Verordening geurhinder en veehouderij gemeente Leudal 2011Ingevolge de Wet geurhinder en veehouderij is de gemeenteraad bevoegd voor (delen van) zijn grondgebied een andere waarde of afstand vast te leggen, die door het bevoegd gezag bij vergunningverlening moet worden gehanteerd. Aan de verordening ligt een gemeentelijke gebiedsvisie ten grondslag, die als bijlage bij deze verordening behoort. Art1: In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder: Dierenverblijf: al dan niet overdekte ruimte waarbinnen dieren worden gehouden; Geurgevoelig object: gebouw bestemd voor en blijkens aard, indeling en inrichting geschikt om te worden gebruikt voor menselijk wonen of menselijk verblijf en die daarvoor permanent of een daarmee vergelijkbare wijze van gebruik, wordt gebruikt; Geurhinder: gevolgen voor het milieu door de emissie van geur; Veehouderij: inrichting die tot een krachtens artikel 1.1, derde lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht aangewezen categorie behoort en is bestemd voor het fokken, mesten, houden, verhandelen, verladen of wegen van dieren; Omgevingsvergunning: omgevingsvergunning voor een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onder e, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; Grootschalige recreatieterreinen: recreatieterreinen met meer dan 100 kampeerplaatsen. Art2: Bij een beslissing inzake de omgevingsvergunning voor het oprichten of veranderen van een veehouderij betrekt het bevoegd gezag de geurhinder door de geurbelasting vanwege tot veehouderijen behorende dierenverblijven, voor de daartoe aangewezen gebieden, uitsluitend op de wijze als aangegeven bij of krachtens artikel 3 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.