Kaderverordening subsidies MontferlandDe raad van de gemeente Montferland, gezien het voorstel van het college van d.d. 16 mei 2006; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, BESLUIT: vast te stellen: Kaderverordening inhoudende regels inzake de verstrekking van subsidies door het college van burgemeester en wethouders van Montferland Artikel1Reikwijdte Deze verordening is van toepassing op de verstrekking van subsidies door het college van burgemeester en wethouders, hierna te noemen het college, behoudens indien die subsidie wordt verstrekt krachtens een andere verordening. Artikel2Beleidsterreinen Het college kan subsidies verstrekken voor activiteiten welke passen in de volgende beleidsterreinen: welzijn, onderwijs, sport, cultuur, emancipatie, kinderopvang; woonklimaat, leefklimaat, natuur- en landschapsinrichting, beheer van de openbare ruimte,milieu; werk en economie; bereikbaarheid en mobiliteit; werkloosheidsbestrijding, inburgering, bijstand; veiligheid, internationale samenwerking en algemene bestuurlijke aangelegenheden; recreatie en toerisme; burgerparticipatie; plattelandsontwikkeling; inzameling oud papier; promotie. Artikel3nadere regels Onverminderd titel 4.
- van de Algemene wet bestuursrecht kunnen door het college, binnen de door de raad vastgestelde kadernota, terzake van de verstrekking van subsidie nadere regels worden gesteld met betrekking tot: Modellen vast te stellen voor aanvraagformulieren en de daarbij vereiste te overleggen gegevens en bescheiden. de activiteiten waarvoor subsidie kan worden verstrekt en wie daarvoor in aanmerking komt; het bedrag van de subsidie dan wel de wijze waarop dit bedrag wordt bepaald; de aanvraag van een subsidie en de besluitvorming daarover; de voorwaarden waaronder de subsidie wordt verleend; de verplichtingen van de subsidieontvanger; de vaststelling van de subsidie; intrekking en wijziging van de subsidieverlening of -vaststelling; de betaling van de subsidie en het verlenen van voorschotten; andere criteria en modellen voor de verstrekking van subsidie. Artikel4weigeringsgronden De subsidieverlening kan naast de in artikel 4:25 en artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht genoemde gevallen in ieder geval worden geweigerd indien gegronde redenen bestaan aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de
- gemeente of niet aanwijsbaar ten goede komen aan ingezetenen van de gemeente; gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie is aangevraagd; de aanvrager doelstellingen beoogt of activiteiten zal ontplooien die in strijd zijn met de wet, het algemeen belang of de openbare orde; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking over voldoende gelden - hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden - kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; subsidieverstrekking anderszins niet past binnen het beleid van de gemeente. Artikel5subsidieplafond Het college is bevoegd tot het vaststellen van een subsidieplafond voor een daarbij te bepalen jaarlijks tijdvak voor de verschillende activiteiten waarvoor op grond van deze verordening subsidie kan worden verstrekt en kan daarbij bepalen hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. Artikel6verplichtingen en begrotingsvoorbehoud 1Aan een krachtens deze verordening verleende subsidie kunnen verplichtingen worden verbonden. 2Een subsidie ten laste van een begroting die nog niet is vastgesteld wordt verleend onder de voorwaarde, bedoeld in artikel 4:34 van de Algemene wet bestuursrecht. Artikel7beslistermijnen 1In de gevallen waarin een aanvraag om subsidie betrekking heeft op het kalenderjaar of kalenderjaren volgend op dat waarin de aanvraag is ingediend, wordt op de aanvraag beslist binnen uiterlijk twaalf weken na de dag waarop de gemeentebegroting voor het eerstvolgende kalenderjaar door de raad is vastgesteld. 2In alle andere gevallen geldt dat binnen twaalf weken na indiening van een aanvraag wordt beslist, tenzij het college bij nadere regels hiervoor een andere termijn heeft vastgesteld. Artikel8vergoeding van met subsidie behaald vermogensvoordeel 1In de gevallen bedoeld in artikel 4:41, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht, is de subsidieontvanger aan het college een vergoeding van de vermogensvorming verschuldigd. 2De vergoeding bedraagt maximaal het bedrag waarmee subsidiëring door de gemeente heeft bijgedragen aan de vermogensvorming in verhouding tot de andere middelen die daaraan hebben bijgedragen. Bij de bepaling van de hoogte van de vergoeding wordt uitgegaan van de waarde van de eigendommen en andere vermogensbestanddelen op het tijdstip waarop de vergoeding verschuldigd wordt, met dien verstande dat bij verlies of beschadiging van eigendommen wordt uitgegaan van het bedrag, dat als schadevergoeding door de subsidieontvanger is ontvangen. Indien het onroerend goed betreft, geschiedt de waardebepaling door één of drie onafhankelijke deskundigen. Artikel9per boekjaar verstrekte subsidies aan rechtspersonen 1Afdeling 4.2.
- van de Algemene wet bestuursrecht is van toepassing op budgetsubsidies. 2Bij besluit van het college kan afdeling 4.2.
- van de Algemene wet bestuursrecht van toepassing worden verklaard op andere subsidieverstrekkingen dan budgetsubsidies. 3In afwijking van het bepaalde in artikel 4:60 van de Algemene wet bestuursrecht, wordt de aanvraag van de subsidie, bedoeld in het eerste en tweede lid, vóór 1 mei van het jaar voor de aanvang van het boekjaar ingediend. 4Het college kan de subsidieontvanger verplichten een e
- galisatiereserve te vormen. 5Het college kan aanvullend aan het in artikel 3 bepaalde nadere regels stellen over de toepassing van afdeling 4.2.
- van de Algemene wet bestuursrecht, ondermeer, met betrekking tot de egalisatiereserve, financieel verslag, accountantscontrole en activiteitenverslag. Artikel10toezicht 1Met het toezicht op de naleving van de bij of krachtens deze verordening aan de subsidieontvanger opgelegde verplichtingen zijn belast de bij besluit van het college aangewezen personen. 2Aan subsidies op grond van deze verordening is de verplichting verbonden dat de subsidieontvanger aan een toezichthouder alle medewerking verleent die deze redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden. Artikel11hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen de bepalingen van deze verordening buiten toepassing laten of daarvan afwijken indien en voor zover strikte toepassing leidt tot een onredelijk of onbillijk gevolg. Artikel12bijzondere gevallen In gevallen waarin deze verordening niet of onvoldoende voorziet beslissen Burgemeester en wethouders. Artikel13inwerkingtreding en intrekking oude verordeningen 1Deze verordening treedt in werking op de achtste dag volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge van artikel 139 van de Gemeentewet heeft plaatsgevonden. 2Ingetrokken worden: de algemene subsidieverordening Welzijn gemeente Bergh, vastgesteld door de raad van Bergh op 13 maart 2002, en de deelsubsidieverordeningen zorg, educatie,recreatie, sociaal-cultureel werk, vormende en bewustmakende activiteiten, algemeen, alsmede de algemene uitgangspunten van subsidieverstrekking eveneens vastgesteld door de raad van de gemeente Bergh op 13 maart 2002; verordening subsidieregeling ophalen oud papier Bergh, vastgesteld door de raad van Bergh op 25 januari 2001; de algemene subsidieverordening Didam en de verordeningen met betrekking tot de subsidieverlening op de terreinen sport; sportieve recreatie; sociaal cultureel werk enjeugd en jongerenwerk; ouderenwerk; kunst en cultuur, maatschappelijke hulp- en dienstverlening, emancipatie- en opbouw/actiewerk; allen vastgesteld door de raadvan Didam op 19 april 2000, en nadien gewijzigd bij besluit van op 20 december
- Artikel14Citeerartikel Deze verordening kan aangehaald worden als “Kaderverordening subsidies Montferland”. ’s-Heerenberg, 29 juni 2006De raad van de gemeente Montferland,De griffier, E.H.A. Peters, wnd. griffierDe voorzitter, mw. C.C. Leppink-Schuitema