Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2011De raad van de gemeente Ameland, Overwegende - dat bij de vaststelling van de programmabegroting 2011 – 2014 is besloten om de toeristenbelasting 2011 ten opzichte van 2010 met 5% te verhogen; - dat de hieruit voortvloeiende verordening formeel moet worden vastgesteld. Besluit De Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2011 vast te stellen Ballum, 13 december 2010 Albert de Hoop, burgemeester Jacqueline Metz, griffier Artikel 1 Voorwerp der belasting: belastbaar feitOnder de naam toeristenbelasting worden ter zake van het houden van verblijf binnen de gemeente door personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens van de gemeente zijn ingeschreven twee directe belastingen geheven:a. een belasting terzake van het houden van verblijf (tussen 00:00 uur tot 24:00 uur) op de dag van aankomst;b. een belasting terzake van het houden van verblijf met overnachten in vakantieonderkomens, hotels/pensions, mobiele kampeeronderkomens, kamers, kampeerboerderijen, vaartuigen, of anderszins, tegen vergoeding in welke vorm dan ook, welk verblijf volgt op het verblijf onder a. Artikel 2 BegripsomschrijvingenVoor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:a. Vakantieonderkomensbungalows, appartementen, woningen, gedeelte van een permanent bewoonde woning en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, als zelfstandige eenheid, in hoofdzaak bestemd voor dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden. b. Hotels/pensionsgebouwen, woningen en andere verblijven of gedeelten daarvan, niet zijnde vakantieonderkomens, in hoofdzaak bestemd voor dan wel gebezigd als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, waar slaapplaatsen worden verhuurd, dan wel te huur worden aangeboden. c. Mobiele kampeeronderkomenstenten, vouwwagens, toercaravans, kampeerauto’s, soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen die bestemd zijn voor, dan wel gebezigd worden als vakantie- en andere recreatieve doeleinden. d. Vaste standplaatseen terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of één jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan.e. KamerverhuurWoningen en andere verblijven of gedeelten daarvan, niet zijnde vakantieonderkomens, hotels/pensions, mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, die niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor vakantie- en andere recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar worden verhuurd, dan wel te huur worden aangeboden. f. Kampeerboerderijeen in de zin van de “Verordening op de groepsaccommodaties” bedoelde kampeerplaats, waarvoor een overeenkomstig die verordening vereiste vergunning is vereist. g. Vaartuigeen vaartuig dat is bestemd of wordt gebezigd voor vakantie- of andere recreatieve doeleinden. h. Aankomsthet anders dan voor directe doorreis op een dag voor de eerste maal aan wal komen althans afmeren, ongeacht de plaats van vertrek. Onder directe doorreis wordt verstaan het binnen 30 minuten na aankomst verlaten van de gemeente, althans vertrekken van de plaats van aankomst om zonder verder oponthoud de gemeente te verlaten. Onder directe doorreis valt eveneens het aan land komen, althans afmeren met als hoofddoel de inname van water en/of brandstof. Artikel 3 Belastingplicht1. Belastingplichtig voor de belasting als bedoeld in artikel 1 sub a is degene die door middel van personenvervoer naar de gemeente Ameland deze personen gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 1 sub a, degene die aan een door hem ter beschikking gestelde ligplaats gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 1 sub a, op een vaartuig, alsook degene die verblijf houdt als bedoeld in artikel 1 sub a, door met eigen vervoer naar de gemeente Ameland te komen.2. Belastingplichtig voor de belasting als bedoeld in artikel 1 sub b is degene die gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 1 sub b in hem ter beschikking staande ruimten, dan wel op hem ter beschikking staande terreinen en degene die aan een door hem ter beschikking gestelde ligplaats gelegenheid biedt tot het houden van verblijf als bedoeld in artikel 1 sub b, op een vaartuig. 3. De belastingplichtige is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene, ter zake van wiens verblijf de belasting verschuldigd wordt.4. Indien met toepassing van het eerste en tweede lid geen belastingplichtige is aan te wijzen, is belastingplichtig degene die overeenkomstig het bepaalde in artikel 1 verblijf houdt. Artikel 4 Vrijstellingen1. De belasting wordt niet geheven ter zake van het houden van verblijf, al dan niet gevolgd door overnachting, door degene die de leeftijd van vier jaren nog niet heeft bereikt;2. De belasting wordt niet geheven ter zake van het houden van verblijf als bedoeld in artikel 1 sub b, in een gemeubileerde woning, indien ter zake van het verblijf in of het ter beschikking houden van die woning forensenbelasting is verschuldigd;3. De belasting wordt niet geheven ter zake vanhet houden van verblijf als bedoeld in artikel 1 sub b, door personeel van een Amelander bedrijf;4. In voorkomende gevallen bepalen burgemeester en wethouders of de verordening onverkort wordt toegepast. Artikel 5 Maatstaf van heffing1. De belasting bedoeld in artikel 1 sub a wordt per persoon per aankomst geheven.2. De belasting bedoeld in artikel 1 sub b wordt geheven naar het aantal overnachtingen. Artikel 6 Forfaitaire berekeningswijze van de maatstaf van heffing1. Het aantal personen dat overnacht, wordt met betrekking tot:a. vakantieonderkomens bepaald op het aantal beschikbare slaapplaatsen; b. hotels/pensions bepaald op het aantal beschikbare slaapplaatsen;c. mobiele kampeeronderkomens op een niet vaste standplaats bepaald op 2 personen per onderkomen;d. mobiele kampeeronderkomens op een vaste standplaats bepaald op 3,5 personen per onderkomen;e. kamerverhuur bepaald op het aantal beschikbare slaapplaatsen;f. kampeerboerderijen bepaald op het aantal beschikbare slaapplaatsen. 2. Het aantal malen dat door de in het eerste lid bedoelde personen is overnacht wordt ingeval verblijf wordt gehouden in:a. vakantieonderkomens bepaald op 134;b. hotels/pensions bepaald op 93;c. mobiele kampeeronderkomens op een niet vaste standplaats bepaald op 62;d. mobiele kampeeronderkomens op een vaste standplaats bepaald op 68;e. kamerverhuur bepaald op 51;g. kampeerboerderijen bepaald op 60. 3. Voor de vaststelling van het in lid 1 onderdeel a, b, e en f bedoelde aantal slaapplaatsen worden meerpersoonsbedden gerekend voor zoveel slaapplaatsen als het aantal personen, waarvoor zij gelegenheid tot overnachten bieden.4. Het aantal mobiele kampeeronderkomens, als bedoeld in lid 1 onderdeel c,, wordt vastgesteld op het rekenkundige gemiddelde van de aantallen mobiele kampeeronderkomens, als bedoeld in lid 1 onderdeel c, zoals geteld in de weken 28, 30 en 32 van het jaar 2010.5. Het aantal mobiele kampeeronderkomens, als bedoeld in lid 1 onderdeel d,, wordt vastgesteld op het rekenkundige gemiddelde van de aantallen mobiele kampeeronderkomens, als bedoeld in lid 1 onderdeel d, zoals geteld in de weken 28, 30 en 32 van het jaar 2010. Artikel 7 Opteren voor een niet forfaitaire heffingsgrondslagIn afwijking van het bepaalde in artikel 6 wordt op een door de belastingplichtige bij de aangifte gedane aanvraag de maatstaf van heffing vastgesteld op het werkelijke aantal overnachtingen, indien blijkt dat dit aantal lager is dan het op grond van artikel 6 berekende aantal. Artikel 8 Belastingtarief1. De belasting bedoeld in artikel 1 sub a bedraagt € 1,05 per persoon per aankomst;2. De belasting bedoeld in artikel 1 sub b bedraagt € 1,05 per persoon per overnachting. Artikel 9 BelastingtijdvakHet belastingtijdvak is gelijk aan het kalenderjaar.Artikel 10 Wijze van heffing1. De over het belastingtijdvak verschuldigd geworden belasting wordt, met uitzondering van de onder artikel 3 lid 1 bedoelde belasting, waarbij belasting wordt geheven van degene die door middel van personenvervoer per vliegtuig naar de gemeente Ameland deze personen gelegenheid biedt tot het houden van verblijf en van degene die binnen de gemeente verblijf houdt na aankomst per eigen vliegtuig, bij wege van aanslag geheven.2. De krachtens 3 lid 1 verschuldigd geworden belasting, waarbij belasting wordt geheven van degene die door middel van personenvervoer per vliegtuig naar de gemeente Ameland deze personen gelegenheid biedt tot het houden van verblijf en van degene die binnen de gemeente verblijf houdt na aankomst per eigen vliegtuig, wordt geheven bij wege van:gedagtekende schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt begrepen een bon, nota of andere schriftuur. Artikel 11 Heffing naar tijdsgelang1. Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 1 sub b in de loop van het belastingjaar aanvangt is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, berekend volgens het bepaalde in artikel 6, als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven;2. Indien de belastingplicht als bedoeld in artikel 1 sub b in de loop van het belastingjaar eindigt wordt ontheffing verleend voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting, berekend volgens het bepaalde in artikel 6, als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven. Artikel 12 AanslaggrensGeen belasting wordt opgelegd indien het aantal overnachtingen, waartoe gelegenheid wordt of is gegeven, gedurende het belastingjaar minder dan tien zal of heeft belopen. Artikel 13 Betalingstermijnen 1. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de voorlopige aanslagen worden betaald in vier gelijke termijnen, waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.2. In afwijking van lid 1 geldt dat de voorlopige aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste vier bedraagt.3. In afwijking van de vorige leden geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de voorlopige aanslagen moeten worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.4. In afwijking van lid 3 geldt, zolang de verschuldigde bedragen door middel van automatische betalingsincasso kunnen worden afgeschreven, dat de voorlopige aanslagen moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnen als er na de maand van dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het belastingjaar waarin de aanslagen worden opgelegd overblijven, met dien verstande dat het aantal termijnen ten hoogste negen bedraagt.5. De definitieve aanslagen moeten worden betaald binnen een periode van 30 dagen na de dagtekening van de definitieve aanslag.6. In afwijking van de vorige leden is de krachtens artikel 8, lid 1 verschuldigde belasting, waarbij belasting wordt geheven van degene die door middel van personenvervoer per vliegtuig naar de gemeente Ameland deze personen gelegenheid biedt tot het houden van verblijf en van degene die binnen de gemeente verblijf houdt na aankomst per eigen vliegtuig, direct in één betalingstermijn invorderbaar.7. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in dit artikel gestelde termijnen. Artikel 14 Nadere regels door het college van burgemeester en wethoudersHet college van burgemeester en wethouders kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de toeristenbelasting. Artikel 15 AanmeldingsplichtDe belastingplichtige bedoeld in artikel 3, lid 2 is gehouden, voordat hij voor de eerste maal na het in werking treden van deze verordening gelegenheid tot overnachten biedt, zulks schriftelijk te melden aan de door het college van burgemeester en wethouders aangewezen gemeenteambtenaren, bedoeld in artikel 231, tweede lid, sub b en d, van de Gemeentewet. Artikel 16 Inwerkingtreding1. De “Verordening Toeristenbelasting 2010”, vastgesteld bij raadsbesluit van 14 december 2009, wordt ingetrokken met ingang van de in het derde lid genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan.2. Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na die van de bekendmaking.3. De datum van ingang van de heffing is 1 januari 2011.4. Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening toeristenbelasting 2011” Toelichting1Artikelsgewijze toelichting Artikel 1 Belastbaar feitIngevolge artikel 224 van de Gemeentewet kan slechts toeristenbelasting geheven worden indien is voldaan aan de volgende eisen:a er moet binnen de gemeente verblijf gehouden worden door;b personen die niet als ingezetene in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegegevens van de gemeente zijn opgenomen.Het begrip ‘verblijf houden’ is ruim. Het kan ieder soort verblijf betreffen, zoals het verblijven in een museum, op het strand, in een hotel en een pension, op een vaartuig, of op een kampeerterrein. Voorts zijn de woorden ‘tegen betaling van een vergoeding’ opgenomen ten einde te voorkomen dat bijvoorbeeld het logeren bij familie of bekenden ook belast zou worden. Het belasten van overnachtingen bij familie of kennissen zou tegen de geest van de wet ingaan. De woorden ‘in welke vorm dan ook’ zijn opgenomen ten einde ook die gevallen in de belastingheffing te betrekken, waarin de vergoeding in natura wordt voldaan of een woningruil met gesloten beurzen wordt overeengekomen.De gemeente Ameland heeft ervoor gekozen om ook van dagtoeristen toeristenbelasting te heffen. Deze heffing vindt plaats aan de toegangspoorten van Ameland en wordt geheven boven op het tarief van het bootkaartje van Wagenborg, boven op het havengeld van “Airport Ballum” en bovenop het liggeld van de passantenhaven “t Leije Gat”. De toeristenbelasting is aangemerkt als directe belasting. Deze aanwijzing is noodzakelijk om toepassing van de artikelen 31 e.v. van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (hierna: AWR) betreffende de richtige heffing, mogelijk te maken. Artikel 2 BegripsomschrijvingenOm duidelijkheid te scheppen over de inhoud van een aantal in de verordening voorkomende begrippen is daarvan een omschrijving opgenomen in artikel 2.Met vakantieonderkomens (onderdeel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.