Verordening geldelijke vergoedingen aan commissieleden niet zijnde raadsleden.Artikel1 Deze regeling verstaat onder: Commissie: een commissie genoemd in een bij deze verordening behorende lijst. Lid van een commissie: een lid van een commissie dat als zodanig is benoemd, en dat niet tevens lid is van de raad of medewerker in dienst van de gemeente. Rechtspositiebesluit raads- en commissieleden: het Koninklijk Besluit van 22 maart 1994 tot uitvoering van de artikelen 95 en 96 van de Gemeentewet (Stb 1994, 244). Vergadering: de bijeenkomst van een commissie of een subcommissie, sectie, werkgroep of enige andere groep van een commissie. Artikel2 1.De leden van een commissie ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie en vergoeding als aangegeven in de bij deze verordening behorende lijst. 2.De in het eerste lid bedoelde vergoedingen worden jaarlijks herzien aan de hand van een door de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties te bepalen indexcijfer. 3.In afwijking van het tweede lid beslist de raad afzonderlijk over herziening van de vergoedingen van de Welstands- en Monumentencommissie Den Haag. Artikel3 Toekenning van een vergoeding aan leden van nieuw ingestelde commissies geschiedt door vermelding van deze commissies op de bij deze verordening behorende lijst. Artikel4 Het bijwonen van een vergadering blijkt uit het tekenen van de presentielijst. Artikel5 De in artikel 2 van deze verordening bedoelde vergoeding wordt maandelijks, op basis van zijn uit de presentielijst blijkende aanwezigheid, aan de rechthebbende uitbetaald. Artikel6 1.Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening geldelijke vergoedingen commissieleden niet zijnde raadsleden. 2.Zij treedt in werking op 1 januari 2005. BIJLAGE Ibij de Verordening geldelijke voorzieningen commissieleden niet zijnde raadsleden Lijst van commissies (zoals bedoeld in artikel 1 van de verordening).Aan de leden van de volgende commissie(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.