Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005De raad van de gemeente Breda; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders en met overname van de daarin vermelde overwegingen; gelet op artikel 147 en artikel 229, eerste lid aanhef en onderdeel b, van de Gemeentewet; besluit: Vast te stellen de bij dit besluit behorende als zodanig gewaarmerkte ‘Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005’ onder gelijktijdige intrekking van de ‘Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995’ en de ‘Beleidsnota regelgeving binnenstad’; de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2004 als volgt te wijzigen: in artikel 2.1.4.1 lid 5 wordt ‘Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995’ vervangen door ‘Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005’; de Tarieventabel 2005 behorende bij de Legesverordening Breda 1997 als volgt te wijzigen: in artikel 6.5 komt ‘juncto artikel 3 van de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995’ te vervallen; in artikel 6.6 komt ‘juncto artikel 10 van de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995’ te vervallen; in artikel 6.7 wordt ‘Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995’ vervangen door ‘Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005’; in artikel 6.8 wordt ‘artikel 7 van de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995’ vervangen door ‘artikel 10 van de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005’; de datum van ingang van heffing is 24 maart 2005. te bepalen dat dit besluit in werking treedt met ingang van de achtste dag na bekendmaking. Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1Begripsbepalingen a.College: het college van burgemeester en wethouders. b.Weg: omschrijving overeenkomstig artikel 1.1 van de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2004. c.Uitstalling: object op, aan of boven de weg, dat tot doel heeft om de aandacht te vestigen op de ter plaatse gevestigde onderneming en/of gericht is op het maken van handelsreclame danwel wordt geplaatst ter verfraaiing van een pand, en dit object niet permanent met de grond of de gevel is verankerd en geen sprake is van een standplaats of een onderdeel van een terras. d.Handelswaar: goederen en producten behorende tot het branchepatroon van de onderneming en die in de ter plaatse gevestigde onderneming worden verkocht. e.Terras: een buiten de besloten ruimte van de inrichting liggend deel van een horecabedrijf waar sta- of zitgelegenheid kan worden geboden waar tegen vergoeding dranken kunnen worden geschonken en/of spijzen/maaltijden voor directe consumptie kunnen worden bereid of verstrekt. f.Gevelterras: terras dat direct tegen de buitengevel van het ter plaatse gevestigde horecabedrijf wordt geplaatst. g.Horecabedrijf: een bedrijf waar tegen vergoeding onder andere logies wordt verstrekt (logiesverstrekkers), dranken worden geschonken (drankverstrekkers), spijzen voor directe consumptie worden bereid of verstrekt (spijsverstrekkers) of maaltijden voor directe consumptie worden bereid of verstrekt (maaltijdverstrekkers). h.Reclameaanduiding: elke tekst of afbeelding, al dan niet aangebracht op een draagconstructie, die gericht is op het maken van handelsreclame; vlaggen met dergelijke teksten of afbeeldingen worden ook als reclameaanduiding beschouwd. i.Handelsreclame: iedere openbare aanprijzing van goederen of diensten, waarmee kennelijk beoogd wordt een commercieel belang te dienen. Artikel2Geldingsgebied De bepalingen van deze verordening gelden in het gebied van de historische binnenstad van Breda, zoals dat is aangegeven in de bij onderhavige verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart nummer 1. Artikel3Persoonlijk karakter De in het kader van deze verordening te verlenen vergunning is persoonsgebonden. Artikel4Intrekking of wijziging van een vergunning De vergunning kan worden ingetrokken of gewijzigd: indien ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; indien op grond van een verandering van de omstandigheden of inzichten opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing, moet worden aangenomen dat intrekking of wijziging wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning of ontheffing is vereist; indien de aan de vergunning of ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen; indien van de vergunning of ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarin gestelde termijn dan wel, bij gebreke van een dergelijke termijn, binnen een redelijke termijn; indien de houder dit verzoekt. Hoofdstuk2Uitstallingen Artikel5Uitstallingsverbod Het is verboden op, aan of boven de weg een uitstalling te plaatsen of te hebben. Artikel6Gelding andere voorschriften Het in dit hoofdstuk bepaalde geldt niet voor zover een vergunning- of ontheffingplicht op grond van artikel 10 van onderhavige verordening of op grond van andere (gemeentelijke) regelgeving van toepassing is. Artikel7Toegestane uitstallingen Het in artikel 5 bepaalde geldt niet voor de plaatsing van: Niet-commerciële uitstallingen: bankjes parallel aan de gevel; bloemen-/plantenbakken; andere objecten ter verfraaiing waarmee geen commerciële doelen zijn gediend; Commerciële uitstallingen: handelwaar; één speeltoestel voor kinderen; één losstaand reclamebord van maximaal 0,80 meter breed x 1,50 meter hoog; mits wordt voldaan aan alle in artikel 8 en 9 genoemde voorwaarden en beperkingen. Artikel8Voorwaarden Voor het plaatsen van de ingevolge artikel 7 toegestane uitstallingen gelden de volgende voorwaarden: Uitsluitend plaatsing tegen de gevel (niet zijnde de gevel van een winterterras); Niet breder dan de gevel van de ter plaatse gevestigde onderneming waartoe de uitstalling behoort; Niet hoger dan 2 meter; losstaande reclameborden niet hoger dan 1,50 meter; Gemeten vanaf de gevel maximaal 0,60 meter diep; losstaande reclameborden en speeltoestellen gemeten vanaf de gevel maximaal 0,80 meter diep; Er dient te allen tijde in een rechtdoorgaande lijn een vrije doorgang voor voetgangers van minimaal 1,50 meter over te blijven; Er dient te allen tijde in een rechtdoorgaande lijn een vrije doorgang voor nood- en hulpdiensten van minimaal 4 meter over te blijven; Plaatsing uitsluitend tijdens de openingsuren van de onderneming; De uitstalling dient zoveel mogelijk een natuurlijke uitstraling (kleuren en materialen) te hebben; Er mag geen verontreiniging ontstaan of worden veroorzaakt; eventuele ontstane verontreiniging moet dagelijks worden verwijderd; Mag geen gevaar, schade of hinder opleveren voor personen en goederen, de veiligheid en bruikbaarheid van de weg en het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Artikel9Beperkingen Voor het plaatsen van de ingevolge artikel 7 toegestane uitstallingen gelden de volgende beperkingen: de uitstalling mag niet worden geplaatst: indien werkzaamheden moeten worden verricht aan, onder, op of boven de weg; indien dit een te houden evenement, festiviteit of gebeurtenis in het algemeen belang in de weg staat; indien de in artikel 8 genoemde voorwaarden niet kunnen worden nageleefd of niet kunnen worden gegarandeerd. degene die een uitstalling plaatst is verplicht deze uitstalling onverwijld te verwijderen danwel te verplaatsen indien dit door de politie, de brandweer of toezichthouders van de gemeente wordt geëist in het belang van: de openbare orde en veiligheid; de bruikbaarheid van de weg of het doelmatig en veilig gebruik van de weg; het doelmatig beheer en onderhoud van de weg. Hoofdstuk3Terrassen Artikel10Terrasvergunning Het is verboden, zonder vergunning van het college/de burgemeester, de weg of een weggedeelte te gebruiken voor de plaatsing van een terras. Artikel11Gelding andere voorschriften Het in artikel 10 bepaalde geldt niet voor zover de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht, Woningwet, Monumentenwet, Bouwverordening, Monumentenverordening van toepassing is. Artikel12Vergunningverlening 1.Een vergunning als bedoeld in artikel 10 kan uitsluitend worden verleend ten behoeve van een horecabedrijf: op de pleinen en pleinachtige ruimten, zoals aangegeven op de bij verordening behorende en als zodanig gewaarmerkte kaart nummer 2: indien en voor zover daarvoor een plaats wordt aangegeven op de voor die ruimten door het college/de burgemeester vast te stellen inrichtingstekeningen; in de overige straten die als voetgangersgebied zijn ingericht: voor een gevelterras, mits de straat ter plaatse van het terras tussen de gevels van de bebouwing minimaal 7,5 meter breed is; in de overige straten met een rijbaan en trottoirs: voor een gevelterras. 2.Een vergunning als bedoeld in het eerste lid wordt verleend voor de duur van maximaal 3 jaar. 3.Bij wijzigingen op of aan een terras dient een nieuwe vergunning te worden aangevraagd. Artikel13Omvang 1.Een terras op de plaatsen als bedoeld in artikel 12, lid 1, onder a, mag niet groter zijn dan de in dat sublid bedoelde inrichtingstekening voor de betreffende terraslocatie is aangegeven. 2.Een gevelterras mag niet breder zijn dan de gevel van het horecabedrijf waartoe het terras behoort en mag in straten die als voetgangersgebied zijn ingericht maximaal tot aan de in de straat aanwezige draingoot worden geplaatst. 3.In straten met een rijbaan en trottoirs dient op het trottoir een vrije doorgang voor voetgangers van minimaal 1,50 meter over te blijven. 4.Er dient een vrije doorgang voor nood- en hulpdiensten van minimaal 4 meter over te blijven. Artikel14Inrichting terras Naast de plaatsing van tafels, stoelen, e.d. mogen, mits binnen de toegestane afmetingen van het terras, de volgende objecten worden geplaatst: Uitsluitend aan de zijkanten van een gevelterras en terrassen in gebied 3 zoals aangeduid op kaart nummer 2 bij deze verordening, mogen windschermen worden geplaatst, met inachtneming van de volgende bepalingen: de lengte van een windscherm mag niet meer bedragen dan de diepte van het betreffende terras; de hoogte van een windscherm mag maximaal 1,50 meter bedragen. Ter begrenzing van een terras mogen bloembakken worden gebruikt, met inachtneming van de volgende bepaling: De hoogte van een bloembak mag maximaal 1 meter bedragen. Op een terras mogen parasols worden geplaatst, met inachtneming van de volgende bepaling: De parasols mogen niet permanent worden verankerd. Op een terras mogen ook andere objecten worden geplaatst ter verdere aankleding van het terras. Artikel15Materiaaltoepassing Het op een terras toe te passen meubilair en eventuele andere objecten zoals genoemd in artikel 14 moeten, naar het oordeel van het college/de burgemeester, passen in het karakter van de historische binnenstad; de objecten dienen een natuurlijke uitstraling te hebben en mogen het transparante karakter van het gebied niet aantasten. Artikel16Reclameaanduidingen Ten aanzien van reclameaanduidingen op een terras gelden de volgende beperkingen: Op windschermen: de naam van het betrokken horecabedrijf met een maximale letterhoogte van 20 cm en één logo of naamsvermelding dat betrekking heeft op een product dat in het horecabedrijf verkrijgbaar is met een maximale hoogte van 15 cm; Op bloembakken: de naam van het betrokken horecabedrijf met een maximale letterhoogte van 20 cm; Uitsluitend op de volant van een parasol: de naam van het betrokken horecabedrijf en één logo of naamsvermelding dat betrekking heeft op een product dat in het horecabedrijf verkrijgbaar is met een maximale hoogte van 15 cm; Op menuborden: de naam van het betrokken horecabedrijf met een maximale letterhoogte van 20 cm en teksten die betrekking hebben op producten die in het horecabedrijf verkrijgbaar zijn; Op andere objecten: de naam van het betrokken horecabedrijf met een maximale letterhoogte van 20 cm. Artikel17Weigeringsgronden 1.Een vergunning bedoeld in artikel 10 moet worden geweigerd: a.indien het terras niet voldoet aan het bepaalde in de artikelen 12 tot en met 16. 2.Een vergunning bedoeld in artikel 10 kan worden geweigerd: indien het beoogde gebruik schade kan toebrengen aan de weg, gevaar kan opleveren voor de bruikbaarheid van de weg of voor het doelmatig en veilig gebruik daarvan, danwel een belemmering kan vormen voor het doelmatig beheer en onderhoud van de weg; in verband met het uiterlijk aanzien van de omgeving; in het belang van de voorkoming of beperking van overlast voor gebruikers van het in de nabijheid gelegen onroerend goed. Hoofdstuk4Overige bepalingen Artikel18Inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de achtste dag na bekendmaking; 2.Op het tijdstip als bedoeld in het eerste lid worden de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995 en de Beleidsnota regelgeving binnenstad ingetrokken. 3.Ter nadere toelichting wordt verwezen naar de Toelichting Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005 welke onderdeel uitmaakt van deze verordening. Artikel19Geldingsduur Onderhavige verordening geldt vanaf het moment van inwerkingtreding als bedoeld in artikel 18 totdat deze bij besluit van de raad wordt ingetrokken. Artikel20Nadere uitwerking Het college en de burgemeester zijn bevoegd ten aanzien van de onderwerpen die in onderhavige verordening worden geregeld nadere regels en inrichtingstekeningen vast te stellen, te wijzigen of in te trekken. Artikel21Overgangsbepalingen 1.Vergunningen – hoe ook genaamd – verleend krachtens de Algemene Politieverordening 1959, de Algemene Politieverordening 1978, de Algemene Plaatselijke Verordening 1993 danwel de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 1997 – indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning betrekking heeft, ook vervat is de onderhavige verordening en voor zover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken – vervallen op het moment van inwerkingtreding – als bedoeld in artikel 18 van de onderhavige verordening. 2.Vergunningen voor vaste standplaatsen blijven van kracht voor de periode waarvoor en onder de voorwaarden waaronder deze zijn verleend. 3.Vergunningen – hoe ook genaamd - verleend krachtens de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995 blijven - indien en voor zover het gebod of verbod waarop de vergunning betrekking heeft, ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken - van kracht tot de termijn waarvoor zij werden verleend is verstreken of totdat zij worden ingetrokken. 4.(Vervallen) 5.Indien voor het tijdstip van inwerkingtreding van onderhavige verordening een aanvraag om een vergunning op grond van de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995 danwel de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2004 is ingediend en voor het tijdstip van inwerkingtreding van onderhavige verordening nog niet op die aanvraag is beslist, wordt daarop de overeenkomstige bepaling van de onderhavige verordening toegepast. 6.Op een aanhangig bezwaar- of beroepschrift, betreffende een vergunning krachtens de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995, dat voor of na het tijdstip bedoeld in artikel 18 is ingekomen binnen de voordien geldende bezwaar- of beroepstermijn, wordt beslist met toepassing van de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995. 7.De intrekking van de verordening bedoeld in artikel 18 lid 2, heeft geen gevolgen voor de geldigheid van op basis van die verordening genomen nadere regels, beleidsregels, aanwijzingsbesluiten en inrichtingstekeningen, indien en voorzover de rechtsgrond waarop deze zijn gebaseerd ook vervat is in deze verordening en voorzover zij niet eerder zijn vervallen of ingetrokken. Artikel22Strafbepaling Overtreding van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie en kan bovendien worden gestraft met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. Artikel23Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de bij besluit van de burgemeester en het college aangewezen personen. Artikel24Opsporingsambtenaren De opsporing van de in deze verordening strafbaar gestelde feiten is, naast de in artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering genoemde opsporingsambtenaren, opgedragen aan hen die door het college of de burgemeester met de zorg voor de naleving van deze verordening zijn belast, ieder voor zover het de feiten betreft die in de aanwijzing zijn vermeld. Artikel25Wijziging APV Breda 2004 In de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2004 wordt in artikel 2.1.4.1 lid 5 “Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995” aangepast in “Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005”. Artikel26Citeerregel Deze verordening kan worden aangehaald als de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005. Aldus besloten in zijn openbare vergadering van 10 maart 2005 , voorzitter. , griffier.Kaart1: Geldingsgebied van de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005 – eerste wijziging Kaart2:Pleinen en pleinachtige ruimten – tweede wijziging Kaart3: Voetgangersstraten breder dan 7,5 meter TOELICHTING BIJ BUITENRUIMTEVERORDENING BINNENSTAD BREDA 2005 - tweede wijziging 1. Inleiding 1.1 Algemeen Breda is een compacte, historische stad waar alles dicht bij elkaar is en waar mensen uit verschillende bevolkingsgroepen door elkaar bewegen. Breda wisselt ook van sfeer: dinsdag en vrijdag bepaalt de markt het gezicht van de binnenstad, ’s avonds de vele terrassen en horecagelegenheden en overdag het grote en kwalitatief hoogwaardige winkelapparaat. Een aantal keren per jaar zijn er bijzondere evenementen, zoals het landelijk bekende Jazz-festival. Kortom een veelzijdige, kleurige en levendige stad. Juist deze vele, verschillende functies die de binnenstad heeft, maken de inrichting en het beheer van de openbare ruimte tot een complex geheel. Het gaat erom om een goed evenwicht te vinden tussen aantrekkelijke, historische binnenstad enerzijds en dynamische en hoogwaardige voorzieningen anderzijds. Op het eerste gezicht lijkt het hier om tegenstrijdige belangen te gaan. Er zijn inderdaad spanningen, maar beter is het om te spreken van onderlinge afhankelijkheid. Immers, als de zorg voor het behoud van de historische binnenstad leidt tot starheid en functieverlies, wordt de stad doods en saai, terwijl het juist de historische kwaliteiten zijn, die de binnenstad van Breda tot een aantrekkelijk winkel- en uitgaansgebied maken. De inrichting van de openbare ruimte is een belangrijk onderdeel van een aantrekkelijke en economisch gezonde stad. In Breda wordt het belang van de bescherming en het behoud van het historische karakter onderkend. In 1995 heeft er een herinrichting van de binnenstad plaatsgevonden en zijn er strengere regels gesteld. Deze regels hadden betrekking op het aanbrengen van reclame, het plaatsen van uitstallingen en terrassen en ambulante handel. Hiervoor is gekozen omdat deze vormen van gebruik elk hun eigen plek in de openbare ruimte claimen en de intensiteit en de verschijningsvorm van al deze elementen afbreuk kan doen aan het historisch stadsbeeld. De uitgangspunten voor het te voeren beleid zijn neergelegd in de Beleidsnota regelgeving binnenstad Breda welke in 1995 hun juridische vertaling hebben gekregen in een aparte verordening: de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 1995 (BRV 1995). 1.2 Evaluatie BRV 1995 In 2004 is de BRV 1995 geëvalueerd, waarbij ook de gebruikers en bewoners van de binnenstad om hun mening is gevraagd. De bevindingen zijn neergelegd in het rapport Evaluatie Buitenruimte-verordening Binnenstad Breda. Op basis van de in het evaluatierapport gedane aanbevelingen is de verordening aangepast. Een en ander heeft geresulteerd in de Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005 (BRV 2005). In de BRV 1995 waren regels gesteld met betrekking tot reclame, uitstallingen, terrassen en ambulante handel. In de nieuwe verordening zijn de volgende onderdelen verdwenen omdat deze moeten worden aangemerkt als bouwen in de zin van de Woningwet: Reclame aan de gevel Zonneschermen Windschermen die permanent aan de gevel of de grond verankerd zijn Het aanbrengen van objecten die vast aan de gevel of met de grond verankerd zijn, moet worden aangemerkt als bouwen in de zin van de Woningwet. Hieromtrent kunnen daarom geen regels worden gesteld in een gemeentelijke verordening zoals de BRV. De toetsing omtrent de toelaatbaarheid van deze objecten vindt plaats op basis van een aan te vragen bouwvergunning bij de afdeling Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente. Ook de regels met betrekking tot ambulante handel zijn uit de BRV verdwenen; deze regels worden overgebracht naar een aparte beleidsnota. De BRV 2005 heeft, in afgeslankte vorm, betrekking op de onderwerpen uitstallingen en terrassen. Dit zijn de objecten die fysiek hun plek in de openbare ruimte claimen en een obstakel kunnen vormen voor het verkeer, m.n. het voetgangersverkeer. Ook kunnen zij qua intensiteit en verschijningsvorm afbreuk doen aan het historisch stadsbeeld. 1.3 Juridische regeling De Buitenruimteverordening Binnenstad Breda 2005 geeft een concrete en op maat toegesneden uitwerking van de meer algemene normen zoals die in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) voor de gehele gemeente gelden. De regels van de BRV gelden voor de openbare ruimte die is aangegeven op de bijgevoegde kaart nummer 1. De juridische basis voor het beleid inzake terrassen en uitstallingen is de bepaling in de APV met betrekking tot de bruikbaarheid van de weg (artikel 2.1.4.1 APV). Ten opzichte van de APV geldt de BRV 2005 als een “lex specialis”. Voorzover in de BRV 2005 geen regels zijn gesteld blijft de APV onverkort van toepassing. In het laatste hoofdstuk van de BRV 2005 wordt in een artikel de onderlinge relatie van de beide verordeningen tot uitdrukking gebracht. 1.4 Geldingsgebied De bepalingen van de BRV gelden in de gebieden die op de bijgevoegde kaart nummer 1 staan aangegeven. De regels van de BRV zijn bedoeld voor die gebieden, die in verband met hun aard, inrichting, uiterlijk en verkeersintensiteit, extra bescherming nodig hebben. Enerzijds in verband met bescherming van het stadsgezicht en anderzijds ter voorkoming of beperking van overlast van op de weg geplaatste objecten. 2. UITSTALLINGEN 2.1 Algemeen Uitstallingen zijn vaak dominant aanwezig in het straatbeeld. Gezien het doel van de uitstallingen: de consument op het eigen bedrijf opmerkzaam maken, zal worden getracht de uitstallingen in de onmiddellijke omgeving te overtreffen om dit doel te bereiken. Zonder adequate regelgeving leidt dit onherroepelijk tot een cyclisch proces van toenemende uitstallingen. De veelheid van uitstallingen doet afbreuk aan de schoonheid en de eigen identiteit van de historische binnenstad. De problematiek van uitstallingen wordt overheerst door de overlast die al die objecten als obstakel op straat veroorzaken. De straten in de historische binnenstad zijn over het algemeen erg smal, zodat barrièrevorming door het plaatsen van uitstallingen zoveel mogelijk moet worden voorkomen. Het uitgangspunt in de BRV is dan ook om uitstallingen slechts in beperkte omvang toe te laten. 2.2 Afbakening De BRV 2005 geldt als “lex specialis” naast de Algemene Plaatselijke Verordening Breda 2004 (zie ook 1.3 Juridische regeling). De bepalingen met betrekking tot uitstallingen zijn uitsluitend van toepassing voor objecten die onder het uitstallingenbegrip vallen (zie hierna onder 2.3). Artikel 6 van de BRV 2005 geeft aan dat wanneer er een vergunning- of ontheffingplicht geldt op grond van artikel 10 van de BRV 2005 of een andere (gemeentelijke) regeling, de bepalingen uit hoofdstuk 2 van de BRV 2005 buiten toepassing blijven. Zo geldt bijvoorbeeld voor terrassen in het historisch stadshart een vergunningplicht op grond van artikel 10 e.v. van de BRV 2005, voor standplaatsen geldt een vergunningplicht ingevolge de gemeentelijke nota standplaatsenbeleid (e.e.a. op grond van de APV), voor werkterreinen geldt een vergunningplicht ingevolge de APV en voor bouwwerken geldt een vergunningplicht ingevolge de Woningwet. 2.3 Begripsomschrijvingen
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.