← Nederland

Uitvoeringsbesluit regionale waterkeringen en regionale wateren Flevoland 2011 (Flevoland)

Uitvoeringsbesluit regionale waterkeringen en regionale wateren Flevoland 2011Overwegende dat ter uitvoering van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland door Gedeputeerde Staten nadere besluiten dienen te worden genomen. Gelet op het bepaalde in de artikelen 5.18, derde en vierde lid, 5.19, derde lid, en 5.22, zesde lid, van de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland; BESLUITEN Vast te stellen het Uitvoeringsbesluit regionale waterkeringen en regionale wateren Flevoland

  1. Artikel 1 Begripsbepalingen In dit besluit wordt verstaan onder: Verordening: de Verordening voor de fysieke leefomgeving Flevoland. Deelgebied: de Lage afdeling in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland, de Hoge afdeling in Zuidelijk en Oostelijk Flevoland, de Lage afdeling in de Noordelijk Flevoland (Noordoostpolder), of de Hoge afdeling in de Noordelijk Flevoland (Noordoostpolder). Artikel 2 Toetsing regionale waterkeringen 1 De beoordeling van de veiligheid van regionale waterkeringen als bedoeld in artikel 5.18, lid 3 van de verordening geschiedt op basis van het in Bijlage II van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen opgenomen Voorschrift toetsen op veiligheid primaire waterkeringen en de door de Stichting Toegepast Onderzoek Waterbeheer ontwikkelde Leidraad toetsen op veiligheid regionale waterkeringen. 2 De hydraulische randvoorwaarden bedoeld in artikel 5.18, lid 4 van de verordening zijn afgeleid van de modellen Hydra-M en Hydra-VIJ van de in Bijlage I van de Regeling veiligheid primaire waterkeringen opgenomen Hydraulische Randvoorwaarden primaire waterkeringen. 3 In afwijking van het eerste lid gelden voor de toetsing van de Knardijk de in bijlage 2 opgenomen hydraulische randvoorwaarden. 4 In bijlage 1 is voor de beoordeling, bedoeld in het tweede lid, per veiligheidsnorm de schadefactor aangegeven. Artikel 3 Rekenregels normering wateroverlast 1 De gemiddelde overstromingskans, als bedoeld in artikel 5.19, lid 1 en 2 van de verordening, wordt per deelgebied bepaald. 2 Voor de toetsing per deelgebied aan een overstromingskans van gemiddeld 1/80 per jaar, als bedoeld in artikel 5.19, lid 2 van de verordening, geldt dat het totaal areaal van het gebied met een overstromingskans van lager dan 1/100 per jaar minimaal 1,5 keer zo groot is als het totaal areaal van het gebied met een overstromingskans tussen 1/50 per jaar en 1/80 per jaar. 3 Gebieden die niet voldoen aan de in artikel 5.19, lid 1 en 2 van de verordening voorgeschreven norm onderwerpt het college van dijkgraaf en heemraden aan een technisch oordeel om de oorzaak daarvan te achterhalen. 4 Als uit het technisch oordeel, bedoeld in derde lid, blijkt dat sprake is van een knelpunt dan onderzoekt het college van dijkgraaf en heemraden in welke richting maatregelen genomen moeten worden. Artikel 4 Datum verslaglegging regionale waterkeringen De datum waarop het verslag bedoeld in artikel 5.22, lid 1 van de verordening voor de eerste maal wordt uitgebracht, is 1 januari
  2. Artikel 5 Intrekken Het besluit van 28 september 2010 (HB. 1005255) tot het vaststellen van toetsinstrumenten voor regionale waterkeringen wordt ingetrokken. Artikel 6 Inwerkingtreding Dit uitvoeringsbesluit treedt in werking op 22 augustus
  3. Artikel 7 Citeertitel Dit uitvoeringsbesluit kan worden aangehaald als “Uitvoeringsbesluit regionale waterkeringen en regionale wateren Flevoland 2011”. Aldus besloten In de vergadering van Gedeputeerde Staten van Flevoland van 16 augustus
  4. Gedeputeerde Staten van Flevoland,secretaris, voorzitter,Bijlage 1 Schadefactor per veiligheidsnorm als bedoeld in artikel 2, lid
  5. Veiligheidsnorm Schadefactor 1/10 1/15 1/20 1/25 1/100 1/1000 0,80 0,82 0,83 0,84 0,90 1,00 Bijlage 2 Hydraulische randvoorwaarden voor de toetsing van de Knardijk als bedoeld in artikel 2, lid
  6. Dijkvakindeling Knardijk Voor de bepaling van de hydraulische randvoorwaarden is de Knardijk op basis van het tracéverloop, de profielvorm en de grondopbouw onderverdeeld in de volgende dijkvakken (zie onderstaande tabel). Figuur 2 geeft een grafische weergave van de indeling dijkvakken. Dijkvak Aanduiding westelijke begrenzing X-coördinaat westelijke begrenzing [m] Y-coördinaat westelijke begrenzing [m] Aanduiding oostelijke begrenzing X-coördinaat oostelijke begrenzing [m] Y-coördinaat oostelijke begrenzing [m] A Oostvaardersdijk 155900 500650 "knik bij Hollandse Hout" 157100 498300 B "knik bij Hollandse Hout" 157100 498300 "knik nabij spoorlijn" 157150 496700 C "knik nabij spoorlijn" 157150 496700 Rijksweg A6 158400 495050 D Rijksweg A6 158400 495050 Vogelweg 162100 491350 E Vogelweg 162100 491350 Gooise Weg 165800 487700 F Gooise Weg 165800 487700 Zeewolderdijk 166950 486650 Voor ieder dijkvak zijn de hydraulische randvoorwaarden bepaald voor een punt in het midden van het beschouwde dijkvak. Deze hydraulische randvoorwaarden gelden uniform voor het gehele dijkvak.
  7. Hydraulische randvoorwaarden noordzijde (inundatie Oostelijk Flevoland) Voor de noordzijde van de Knardijk geldt de volgende inundatiewaterstand, toetspeilen en golfbelasting. De waterstanden, toetspeilen en golfhoogten zijn afgerond op 5 cm. De golfperiode is afgerond op 0,1 s. 2.1 Inundatiewaterstand De inundatiewaterstand bedraagt NAP - 0,45 m. 2.2 Toetspeilen Dijkvak Toetspeil [m+NAP] A B C D E F -0,10 0,00 -0,05 0,05 0,05 0,10 Figuur 1: Grafische weergave van de Knardijk ingedeeld in dijkvakken Figuur 1: Grafische weergave van de Knardijk ingedeeld in dijkvakken 2.3 Golfbelasting Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 0 30 60 90 120 150 -0,45 -0,40 -0,30 -0,10 -0,20 -0,45 0,45 0,50 0,80 0,80 0,80 0,80 2,3 2,4 3,3 3,6 3,5 3,4 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 0 30 60 90 120 150 -0,45 -0,40 -0,15 0,00 -0,15 -0,40 0,60 0,75 0,90 0,90 0,80 0,75 2,7 3,1 3,7 3,8 3,5 3,2 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 330 0 30 60 90 120 -0,45 -0,40 -0,25 -0,05 -0,10 -0,40 0,70 0,70 0,80 0,95 0,90 0,75 2,9 3,0 3,4 3,8 3,8 3,4 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 330 0 30 60 90 120 -0,40 -0,30 -0,10 0,05 -0,10 -0,40 0,90 0,85 0,90 0,95 0,85 0,70 3,4 3,5 3,7 3,9 3,7 3,2 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 330 0 30 60 90 120 -0,35 -0,10 0,00 0,05 -0,20 -0,45 0,90 0,95 0,90 0,85 0,75 0,60 3,7 3,8 3,8 3,8 3,4 2,9 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 330 0 30 60 90 120 -0,35 -0,10 0,10 0,10 -0,25 -0,45 1,00 0,95 0,85 0,75 0,65 0,45 3,9 3,9 3,8 3,5 3,1 2,3
  8. Hydraulische randvoorwaarden zuidzijde (inundatie Zuidelijk Flevoland) Voor de zuidzijde van de Knardijk geldt de volgende inundatiewaterstand, toetspeilen en golfbelasting. De waterstanden, toetspeilen en golfhoogten zijn afgerond op 5 cm. De golfperiode is afgerond op 0,1 s. 3.1 Inundatiewaterstand De inundatiewaterstand bedraagt NAP - 0,70 m. 3.2 Toetspeilen Dijkvak Toetspeil [m+NAP] A B C D E F 0,00 0,10 0,10 0,10 0,20 0,05 3.3 Golfbelasting Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 180 210 240 270 300 330 -0,50 -0,10 0,00 -0,30 -0,60 -0,70 0,95 1,20 1,00 0,85 0,70 0,50 3,8 4,3 4,0 3,6 3,0 2,4 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 180 210 240 270 300 330 -0,65 -0,25 0,10 -0,10 -0,40 -0,65 0,90 1,15 1,00 0,95 0,85 0,70 3,7 4,3 4,0 3,8 3,5 3,0 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 150 180 210 240 270 300 -0,60 -0,25 0,10 0,05 -0,20 -0,55 0,75 1,00 1,15 1,15 1,05 0,85 3,4 4,0 4,3 4,3 4,0 3,5 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 150 180 210 240 270 300 -0,60 -0,30 0,05 0,10 -0,10 -0,55 0,65 0,90 1,15 1,25 1,15 1,00 3,2 3,8 4,3 4,4 4,3 3,8 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 150 180 210 240 270 300 -0,65 -0,50 -0,05 0,20 0,00 -0,50 0,55 0,80 1,00 1,20 1,20 1,00 2,7 3,3 4,0 4,4 4,5 4,0 Windrichting [0 t.o.v. N] Waterstand [m+NAP] Significante golfhoogte [m] Significante golfperiode [s] 150 180 210 240 270 300 -0,70 -0,60 -0,30 0,05 0,00 -0,45 0,35 0,60 0,85 1,05 1,20 1,00 1,9 2,7 3,5 4,1 4,5 4,1

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.