Maatregelverordening Inkomensvoorzieningen HOOFDSTUK1Algemene bepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. de WWB: Wet werk en bijstand; b. de IOAW: Wet Inkomensvorming oudere en gedeeltelijke arbeidsongeschikte werkloze werknemers; c. de IOAZ: Wet Inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen d. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Den Haag; e. uitkering: de van toepassing zijnde norm inclusief eventuele gemeentelijke toeslag of verlaging, van de wetten genoemd in artikel 1 van deze verordening; f. grondslag: de toepasselijke grondslag als bedoeld in artikel 5, derde, vierde en vijfde lid, van de IOAW of artikel 5, vierde lid van de IOAZ; g. belanghebbende: degene die als alleenstaande, alleenstaande ouder of als lid van het gezin als bedoeld in de WWB een uitkering krachtens de in artikel 1 genoemde wetten heeft aangevraagd of aan wie een uitkering is toegekend; h. maatregel: een tijdelijke of blijvende verlaging van de uitkering; i. benadelingsbedrag: de uitkering of de langdurigheidstoeslag die als gevolg van schending van de inlichtingenverplichting ten onrechte of tot een te hoog bedrag is verstrekt; j. re-integratieverordening: de verordening van de gemeente Den Haag als bedoeld in artikel 8, eerste lid van de WWB; k. de wetten de WWB, IOAW en IOAZals bedoeld in sub a, b en c. Artikel2Het opleggen van een maatregel 1.Als de belanghebbende jonger dan 65 jaar de verplichtingen van de Wet Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en de verplichtingen uit de wetten niet of onvoldoende nakomt dan wel tekortschietend besef van verantwoordelijkheid betoont voor de voorziening in het bestaan, of zich tegenover het college zeer ernstig misdraagt, stemt het college de hoogte van de verstrekking af door een maatregel op te leggen over de uitkering of grondslag, in overeenstemming met deze verordening. 2.Bij het opleggen van een maatregel worden de ernst van het feit, de mate van verwijtbaarheid en de omstandigheden van de belanghebbende en zijn gezin in ogenschouw genomen. 3.Het college kan in afwijking van het gestelde in deze verordening de hoogte of de duur van de maatregel hoger of lager vaststellen. Artikel3Afzien van een maatregel 1.Van het opleggen van een maatregel wordt afgezien, als elke vorm van verwijtbaarheid ontbreekt. 2.Het college kan van het opleggen van een maatregel afzien, als sprake is van dringende redenen. Artikel4Berekening van de maatregel De maatregel wordt vastgesteld in de vorm van een percentage van de uitkering of de grondslag. Artikel5Waarschuwing 1.Bij een eerste verwijtbare gedraging kan het college besluiten een waarschuwing op te leggen. In ieder geval wordt eerst een waarschuwing opgelegd bij gedragingen zoals bedoeld in artikel 7 aanhef en eerste lid onderdeel a. en artikel 7 aanhef en eerste lid onderdeel d. 2.Als zich binnen een jaar na de verwijtbare gedraging waarvoor een waarschuwing is opgelegd, zich wederom een zelfde soort gedraging voordoet, wordt in alle gevallen een onvoorwaardelijke maatregel opgelegd. Artikel6Termijnen 1.Een maatregel wordt niet opgelegd als tussen het tijdstip van de gedraging en de constatering van de gedraging meer dan een jaar is verstreken. 2.De termijn bedraagt vijf jaar bij schending van de informatieverplichting als bedoeld in artikel 17 van de wet. 3.Een maatregel wordt niet opgelegd voordat het besluit aan belanghebbende is bekend gemaakt. 4.Een maatregel kan met terugwerkende kracht worden opgelegd als de verwijtbare gedraging in het verleden heeft plaatsgevonden. HOOFDSTUK2Maatregelwaardige gedragingen Artikel7Niet-nakoming van de arbeidsverplichtingen Het niet nakomen van een arbeidsverplichting, nader omschreven in de beschikking tot verlening of voortzetting van de uitkering, leidt tot een maatregel, waarbij de volgende categorieën worden benoemd: eerste categorie: het zich niet tijdig laten inschrijven als werkzoekende bij het UWV werkbedrijf en het niet tijdig verlengen van de inschrijving als werkzoekende; het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid te verkrijgen; het niet dan wel in onvoldoende mate meewerken aan een onderzoek naar de mogelijkheden tot arbeidsinschakeling; het niet tijdig voldoen aan een oproep om in verband met de arbeidsinschakeling op een aangeven tijd, datum en plaats te verschijnen; gedragingen die de arbeidsinschakeling belemmeren; als belanghebbende in onvoldoende mate gebruik maakt van de door het college op basis van de daaraan ten grondslag liggende reïntegratieverordening aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen activiteiten gericht op participatie; tweede categorie: als belanghebbende geen gebruik maakt van de door het college op basis van de daaraan ten grondslag liggende reïntegratieverordening aangeboden voorziening gericht op arbeidsinschakeling, waaronder begrepen sociale activering; het door eigen toedoen niet behouden van algemeen geaccepteerde arbeid; het niet aanvaarden van algemeen geaccepteerde arbeid. Artikel8Niet nakoming van de inlichtingenverplichting, wel financieel nadeel 1.Het niet nakomen van een verplichting op grond van de wetten, als gevolg waarvan ten onrechte of tot een te hoog bedrag aan uitkering of een langdurigheidstoeslag is verstrekt, leidt tot een maatregel. 2.De hoogte van de maatregel is gerelateerd aan de hoogte van het benadelingsbedrag. bij een benadeling tot € 4000,00 wordt een maatregel van de eerste categorie opgelegd van 30% gedurende één maand; bij de benadeling vanaf € 4000,00 wordt een maatregel van de tweede categorie opgelegd van 100% gedurende één maand; bij de berekening van de onderdelen a. en b. wordt uitgegaan van het gebruteerde bedrag; bij recidive geldt het gestelde in artikel 11 lid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.