Subsidieverordening monumenten Montferland 2005 De raad van de gemeente Montferland, gezien het voorstel van het college van d.d. 4 januari 2005 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet besluit vast te stellen de volgende: Subsidieverordening monumenten Montferland 2005 Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: a.monument: zaak die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak als bedoeld onder 1; b. archeologisch monument: monument bedoeld in onderdeel a, onder 2; c. gemeentelijk monument: onroerend monument, dat overeenkomstig de bepalingen van de Monumentenverordening Montferland 2005 als zodanig is aangewezen. d. beschermd rijksmonument: onroerend monument, dat is ingeschreven in de ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgestelde registers. e. eigenaren en zakelijk gerechtigden: degenen die in de kadastrale registers als eigenaar en/of zakelijk gerechtigden van een monument zijn ingeschreven. f. onderhoud: werkzaamheden noodzakelijk om een gemeentelijk monument in goede staat te houden c.q. als zodanig in stand te houden om toekomstig groot onderhoud en kostbare restauraties te voorkomen of te verminderen. g. monumentencommissie: de commissie belast met de advisering ter zake van het beleid van het gemeentebestuur ten aanzien van monumentenzorg zoals aangegeven in de Monumentenverordening Montferland 2005 en de Verordening op de monumentencommissie Montferland 2005. h. college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Montferland. i. inspectierapport: onder inspectie wordt in dit verband verstaan een onderzoek naar bouwkundige gebreken van het te onderhouden monument dat plaatsvindt voordat een onderhoudsplan, een technische omschrijving en een begroting kunnen worden opgesteld en dat uitgevoerd dient te worden door een deskundige en onafhankelijke instantie. Artikel2Subsidieverdeling 1De gemeenteraad stelt jaarlijks een bedrag beschikbaar ten behoeve van subsidiering van gemeentelijke monumenten en molens. 2Indien de in de gemeentebegroting daartoe bestemde middelen dat toelaten kan het college met inachtneming van deze regeling subsidie toekennen ten behoeve van het onderhoud van de in de gemeente Montferland gelegen gemeentelijke monumenten en molens. 3Indien de in lid 1 bedoelde gelden zijn uitgeput kan het college de aanvraag om subsidie afwijzen. 4Aanvragen om subsidie op grond van deze verordening worden in volgorde van binnenkomst afgehandeld. 5In afwijking van het bepaalde in het vierde lid kan het college, na advies van de monumentencommissie, voor de afhandeling van aanvragen prioriteiten stellen op basis van de bouwkundige staat van de monumenten waarvoor subsidie is aangevraagd. 6Het college kan bepalen dat aanvragen om subsidie vóór een door hen vast te stellen datum worden ingediend. Artikel3Subsidiemogelijkheden 1.Aan de eigenaar en zakelijk gerechtigde van een monument kan subsidie worden toegekend ter tegemoetkoming in de kosten van: a. Buiten- en daarmee samenhangend binnenschilderwerk, voor zover het betreft de buitenramen, buitenkozijnen en buitendeuren; b. Herstel en vernieuwen van rieten daken (met deklatten en herstel van sporen); c. Herstel van dakvlakken gedekt met pannen (met tengels en panlatten), leien, lood, zink of koper en, uitsluitend in samenhang hiermee, het herstel van gedeelten van dakbeschot en sporen; d. Herstel, en uitsluitend in samenhang hiermee, schoonmaken van goten (in zink, koper of lood), inclusief bijbehorende hemelwaterafvoeren en het aanbrengen van voor de waterafvoer noodzakelijke goten waar deze niet eerder aanwezig waren, inclusief aansluitingen op rioleringen en open water; e. Herstel van buitenkozijnen, buitendeuren, raampartijen, luiken en herstel of terugplaatsen van stoepen, roedenverdeling lijstwerk en luiken; f. Herstel van windveren, schoorstenen, kapellen en loodaansluitingen; g. Herstel van dak- of torenluiken en loopbruggen, inclusief het afgazen van torenluiken en het nemen van beperkte maatregelen tegen duivenoverlast; h. Inboeten, herstel van gedeelten van muurwerk en opvoegen of pleisteren van gevels; i. Op kleine schaal vervangen of inboeten van natuursteen; j. Herstel, controle, vervangen en indien nodig aanbrengen van een nieuwe bliksembeveiliging; k. Behandelen van muur- of houtwerk ter regulering van de vochthuishouding, dan wel bestrijding van zwamaantasting of houtaantasters; l. Herstel van gedeelten van dragende constructies (ankerbalkgebinten, schoren en platen, balkkoppen en spantbenen); m. Herstel van glas-in-lood, beglazing en aanbrengen van beschermende beglazing voor gebrandschilderd glas of historisch waardevol glas; n. Vervangen en herstel van overige bouwelementen van grote zeldzaamheid of grote historische waarden; o. Het plaatsen of vervangen van achterzetbeglazing, al of niet in samenhang met herstel van historisch waardevolle ramen; p. Het aanbrengen van inspectievoorzieningen, zoals dakluiken en klimhaken; q. Bouwkundig onderhoud van begraafplaatsen engrafmonumenten; r. Het maken en plaatsen van kooien ten behoeve van het wegvangen van duiven; s. Het uitvoeren van een haalbaarheidsonderzoek/inspectierapport; t. Abonnement Stichting Monumentenwacht Gelderland; 2.Als subsidiabele kosten worden naast de in lid 1 bedoelde kosten tevens begrepen de door of namens het college goedgekeurde kosten verbonden aan de uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden, te weten: a. Ten aanzien van de directe kosten Aan de loonkosten wordt een maximum verbonden van € 28,82 per uur; Materiaalkosten zijn subsidiabel voor zover zij conform gangbare marktprijzen worden gedeclareerd. Indien hierover tussen aanvrager en burgemeester en wethouders verschil van mening bestaat, worden de landelijk gehanteerde richtprijzen voor bouwmaterialen gehanteerd. b. Ten aanzien van de indirecte kosten Deze worden berekend over de subsidiabele onderhoudskosten: algemene bouwplaatskosten maximaal 8%; algemene bedrijfskosten maximaal 5%; winst maximaal 3%; c. Ten aanzien van de BTW Alleen het niet-terugvorderbare gedeelte van de BTW is subsidiabel tot de hoogte van het wettelijk vastgestelde percentage, te berekenen over de subsidiabele onderhoudskosten. Artikel4Subsidiebedrag/-percentage gemeentelijke monument 1Het subsidie in de kosten van onderhoud aan een gemeentelijke monument bedraagt 25% van het door het college subsidiabel geachte kosten (zie artikel 3) tot een bedrag van maximaal € 5.000,--per object per jaar. 2Subsidie wordt uitsluitend verstrekt indien het door het college subsidiabel geachte kosten (zie artikel 3) per object per jaar het bedrag van € 750,--te boven gaan, met dien verstande dat indien het onderhoud geheel door zelfwerkzaamheid wordt uitgevoerd het subsidie slechts kan worden toegekend in materiaalkosten welke een bedrag van € 500,--te boven gaan, mits de uit te voeren werkzaamheden naar oordeel van het college voor zelfwerkzaamheid in aanmerking komt. 3Per object/pand wordt het jaarlijkse abonnement op de Stichting Monumentenwacht Gelderland volledig vergoed. Artikel5Subsidiebedrag/ -percentage molens 1Het subsidie in de kosten van onderhoud van in bedrijf zijnde molen bedraagt 25% van de door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg vastgestelde subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 1.700,--per molen per jaar. 2Het subsidie in de kosten van onderhoud van een buiten bedrijf zijnde molen bedraagt 25% van de door de Rijksdienst voor de Monumentenzorg vastgestelde subsidiabele kosten tot een bedrag van maximaal € 750,--per molen per jaar. 3Het subsidie zal slechts worden toegekend nadat ook de Rijksdienst voor de Monumentenzorg en de provincie Gelderland subsidie hebben toegekend. Artikel6Subsidieaanvraag 1.De aanvraag om subsidie voor gemeentelijke monumenten dient vóór de uitvoering van de werkzaamheden schriftelijk bij het college te worden ingediend. De uitvoering van de werkzaamheden mag niet eerder beginnen dan nadat het college en de provincie Gelderland een subsidiebeschikking hebben afgegeven en voor zover voor de werkzaamheden een vergunning is vereist ingevolge de gemeentelijke monumentenverordening is afgegeven. 2.Bij de aanvraag dienen ter goedkeuring te worden overlegd: -Een gespecificeerde offerte c.q. gespecificeerde offertes van de uit te voeren onderhoudswerkzaamheden; Een inspectierapport van de Stichting Monumentenwacht Gelderland of een gelijkwaardige instelling over de onderhoudstoestand van het betreffende object / pand. 3.Het college kan bepalen dat naast de in lid 2 bedoelde bescheiden andere bescheiden dienen te worden overlegd. 4.Aanvragen ten aanzien waarvan niet wordt voldaan aan de eisen gesteld in of krachtens de voorgaande leden worden niet ontvankelijk verklaard, tenzij ter zake ontheffing is verleend als bedoeld in artikel 11 lid 1. Artikel7Beslissing subsidieaanvraag 1Het college, gehoord de monumentencommissie, delen binnen acht weken na datum van ontvangst van de aanvraag de beslissing op de aanvraag schriftelijk mee aan de aanvrager. Deze termijn kan ten hoogste met vier weken worden verlengd. 2Indien de beslissing een weigering tot het verlenen van subsidie inhoudt, worden de redenen daarvan vermeld. Artikel8Uitvoering onderhoudswerkzaamheden 1De uitvoering van de onderhoudswerkzaamheden dienen conform de provinciale uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden te geschieden (zie bijlage) en dienen te zijn voltooid binnen 24 maanden na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening. 2Zonder toestemming van het college mag niet worden afgeweken van de ingediende onderhoudswerkzaamheden. 3Degene aan wie het subsidie is toegekend dient een door het college aangewezen onafhankelijke deskundige of deskundige instantie desgewenst de gelegenheid te geven de wijze waarop de werkzaamheden worden of zijn uitgevoerd te controleren. Artikel9Intrekken subsidieverlening 1.De beschikking tot verlening of vaststelling van subsidie in de kosten van onderhoud kan door het college geheel of gedeeltelijk worden ingetrokken indien: a.blijkt dat niet is voldaan aan de voorwaarden bij of krachtens deze verordening; b.een subsidie op grond van deze verordening is toegekend of vastgesteld op grond van gegevens en gebleken is, dat deze zodanig onjuist waren, dat waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen; c.niet binnen 24 maanden na dagtekening van de beschikking tot subsidieverlening de uitvoering van de werkzaamheden is afgerond; d.de subsidieaanvrager meldt dat de werkzaamheden geen doorgang zullen vinden. 2.Het besluit tot intrekking wordt in afschrift gezonden aan de monumentencommissie. Artikel10Subsidietoekenning Uitbetaling van het subsidie geschiedt: Nadat de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden zijn goedgekeurd door de gemeente of een door de gemeente aangewezen onafhankelijke deskundige instantie; Nadat de op de uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden betrekking hebbende rekeningen en betaalbewijzen zijn gecontroleerd en akkoord bevonden; Door overmaking op een rekening bij een in Nederland gevestigde bankinstelling ten gunste van degene aan wie het subsidie is toegekend. Wanneer besloten wordt de uitbetaling van het subsidie te weigeren, worden de redenen daarvan vermeld. Artikel11Overige bepalingen Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen: Ontheffing verlenen van de bepalingen en voorschriften van de verordening; Bijzondere voorschriften stellen. Artikel12Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking op de achtste dag volgende op die waarin de bekendmaking ingevolge artikel 139 van de Gemeentewet heeft plaatsgevonden. 2De subsidieverordening inzake onderhoud beschermde gemeentelijke monumenten Bergh 2003, vastgesteld bij besluit van de raad van 26 juni 2003, vervalt op de datum waarop de Subsidieverordening monumenten Montferland 2005 in werking is getreden. 3De subsidieverordening monumenten Didam 1994, vastgesteld bij besluit van de raad van 13 september 1994, vervalt op de datum waarop de Monumentenverordening Montferland 2005 in werking is getreden. 4De subsidieregeling onderhoudskosten molens, vastgesteld bij besluit van de raad van Didam van 20 september 1984, vervalt op de datum waarop de Monumentenverordening Montferland 2005 in werking is getreden. 5Aanvragen om onderhoudssubsidie die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in het tweede, derde en vierde lid ingetrokken verordeningen. Artikel13Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als 'Subsidieverordening monumenten Montferland 2005'. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 27 januari 2005. [Klik hier om het document te downloaden] Bijlage behorende bij de subsidieverordening monumenten Montferland 2005 Provinciale uitvoeringsvoorschriften ten behoeve van duurzame instandhouding cultuurhistorische waarden. 0.0 Algemeen 0.1 Alle te vervangen onderdelen of constructies dienen overeenkomstig bestaande, historisch juiste vormgeving en detaillering te worden uitgevoerd. 0.2 Alle te vervangen onderdelen of constructies dienen met behulp van bestaande, historisch juiste materialen en technieken te worden vervaardigd of verwerkt. 0.3 Toe te voegen elementen ten behoeve van geriefs-of functieverbetering dienen op een zodanige wijze te worden ingepast dat dit geen consequenties heeft voor de historische vormgeving of detaillering (bijvoorbeeld isolatie ten behoeve van warmte en geluid, beschermende beglazing, ventilatie etc.) 0.4 Alle bij de voorbereiding, planvorming, uitvoering en controle van onderhouds-en restauratiewerkzaamheden betrokken partijen (eigenaar, architecten, opzichters, aannemers, uitvoerders, onderaannemers, ambtenaren bouw-en woningtoezicht etc.) dienen, voordat met de werkzaamheden een aanvang wordt gemaakt, van deze uitvoeringsvoorschriften op de hoogte te worden gebracht. Dit dient desgewenst schriftelijk door de subsidieaanvrager te worden aangetoond. 0.5 Het verdient aanbeveling bij de aanwezigheid van waardevolle muurplanten, vleermuizen en/of kerkuilen contact op te nemen met het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij, Directie Oost te Deventer. 1.0 Metselwerk, voegwerk en pleisterwerk 1.1 Gevelreiniging is niet toegestaan. Onder gevelreiniging wordt onder meer verstaan: stralen met grit, zand en water en het reinigen met behulp van chemische middelen. 1.2 Het hydrofoberen en impregneren van gevels is niet toegestaan. 1.3 Het toepassen van steenverstevigers is niet toegestaan. 1.4 Het inboeten van het metselwerk dient met bijpassende steen te geschieden, lettend op kleur, hardheid en afmetingen. Inboetwerk dient in het bestaande metselverband te worden uitgevoerd. 1.5 Nieuw voegwerk dient in samenstelling, kleur en uitvoering overeen te komen met het bestaande, historisch juiste voegwerk. 1.5.1 Ter hoogte van het maaiveld dient het voegwerk tot ten minste 30 cm beneden het maaiveld te worden nagezien, hersteld of vernieuwd. 1.5.2 De voegen dienen in verband met een goede hechting van de voegspecie zodanig te worden uitgehakt dat de voeg voldoende massa heeft. Als richtlijn kan worden aangehouden een verhouding van voegdikte staat tot voegdiepte is als 1 staat tot 2. 1.5.3 Het uithakken van voegen dient uitsluitend met de hand, of indien pneumatisch, met een fijne beitel te geschieden. Het uitslijpen van de voegen is in verband met mogelijke beschadiging van de steen slechts toegestaan met gebruikmaking van een zo klein mogelijke slijptol, voorzien van een afzuiging. 1.5.4 Bij uithakken van bestaand voegwerk mogen smalle stootvoegen niet worden verbreed; het zogenaamd ophakken van stootvoegen is niet toegestaan. 1.5.5 Een monster van het nieuwe voegwerk dient voorafgaand aan het integraal uithakken van de gevel(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.