Gedragscode integriteit voor de leden van de rtaad van de gemeente Leerdam 2010De raad van de gemeente Leerdam; overwegende dat het verplicht is om een gedragscode vast te stellen voor het college van burgemeester en wethouders; gelet op artikel 41c, tweede lid Gemeentewet juncto artikel 69, tweede lid Gemeentewet gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 9 maart 2010; besluit: vast te stellen de Gedragscode integriteit voor de leden van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leerdam 2010 HOOFDSTUK 1 ALGEMENE BEPALINGEN 1.1 Begripsbepalingen College: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leerdam. Collegeleden: De burgemeester en wethouders van de gemeente Leerdam; Raad: De raad van de gemeente Leerdam. Secretaris: De ambtenaar, als bedoeld in artikel 102 van de Gemeentewet. Geschenken: Een vergoeding, beloning, prijs, gift, belofte of dienst, in welke vorm dan ook, die aan een persoon wordt aangeboden of gedaan door een derde en die strekt tot het persoonlijk voordeel van de ontvanger. 1.2 Deze gedragscode is openbaar en is door derden te raadplegen. 1.3 De leden van het college ontvangen bij hun aantreden een exemplaar van de code. 1.4 In gevallen waarin de code niet voorziet of waarbij de toepassing niet eenduidig is, vindt bespreking plaats in het college, die beslist. HOOFDSTUK 2 BELANGENVERSTRENGELING EN AANBESTEDING 2.1 Bij privaat-publieke samenwerkingsrelaties voorkomt het collegelid (de schijn van) bevoordeling van de bij die samenwerking betrokken private partij of partijen, welke in strijd met eerlijke concurrentieverhoudingen zou komen of die verhouding zou bemoeilijken. 2.2 Het collegelid neemt bij aangelegenheden, die hem direct of indirect persoonlijk aangaan, of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken, niet aan de besluitvorming deel. 2.3 Het collegelid neemt van een aanbieder van diensten aan de gemeente geen faciliteiten of diensten aan die zijn onafhankelijke positie ten opzichte van de aanbieder kan beïnvloeden. 2.4 Het oud-collegelid wordt het eerste jaar na de beëindiging van zijn ambtstermijn uitgesloten van het tegen vergoeding verrichten van werkzaamheden voor de gemeente. 2.5 Het collegelid maakt aan de raad zijn financiële belangen in ondernemingen en organisaties waarmee de gemeente zakelijke betrekkingen onderhoudt bekend. 2.6 De secretaris draagt zorg voor een deugdelijke administratie van de in artikel 2.5 bedoelde gegevens. 2.7 De opgave als bedoeld in artikel 2.5 is openbaar en door derden te raadplegen. HOOFDSTUK 3 NEVENFUNCTIES 3.1 Het collegelid vervult geen nevenfuncties waarvan de uitoefening ongewenst is met het oog op een goede functievervulling, dan wel strijdig is of kan zijn met het belang van de gemeente Leerdam. Hiervan is sprake in geval van een onoorbare belangenverstrengeling, botsing van belangen, schade aan het aanzien van het ambt of een onvoldoende beschikbaarheid voor de functie. Om te bepalen of een nevenfunctie ongewenst is kunnen de volgende punten ter beoordeling dienen: het karakter en het gebied van de nevenwerkzaamheden; de verwevenheid met de functie als bestuurder; het risico van misbruik van de informatie waarover de bestuurder uit hoofde van zijn functie beschikt bij het vervullen van de nevenwerkzaamheden; de reputatie van het bedrijf of de branche waar de nevenwerkzaamheden worden verricht; de invloed van de nevenwerkzaamheden op de integriteit en betrouwbaarheid van de bestuurder; de mate van publieke effecten, waardoor de nevenwerkzaamheden extern negatief beoordeeld kunnen worden; de omvang en zwaarte van de nevenwerkzaamheden. 3.2 Het collegelid maakt aan de raad bekend welke andere functies dan het lidmaatschap van het college hij, vergoed of niet vergoed, vervult of voornemens is te gaan vervullen. 3.3 De secretaris draagt zorg voor een deugdelijke administratie van de in artikel 3.2 bedoelde opgave. 3.4 De opgave als bedoeld in artikel 3.2 is openbaar en door derden te raadplegen. 3.5 De door het collegelid in verband met een uit hoofde van diens ambt vervulde nevenfunctie te maken kosten worden vergoed door de instantie waar de nevenfunctie wordt vervuld. HOOFDSTUK 4 INFORMATIE 4.1 Het collegelid gaat zorgvuldig en correct om met informatie waarover hij uit hoofde van zijn functie beschikt. Hij verstrekt geen geheime of vertrouwelijke informatie aan derden en zorgt dat de informatie veilig en zorgvuldig wordt opgeborgen. 4.2 Het collegelid houdt geen informatie achter, tenzij de informatie geheim of vertrouwelijk is en het niet geven van informatie mogelijk is op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur. 4.3 Het collegelid maakt niet ten eigen bate of van zijn persoonlijke betrekkingen gebruik van in de uitoefening van het raadslidmaatschap verkregen informatie. 4.4 Het collegelid gaat verantwoord om met de email- en internetfaciliteiten van de gemeente. 4.5 Het collegelid neemt ten aanzien van het opleggen van geheimhouding en niet-openbaarheid van informatie de spelregels in acht die beschreven zijn in de notitie “Geheimhouding en niet-openbaarheid in de Leerdamse bestuurspraktijk: tien spelregels”. HOOFDSTUK 5 GESCHENKEN EN DIENSTEN 5.1 Geschenken, giften en diensten, met een waarde van € 50,00 of meer, die een collegelid uit hoofde van zijn functie aangeboden krijgt, worden gemeld bij en geregistreerd door de secretaris. 5.2 De voorzitter van het college, of ingeval het de burgemeester betreft de raad, bepaalt binnen een redelijke termijn of het geschenk, de gift of dienst aangenomen mag worden en, indien er geen bezwaren bestaan tegen het aannemen ervan, wat de gemeentelijke bestemming ervan is. De afweging om een geschenk wel of niet aan te nemen wordt gemaakt aan de hand van de volgende criteria: de reden dat het wordt aangeboden; op welk moment iets wordt aangeboden; of er iets terug wordt verwacht; op welke wijze het wordt aangeboden; betreft het een incidenteel geval of ontvangt betrokkene of de gemeente vaker iets van dezelfde relatie; de waarde van het geschenk. 5.3 De secretaris draagt zorg voor een deugdelijke administratie van de in artikel 5.1 bedoelde gegevens. 5.4 De in artikel 5.1 bedoelde gegevens zijn openbaar en door derden te raadplegen. 5.5 Een uitzondering op de procedure voor het aannemen van geschenken of giften als bedoeld in artikel 5.1 zijn geschenken en giften waarvan de waarde niet meer dan € 50,00 bedraagt. Geschenken en giften met een waarde van € 50,00 of minder, worden gemeld bij en geregistreerd door de secretaris en kunnen behouden worden. 5.7 Geschenken, giften en diensten die een collegelid uit hoofde van zijn functie verstrekt, worden gemeld bij en geregistreerd door de secretaris. 5.8 De voorzitter van het college, of ingeval het de burgemeester betreft de raad, bepaalt binnen een redelijke termijn of het geschenk, de gift of dienst verstrekt mag worden. 5.9 De secretaris draagt zorg voor een deugdelijke administratie van de in artikel 5.7 bedoelde gegevens. HOOFDSTUK 6 BESTUURLIJKE UITGAVEN 6.1 Uitgaven worden uitsluitend vergoed als het collegelid de hoogte en de functionaliteit voor de functie ervan kan aantonen. 6.2 Ter bepaling van de functionaliteit van uitgaven worden de volgende criteria gehanteerd: met de uitgave is het belang van de gemeente gediend; de uitgave vloeit voort uit de functie bij de gemeente. HOOFDSTUK 7 DECLARATIES 7.1 Een collegelid declareert geen kosten die reeds op andere wijze worden vergoed, dan wel voor vergoeding door een derde in aanmerking komen. 7.2 Declaraties worden afgewikkeld volgens een daartoe vastgestelde administratieve procedure onder bijvoeging van een betalingsbewijs en onder vermelding van de functionaliteit van de uitgave. 7.3 In geval van twijfel omtrent een declaratie, wordt deze ter besluitvorming voorgelegd aan het college. HOOFDSTUK 8 CREDITCARD 8.1 Het gebruik van een creditcard door een bestuurder kan uitsluitend betrekking hebben op uitgaven die volgens de ter zake geldende regelingen voor vergoeding in aanmerking komen. 8.2 Een bestuurder dient schriftelijk een verzoek in om verstrekking van een creditcard bij de secretaris. 8.3 Een creditcard wordt aan een bestuurder verstrekt door de secretaris. 8.4 Met het oog op een adequate afhandeling van met een creditcard verrichte betalingen dient de bestuurder een daartoe door het college vastgesteld formulier in bij de secretaris. Bij het formulier wordt/worden het desbetreffende betalingsbewijs dan wel de desbetreffende betalingsbewijzen gevoegd. 8.5 Ingeval bij de secretaris twijfel rijst omtrent het correcte gebruik door een bestuurder van de aan hem/haar verstrekte creditcard, legt hij/zij deze voor aan het college, dat ter zake een beslissing neemt. Het college is bevoegd de creditcard in te trekken, indien het van oordeel is dat deze niet correct gebruikt is. 8.6 Indien bij controle van het gebruik van een creditcard blijkt dat daarmee kosten zijn betaald die niet voor vergoeding in aanmerking komen, dan wordt aan hem/haar een factuur gezonden ter hoogte van het bedrag dat niet voor vergoeding in aanmerking komt. Het college beoordeelt, op voorstel van de secretaris, of sprake is van een geval als bedoeld in dit artikel. HOOFDSTUK 9 GEBRUIK VAN GEMEENTELIJKE VOORZIENINGEN 9.1 Gebruik van gemeentelijke eigendommen of voorzieningen voor privédoeleinden is niet toegestaan, tenzij dit uitdrukkelijk is toegestaan door de secretaris. HOOFDSTUK 10 CURSUS, CONGRES EN SEMINAR OF SYMPOSIUM 10.1 Het deelnemen aan een cursus, congres, seminar of symposium op kosten van de gemeente dient het gemeentelijk belang. HOOFDSTUK 11 REIZEN EN ANDERE UITNODIGINGEN 11.1 Buitenlandse reizen, excursies en werkbezoeken, tevens op uitnodiging daartoe op kosten van derden, worden besproken in het college en worden getoetst op de volgende criteria: Het algemeen belang moet ermee gediend zijn; Het risico van belangenverstrengeling; De reis wordt door of vanwege de gemeente georganiseerd. 11.2 Het eerste lid is tevens van toepassing op uitnodigingen voor reizen die op persoonlijke titel en/of op het huisadres worden ontvangen, maar duidelijk een relatie hebben met het collegelidmaatschap. 11.3 Voor de activiteiten als bedoeld in artikel 11.1 dient het college vooraf toestemming te verlenen. De raad kan aan de toestemming voorwaarden verbinden. 11.4 Het collegelid stelt na deelname een verslag op van de in artikel 11.1 bedoelde activiteiten. 11.5 Het ten laste van het bestuur meereizen van de partner van een bestuurder naar en in het buitenland is uitsluitend toegestaan wanneer dit gebeurt op uitnodiging van de ontvangende partij en het belang van de gemeente daarmee gediend is. Het meereizen van de partner wordt bij de besluitvorming betrokken. 11.6 Het anderszins meereizen naar en in het buitenland van derden op kosten van de gemeente is niet toegestaan. Het meereizen van derden op eigen kosten is toegestaan en wordt in dat geval bij de besluitvorming betrokken. 11.7 Het verlengen van een reis voor privé doeleinden is toegestaan, mits dit bij de besluitvorming betrokken is en de extra reis- en verblijfskosten volledig voor rekening van het collegelid komen. 11.8 Het college zendt jaarlijks een overzicht van de in dat jaar gemaakte dienstreizen als bedoeld in het eerste lid aan de raad. 11.9 Indien men uit hoofde van de functie een uitnodiging ontvangt voor een lunch, diner of receptie zal er gezorgd moeten worden voor een grote mate van openheid, zodat controle en verantwoording mogelijk is. 11.10 De uitnodiging moet binnen de grenzen van redelijkheid liggen. HOOFDSTUK 12 INTEGRITEITSCHENDING 12.1 Elk collegelid is aanspreekbaar op zijn handelen en uitlatingen. 12.2 Het collegelid tast de persoonlijke integriteit van bestuurders en de ambtelijke organisatie niet onbewezen aan. 12.3 Indien een collegelid een op redelijke gronden gebaseerd vermoeden heeft over het niet integer handelen van een ander collegelid, dan zal het collegelid zijn vermoedens kenbaar maken aan het desbetreffende collegelid en hem in de gelegenheid stellen zijn eigen verantwoordelijkheid te nemen, alvorens dit kenbaar te maken aan de voorzitter van het college. 12.4 Naar aanleiding van de melding aan de voorzitter van het college zal deze onverwijld een onderzoek instellen en een standpunt innemen. HOOFDSTUK 13 SLOTBEPALINGEN 13.1 Deze gedragscode wordt aangehaald als: Gedragscode integriteit voor de leden van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leerdam
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.