Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2004 "Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2004" De raad van de gemeente Geertruidenberg; mede gezien het voorstel van burgemeester en wethouders van Geertruidenberg 16 december 2003; gelet op de artikelen 44 en 95 tot en met 99 van de Gemeentewet, het Rechtspositiebesluit wethouders en het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden; BESLUIT Vast te stellen de navolgende: "Verordening voorzieningen wethouders, raads- en commissieleden 2004" Hoofdstuk1Begripsomschrijvingen Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: commissie: een commissie als bedoeld in hoofdstuk V van de Gemeentewet; Rechtspositiebesluit wethouders: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 243; Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994, Stb. 244; Reisbesluit binnenland: het Koninklijk Besluit van 1 maart 1993, Stb. 144; Reisregeling binnenland: het besluit van de Minister van Binnenlandse Zaken van 16 maart 1993, nr. AB93/U280, Stcrt. 56; raadslid: lid van gemeenteraad, niet zijnde wethouder; Verplaatsingskostenbesluit 1989: het Koninklijk Besluit van 6 oktober 1989, Stb.
- Hoofdstuk2Voorzieningen voor raadsleden Artikel2Vergoeding voor de werkzaamheden Aan het raadslid wordt een vergoeding voor de werkzaamheden toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel I van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel3Onkostenvergoeding 1Aan het raadslid wordt een onkostenvergoeding voor aan de uitoefening van het raadslidmaatschap verbonden kosten toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel II van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden 2Aan een raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel III van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. Artikel4Berekening en betaling vaste vergoedingen 1Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden vangen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 aan op de dag van het afleggen van de eed of belofte bedoeld in artikel 14 van de Gemeentewet. 2Onverminderd het bepaalde in de artikelen 1, onder e, en 8 van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden eindigen de vergoedingen bedoeld in de artikelen 2 en 3 op de dag bedoeld in artikel C4, tweede lid, van de Kieswet, dan wel het tijdstip bedoeld in de artikelen X1, eerste en derde lid, X6 en X8, tweede, derde en vijfde van de Kieswet. 3De vergoedingen, bedoeld in de artikelen 2 en 3, worden maandelijks uitbetaald. Artikel5Reiskosten 1De ten behoeve van de gemeente gemaakte kosten in verband met reizen buiten het grondgebied van de gemeente ter uitvoering van een beslissing van het gemeentebestuur worden aan het raadslid vergoed. 2De in het eerste lid bedoelde vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland. Artikel6Verblijfkosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfskosten ter zake van reizen buiten het grondgebied van de gemeente worden aan het raadslid vergoed, tot ten hoogste de bedragen, vastgesteld bij of krachtens het Reisbesluit binnenland. Artikel7Cursus, congres, seminar of symposium 1Cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentebelang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2Voor deelname aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, ontvangen de leden van de raad een persoonlijk budget. Het budget per raadslid bedraagt € 1.085,-- voor de gehele zittingsperiode en wordt direct bij de aanvang van het raadslidmaatschap beschikbaar gesteld. Daarboven worden de eventuele reiskosten op declaratiebasis vergoed tot een maximum bedrag van € 74,-- per raadslid per jaar. 3Voor deelname aan een cursus, congres, seminar of symposium als bedoeld in lid 2, dient het raadslid zich vooraf aan te melden via een formulier bij de fractievoorzitter, die toetst of deelname van belang is in verband met de vervulling van het raadslidmaatschap. Indien de aanvraag positief is beoordeeld, vindt er nog een ambtelijke toets plaats om na te gaan of het beschikbare budget toereikend is. 4De bedragen als genoemd in lid 2 worden jaarlijks per 1 januari herzien aan de hand van de consumentenprijsindex. Artikel8Computer, monitor en printer 1Aan het raadslid wordt voor de uitoefening van het raadslidmaatschap opaanvraag een computer, monitor en printer met de daarbij behorende functionele software in bruikleen ter beschikking gesteld. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt daarbij de soort en de specificaties van de hardware en softwarepakketten. 2Het raadslid ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 3Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 4Ten behoeve van het zakelijk gebruik van de computer wordt aan een raadslid per kalenderjaar maximaal 2 pakken papier van elk 500 vellen en 2 zwart-cartridges voor verbruik ter beschikking gesteld. Artikel9Spaarloonregeling Het raadslid van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentepersoneel geldende spaarloonregeling. Hoofdstuk3Voorzieningen voor wethouders Artikel10Onkostenvergoeding 1Aan de wethouder wordt een onkostenvergoeding toegekend voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, eerste lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders. 2Aan de wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, wordt in afwijking van het eerste lid een onkostenvergoeding toegekend die gelijk is aan het bedrag, vermeld in artikel 25, tweede lid, van het Rechtspositiebesluit wethouders. 3Indien de wethouder op grond van artikel 19 van deze verordening een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking is gesteld bedraagt de onkostenvergoeding voor overige aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten, in afwijking van het eerste en tweede lid, - voor een fulltime wethouder 91% en - voor een partime wethouder 88% van het voor hem ingevolge het eerste of tweede lid geldende bedrag. Artikel11Reiskosten woon-werkverkeer Aan de wethouder wordt voor het reizen tussen zijn woning en zijn plaats van tewerkstelling, indien de afstand daartussen meer dan tien kilometer bedraagt, een tegemoetkoming in de kosten van het reizen verleend overeenkomstig de bedragen die bij of krachtens artikel 12 van het Verplaatsingskostenbesluit 1989 zijn vastgesteld. Artikel12Zakelijke reiskosten Aan de wethouder wordt naast de tegemoetkoming, bedoeld in artikel 11, vergoeding verleend voor gemaakte reiskosten ter zake van andere dan de in artikel 11 bedoelde reizen ten behoeve van de gemeente. De vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer en van een (trein)taxi: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland. Artikel13Verblijfkosten De in redelijkheid noodzakelijk gemaakte verblijfkosten ter zake van reizen, bedoeld in artikel 13 worden volledig aan de wethouder vergoed. Artikel14Buitenlandse dienstreis 1Indien de wethouder in het gemeentelijk belang een reis buiten Nederland maakt, worden de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reis- en verblijfkosten vergoed. 2Voor een reis in het gemeentelijk belang buiten Nederland, niet zijnde een reis naar een Europese instelling, is vooraf toestemming van het college vereist. Artikel15Cursus, congres, seminar of symposium 1De kosten van deelname van een wethouder aan cursussen, congressen, seminars en symposia die in het gemeentelijk belang door of namens de gemeente worden aangeboden of verzorgd komen voor rekening van de gemeente. 2De wethouder die wil deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium dat niet door of namens de gemeente wordt aangeboden of verzorgd, dient daartoe een gemotiveerde aanvraag in bij het college van burgemeester en wethouders. De aanvraag gaat vergezeld van inhoudelijke informatie en een kostenspecificatie. Als naar het oordeel van het college deelname van belang is in verband met de uitoefening van het ambt van wethouder, komen de kosten voor rekening van de gemeente. Artikel16Computer, monitor en printer 1Aan een wethouder wordt voor de uitoefening van het wethouderschap op aanvraag een computer, monitor en printer met de daarbij behorende functionele software in bruikleen ter beschikking gesteld. Het college van burgemeester en wethouders bepaalt daarbij de soort en de specificaties van de hardware en softwarepakketten. 2De wethouder ondertekent voor de bruikleen een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 3Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. 4Ten behoeve van het zakelijk gebruik van de computer wordt aan een wethouder per kalenderjaar maximaal 2 pakken papier van elk 500 vellen en 2 zwartcartridges voor verbruik ter beschikking gesteld. Artikel17Mobiele telefoon 1Aan de wethouder wordt voor de uitoefening van zijn ambt op aanvraag een mobiele telefoon in bruikleen ter beschikking gesteld. 2De wethouder ondertekent daartoe een bruikleenovereenkomst met de gemeente. 3Het college stelt het model van de bruikleenovereenkomst vast. Artikel18Spaarloonregeling De wethouder van wie de arbeidsverhouding ingevolge artikel 4, aanhef en onderdeel f, van de wet op de loonbelasting 1964 voor de toepassing van die wet als dienstbetrekking wordt aangemerkt, kan op aanvraag deelnemen aan de voor het gemeentelijk personeel geldende spaarloonregeling. Hoofdstuk4Voorzieningen voor commissieleden Artikel19Vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen 1Het lid van een commissie ontvangt voor het bijwonen van de vergaderingen van een commissie een vergoeding die gelijk is aan het bedrag, vermeld in tabel IV van het Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden. 2Het bepaalde in het eerste lid is niet van toepassing op degene die als lid van eencommissie een vaste vergoeding voor de werkzaamheden als bedoeld in artikel 96, tweede lid, van de Gemeentewet ontvangt. 3Geen vergoeding ontvangt degene die zitting heeft in een commissie als raadslid of wethouder; uit hoofde van dan wel als rechtstreeks uitvloeisel van een ambtelijke of bestuurlijke hoedanigheid dan wel van een functie bij een instelling die grotendeels van overheidswege wordt gesubsidieerd; als vertegenwoordiger van een belanghebbende instelling, organisatie of groepering, tenzij zijn lidmaatschap van de commissie tevens in belangrijke mate het gemeentelijk belang dient. 4De raad kan in afwijking van het bepaalde in het eerste lid een hogere vergoeding vaststellen, zulks tot ten hoogste een vergoeding per uur van 205% van het in het eerste lid bedoelde bedrag van de vergoeding, ten aanzien van een lid van een commissie die op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelname aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en een lid van een commissie ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid. 5Per bijgewoonde vergadering wordt aan commissieleden als bedoeld in lid 4 maximaal, inclusief voorbereidingskosten, een vergoeding verstrekt die gelijk is aan 2,5 maal de uurvergoeding. Artikel20Reis- en verblijfkosten 1Aan het lid van een commissie dat geen raadslid of wethouder is en niet in zijn hoedanigheid van ambtenaar tot lid van de commissie is benoemd worden de reiskosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie vergoed. De vergoeding betreft: bij gebruik van openbare middelen van vervoer: een volledige vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten; bij gebruik van een eigen motorvoertuig of bromfiets: een vergoeding van de in redelijkheid noodzakelijk gemaakte reiskosten overeenkomstig de bedragen in artikel 2 van de Reisregeling binnenland. 2Aan het in het eerste lid bedoelde lid van de commissie worden vergoed de noodzakelijk gemaakte verblijfkosten voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie tot ten hoogste de bedragen, vastgesteld bij of krachtens het Reisbesluit binnenland. Artikel21Buitenlandse excursie of reis 1De gemeenteraad kan een commissie uit de gemeenteraad toestemming verlenen voor een excursie of reis naar het buitenland. De gemeenteraad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 2De in het eerste lid bedoelde excursie of reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd. 3De in redelijkheid gemaakte reis- en verblijfkosten komen voor rekening van de gemeente. Hoofdstuk5De procedure van declaratie Artikel22Betaling van kosten Betaling van kosten op grond van deze verordening vindt plaats door betaling uit eigen middelen; of rechtstreekse toezending van de factuur aan de gemeente. Artikel23Declaratie van vooruit betaalde kosten 1Voor de vergoeding van de kosten, bedoeld in de artikelen 5, 6, 12, 13, 14 en 20 wordt gebruik gemaakt van een declaratieformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, indien deze kosten uit eigen middelen vooruit zijn betaald. 2Het declaratieformulier wordt volledig ingevuld en ondertekend en binnen 2 maanden ingediend: - indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris en - indien het een raadslid betreft bij de griffier, of bij een door dezen aangewezen ambtenaar, onder bijvoeging van de originele bewijsstukken. Artikel24Rechtstreekse facturering bij de gemeente 1De vergoeding van kosten, bedoeld in de artikelen 7, 12, 13, 14 en 15 kan plaatsvinden door rechtstreekse toezending van de door het raadslid, onderscheidenlijk de wethouder voor akkoord ondertekende factuur aan de gemeente. 2Verantwoording van deze wijze van vergoeding vindt plaats door het begeleidingsformulier, waarvan het model door het college is vastgesteld, volledig in te vullen en te ondertekenen. Het begeleidingsformulier en de factuur worden binnen 2 maanden ingediend - indien het een wethouder betreft bij de gemeentesecretaris en - indien het een raadslid betreft bij de griffier, of bij een door dezen aangewezen ambtenaar. Hoofdstuk6Citeertitel en inwerkingtreding Artikel25Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening voorzieningen wethouders, raadsen commissieleden 2004". Artikel26Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking op de dag na uitgifte van de Gemeentekrant waarin de verordening is geplaatst. 2Zij werkt terug tot en met 1 januari
- 3Bij het van toepassing zijn van de in lid 1 genoemde verordening vervallen: - de "Verordening geldelijke voorzieningen raads- en commissieleden" van 13 april 1999, gewijzigd op 19 december 2001, en - de "Verordening geldelijke voorzieningen wethouders" van 19 december
- Geertruidenberg, 29 januari 2004 De raad voornoemd, De griffier, De voorzitter, Drs K.M.C. Millenaar-Rammelaere M.J.A. Meijer