Verordening Inspraakorgaan Werk en Bijstand HoornDe Raad van de gemeente Hoorn; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 7 november 2006; gelet op artikel 150 van de Gemeentewet, artikel 47 Wet Werk en Bijstand en de inspraakverordening; besluit vast te stellen Verordening Inspraakorgaan Werk en Bijstand Hoorn Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: inspraakorgaan: het door het college ingestelde Inspraakorgaan Werk en Bijstand het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Hoorn sociale zekerheidswetgeving: de sociale zekerheidswetten en de daarop gebaseerde regelingen, waarvoor de gemeente met de uitvoering is belast WWB: de Wet Werk en Bijstand minimuminkomen: een inkomen dat gelijk is aan, dan wel minder bedraagt dan 115% van het voor die persoon geldende minimumloon als bedoeld in de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag raadscommissie: een door onze raad ingestelde adviescommissie op grond van artikel 82 van de Gemeentewet Artikel2Instelling, samenstelling 1.Het college stelt maximaal één inspraakorgaan in dat wordt betrokken bij de uitvoering van de WWB. 2.De leden van dit inspraakorgaan worden door het college benoemd. 3.Het inspraakorgaan dient te bestaan uit zowel ervaringsdeskundigen (personen met een minimuminkomen) als uit vertegenwoordigers van maatschappelijke en belangenorganisaties die zich inzetten voor personen met een minimuminkomen. 4.Het college stelt dat inspraakorgaan in met een Reglement waarin, met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, nadere regels worden gesteld ten aanzien van: de samenstelling, eventuele voordracht en benoeming, beëindiging lidmaatschap schorsing en ontslag het voorzitterschap de vergaderfrequentie openbaarheid en beslotenheid het periodieke overleg met de portefeuillehouder als bedoeld in artikel 4 van deze verordening de ambtelijke ondersteuning de beschikbare faciliteiten het budget als bedoeld in artikel 7 van deze verordening de persoonsgebonden vergoeding als bedoeld in artikel 8 van deze verordening en de daarvoor benodigde registratie. Artikel3Taken en bevoegdheden van het inspraakorgaan 1.Het inspraakorgaan heeft in ieder geval tot taak het college van advies te dienen over beleidsontwikkeling en/of uitvoeringsaangelegenheden van de WWB. 2.Daarnaast kan het college bepalen dat dit inspraakorgaan adviseert over andere wetten en regelingen op het gebied van sociale zekerheidswetgeving in ruime zin, voor zover de gemeente met de uitvoering daarvan is belast. Desgewenst kan het college het inspraakorgaan met andere taken op dit gebied belasten, zoals voorlichting. 3.Het inspraakorgaan is bevoegd om gevraagd en ongevraagd advies uit te brengen aan het college over het gebied waarover het zijn adviesbevoegdheid heeft gekregen. Het college dient het Inspraakorgaan daartoe van de nodige informatie te voorzien. 4.De adviezen die het inspraakorgaan uitbrengt dienen door een meerderheid van de leden te worden ondersteund. 5.De afhandeling van klachten, bezwaarschriften en beroepsschriften is uitdrukkelijk uitgesloten van de bevoegdheid van het inspraakorgaan. Artikel4Periodiek overleg 1.Er is tenminste drie keer per jaar overleg tussen het Inspraakorgaan en de portefeuillehouder belast met Werk en Bijstand. 2.In die overleggen komen in ieder geval aan de orde: belangrijke ontwikkelingen op het gebied waarop het inspraakorgaan is bevoegd te adviseren met tijdplanning het jaarverslag, inclusief de financiële paragraaf het budget voor het lopende en komende jaar. 3.Het inspraakorgaan en de portefeuillehouder kunnen voor dit overleg agendapunten aanmelden. 4.Het college dient ervoor te zorgen dat het inspraakorgaan tijdig wordt voorzien van de voor deelname aan dit overleg benodigde informatie. Artikel5Relatie tussen het inspraakorgaan, het college en de raad(scommissie) 1.Het inspraakorgaan adviseert in principe aan het college. 2.Het college dient voorafgaand aan ieder voorstel aan de raad op het gebied waarover het inspraakorgaan adviesbevoegdheid heeft verkregen advies in te winnen van het inspraakorgaan. Dat advies wordt gevoegd bij het voorstel van het college aan de raad. 3.Indien een raadscommissie daaraan behoefte heeft kan het inspraakorgaan worden uitgenodigd om de raadscommissie van advies te dienen, schriftelijk of door aan de bespreking van een agendapunt in die raadscommissie deel te nemen. De uitnodiging daartoe gaat uit van de voorzitter van de raadscommissie. Deze stelt de portefeuillehouder Werk en Bijstand daarvan op de hoogte. 4.Indien het college dat wenselijk acht kan het uit eigener beweging aan de voorzitter van een raadscommissie voorstellen om een uitnodiging als bedoeld in lid 3 te doen uitgaan. De voorzitter van de raadscommissie beslist op dat verzoek. 5.Indien het inspraakorgaan uit zichzelf advies uit wil brengen aan de raadscommissie dient het die wens voor te leggen aan de voorzitter van de raadscommissie en dient het tegelijkertijd de portefeuillehouder Werk en Bijstand van dat verzoek op de hoogte te stellen. De voorzitter van de raadscommissie beslist op dit verzoek. Artikel6Organisatorische ondersteuning van het inspraakorgaan 1.Het college ondersteunt het inspraakorgaan op het gebied van: huisvesting; vergaderruimte; bureaubenodigdheden inclusief computers en software; gebruikmaking van de gemeentelijke reproductiefaciliteiten ambtelijke ondersteuning. 2.Het college kan daarbij nadere regels stellen die verbonden zijn aan die ondersteuning of aan het gebruik van gemeentelijke faciliteiten en goederen. Artikel7Financiële ondersteuning van het inspraakorgaan 1.Aan het inspraakorgaan wordt jaarlijks een budget toegekend ter bestrijding van onkosten van de leden gemaakt in het kader van hun werkzaamheden voor dit inspraakorgaan. 2.Het college doet jaarlijks aan de raad bij de begroting een voorstel voor de hoogte van dit budget. 3.Onttrekkingen aan het budget komen tot stand overeenkomstig de door het college nader te stellen voorwaarden, met inachtneming van de algemene in deze gemeente geldende regels inzake financieel beheer en financiële verantwoording. Artikel8Onkostenbudget 1.De leden van het inspraakorgaan ontvangen een vergoeding voor hun deelname aan de vergaderingen van het Inspraakorgaan overeenkomstig het regelment Inspraak en advies Werk en Bijstand gemeente Hoorn 2.Het college draagt zorg van een tijdige en juiste betaling van deze vergoeding op basis van een deugdelijke registratie door het inspraakorgaan. Het college kan aan deze registratie nadere regels verbinden. Artikel9Jaarverslag en financiële verantwoording 1.Het inspraakorgaan draagt jaarlijks zorg voor een schriftelijk verslag over de door haar verrichte werkzaamheden en uitgebrachte adviezen gedurende het voorafgaande jaar. 2.Het jaarverslag bevat ook een financiële paragraaf waarin verantwoording wordt afgelegd over de besteding van het budget. 3.Het jaarverslag wordt binnen drie maanden na afloop van het jaar aangeboden aan het college. 4.Het college legt het jaarverslag ter inzage voor de raad en verwerkt het financiële gedeelte in zijn jaarrekening. 5.De burgemeester verwerkt de nodige gegevens uit dit jaarverslag in zijn Burgerjaarverslag. Artikel10 In gevallen waarin deze verordening niet voorziet, beslist het college, gehoord het inspraakorgaan. te bepalen dat deze verordening in werking treedt op 1 januari 2007.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.