Subsidieverordening Stedelijke vernieuwing 2011De Raad van de gemeente Nijmegen, d.d. 30 maart 2011; gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders d.d. 1 februari 2011; gelet op artikel 147, 149 en 156 van de Gemeentewet; besluit: de Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing 2008 in te trekken en de Subsidieverordening Stedelijke Vernieuwing 2011 vast te stellen; HOOFDSTUK1ALGEMEEN DEEL Artikel 1.1 Begripsbepaling Artikel 1.2 Volumebesluit Artikel 1.3 Wijzigingsbevoegdheid Artikel 1.4 Werkingssfeer Artikel 1.5 Beslisbevoegdheid ten aanzien van subsidie-aanvragen Artikel 1.6 Budgetbeperking Artikel 1.7 Hardheidsclausule Artikel 1.8 Uitsluiting Algemene subsidieverordening Nijmegen HOOFDSTUK2MONUMENTEN & WONEN BOVEN WINKELS AFDELING2.1ALGEMENE BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel 2.1.1 Algemene begripsomschrijvingen. Artikel 2.1.2 Nadere begripsbepalingen. Artikel 2.1.3 Uitsluiting Rijksmonumenten. Artikel 2.1.4 Grondslag en werkingssfeer. Artikel 2.1.5 Delegatie. Artikel 2.1.6 Aangaan nadere overeenkomsten. AFDELING2.2HET RESTAUREREN VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTEN Artikel 2.2.1 Werkingssfeer. Artikel 2.2.2 Methodiek en prioriteit. Artikel 2.2.3 Wijze van subsidiëring. Begrenzing. Artikel 2.2.3 Subsidiepercentage en -maximum. AFDELING2.3SUBSIDIE WONEN BOVEN WINKELS Artikel 2.3.1 Subsidiëring. Artikel 2.3.2 Begrenzing. Artikel 2.3.3 Hoogte van de subsidie. Artikel 2.3.4 Nadere voorwaarden. AFDELING2.4SUBSIDIE VOOR BOUWHISTORISCH ONDERZOEK Artikel 2.4.1 Subsidie ten behoeve van bouwhistorisch onderzoek. HOOFDSTUK3PROCEDURE EN VOORWAARDEN Artikel 3.1 Eisen aan een subsidie-aanvraag. Artikel 3.2 Integrale aanpak. Artikel 3.3 Wijzigingen in de aanvraag. Artikel 3.4 Reservering voor kostenverhoging. Artikel 3.5 Voorwaarden. Artikel 3.6 Geen verlening. Artikel 3.7 Kwaliteitsniveau na de ingreep. Artikel 3.8 Eisen bij vaststellen subsidie. Artikel 3.9 Vaststellen subsidie. Artikel 3.10 Uitbetaling subsidie. Artikel 3.11 Voorschotregeling subsidie. Artikel 3.12 Intrekken/lager vaststellen/terugvorderen van subsidie. HOOFDSTUK4SLOTBEPALINGEN Artikel 4.1 Inwerkingtreding Artikel 4.2 Citeertitel HOOFDSTUK 1 ALGEMEEN DEEL. Artikel1.1Begripsbepaling. Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder “stedelijke vernieuwing”: op het stedelijk gebied gerichte fysieke inspanningen, die strekken tot verbetering van de leefbaarheid en veiligheid, bevordering van een duurzame ontwikkeling van de woon- en woonmilieukwaliteit, versterking van de culturele kwaliteiten, bevordering van de sociale samenhang, verbetering van de bereikbaarheid, verhoging van de kwaliteit van de openbare ruimte of anderszins tot structurele kwaliteitsverhoging van het stedelijke gebied. Artikel1.2Volumebesluit. De gemeenteraad neemt jaarlijks bij de vaststelling van het Uitvoeringsprogramma Stedelijke Vernieuwing (USV) een besluit waarin wordt aangegeven welk bedrag voor een bepaald jaar in het belang van de stedelijke vernieuwing beschikbaar wordt gesteld aan natuurlijke of rechtspersonen voor de verschillende sectoren van de samenleving, en in het bijzonder ten behoeve van de versterking van de positie van woningeigenaren, bewoners en het bedrijfsleven. Het feit dat de gemeenteraad dit besluit genomen heeft, wordt binnen vier weken na de betreffende raadsvergadering bekend gemaakt in het weekblad De Brug en/of één van de overige huis-aan-huis bladen, alsmede op de gemeentelijke internetsite. Artikel1.3Wijzigingsbevoegdheid. 1.De gemeenteraad is bevoegd om een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag, als bedoeld in artikel 1.2, te verhogen; 2.De gemeenteraad is bevoegd om een voor een bepaalde sector van de samenleving bestemd bedrag te verlagen, indien, mede gelet op het totaal van de voor het betreffende jaar voor die bepaalde sector reeds ingediende aanvragen, redelijkerwijs kan worden aangenomen dat voor die bepaalde sector van de samenleving bestemde gelden aan het einde van het desbetreffende jaar zullen resteren; 3.Bekendmaking geschiedt binnen vier weken na de datum van besluitvorming door de raad in het weekblad De Brug en/of één van de overige huis-aan-huis bladen, alsmede op de gemeentelijke internetsite. Artikel1.4Werkingssfeer De gemeenteraad is bevoegd de werkingssfeer van deze verordening naar tijd en plaats te beperken of te verruimen. Bekendmaking van dergelijke besluiten geschiedt op de zelfde wijze als voorgeschreven in artikel 1.3, lid 3; Artikel1.5Beslisbevoegdheid ten aanzien van subsidie-aanvragen. 1.Burgemeester en wethouders zijn bevoegd om, in het belang van de stedelijke vernieuwing en met inachtneming van het bepaalde in deze verordening, te beslissen ten aanzien van subsidie-aanvragen; 2.Burgemeester en wethouders houden bij hun beslissing op grond van het eerste lid rekening met subsidie die op grond van deze verordening of enige andere regeling is of kan worden verkregen; 3.Burgemeester en wethouders kunnen aan de beslissing ten aanzien van subsidie-aanvragen voorwaarden verbinden. Artikel1.6Budgetbeperking. 1.Burgemeester en wethouders verlenen slechts subsidie voorzover de op grond van artikel 1.2 begrote financiële middelen toereikend zijn; 2.Subsidie-aanvragen op basis van deze verordening worden afgehandeld op basis van voor het desbetreffende budget bij of krachtens het USV gegeven regels; 3.Indien bij of krachtens het USV geen regels worden gegeven, worden subsidie-aanvragen afgehandeld conform de door burgemeester en wethouders vastgestelde criteria en prioriteiten; 4.Subsidie-aanvragen die, in verband met het bepaalde in lid 1 en lid 2, niet kunnen worden toegekend, worden door burgemeester en wethouders afgewezen; 5.Indien in enig jaar de door de gemeenteraad vastgestelde budgetten niet toereikend zijn om alle aanvragen te honoreren, kunnen burgemeester en wethouders een subsidiestop afkondigen; 6.Bekendmaking van een subsidiestop, als bedoeld in lid 5, geschiedt binnen vier weken na de datum van besluitvorming door burgemeester en wethouders in het weekblad De Brug en/of één van de overige huis-aan-huis bladen, alsmede op de gemeentelijke internetsite. Artikel1.7Hardheidsclausule. In bijzonder gevallen kunnen burgemeester en wethouders, goed gemotiveerd en in het belang van de stedelijke vernieuwing, afwijken van de bepalingen van deze verordening. Artikel1.8Uitsluiting Algemene Subsidieverordening De Algemene Subsidieverordening Gemeente Nijmegen is niet op deze subsidieverordening van toepassing. HOOFDSTUK2MONUMENTEN & WONEN BOVEN WINKELS AFDELING2.1ALGEMENE BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN. Artikel2.1.1Algemene begripsomschrijvingen. In dit hoofdstuk wordt verstaan onder: aanvraag: een aanvraag van subsidie, middels een door burgemeester en wethouders vastgesteld aanvraagformulier, dat volledig is ingevuld en is voorzien van alle noodzakelijke bijlagen, zoals vereist op grond van artikel 3.1 van deze verordening; treffen van voorzieningen: de werkzaamheden in het kader van de renovatie van een bestaande woning, danwel het realiseren van een nieuwe woning, alsmede de restauratie van monumenten; restaureren: de werkzaamheden aan een monument, het normale onderhoud te boven gaand, die voor de instandhouding van dat monument noodzakelijk zijn; kosten van de voorzieningen: door burgemeester en wethouders goedkeurde kosten van het treffen van voorzieningen of restaureren ter zake van: de aanneemsom voor het verrichten van de werkzaamheden; het architectenhonorarium, voor zover dit niet hoger is dan het maximale honorarium, bedoeld in het standaard reglement van de Bond van Nederlandse Architecten (geldend op moment van indienen aanvraag); het toezicht op de uitvoering; de leges voor de omgevingsvergunning en de precariorechten; de aansluiting op de nutsvoorzieningen; collectieve begeleidingskosten; onderzoek en adviezen op het gebied van constructies of bouwfysica; administratieve kosten; de kosten van een bouwtechnisch garantiecertificaat; een reservering voor kostenverhogingen van 5%, goedgekeurd door burgemeester en wethouders, die ten tijde van de raming van de onder 1e tot en met ten 9e genoemde kosten redelijkerwijs niet voorzienbaar waren; 11e huurderving voorzover deze verband houdt met het treffen van voorzieningen; 12e BTW indien en voorzover deze niet verrekenbaar is; 13e Ingeval van brandschade worden de kosten van de voorzieningen als volgt berekend: kosten van de voorzieningen, bedoeld in lid 1, onder d, ten 1e tot en met ten 9e, minus de verzekeringspenningen, met uitzondering van de kosten die als gevolg van onderverzekering niet door de verzekeringspenningen worden gedekt; monument: in het kader van deze verordening wordt onder een monument verstaan: een bouwwerk dat, overeenkomstig de bepalingen van de Nijmeegse Monumentenverordening, is aangewezen als gemeentelijk monument en is opgenomen in het gemeentelijke monumentenregister Nijmegen (daaronder begrepen: bouwhistorie monumenten); Artikel2.1.2Nadere begripsbepalingen. In dit hoofdstuk wordt mede verstaan onder: eigenaar: privaatrechtelijke rechtspersoon, toegelaten instelling in de zin van artikel 70 Woningwet, opstaller, erfpachter, vruchtgebruiker en gerechtigde tot een appartementsrecht; eigendom: het recht van opstal, erfpacht, vruchtgebruik en het appartementsrecht; woning: een (deel van een) gebouw met een woonfunctie. Artikel2.1.3Uitsluiting Rijksmonumenten. Dit hoofdstuk is niet van toepassing op Rijksmonumenten. Artikel2.1.4Grondslag en werkingssfeer. Op grond van dit hoofdstuk kunnen burgemeester en wethouders subsidie verlenen/vaststellen voor: het restaureren van monumenten; wonen boven winkels; bouwhistorisch onderzoek, in combinatie met de restauratie en/of verbouwing van een monument. Artikel2.1.5Delegatie. Burgemeester en wethouders kunnen voor de uitvoering van dit hoofdstuk nadere regels vaststellen met betrekking tot; de normering van de in artikel 2.1.1, eerste lid, onder d. genoemde kostensoorten; de wijze van specificatie van elk van die kostensoorten; de eisen waaraan panden na het treffen van voorzieningen moeten voldoen; de voorwaarden die worden gesteld ten aanzien van de uitvoering van restauratie van monumenten; de criteria en prioriteitstelling bij het honoreren van subsidie-aanvragen. Artikel2.1.6Aangaan nadere overeenkomsten. Burgemeester en wethouders kunnen, in het kader van de uitvoering van dit hoofdstuk en in het belang van de stedelijke vernieuwing, met alle betrokken partijen nadere overeenkomsten aangaan. AFDELING2.2HET RESTAUREREN VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTEN. Artikel2.2.1Werkingssfeer. Op basis van deze afdeling kan subsidie worden verleend/vastgesteld voor het restaureren van gemeentelijke monumenten. Artikel2.2.2Methodiek en prioriteit. Jaarlijks wordt tweemaal subsidiebudget vrijgegeven tot een nader, door burgemeester en wethouders, te bepalen maximumbedrag. Ontvankelijke subsidie-aanvragen dienen uiterlijk 1 april (eerste tranche) respectievelijk 1 oktober (tweede tranche) bij burgemeester en wethouders te zijn ingediend. Subsidie-aanvragen worden conform nader door burgemeester en wethouders vast te stellen criteria en prioritering afgehandeld. Deze zullen jaarlijks in de vorm van beleidsregels bekend worden gemaakt. Artikel2.2.3Wijze van subsidiëring. Begrenzing. 1.De subsidie wordt alleen verleend/vastgesteld als de kosten van de voorzieningen niet minder bedragen dan € 12.000,= per monument; 2.Indien en voorzover de werkzaamheden in het kader van de restauratie worden verricht door de eigenaar zélf, worden onder de kosten van de voorzieningen, in afwijking van artikel 2.1.1, sub d, alleen begrepen: de kosten van materieel en materialen; 3.Als toepassing wordt gegeven aan lid 2, wordt - in afwijking van lid 1 - de subsidie alleen verleend/vastgesteld als de op dat moment door burgemeester en wethouders goedgekeurde kosten van de voorzieningen niet minder bedragen dan € 6.000,= per monument. Artikel2.2.4Subsidiepercentage en -maximum. De subsidie bedraagt 17.5% van de, bij de vaststelling van deze subsidie, door burgemeester en Wethouders goedgekeurde kosten van restauratie, met een maximum van € 50.000,= per monument (vergelijk ook artikel 3.8, lid 2, van deze verordening). AFDELING2.3SUBSIDIE WONEN BOVEN WINKELS. Artikel2.3.1Subsidiëring. Subsidie kan worden verleend/vastgesteld ten behoeve van: het creëren van woonruimte (inclusief ontsluiting hiervan rechtstreeks op de openbare ruimte) boven een bestaande winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte, gelegen in het gebied als hieronder omschreven in artikel 2.3.2, lid 3; het realiseren van alleen een ontsluiting, rechtstreeks op de openbare ruimte, vanuit een reeds bestaande woonruimte boven een bestaande winkel-, kantoor- of bedrijfsruimte, gelegen in het gebied als hieronder omschreven in artikel 2.3.2, lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.