Verordening betreffende de zorg van het Dagelijks Bestuur voor de archiefbescheiden van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân, de aanwijzing van de archiefbewaarplaats en het beheer van de in de archiefbewaarplaats opgenomen bescheiden van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân. Het Algemeen Bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân gelezen het voorstel van het Dagelijks Bestuur d.d. 10 maart 1999; gelet op de artikelen 30, eerste lid en 31 van de Archiefwet 1995; besluit: vast te stellen: de verordening betreffende de zorg van het Dagelijks Bestuur voor de archiefbescheiden van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân, de aanwijzing van de archiefbewaarplaats en het beheer van de in de archiefbewaarplaats opgenomen bescheiden van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân . Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 In deze verordening en de daarop berustende voorschriften wordt verstaan onder: de wet: de Archiefwet 1995; organen: de overheidsorganen, bedoeld in artikel 1, onder b, van de wet, voor zover behorende tot de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân; de archiefbewaarplaats: de door het Algemeen Bestuur van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân overeenkomstig artikel 31 van de wet aangewezen archiefbewaarplaats; beheerder: degene die ingevolge artikel 4 is belast met het beheer van de archiefbescheiden van de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheid Noardwest Fryslân die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht; beheerseenheid: een door het Dagelijks Bestuur als zodanig aan te wijzen organisatie- onderdeel; informatiesysteem: systeem van documentatie, procedures, apparatuur en programmatuur, met behulp waarvan archiefbescheiden kunnen worden vervaardigd, bewerkt, verzonden, ontvangen en geraadpleegd. Hoofdstuk II De aanwijzing van de archiefbewaarplaats Artikel 2 De in artikel 31 van de wet bedoelde archiefbewaarplaats is de bewaarplaats, die zich bevindt in het Gemeentehuis van de gemeente Franekeradeel. Hoofdstuk III De zorg van het Dagelijks Bestuur voor de archiefbescheiden Artikel 3 Het Dagelijks Bestuur draagt zorg voor het inrichten en instandhouden van dat deel van de archiefbewaarplaats dat door de Dienst wordt gebruikt als bedoeld in artikel 2, alsmede van voldoende en doelmatige archiefruimten. Artikel 4 Het Dagelijks Bestuur van de draagt zorg voor het aanwijzen van de beheerder. Artikel 5 Het Dagelijks Bestuur van de Dienst draagt zorg voor de aanstelling van voldoende deskundig personeel voor de werkzaamheden verbonden aan het beheer van de archiefbescheiden en documentaire verzamelingen. Artikel 6 Het Dagelijks Bestuur van de Dienst draagt er zorg voor, dat de vervaardiging en de bewaring van de archiefbescheiden geschiedt op zodanige wijze, dat het behoud van deze bescheiden voldoende is gewaarborgd. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing ten aanzien van de vervaardiging van bescheiden bestemd voor een overheidsorgaan of andere belanghebbende, van welke bescheiden redelijkerwijze kan worden aangenomen dat zij voor dezen als archiefbescheiden voor blijvende bewaring in aanmerking komen. Artikel 7 Het Dagelijks Bestuur van de Dienst draagt er zorg voor, dat jaarlijks op de begroting van deze dienst voldoende middelen worden geraamd ter bestrijding van de kosten die aan de zorg voor de archiefbescheiden zijn verbonden. Artikel 8 Het Dagelijks Bestuur van de Dienst stelt voor het beheer van de archiefbescheiden van de organisatie-onderdelen die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht, voorschriften vast. Artikel 9 Het Dagelijks Bestuur van de Dienst doet eenmaal per drie jaar aan de het Algemeen Bestuur verslag omtrent hetgeen het heeft verricht ter uitvoering van artikel 30 van de wet. Hoofdstuk IV Het beheer van de archiefbewaarplaats Artikel 10 Onder de bevelen van het Dagelijks Bestuur van de Dienst is de directeur belast met het beheer van de in de archiefbewaarplaats berustende archiefbescheiden en documentaire verzamelingen. Het Dagelijks Bestuur van de Dienst kan ter ondersteuning van de directeur een deskundige aanwijzen, die in het bezit is van een diploma archivistiek als bedoeld in artikel 22 van de wet. Artikel 11 Hij is bevoegd om in de archiefbewaarplaats archiefbescheiden en documentaire verzamelingen op te nemen afkomstig van particuliere organisaties of personen indien dit voor de kennis van de lokale of regionale geschiedenis van belang kan worden geacht. Artikel 12 Voor zover wettelijke voorschriften of voorwaarden bij de opneming in de archiefbewaarplaats gesteld zich daartegen niet verzetten, verricht de directeur desgevraagd onderzoek in de door hem beheerde archiefbescheiden en documentaire verzamelingen ten behoeve van organen van de dienst. Hij verstrekt daaruit op hun verzoek gegevens alsmede afbeeldingen, afschriften, uittreksels of bewerkingen. Artikel 13 Voor zover wettelijke voorschriften of voorwaarden bij de opneming in de archiefbewaarplaats gesteld zich daartegen niet verzetten, is de directeur bevoegd ten behoeve van derden onderzoek te doen in de in de archiefbewaarplaats berustende archieven en verzamelingen. Hij verstrekt daaruit aan een ieder die dat verzoekt afbeeldingen, afschriften, uittreksels of bewerkingen. Artikel 14 De kosten voor het verstrekken van afbeeldingen, afschriften, uittreksels en bewerkingen van of uit archiefbescheiden die berusten in de archiefbewaarplaats alsmede voor onderzoekingen en andere werkzaamheden op verzoek van derden door of vanwege de directeur verricht, worden aan de verzoeker in rekening gebracht volgens een door de het Algemeen Bestuur bij verordening vastgesteld tarief. Alvorens de hier bedoelde werkzaamheden een aanvang nemen, wordt de verzoeker van dit tarief op de hoogte gesteld. Artikel 15 De directeur brengt eenmaal per drie jaar verslag uit aan het Dagelijks Bestuur over het door hem gevoerde beheer van de archiefbewaarplaats. Hoofdstuk V Toezicht van de directeur op het beheer van de archiefbescheiden, welke niet zijn overgebracht naar de archiefbewaarplaats Artikel 16 De directeur ziet erop toe, dat het beheer van de archiefbescheiden van de verschillende beheerseenheden, voor zover hij daarvan zelf geen beheerder is, geschiedt overeenkomstig de bepalingen van de wet en de ter uitvoering daarvan gegeven voorschriften. Artikel 17 De directeur is bevoegd zich onder handhaving van zijn verantwoordelijkheid te doen vervangen. Artikel 18 De beheerder of beheerders verstrekt/verstrekken aan de directeur of aan degene die namens hem met het toezicht is belast, alle bescheiden en inlichtingen die voor een goede vervulling van zijn taak noodzakelijk zijn en verleent/verlenen de nodige medewerking om inzicht te verschaffen in de ordening en toegankelijkheid van de archiefbescheiden alsmede in de opzet en werking van hulpmiddelen en systemen waarin archiefbescheiden zijn opgenomen. De directeur en degenen die hem in de uitoefening van het toezicht vervangen of bijstaan, hebben met inachtneming van de voorschriften ten aanzien van de beveiliging van geheimen, toegang tot de archiefbescheiden die nog niet naar de archiefbewaarplaats zijn overgebracht en de ruimten waarin deze zich bevinden. Artikel 19 De directeur doet van zijn bevindingen bij de uitoefening van het toezicht mededeling aan de beheerders, alsmede, indien hij hiertoe aanleiding vindt, aan het Dagelijks Bestuur. Hij geeft daarbij aan welke voorzieningen naar zijn mening in het belang van een goed beheer moeten worden getroffen. Artikel 20 De beheerder doet aan de directeur tenminste tijdig mededeling van het voornemen tot: opheffing, samenvoeging of splitsing van een beheerseenheid of overdracht van één of meer taken aan een andere beheerseenheid, overheidsorgaan of rechtspersoon; bouw, verbouwing, inrichting, of verandering van inrichting en ingebruikneming van ruimten als archiefruimte; verandering van de plaats van bewaring van niet naar de archiefbewaarplaats overgebrachte archiefbescheiden; ontwerp, vervanging, aanschaf of invoering van een informatiesysteem; voorbereiding, invoering en wijziging van ordeningssystemen. Artikel 21 De directeur doet eenmaal per drie jaar aan het Dagelijks Bestuur verslag betreffende de uitoefening van het toezicht. Hoofdstuk VI Slotbepalingen Artikel 22 Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.