Verordening kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk 2005De raad van de gemeente Hendrik-Ido-Ambacht; lezen het voorstel van burgemeester en wethouders van 10 december 2004, nr. 0408883, inzake kwaliteitsregels van peuterspeelzalen; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet; overwegende dat het wenselijk is om regels te stellen ten aanzien van de kwaliteit van peuterspeelzalen; gehoord hebbende de raadscommissie Welzijn, Onderwijs en Sociale Zaken, besluit vast te stellen de volgende verordening: Verordening kwaliteitsregels Peuterspeelzaalwerk 2005 HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen. In deze verordening wordt verstaan onder: college Het college van Burgemeester en Wethouders peuterspeelzaalwerk: Het bieden van speelgelegenheid aan kinderen van twee tot vier jaar gedurende één of meer dagdelen per week van maximaal 3,5 uur met als doel de ontwikkeling van deze kinderen te bevorderen en hen samen te laten spe-len. peuterspeelzaal: Een voorziening waar peuterspeelzaalwerk plaatsvindt; ouder of verzorger: Een persoon, die een minderjarig kind, dat bij hem/haar inwoont opvoedt en verzorgt; houder: Degene die een peuterspeelzaal in stand houdt; groep: Een eenheid, die bestaat uit een aantal kinderen en een aantal beroepskrachten en/of begeleiders; beroepskracht:In een peuterspeelzaal krachtens een arbeidsovereenkomst in een kinderdagverblijf werkzame persoon die werkzaamheden verricht, opgenomen in de voor kinderopvang geldende CAO en die over de voor die werkzaamheden benodigde opleiding beschikt; begeleider:De in een peuterspeelzaal werkzame persoon, die anders dan als beroepskracht belast is met het bieden van verzorging en opvoeding of onderdak en begeleiding aan kinderen. NEN:Door de stichting Nederlands Normalisatie Instituut vastgestelde norm. Artikel2Vergunningsplicht. Het is verboden zonder schriftelijke vergunning van het college een peuterspeelzaal te exploiteren. Artikel3Aanvraag om vergunning. 1.De aanvraag om een vergunning, als bedoeld in artikel 2 moet schriftelijk worden ingediend bij het college. 2.Bij de aanvraag moeten de door het college verlangde gegevens en bescheiden worden overlegd, die voor de beschikking op de aanvraag nodig zijn 3.Voor het in behandeling nemen van een aanvraag kan het college een formulier vaststellen Artikel 4 Behandeling aanvragen. Op in behandeling genomen aanvragen is afdeling 3.4 van de Algemene Wet Bestuursrecht van toepassing. Artikel5Termijnen. 1.Het college beslist op een aanvraag om een vergunning of op een verzoek tot ontheffing binnen acht weken na de dag waarop de aanvraag of een verzoek tot ontheffing is ontvangen. 2.Het college kan de beslissing voor ten hoogste acht weken verdagen. Artikel6Inhoud van de vergunning. 1.In de vergunning wordt vermeld: de naam van de houder; het soort peuterspeelzaal; het aantal uren dat de peuterspeelzaal is geopend; het adres van het perceel dan wel de percelen, waarin de peuterspeelzaal is gevestigd; de ligging en de oppervlakte van de peuterspeelzaal; het aantal kinderen, naar leeftijd uitgesplitst, dat per dagdeel maximaal aanwezig kan zijn; het maximum aantal groepen; de peildata, waarop de onder f en g genoemde aantallen moeten worden geteld, te weten 16 januari en 16 september. Artikel7Duur van de vergunning of vrijstelling. De vergunning kan worden verleend voor een termijn van maximaal 5 jaar. Artikel8Verplichtingen van de houder. 1.De vergunning of ontheffing is niet overdraagbaar. 2.De houder is verplicht aan het college: gegevens te verstrekken, die van belang zijn in verband met de huisvesting, verzorging en begeleiding van de kinderen. wijzigingen van de gegevens, bedoeld in artikel 3, onmiddellijk schriftelijk mededeling te doen. 3.De vergunninghouder hangt een afschrift van de vergunning op een zichtbare plaats in de peuterspeelzaal. Artikel9Intrekking of wijziging van vergunning of vrijstelling. 1.Een vergunning of ontheffing kan worden ingetrokken of gewijzigd indien: ter verkrijging daarvan onjuiste dan wel onvolledige gegevens zijn verstrekt; op grond van een verandering van de omstandigheden of beleidsinzichten, opgetreden na het verlenen van de vergunning of ontheffing,intrekking of wijziging daarvan wordt gevorderd door het belang of de belangen ter bescherming waarvan de vergunning is verstrekt; voorschriften van de vergunning of ontheffing niet worden nagekomen; van de vergunning of vrijstelling geen gebruik wordt gemaakt binnen een redelijke termijn; de houder dit verzoekt. 2.Een besluit tot intrekking of wijziging van een vergunning of ontheffing is met redenen omkleed en wordt niet genomen, dan nadat de houder van de vergunning in de gelegenheid is gesteld, binnen een door het college vast te stellen termijn, zijn oordeel kenbaar te maken omtrent het voornemen van dit besluit. 3.Het college kan in het belang van de kinderen tijdelijke of blijvende sluiting van een peuterspeelzaal gelasten indien dringende omstandigheden daartoe aanleiding geven. HOOFDSTUK2KWALITEITSREGELS Artikel10Algemene regels. 1.Het college kan regels stellen, waaraan de peuterspeelzaal, de houder en de in de peuterspeelzaal werkzame beroepskrachten en begeleiders moeten voldoen. 2.De regels hebben betrekking op: de verzorging en begeleiding van en het toezicht op de kinderen; de accommodatie en inrichting en hygiënische toestand van de voorziening; de veiligheid van de voorziening; de aan de beroepskrachten te stellen eisen van gezondheid en gedrag; de aanwezigheid van gegevens in de peuterspeelzaal. Artikel11Weigering en vrijstelling. 1.Een vergunning wordt, behoudens ontheffing, geweigerd indien niet wordt voldaan aan hoofdstuk
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.