarbij behorende nadere aanduidingen als bedoeld in artikel 4.1.2, eerste lid, en met een voorschrift als bedoeld in artikel 4.1.2, derde lid. Artikel 4.1.4 Hinderen 1.Het is verboden met of op een vaartuig overlast of hinder te veroorzaken dan wel op een andere wijze de openbare orde te verstoren. 2.De schipper is verplicht er voor zorg te dragen dat geen onderdelen van het vaartuig of andere voorwerpen buiten boord steken zodanig dat daardoor gevaar of hinder kan ontstaan. Artikel 4.1.5 Geluidsoverlast 1.Het is verboden om aan boord van een vaartuig voorstuwingsinstallaties, motoren, aggregraten, geluidsapparatuur of andere toestellen of installaties in werking te hebben of werkzaamheden of activiteiten te verrichtten in strijd met de geluids- en trillingsvoorschriften van paragraaf 1.1 Geluid en trilling van de Bijlage van het Besluit jachthavens. 2.Het in het eerste lid bepaalde is niet van toepassing op geluidsversterkers, voor zover deze gebruikt worden voor het veilig manoeuvreren van vaartuigen. PARAGRAAF 4.2 VAARGEDRAG Artikel 4.2.1 Vaarsnelheid 1.Het is verboden met een schip in de haven te varen met een snelheid van meer dan 6 kilometer per uur (3,2 knopen). 3.Burgemeester en wethouders kunnen van het verbod in het eerste lid ontheffing verlenen. Artikel 4.2.2 Zeilplanken, waterjetski, waterskies. 1.Het is verboden in de haven te varen met een zeilplank, waterscooter of een waterjetski; 2.Het is verboden in de haven een waterski voort te bewegen danwel zich op waterskies te bewegen of te doen voortbewegen. 3.Burgemeester en wethouders kunnen van het in het eerste en tweede lid bepaalde ontheffing verlenen. Artikel 4.2.3 Zeilen in de haven 1.Het is verboden in de haven een vaartuig uitsluitend door middel van zijn zeil voort te bewegen indien het vaartuig over een bruikbare motor beschikt. 2.Het is verboden zonder toestemming van burgemeester en wethouders in de haven met een schip te zeilen. 3.Het in het tweede lid gestelde is niet van toepassing voor het rechtstreeks varen naar een ligplaats, dan wel het rechtstreeks verlaten van de haven. Artikel 4.2.4 Varen in de haven Onverminderd het bepaalde in de artikelen 4.2.2 en 4.2.3 is het verboden in de haven te varen anders dan voor het direct meren of vertrekken of het rechtsreeks varen naar een aangrenzend vaarwater. Artikel 4.2.5 Schaderegeling na aanvaring De schipper die schade veroorzaakt aan gemeente-eigendommen is verplicht met de havenmeester een schaderegeling te treffen voordat hij zijn reis vervolgt. PARAGRAAF 4.3 GEBRUIK VAN DE HAVEN Artikel 4.3.1 Verbod vuur te stoken 1.Het is verboden in de openlucht vuur aan te leggen, te stoken of te hebben. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet voor zover: op de Wet milieubeheer gebaseerde voorschriften van toepassing zijn; de provinciale Milieuverordening van toepassing is; artikel 429, aanhef en onder 1 of 3, Wetboek van strafrecht van toepassing is; 3.Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen, indien het betreft verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke, of vuur voor koken, bakken, braden en barbecuen, indien dat ter beoordeling van de havenmeester geen gevaar oplevert voor de omgeving. Artikel 4.3.2 Verbod ijs te breken 1.Het is verboden ijs te breken in een haven of langs een steiger,kade, laden losplaats. 2.Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet voor: het losmaken van ijs rond een vaartuig; diegene die handelt in opdracht of met toestemming van de havenmeester. Artikel 4.3.3 Zwemverbod Het is verboden om in de havens te zwemmen. Artikel 4.3.4 Vissen Het is niet toegestaan te vissen in de havens, indien dit naar het oordeel van de havenmeester gevaar, schade of hinder voor de scheepvaart met zich kan meebrengen. Artikel 4.3.5 Gebruik oevers en kademuren 1.Het is verboden zonder ontheffing van Burgemeester en wethouders enig obstakel of voorwerp aan te brengen, te hebben, te plaatsen of te houden op of in openbare oevers en kademuren. 2.Het is verboden zonder ontheffing van Burgemeester en wethouders openbare oevers en kademuren of delen daarvan in gebruik te nemen of te hebben. 3.Toestemming voor het neerleggen of het hebben liggen van enig obstakel of voorwerp op of gebruik van openbare oevers of kaden wordt geweigerd indien dit gevaar, schade of hinder kan veroorzaken. Artikel 4.3.6 Los- en laadinrichtingen Het is verboden om zonder ontheffing van Burgemeester en wethouders los- en laadinrichtingen op de kade te hebben of in gebruik te nemen. Artikel 4.3.7 Gebruik van ankers 1.Het is de schipper verboden om zonder ontheffing van Burgemeester en wethouders: een anker te gebruiken om een schip te stoppen; ten anker te gaan of te gaan liggen. 2.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor een schip: dat daarmee een aanvaring dan wel aandrijving voorkomt; dat zich verplaatst op een ligplaats of dat een manoeuvre uitvoert; voor een baggervaartuig indien de ankers worden gebezigd bij het verrichten van baggerwerkzaamheden; dat ligt in een aangewezen ankergebied in de Havenatlas. Artikel 4.3.8 Gebruik sluizen en bruggen 1.Het is verboden, ten tijde van het openen, het geopend zijn en het sluiten van een sluis of brug zich te bevinden op het beweegbare gedeelte van een sluis of brug of op het aansluitende weggedeelte tot de slagboom. 2.Het is verboden sluizen en bruggen te gebruiken voor andere doeleinden dan waarvoor ze zijn bestemd. 3.Burgemeester en wethouders kunnen van het in het tweede lid gestelde verbod ontheffing verlenen. 4.Het is anderen dan dienstdoende brug- of sluiswachters verboden om sluizen en/of bruggen te bedienen of daarvoor gebruikte slagbomen te openen of te sluiten. Artikel 4.3.9 Verwijderen obstakels Degene die een brug passeert, is verplicht zo veel mogelijk uitstekende obstakels te verwijderen indien daardoor het openen of het geopend houden van een brug kan worden voorkomen. Artikel 4.3.10 Aanbrengen voorwerpen of inrichtingen 1.Het is verboden zonder ontheffing van Burgemeester en wethouders meerpalen, meerboeien, steigers, buizen, kabels, hijsbalken, laadbruggen of dergelijke voorwerpen of inrichtingen in of boven de havens te hebben, aan te brengen, te leggen of te plaatsen. 2.Het is verboden zonder, ontheffing van Burgemeester en wethouders palen,balken, planken, trossen, draden, kettingen of andere dergelijke voorwerpen in of boven een der havens of andere bevaarbare wateren te hebben, aan te brengen, te leggen of te plaatsen. 3.Het verbod in het tweede lid geldt niet voor toegangsmiddelen tot een vaartuig en voor trossen, draden of kettingen welke dienen voor het afmeren of slepen van vaartuigen. Artikel 4.3.11 Aggregaten 1.Het is verboden om aggregaten te gebruiken voor het opwekken van energie. 2.Burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het in het eerste lid gestelde verbod, indien ter plaatse van de aangewezen ligplaats geen of onvoldoende walvoorzieningen zijn aangebracht voor het verkrijgen van de benodigde energie. Artikel 4.3.12 Nutsvoorzieningen 1.Het is verboden om zonder ligplaatsvergunning gebruik te maken van de gemeentelijke nutsvoorzieningen. 2.Het verbod in het eerste lid is eveneens van toepassing voor diegene die in strijd met de havenatlas een ligplaats heeft ingenomen. PARAGRAAF 4.4 AFMEERREGIME Artikel 4.4.1 Verhalen anders dan op eigen aanvraag 1.De schipper is verplicht, het schip naar elders te verhalen indien Burgemeester en wethouders opdracht geven gelet op: het belang van ordening; openbare orde; veiligheid; milieu; in het belang van werkzaamheden in het water of aan de gemeente-eigendommen; het zonder vergunning innemen van een ligplaats; strijdigheid met de havenatlas. 2.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een vaartuig te doen verhalen voor rekening en risico van de schipper en of eigenaar in de gevallen bedoeld in het eerste lid indien: er sprake is van een zo spoedeisende situatie dat in redelijkheid geen opdracht als bedoeld in de het eerste lid meer kan worden gegeven; de schipper onbekend is; Indien de schipper weigert gehoor te geven aan het eerste lid van dit artikel. Artikel 4.4.2 Bereikbaarheid van vaartuigen 1.Het is verboden de toegang tot een schip te blokkeren. 2.De schipper van een gemeerd vaartuig is verplicht er zorg voor te dragen dat het schip te allen tijde vlot en veilig tijdig kan worden betreden en verlaten. PARAGRAAF 4.5 VEILIGHEID EN MILIEU Artikel 4.5.1 Verbouwings-, herstel- of sloopwerkzaamheden 1.Het is verboden zonder of in afwijking van een vergunning van Burgemeester en wethouders, op of aan het water in de haven herstel-, onderhouds-, sloop-, of verbouwingswerkzaamheden te (laten) verrichten. Het verbod is tevens van toepassing op het uitvoeren van werkzaamheden op plaatsen vanwaar de bij de werkzaamheden te gebruiken of vrijkomende stoffen rechtstreeks in het openbaar water kunnen komen. 2.Burgemeester en wethouders weigeren de vergunning als bedoeld in het eerste lid indien door het stellen van voorwaarden niet kan worden tegemoet gekomen aan te verwachten gevaar, schade of hinder. 3.Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing op het (laten) verrichten van werkzaamheden bij een bedrijf of inrichting die voor het uitvoeren van de werkzaamheden beschikt over een vergunning op grond van de Wet milieubeheer. 4.Het verbod in het eerste lid, geldt niet voor het in eigen beheer uitvoeren van reparaties van geringe omvang. Artikel 4.5.2 Vrijkomen van stoffen en dergelijke 1.De schipper van een vaartuig zowel als de exploitant van een aan de havens gelegen terrein is verplicht: zodanige maatregelen te nemen, dat het te water geraken van vloeistoffen (niet zijnde water en huishoudelijk afvalwater), voorwerpen of zelfstandigheden wordt voorkomen; onmiddellijk na het te water geraken van het onder a genoemde daarvan kennis te geven aan de havenmeester en er zorg voor te dragen, dat deze vloeistoffen, voorwerpen of zelfstandigheden onmiddellijk of, bij gebreke van dien, binnen de door burgemeester en wethouders te bepalen tijd uit de havens worden verwijderd. 2.De schipper is verplicht bij het laden en lossen van zijn vaartuig zodanige voorzieningen te treffen, dat schade of overlast door stof, stank of anderszins jegens personen, dieren, goederen of vaartuigen wordt voorkomen. PARAGRAAF 4.6 ONTZEGGING TOEGANG HAVENS Artikel 4.6.1 Ontzegging toegang havens Indien na overtreding van een verbod als bedoeld in de artikelen 4.1.1, 4.2.1, 4.2.2, 4.2.3, 4.3.6, 4.3.11, 4.5.1 en 4.5.2 naar het oordeel van Burgemeester en wethouders ernstige vrees bestaat dat de veiligheid in de havens door de ovetreder(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.