Havenverordening Hoorn 2005 (1e wijz) Registratienr.: 05.12633 De Raad van de gemeente Hoorn; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 11 mei 2005; gelet op artikelen 108, 147 en 149 van de Gemeentewet; besluit: vast te stellen de volgende verordening: Havenverordening Hoorn 2005 (1e wijz) Hoofdstuk 1 BEGRIPSBEPALINGEN EN TOEPASSINGSGEBIED Paragraaf 1.1 Begripsomschrijvingen Artikel 1 Definities Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: burgemeester en wethouders: het bestuursorgaan het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn; de havens: het water van de Buitenhaven, de Binnenhaven, de Vluchthaven, de Karperkuil, de Grashaven, de wateren langs de openbare wegen Vollerswaal, Jeudje, Buurtje, Turfhaven en de G.J. Henninkstraat, alsmede de wateren langs de openbare wegen Korenmarkt, Appelhaven, Vismarkt, Bierkade, Venidse, Nieuwendam voor zover anders dan op grond van artikel 54 en 55 van deze verordening niet door de gemeente aan derden privaatrechtelijk in gebruik zijn gegeven. Onder de havens wordt mede begrepen: de aan de havens gelegen gronden zoals kaden, kadeterreinen, en scheepshellingen, de in de havens geplaatste kunstwerken; zoals steigers, bruggen en sluiswerken; vaartuig: elk voorwerp gebruikt of geschikt om te worden gebruikt als middel van verplaatsing te water, met inbegrip van een watervliegtuig, draagvleugelboot, luchtkussenvaartuig, waterscooter, ponten, en drijvende werktuigen zoals baggerwerktuigen, kranen, bokken, elevators en pontons; vlot: een drijvend samenstel van stammen, balken, vaten, drums of anderszins als drijvers gebruikt materiaal; passagiersschip: een binnenvaartschip dat middel van openbaarvervoer is of hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het bedrijfsmatig vervoer van meer dan 12 personen; charterschip: een zeilend binnenvaartschip, geen passagierschip zijnde, dat geheel of overwegend met behulp van zeilen wordt voortgestuwd en dat hoofdzakelijk gebezigd wordt voor het vervoer van meer dan twaalf personen; pleziervaartuig: vaartuig dat hoofdzakelijk wordt gebruikt voor niet-bedrijfsmatige, dat wil zeggen sportieve of recreatieve doeleinden; sleepboot: een motorvaartuig, dat sleepdiensten verricht; klein bootje: open vaartuig van maximaal 7 meter lang en 2 meter breed, voor zover in onderhavige verordening niet anders is bepaald; dekschuit: een vaartuig zonder opbouw met alleen een dek; terrasboot: een dekschuit die wordt gebruikt als terras. Onder terras wordt verstaan: een buiten de besloten ruimte liggend gedeelte van een horecabedrijf waar dranken of spijzen voor consumptie ter plaatse worden verstrekt en genuttigd; zeilplank: surfplank, windglider, of ander op een plank gelijkend vaartuig dat zeil voert of kan voeren; waterscooter: snelle motorboot gebouwd of ingericht om door een of meer personen skiënd door of over het water te worden voortbewogen; opleggen van een vaartuig: het voor korte of langere tijd uit de vaart nemen van een vaartuig; schipper: hij, die rechtens dan wel feitelijk aan boord van een vaartuig het gezag uitoefent; havenmeester: de ambtenaar die als zodanig door burgemeester en wethouders is aangewezen; havenkantoor: het kantoor van de havenmeesters gelegen aan de westzijde van de keersluis bij het Hoofd, dan wel het als zodanig door de havenmeesters in gebruik zijnde en als zodanig herkenbare gebouw; BPR: Binnenvaartpolitiereglement; APV: Algemene Plaatselijke Verordening Hoorn; havenatlas: het geheel van kaarten en daarbij behorende voorschriften en aanwijzingen, vastgesteld overeenkomstig artikel 3 van onderhavige verordening. Paragraaf 1.2 Toepassingsbereik Artikel 2 Toepassingbereik Deze verordening is van toepassing op de havens in de gemeente Hoorn. Hoofdstuk 2 INNAME LIGPLAATSEN Paragraaf 2.1 Havenatlas Artikel 3 Havenatlas 1. Burgemeester en wethouders stellen de plaatsen vast waar de verschillende categorieën vaartuigen ligplaatsen in de havens mogen innemen of hebben. 2. De plaatsen worden aangegeven op kaarten per gebied en/of per soort vaartuig 3. Per plaats kunnen voorschriften worden gegeven over: het maximaal aantal vaartuigen dat een ligplaats mag innemen alsmede het aantal vaartuigen dat maximaal naast elkaar mag liggen; de maximale breedte van vaartuigen; de maximale diepte van vaartuigen; de maximale lengte van vaartuigen; de maximale hoogte van vaartuigen boven de waterspiegel; de minimale te hanteren afstand tussen de vaartuigen onderling. Artikel 4 Ligplaatsverbod Onverminderd het bepaalde in het BPR en in de overige artikelen van deze verordening is het zonder vergunning van burgemeester en wethouders verboden een ligplaats te hebben of in te nemen met een vaartuig op een plaats, welke niet voor dat soort vaartuig in de Havenatlas is aangewezen. Paragraaf 2.2. Verboden ligplaatsen Artikel 5 Ligplaats bij bunkerschip Het is verboden om met een vaartuig anders dan voor het inladen van olieproducten of het afgeven van bilge/vuilwater een ligplaats te hebben of in te nemen langszij het bunkerschip in de Buitenhaven. Artikel 6 Ligplaats havenmeester Het is zonder vergunning van burgemeester en wethouders verboden om met een vaartuig gebruik te maken van de steiger en/of aanlegplaats bestemd voor het vaartuig van de havenmeester of ligplaats te nemen op zo geringe afstand van of in zodanige positie ten opzichte van die steiger en/of aanlegplaats, dat het aanleggen en afvaren van de vaartuigen van de havenmeester wordt bemoeilijkt. Artikel 7 Reddingstrap Het is verboden om met een vaartuig een ligplaats in te nemen ter hoogte van een aan de kade gemonteerde reddingstrap. Paragraaf 2.3 Meldingsplicht en verblijfsduur Artikel 8 Melden bij havenmeester 1. De schipper die met zijn vaartuig een ligplaats in de havens wenst in te nemen, is verplicht zich direct na aankomst met dit vaartuig in de havens te melden bij de havenmeester. 2. Valt het aankomsttijdstip, bedoeld in het eerste lid, buiten de openingstijden van het havenkantoor, dan is de schipper verplicht zich te melden zodra het kantoor weer is geopend. Artikel 9 Verblijfsduur vaartuigen 1. Voor zover in de overige artikelen van deze verordening niet anders is bepaald is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een vaartuig: 2. in de periode van 1 mei tot en met 30 september langer dan zes dagen achtereen in de havens te hebben; 3. in de periode van 1 oktober tot en met 30 april langer dan 213 dagen in de havens te hebben; 4. Indien tussen de periodes, waarin een vaartuig in de havens aanwezig is, minder dan twee etmalen zijn gelegen, worden deze periodes voor de bepaling van de termijn, bedoeld in het eerste lid, onder a, als aaneengesloten beschouwd. 5. Het bepaalde in het eerste lid is voorts niet van toepassing op vaartuigen die op grond van de Verordening havengeld 2000 een jaarabonnement hebben voor het innemen van een ligplaats. Artikel 10 Overschrijding verblijfsduur wegens slechte weersomstandigheden 1. Indien en voor zover de weersomstandigheden het vertrek uit de havens naar het oordeel van de havenmeester onverantwoord doen zijn mag een vaartuig de in artikel 6, eerste lid bedoelde verblijfsduur zonder vergunning overschrijden. 2. Het in het eerste lid bepaalde is van overeenkomstige toepassing op vaartuigen die vanwege het verlopen van de geldigheidsduur van een krachtens een ander artikel dan artikel 6 van deze verordening verleende vergunning of ontheffing de havens dienen te verlaten. Hoofdstuk 3 OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID Paragraaf 3.1 Vaargedrag Artikel 11 Voorkomen schade en onveilige situaties 6. Het is de schipper verboden met zijn vaartuig in de havens op zodanige wijze te liggen of te varen dat met dat vaartuig of met de meermiddelen daarvan, dan wel door golfslag of zuiging, hinder, schade of een ongeluk wordt veroorzaakt en, in het algemeen, de vrijheid van het verkeer zonder noodzaak wordt belemmerd of de veiligheid in gevaar wordt gebracht of redelijkerwijze is aan te nemen, dat de veiligheid in gevaar kan worden gebracht. 7. Wordt op een vaartuig van de havenmeester een oranje zwaailicht getoond, dan zijn de schippers van de in de nabijheid zijnde vaartuigen verplicht vaart te minderen tot langzame vaart en bijzondere oplettendheid en voorzichtigheid te betrachten. Artikel 12 Vaarsnelheid Het is de schipper van een mechanisch voortbewogen vaartuig verboden in de havens te varen met een grotere snelheid dan 6 kilometer per uur (3,2 knopen). Artikel 13 Zeilen Het is verboden in de havens met enig vaartuig te zeilen. Artikel 14 Varen in havens Het is verboden in de havens te varen anders dan voor het direct meren of vertrekken of het rechtstreeks varen naar een aangrenzend vaarwater. Het in het eerste lid gestelde verbod is niet van toepassing voor het water langs de Korenmarkt, Vismarkt, Nieuwendam, Appelhaven, Vollerswaal, Turfhaven, Onder de Boompjes en het ankergebied in de Buitenhaven als bedoeld in artikel 15. Artikel 15 Ankeren 1. Het is verboden in de havens: 2. een anker te bezigen om een vaartuig te stoppen; 3. met een krabbend anker te varen; 4. ten anker te komen of ten anker te liggen. 5. De in het eerste lid gestelde verboden gelden niet voor een baggervaartuig, indien de ankers worden gebezigd bij het verrichten van baggerwerk. 6. De ankers en/of de meermiddelen van het baggervaartuig, welke in en/of over het vaarwater uitstaan, moeten tijdig worden opgevierd, losgegooid en/of uitgestoken, zo dikwijls dit voor het veilig passeren van andere vaartuigen nodig is. 7. Het in het eerste lid, onder a gestelde verbod geldt niet indien wordt gehandeld ter voorkoming van een aanvaring. 8. Het in het eerste lid, onder c gestelde verbod geldt niet voor het, op de bij deze verordening behorende kaart aangegeven, ankergebied in de Buitenhaven. Artikel 16 Verbod steken voorwerpen in bruggen en sluizen Het is verboden bij het doorvaren van bruggen of sluizen in de metselwerken of de daarvoor niet bestemde hout- of ijzerwerken met enig voorwerp te steken of te haken. Artikel 17 Vrijhouden doorvaartopening De schipper is verplicht er zorg voor te dragen dat zijn vaartuig niet in de doorvaartopening van een brug of in een sluis komt vast te zitten. Paragraaf 3.2 Toelaatbaarheid vaartuigen Artikel 18 Beschadigde, zinkende en gevaarlijke vaartuigen 1. Het is de schippers van de hierna bedoelde vaartuigen verboden met zo'n vaartuig in de havens een ligplaats in te nemen of te hebben of de havens binnen te varen zonder ontheffing van burgemeester en wethouders: 1. beschadigde vaartuigen; 2. vaartuigen, in zinkende toestand verkerend; 3. brandende vaartuigen; 4. vaartuigen die een teken voeren als bedoeld in artikel 3.14 jo 3.32 van het BPR of na het vervoer van de in artikel 3.14 van het BPR bedoelde stoffen, nog niet van die stof zijn schoongemaakt; 5. vaartuigen, die door de toestand van hun lading of uit andere oorzaak gevaar voor de veiligheid in de havens, of hinder of gevaar voor de omgeving kunnen opleveren. Artikel 19 Zeilplanken en waterscooters Het is verboden om in de havens te varen met een zeilplank of waterscooter/jetski. Artikel 20 Bemanning en lading Het is verboden zich in de havens te bevinden met een vaartuig dat te zwaar beladen is of dat onvoldoende is bemand of uitgerust. Artikel 21 Opgelegde vaartuigen Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders een vaartuig in de havens op te leggen. Artikel 22 Dekschuiten 6. Het is verboden om zonder vergunning van burgemeester en wethouders met een dekschuit in de havens ligplaats in te nemen of te hebben. 7. De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt alleen verleend voor een dekschuit welke: 8. wordt gebruikt als terrasboot; 9. noodzakelijk is voor het verrichten van onderhouds- of herstelwerkzaamheden aan de havens of in de havens aanwezige meerpalen, remmingswerken of andere tot de havens behorende kunstwerken; 10. gebruikt wordt bij wedstrijden of evenementen die in de havens plaatsvinden; 11. onderdeel uitmaakt van het bunkerschip als bedoeld in artikel 5. Paragraaf 3.3 Afmeerregime Artikel 23 Gebruik stootwillen e.d. 1. De schipper is verplicht door het aanbrengen van stootwillen fenders, kurkenzakken, drijfbalken of op enig andere deugdelijke wijze er zorg voor te dragen, dat tengevolge van het afmeren, gemeerd liggen of ontmeren van zijn vaartuig geen schade aan enig persoon of goed wordt toegebracht. 2. Onverlet het bepaalde in het eerste lid is het gebruik van autobanden bij de doorvaart van kunstwerken, tijdens de vaart en bij het af- en ontmeren in de havens verboden. Artikel 24 Bijboten en vlotten 12. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders, in de havens roeiboten, rubberboten of andere bij een groter vaartuig behorende bijboten langszij van dit vaartuig te meren, anders dan voor het direct in- of uitladen van personen en/of goederen. 13. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders in de havens vlotten te brengen of te hebben. 14. Het tweede lid is niet van toepassing op vlotten, slechts in gebruik zijnde om buiten boord van een vaartuig dan wel aan kunstwerken reparatie- of onderhoudswerkzaamheden te verrichten, mits de afmeting niet groter is dan 4,0 meter lang en 1,5 meter breed. Artikel 25 Dichtgevroren water en ijsgang Bij ijsgang of toegevroren water in de havens is de schipper van een vaartuig verplicht: indien hij met dat vaartuig een ligplaats wenst in te nemen of te verlaten dan wel het bevel daartoe ontvangt, voor zijn rekening en risico zo nodig het ijs te breken of een sleepboot te gebruiken; zodanige maatregelen te nemen, dat met zijn vaartuig en/of sleepboot geen schade kan worden toegebracht aan andere vaartuigen of aan kunstwerken zoals oeververdedigingen, steigers en remmingswerken. Artikel 26 Toegankelijkheid afgemeerde vaartuigen 5. Het is verboden de toegang tot een vaartuig te blokkeren. 6. De schipper van een afgemeerd vaartuig is verplicht er zorg voor te dragen dat het vaartuig te allen tijde vlot en veilig kan worden betreden en verlaten. Artikel 27 Uitstekende delen De schipper is verplicht in de havens er voor zorg te dragen: dat laadbomen, tuig en andere uitstekende delen zo min mogelijk buiten dat vaartuig uitsteken en goed zijn vastgezet; dat de ankers zodanig worden gebruikt, dat daardoor andere vaartuigen of kunstwerken niet kunnen worden beschadigd, of zodanig in de kluis hangen, dat zij in geval van aanvaring niet in enig vaartuig nabij of onder de waterlijn kunnen dringen; dat kluiverbomen, boegsprieten en raas, indien beweegbaar, tijdens het gemeerd liggen in de havens getopt, ingetrokken of gebrast zijn. Artikel 28 Langszij gemeerde vaartuigen De schipper van een vaartuig, dat langszij een ander vaartuig gemeerd ligt, is verplicht het andere vaartuig, indien de schipper daarvan dit wenst, gelegenheid te geven te ontmeren en te vertrekken. Artikel 29 Verhalen vaartuig 1. De schipper is verplicht zijn schip te verhalen indien burgemeester en wethouders daartoe in het belang van de openbare orde en veiligheid of in het belang van werkzaamheden aan gemeentelijke eigendommen opdracht geven. 2. Burgemeester en wethouders zijn bevoegd een vaartuig te doen verhalen in de gevallen bedoeld in het eerste lid indien: er sprake is van een zo spoedeisende situatie dat in redelijkheid geen opdracht als bedoeld in het eerste lid meer kan worden gegeven; de schipper onbekend is. Paragraaf 3.4 Terrasboten Artikel 30 Seizoensgebonden ligplaats terrasboot 1. De vergunning als bedoeld in artikel 22 voor een terrasboot wordt uitsluitend verleend voor de periode die ligt tussen 1 april en 1 november. 3. De vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt voorts alleen verleend indien: 4. de terrasboot voldoet aan redelijke eisen van welstand; 5. de aanwezigheid van de terrasboot niet leidt tot een ontoelaatbare aantasting van het woon- en leefklimaat of de openbare orde; 6. de terrasboot voldoet aan door burgemeester en wethouder vastgestelde eisen van veiligheid en (volks)gezondheid; 7. de exploitatie van de terrasboot onderdeel uitmaakt van een horecabedrijf. Artikel 31 Tijdelijke vergunning terrasboot 8. In afwijking van het bepaalde in artikel 30, eerste lid kunnen burgemeester en wethouders voor een terrasboot een tijdelijke vergunning als bedoeld in artikel 22 verlenen waarbij geldt dat: de vergunning maximaal kan gelden voor een periode van twee aangesloten dagen; de vergunning per aanvrager maximaal één keer per jaar wordt verleend. 2. Artikel 30, tweede lid is overeenkomstige toepassing bij het verlenen van een tijdelijke vergunning als bedoeld in het eerste lid. Paragraaf 3.5 Overige beroepsmatige activiteiten Artikel 32 Laden en lossen 1. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders, uit hoofde van het uitoefenen van een beroep, een vaartuig te laden en/of te lossen aan de Vollerswaal, de Overslagkade, de Karperkuilkade, het Baatland, de Nieuwendam, de Korenmarkt, de Appelhaven, de Vismarkt, de Bierkade, het Venidse, de Turfhaven, het Buurtje, de Veermanskade, de Oude Doelenkade, het Houten Hoofd, het Hoofd of het Oostereiland. 2. Onverlet het bepaalde in het eerste lid is het verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders vaartuigen te laden en/of te lossen op zon- en feestdagen en op de overige dagen tussen 0.00 en 6.00 uur en tussen 19.00 en 24.00 uur. 3. Het gestelde in het eerste en tweede lid geldt niet voor het direct in- of uitladen van personen en/of het uitsluitend provianderen van vaartuigen. Artikel 33 Bedrijfsmatig gebruik vaartuig 2. Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een vaartuig als opslagplaats, bedrijfsruimte, werkplaats of voor handelsdoeleinden te gebruiken. 3. Het is verboden om een vaartuig anders dan een terrasboot waarvoor krachtens artikel 22 juncto artikel 30 of artikel 31 vergunning is verleend te gebruiken voor horecadoeleinden. Artikel 34 Verhuren of verhandelen vaartuig Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een ieder die er zijn bedrijf of nevenberoep dan wel een gewoonte van maakt vaartuigen te verhuren of te verhandelen, verboden met een of meer vaartuigen een ligplaats in te nemen met het oogmerk deze te verhuren of te verhandelen. Artikel 35 Rondvaarten Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders een ligplaats in de havens in te nemen teneinde, in of vanuit de havens met enig vaartuig tegen betaling rondvaarten en/of toertochten te maken of te doen maken. Paragraaf 3.6 Gedrag in havens Artikel 36 Ordeverstoring Het is verboden om in de havens de orde te verstoren. Artikel 37 Gebruik reddingsmiddelen Het is verboden de zich op de wal bevindende reddingsmiddelen te gebruiken anders dan bij onmiddellijk gevaar voor verdrinking. Artikel 38 Zwemmen Het is verboden om in de havens te zwemmen. Artikel 39 Gebruik voortstuwingsinstallatie Het is de schipper verboden een voortstuwinginstallatie en/of schroef van zijn vaartuig te gebruiken anders dan om te varen, te meren of te ontmeren. Artikel 40 Onbevoegd gebruik vaartuig Het is een ieder, die niet behoort tot de bemanning of passagiers van een vaartuig verboden, zonder toestemming van de schipper en zonder redelijk doel: zich aan dat vaartuig vast te houden; zich door dat vaartuig te laten voorttrekken; op dat vaartuig te klimmen en/of zich daarop of daarin te begeven of te bevinden. Artikel 41 Te water laten en aan wal trekken vaartuigen Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders, in de havens vaartuigen te water te laten of uit het water te halen met behulp van kranen en/of andere mechanische hulpmiddelen, kanteltrailers daaronder begrepen. Artikel 42 Aanbrengen voorwerpen of inrichtingen 1. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders meerpalen, meerboeien, steigers, buizen, kabels, hijsbalken, hijskranen, laadbruggen of dergelijke voorwerpen of inrichtingen in of boven de havens te hebben, aan te brengen, te leggen of te plaatsen. 2. Het is verboden zonder ontheffing van burgemeester en wethouders, palen, balken, planken, trossen, draden, kettingen of andere dergelijke voorwerpen in of boven een der havens of andere bevaarbare wateren te hebben, aan te brengen, te leggen of te plaatsen. 3. Het verbod in het tweede lid geldt niet voor toegangsmiddelen tot een vaartuig en voor trossen, draden of kettingen welke dienen voor het afmeren of slepen van vaartuigen of tot het gebruik door een baggervaartuig bedoeld in het tweede lid van artikel 15. Artikel 43 Verboden gebruik meerpalen remmingswerken en andere kunstwerken Het is verboden wederrechtelijk in meerpalen, remmingswerken of andere tot de havens behorende kunstwerken te klimmen, daarop te lopen of zich daarop te bevinden. Artikel 44 Onbevoegd gebruik brug, sluisdeur e.d. Het is een ieder die daartoe niet bevoegd is, verboden een brug, een sluisdeur of de daarbij behorende schuif, of de schuif van het bij een sluis behorende riool, of schuiven van afzonderlijke duikers te openen of te sluiten. Artikel 45 Dreggen en zoeken naar voorwerpen onder water Het is verboden zonder vergunning van burgemeester en wethouders met enigerlei middel naar zich onder het wateroppervlak bevindende voorwerpen te zoeken of deze op te dreggen. Paragraaf 3.7 Tekens en ontzegging toegang havens Artikel 46 Ontzegging toegang haven Indien na overtreding van een verbod als bedoeld in de artikelen 11, 12, 13, 14, 18, 19, 32, 33, 34, 35, 36, 49, 51, 54 en 56 naar het oordeel van burgemeester en wethouders ernstige vrees bestaat dat de veiligheid in de havens door de overtreders(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.