Besluit mandaat, volmacht-en machtiging personeelszaken Noord-Holland 2011 Gedeputeerde Staten van Noord-Holland en de Commissaris van de Koningin van Noord-Holland; overwegende dat het Tijdelijk mandaatbesluit personeelszaken 2005 dient te worden geactualiseerd en omgezet in een definitief mandaatbesluit voor personeelsbesluiten; Overwegende dat de Ondernemingsraad op 14 juni 2011 met het concept-besluit heeft ingestemd; gelet op afdeling 10.1.1 van de Algemene wet bestuursrecht; besluiten: vast te stellen het volgende besluit: Besluit mandaat, volmacht en machtiging personeelszaken Noord-Holland 2011 Artikel1 In deze regeling wordt verstaan onder: CAP: de Collectieve Arbeidsvoorwaardenregeling Provincies; portefeuillehouder: de portefeuillehouder Personeel en Organisatie. Artikel2 1.Mandaat voor het nemen van besluiten en beschikkingen ter uitvoering van de bepalingen in de CAP en de daaraan gerelateerde uitvoerings¬regelingen en volmacht en machtiging tot het uitoefenen van de daarmee verbonden procedurele bevoegdheden wordt verleend aan: de portefeuillehouder en; de Algemeen directeur. 2.Aan elke directeur wordt, voor zover het de medewerkers betreft die zijn aangesteld bij zijn directie, mandaat verleend voor het nemen van beschikkingen ter uitvoering van de bepalingen in de CAP en de daaraan gerelateerde uitvoerings-regelingen en volmacht en machtiging tot het uitoefenen van de daarmee verbonden procedurele bevoegdheden. 3.Aan de voorzitter van gedeputeerde staten en de portefeuillehouder gezamenlijk wordt mandaat verleend voor het nemen van beschikkingen die de rechtspositie van de Algemeen directeur betreffen en volmacht en machtiging tot het uitoefenen van de daarmee verbonden procedurele bevoegdheden. Artikel3 Uitgezonderd van mandaat, volmacht en machtiging zijn de beslissingen met betrekking tot: de vaststelling of wijziging van de hoofdlijnen van provinciaal personeels-en organisatiebeleid; individuele gevallen, als bedoeld in artikel A.3 van de CAP; de vaststelling van een lijst van functies waarvoor een verklaring omtrent het gedrag vereist is, als bedoeld in artikel B.3, derde lid van de CAP; het vaststellen van nadere regels inzake de rechtspositie in verband met het uitvoeren van ‘andere werkzaamheden’ als bedoeld in artikel B.6, zevende lid van de CAP; het vaststellen van nadere regels omtrent de te volgen procedure bij reorganisaties en omtrent de personele gevolgen van reorganisaties als bedoeld in artikel B.8 van de CAP; het vaststellen van percentages voor een groep van ambtenaren, als bedoeld in artikel C.12, vierde lid van de CAP; het vaststellen van een vaste toelage voor de ambtenaar onderscheidenlijk voor een groep van ambtenaren als bedoeld in artikel C.12, vijfde lid van de CAP; het vaststellen van nadere regels in verband met toelagen voor onregelmatige dienst als bedoeld in artikel C.12, zesde lid van de CAP; het vaststellen van nadere regels voor arbeidsmarkttoelage en bindingspremie en het bepalen van de groepen van ambtenaren aan wie die kunnen worden toegekend als bedoeld in artikel C.14, zevende lid van de CAP; het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften voor het toekennen van een toelage aan groepen van ambtenaren als bedoeld in artikel C.15, eerste lid van de CAP; het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften inzake het recht op een gratificatie wegens ambtsjubileum als bedoeld in artikel C.19 van de CAP; het vaststellen van nadere regels voor vergoeding voor overwerk als bedoeld in artikel C.20, elfde lid van de CAP; het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften inzake het recht op een vergoeding voor andere extra diensten dan overwerk als bedoeld in artikel C.21 van de CAP; het vaststellen van een algemene werktijdenregeling als bedoeld in artikel D.2 van de CAP; het vaststellen van regels met betrekking tot de wijze waarop invulling wordt gegeven aan de begeleiding van ziekteverzuim, verplichtingen inzake ziek-en hersteldmelding als bedoeld in artikel E.1, tweede lid van de CAP; het vaststellen van een klachtenregeling ongewenst gedrag Provincie Noord-Holland als bedoeld in artikel E.1, tweede lid van de CAP; het vaststellen van een lijst met functies waarvoor een medische keuring bij aanstelling of functiewijziging is vereist, als bedoeld in artikel E.2, eerste lid van de CAP; tot het aangaan van een collectieve overeenkomst zorgverzekering, als bedoeld in artikel E.11, eerste lid van de CAP; het aanwijzen van ambtenaren die werkzaamheden verrichten waaraan het risico van financiële belangenverstrengeling of het risico van oneigenijk gebruik van koersgevoelige informatie is verbonden als bedoeld in artikel F.1, achtste lid van de CAP; het vaststellen van nadere regels inzake integriteit als bedoeld in artikel F.1, tiende lid van de CAP; het vaststellen van een procedure bescherming ambtenaar bij vermoedens van misstanden als bedoeld in artikel F.1, elfde lid van de CAP; het stellen van regels inzake vergoeding van reis-en verblijfkosten wegens dienstreizen en inzake vergoeding van verhuiskosten en pensionkosten als bedoeld in artikel F.4, eerste en tweede lid van de CAP; het vaststellen van regels inzake vergoeding van kosten voor dienstkleding en onderscheidingstekens als bedoeld in artikel F.4, derde lid van de CAP; het vaststellen van regels voor vergoeding voor andere kosten in verband met de functie vervulling als bedoeld in artikel F.4, vierde lid van de CAP; het regelen van de faciliteiten bij een verplichte opleiding als bedoeld in artikel F.9 van de CAP; het vaststellen van een spaarloonregeling als bedoeld in artikel F.12 van de CAP; het aanwijzen van leden van de delegatie voor het overleg met vak¬organisaties van overheidspersoneel als bedoeld in artikel I.1. tweede lid van de CAP; het maken van nadere afspraken met de vakorganisaties van overheidspersoneel over de wijze van overleg als bedoeld in artikel I.3, vijfde lid van de CAP; de benoeming, ontslag en schorsing van de Algemeen directeur en de directeuren; beslissingen op bezwaar indien het desbetreffende organisatieonderdeel dat het primaire besluit heeft voorbereid (op onderdelen) contrair gaat aan het advies van de bezwarencommissie personeelsbesluiten; het vaststellen van het reglement op de behandeling van bezwaarschriften personeel provincie Noord-Holland; het vaststellen van het reglement personeelspas. Artikel4 Het mandaat, de volmacht en de machtiging aan de Algemeen directeur heeft geen betrekking op beslissingen: met betrekking tot uitsluitend zijn eigen rechtspositie; die strekken tot definitieve vaststelling van een ontwerpbesluit waarmee het Georganiseerd Overleg heeft ingestemd; tot het treffen van een bijzondere voorziening als bedoeld in artikel A.4 van de CAP of waarbij gebruik wordt gemaakt van één van de hardheidsclausules die daarin zijn voorzien; tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften inzake voorzieningen bij deeltijdontslag en aansluitend volledig ontslag, in aanvulling op de FPU-uitkering, als bedoeld in artikel B.12, derde lid van de CAP; tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften inzake voorzieningen bij werkloosheid in aanvulling op de Werkloosheidswet als bedoeld in artikel B.14 van de CAP; tot het vervangen van bijlage 2 van de CAP waarin het salarisgebouw is vastgelegd, als bedoeld in artikel C.4, eerste lid van de CAP; tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften met betrekking tot het systeem van methodische functiewaardering en de procedure van totstandkoming van de functiewaardering, alsmede een conversietabel aan de hand waarvan de bij de uitkomst van de functiewaardering behorende salaris schaal wordt bepaald, als bedoeld in artikel C.5, derde lid van de CAP; tot het vaststellen van een levensloopregeling als bedoeld in artikel D.10 van de CAP; tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften met betrekking tot de aanspraken van de ambtenaar en de gewezen ambtenaar bij ziekte en arbeidsongeschiktheid, de daarbij in acht te nemen verplichtingen en de sancties bij het niet nakomen van die verplichtingen als bedoeld in artikel E.8 van de CAP; tot afwijking van de termijn van opzegging van dienstwoningen als bedoeld in artikel F.6, derde lid van de CAP; tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften inzake planningsgesprek, voortgangsgesprek, evaluatie en beoordelingsgesprek als bedoeld in artikel F.7 van de CAP; tot het regelen van de faciliteiten ingeval een opleiding van een ambtenaar buiten de werktijd plaatsvindt, als bedoeld in artikel F.9 van de CAP; tot het vaststellen van algemeen verbindende voorschriften waarin de ambtenaar met een aanstelling voor onbepaalde tijd of voor bepaalde tijd met een resterende looptijd van ten minste 12 maanden, de mogelijkheid wordt geboden onder voorwaarden bepaalde arbeidsvoorwaarden naar eigen keuze in te vullen, als bedoeld in artikel F.14 van de CAP; tot het treffen van nadere regels voor bepaalde groepen ambtenaren op grond van artikel 12, tweede lid van de Regeling inzake binnenlandse reis-en verblijfkosten 2000 (RF0403); beslissing op bezwaar. Artikel5 Het mandaat aan de directeuren heeft geen betrekking op beslissingen met betrekking tot: uitsluitend zijn eigen rechtspositie, de rechtspositie van functionarissen die hiërarchisch rechtstreeks onder de directeuren vallen, en de rechtspositie van de sectormanagers; het verlenen van ontslag als disciplinaire straf, met inachtneming van het bepaalde in artikel G.4, als bedoeld in artikel B.9 onder n van de CAP, op voordracht van de directeur van het desbetreffende organisatieonderdeel; het vaststellen van de zwaarte van de functie met behulp van een systeem van methodische functiewaardering als bedoeld in artikel C.5, tweede lid van de CAP; het vaststellen van de functieomschrijving, als bedoeld in artikel 2 van de Procedureregeling methodische functiewaardering provincies; het bepalen van de arbeidsduur van de ambtenaar met inachtneming van de uitkomsten van het overleg met de oranisaties van overheidspersoneel in het SPA, als bedoeld in artikel D.1 lid 1 van de CAP; het jaarlijks aanwijzen van maximaal 7 werkdagen als collectieve roostervrije dagen als bedoeld in artikel D.3 van de CAP; het aangaan van een overeenkomst met een Arbo-dienst als bedoeld in artikel E.1 eerste lid van de CAP; het opleggen van de disciplinaire straf van ontslag als bedoeld in artikel G.4, eerste lid onder e van de CAP, op voordracht van de directeur van het desbetreffende organisatieonderdeel; het niet ten uitvoerlegging van de disciplinaire straf, als bedoeld in artikel G.4, tweede lid van de CAP; het benoemen van leden van een commissie voor hernieuwd medisch onderzoek als bedoeld in artikel E.5, vierde lid van de CAP; het zorgdragen voor het niet benadelen van de ambtenaar in verband met activiteiten als lid van een vakorganisatie als bedoeld in artikel F.11 van de CAP; het vaststellen van het protocol vertrouwenspersoon klokkenluidersregeling; het vaststellen van een regeling in de rechtspositie van een stagiair; het vaststellen van de uitvoeringsregeling sportbijdrage; het vaststellen van het werving en selectiebeleid
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.