Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011De raad van de gemeente Laren gelezen het voorstel d.d. 15 maart 2011 van burgemeester en wethouders; gelet op de artikelen 147 en 149 van de gemeentewet B E S L U I T : I. Vast te stellen de 8e begrotingswijziging II. In te stemmen met het convenant Woonruimteverdeling Gooi en Vechtstreek 2011 III. Vast te stellen de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 Hoofdstuk1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen a. aftoppingsgrens: het daarover bepaalde in artikel 20 van de Wet op de huurtoeslag; b. BBSH: Besluit Beheer Sociale Huursector; c. besluit: het Huisvestingsbesluit, tenzij anders is aangegeven; d. Convenant; het Convenant Woonruimteverdeling Gooi en Vechtstreek 2011 zijnde de overeenkomst tussen de gemeenten in de regio, in de in de regio actieve toegelaten instellingen en eventueel andere partijen, inhoudende de afspraken over onder meer de woonruimteverdeling; e. economische binding: de binding van een persoon aan de regio, daarin gelegen dat die persoon, met het oog op de voorziening in het bestaan, een redelijk belang heeft zich in de regio te vestigen, met dien verstande dat een economische binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die voor de voorziening in het bestaan zijn aangewezen op het duurzaam (tenminste 19 uur per week) verrichten van arbeid binnen of vanuit de regio, waarbij ook het duurzaam volgen van een dagopleiding in de regio hiermee wordt gelijkgesteld; f. eigenaar: degene die voldoet aan het in artikel 1 lid 2 van de wet bepaalde; g. EC besluit: het besluit van de Europese Commissie inzake staatssteun woningcorporaties (E 2/2005); h. GBA: gemeentelijke basisadministratie; i. gewest: het gewest Gooi en Vechtstreek; j. herhuisvestingsurgente: de woningzoekende aan wie op grond van de ‘Verhuisregeling bij herstructurering in de Gooi en Vechtstreek’ (zie bijlage) een herhuisvestingsurgentie is toegekend; k. huishouden: een alleenstaande die een huishouding voert, danwel twee of meer personen die een gemeenschappelijke huishouding voeren, danwel wenst te voeren resp. wensen te voeren; l. huishoudinkomen: het ten aanzien daarvan in het EC besluit gestelde; m. huurprijs: de prijs die is verschuldigd voor het enkele gebruik van de woonruimte (netto huur), uitgedrukt in een bedrag per maand; n. huurprijsgrens: de huurprijsgrens voor sociale huurwoningen zoals gedefinieerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken; o. ingezetene: degene die, voorafgaand aan de urgentieaanvraag en/of woningtoewijzing, gedurende tenminste één jaar onafgebroken in de GBA van één van de gemeenten in de regio is ingeschreven en in die gemeente zijn/haar hoofdverblijf heeft conform de wet GBA; p. inschrijftijd: de periode gerekend vanaf de datum dat iemand zich inschrijft als woningzoekende; q. kamer: elke afzonderlijke ruimte in een woning bestemd voor woon- en/of slaapruimte; r. maatschappelijke binding: het daaromtrent in artikel 1 onder m van de wet bepaalde, te weten de binding van een persoon aan de regio, daarin gelegen dat die persoon een redelijk, met de regionale samenleving verband houdend belang heeft zich in die regio te vestigen, met dien verstande dat een maatschappelijke binding in elk geval wordt aangenomen ten aanzien van personen die niet meer in de regio woonachtig zijn, maar gedurende de voorafgaande tien jaar tenminste zes jaar onafgebroken ingezetene zijn geweest van de regio; s. mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt; t. onttrekken aan de bestemming tot wonen: het slopen of het gebruiken van een woning voor een ander doel dan permanente bewoning; u. onttrekkingsvergunning: de vergunning als bedoeld in artikel 30 van de wet; v. onzelfstandige woonruimte: woonruimte welke geen eigen toegang heeft en/of welke niet kan worden bewoond door een huishouden, zonder afhankelijkheid van wezenlijke voor¬zie¬ningen buiten die woon¬ruimte; w. overgangsregeling: regeling die aangeeft welke woningzoekenden rechten uit een voorgaand woonruimteverdeelsysteem mee kunnen nemen naar een nieuw systeem voor het verdelen van woonruimte en omschrijft wat die rechten inhouden; x. overige woning: (on)zelfstandige woonruimte niet vallend onder de werking van de Huurprijzenwet Woonruimte of niet bestemd voor verhuur; y. pfh wwz: portefeuillehoudersoverleg wonen welzijn zorg van het gewest belast met intergemeentelijke beleidsvorming en afstemming op het terrein van de volkshuisvesting zoals nader aangegeven in artikel 8 van het geweststatuut; z. regio: het grondgebied van de gemeenten Blaricum, Bussum, Hilversum, Huizen, Laren, Muiden, Naarden, Weesp en Wijdemeren; aa. regionale urgentiecommissie: een op voordracht van het pfh wwz door het dagelijks bestuur van het gewest benoemde onafhankelijke commissie, bestaande uit vertegenwoordigers van gemeenten en toegelaten instellingen alsmede een van die partijen onafhankelijke voorzitter en vice-voorzitter die in de regio advies uitbrengt betreffende de toekenning van urgentie, als bedoeld in de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011; bb. statushouder: persoon van wie de asielaanvraag uitmondt in een geldige status tot verblijf (verblijfsvergunning) in Nederland en voor wie dientengevolge dezelfde rechten en plichten als Nederlanders gelden; cc. tweede kans: de aan een huurder van de toegelaten instellingen, die met uitzetting wordt bedreigd vanwege omstandigheden die in de sfeer van de huurder liggen, geboden gelegenheid tot verplichte begeleiding teneinde de problematiek, die tot huisuitzetting van huurder zou leiden, op te lossen dan wel sterk te verminderen; dd. toegelaten instelling: instelling als bedoeld in artikel 70 van de Woningwet; ee. uitschrijving als woningzoekende: een inschrijving als woningzoekende die vervalt indien een woningzoekende een woning accepteert die valt onder de werking van het convenant; ff. urgentie: op basis van het gestelde in hoofdstuk 2 van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 verkregen voorrangspositie bij de woningtoewijzing op andere woningzoekenden, gedurende een periode van drie maanden; gg. van binding vrijgestelde: een gepensioneerde, arbeidsongeschikte, langdurig werkloze, remigrant zonder economische binding, van echt gescheidene zonder economische binding, wettelijk erkende vluchteling aan wie de verblijfsstatus is toegekend en maatschappelijk gebondene; hh. wet: Huisvestingswet, tenzij anders is aangegeven; ii. woning: woning conform artikel 7: 234 Burgerlijk Wetboek met een eigen toegang welke de bewoner kan bewonen zonder daarbij afhankelijk te zijn van wezenlijke voorzieningen buiten de woning, die vallen onder de werkingsfeer van de Huurprijzenwet Woonruimte en bestemd zijn voor verhuur voor onbepaalde tijd; jj. woningzoekende: ingezetene van een gemeente in de regio in de zin van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011, economisch gebondene, maatschappelijk gebondene, van binding vrijgestelde en diegene aan wie op grond van artikel 2.7 lid 9 van deze verordening een urgentie op basis van mantelzorg is toegekend, die zich op de woningmarkt begeeft; kk. zoekwaarde: waarde die de totaal opgebouwde wachttijd van een woningzoekende weergeeft die nodig is voor de bepaling van de rangorde van woningzoekenden bij de woningtoewijzing. Hoofdstuk2Urgentieregeling Artikel2.1Werkingsgebied 1Het bepaalde in dit hoofdstuk is van toepassing in de regio. 2Als zelfstandige woonruimten van de toegelaten instellingen worden aangewezen alle huurwoningen met een huur tot het maximumbedrag zoals aangegeven in het EC besluit en gedefinieerd door het Ministerie van Binnenlandse Zaken. 3Het gestelde in de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011 is niet van toepassing op: a. onzelfstandige woningen en woonruimte voor inwoning; b. woonschepen en ligplaatsen voor woonschepen; c. woonwagens en standplaatsen voor woonwagens. 4Gemeenten kunnen met verhuurders overeenkomen dat het gestelde in hoofdstuk 2 van deze huisvestingsverordening niet van toepassing is op nieuwbouwwoningen die voor de eerste keer worden toegewezen. Artikel2.2Behandeling van verzoeken om toekennen van urgentie 1Degene die wegens een noodsituatie met voorrang voor een woning in aanmerking wenst te komen kan daartoe een schriftelijk verzoek indienen bij burgemeester en wethouders. 2Burgemeester en wethouders stellen ten behoeve van het in het eerste lid bedoelde verzoek een model aanvraagformulier vast en bepalen welke gegevens bij het verzoek moeten worden overgelegd. 3Burgemeester en wethouders vermelden op een verzoek als bedoeld in het eerste lid de datum van ontvangst. 4De behandeling van een urgentieaanvraag vangt aan, na ontvangst van zowel het aanvraagformulier als de behandelkosten. 5Burgemeester en wethouders beslissen op een verzoek als bedoeld in het eerste lid, zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen 8 weken na aanvang van de behandeling. Artikel2.3Criteria t.a.v. de aanvrager van een urgentie en de leden van het huishouden voor wie de urgentie mede bedoeld is 1De aanvrager van een urgentie moet voldoen aan de navolgende criteria: a. ingezetene zijn in de zin van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek 2011; b. een economische of maatschappelijke binding aan de regio hebben; of c. van binding zijn vrijgesteld. 2De aanvrager dient 18 jaar of ouder te zijn. 3De aanvrager van de urgentie voor het huishouden moet de Nederlandse nationaliteit bezitten of over een geldige verblijfstitel in Nederland beschikken. 4Het lid of de leden van de huishouding wiens omstandigheden de grondslag vormen voor de urgentieaanvraag, moet/moeten eveneens de Nederlandse nationaliteit hebben of over een geldige verblijfstitel in Nederland beschikken. 5Het gestelde in lid 1 van dit artikel is niet van toepassing op een aanvrager van urgentie die een beroep doet op artikel 2.7 lid 9 van de Huisvestingsverordening Gooi en Vechtstreek, (Mantelzorg). Artikel2.4Toekennen van urgentie 1Burgemeester en wethouders kennen op een verzoek als bedoeld in artikel 2.2 lid 1 de gevraagde urgentie slechts toe op basis van randvoorwaarden en criteria als nader bepaald in artikel 2.6 en artikel 2.7 van deze verordening. 2De toegekende urgentie geldt uitsluitend voor het woningtype dat naar het oordeel van de regionale urgentiecommissie passend is voor het oplossen van het woonprobleem. 3Alvorens een besluit te nemen winnen burgemeester en wethouders over het verzoek als bedoeld in artikel 2.2. lid 1, het advies in van de regionale urgentiecommissie. 4Burgemeester en wethouders zenden een afschrift van hun besluit aan de in het tweede lid bedoelde commissie. 5Een urgentie heeft een geldigheid van drie maanden vanaf de datum van toezending van het besluit tot toekenning. 6De urgentie dient gebruikt te worden om te reflecteren op aangeboden woningen in de gehele regio, tenzij burgemeester en wethouders op grond van de specifieke omstandigheden van de aanvrager of het belanghebbende lid van het gezin, een beperkter gebied hebben aangewezen. 7Het in lid 6 vermelde is niet van toepassing op een urgent woningzoekende uit een regiogemeente met een leeftijd van 65 jaar of ouder. Artikel2.5Status van een urgentie De urgentie betekent een voorrangspositie ten opzichte van: a. andere woningzoekenden; b. herhuisvestingsurgenten; c. andere voorrangseisen zoals ‘bij voorrang voor’ een bepaalde leeftijdscategorie, tenzij de woningen naar type en toegankelijkheid bestemd zijn voor specifieke doelgroepen als ouderen en mensen met een lichamelijke beperking, blijkende uit aangebrachte fysieke kenmerken in de woning of wanneer het specifiek benoemde jongerencomplexen betreft. De urgentie geeft wel een voorrangspositie indien de urgent woningzoekende valt binnen de bedoelde doelgroep. Artikel2.6Randvoorwaarden 1Een urgentie wordt alleen toegekend indien sprake is van een noodsituatie die het noodzakelijk maakt dat direct dan wel op zeer korte termijn -uiterlijk binnen drie maanden- een (andere) woning beschikbaar komt, ter voorkoming van ernstige schade voor het welzijn van aanvrager, die het rechtstreeks gevolg is van de woonsituatie. 2De individuele situatie van de aanvrager en/of een lid van zijn/haar huishouden is uitgangspunt voor de beoor¬deling van de urgentieaanvraag. 3De eigen verantwoordelijkheid van de woningzoekende voor het ontstaan en het oplossen van de eigen woonsituatie staat voorop. De aanvrager dient aan te tonen dat hij/zij geprobeerd heeft het probleem zelf op te lossen en op welke wijze(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.