Verordening op de raadscommissies 2011De raad van de gemeente Grave; gelet op artikel 82 van de Gemeentewet; b e s l u i t : vast te stellen de volgende verordening: VERORDENING OP RAADSCOMMISSIES 2011 Hoofdstuk1Begripsbepalingen Artikel1Begripsbepalingen a. lid: lid van een raadscommissie; b. voorzitter: voorzitter van een raadscommissie of diens vervanger; c commissiegriffier: secretaris van een raadscommissie of diens vervanger; d. griffier: griffier van de raad of diens vervanger; e. vergadering: vergadering van een raadscommissie; f. besloten raadscommissie: een raadscommissie waar uitsluitend leden van de raad lid van kunnen zijn en waarvan de vergaderingen niet openbaar zijn. Hoofdstuk2Instelling, taken en samenstelling Artikel2Instelling raadscommissies 1De raad stelt de volgende raadscommissies in: a. de commissie Ruimte b. de commissie Inwoners en bestuur c. de besloten raadscommissie Audit, die uitsluitend besloten vergaderingen belegt 2De raadscommissie Ruimte adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. ruimtelijke ontwikkeling b. economische zaken c. reconstructie d. volkshuisvesting e. Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (vergunningverlening) f. woon- en leefomgeving (inclusief milieu, water, openbare werken, dierenwelzijn) g. verkeer en vervoer 3De raadscommissie Inwoners en bestuur adviseert en overlegt over de volgende onderwerpen: a. kleinschalig Collectief Vervoer (incl. WMO-vervoer) en leerlingenvervoer b. toerisme en recreatie c. onderwijs en bibliotheek d. accommodatiebeleid e. sport f. volksgezondheid g. welzijn, zorg, sociale zaken en werkgelegenheid (inclusief WMO en doelgroepenbeleid) h. informatisering en ICT i. openbare orde en veiligheid j. handhaving k. personeel en organisatie l. archief en Brabants Historisch Informatiecentrum m. dienstverlening (burgerzaken publiekszaken) n. brandweerzaken en rampenbestrijding o. intergemeentelijke samenwerking p. voorlichting en representatie q. kunst en cultuur, erfgoedbeleid, monumentenbeleid r. gemeenschappelijke regelingen s. beleidscoördinatie en integriteit 3aDe besloten raadscommissie Audit; welke een voorzetting is van de op het moment van invoeren van deze verordening commissie Audit die in is gesteld bij de Verordening Auditcommissie
- De commissie Audit adviseert en overlegt over: a. Documenten in het kader van de budgetcyclus ( begroting en rekening met tussen-tijdse rapportages) b. De accountantsdienstverlening in het kader van het onderzoek van de jaarrekening : de commissie adviseert over het controleprotocol en voert namens de raad het overleg met de accountant. c. De naleving van de financiële verordening, de Controleverordening en de verordening Onderzoeken doelmatigheid en doeltreffendheid. d. Onderzoek van de rekenkamercommissie. De commissie fungeert tevens als klankbord namens de raad voor de rekenkamercommissie en voert het overleg tussen rekenkamercommissie en raad. e. Voornemens tot het instellen van een onderzoek conform artikel 155a Gemeentewet f. Nader te benoemen projecten en onderzoeken. 4Indien een onderwerp meerdere raadscommissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke raadscommissies besproken, tenzij de voorzitters van de betrokken raadscommissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de raadscommissies wordt belegd of de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt. 5Indien een gezamenlijke vergadering van raadscommissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de raadscommissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter. Artikel3Taken Een raadscommissie heeft de volgende taken: a. het uitbrengen van advies aan de raad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de in artikel 2, lid 2, 3 en 3a genoemde onderwerpen; b. het uitbrengen van advies aan de raad uit eigener beweging; c. het voeren van overleg met het college of de burgemeester over in ieder geval door het college of de burgemeester verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2, lid 2, 3 en 3a genoemde onderwerpen. Artikel4Samenstelling 1Een raadscommissie bestaat uit een zodanig aantal leden dat vanuit of namens iedere in de raad vertegenwoordigde fractie één persoon in de commissie is vertegenwoordigd. 2De leden van de raadscommissie worden door de raad op voordracht van de fracties benoemd. 3Een lid van een raadscommissie, niet zijnde een besloten raadscommissie, kan zowel een lid van de raad als geen lid van de raad zijn. De artikelen 10, 11, 12, 13, 14 en 15 van de Gemeentewet zijn overeenkomstig van toepassing, waarbij opgemerkt dient te worden dat daar waar staat 'raad' gelezen dient te worden 'raadscommissie', met uitzondering van artikel 15 lid 3 Gemeentewet. Bij artikel 14 lid 1 Gemeentewet dient 'vergadering' gelezen te worden als 'de vergadering van de gemeenteraad'. a. Een lid van een raadscommissie, niet zijnde een lid van de raad, is gehouden zich te committeren aan de gedragscode die op grond van artikel 15 lid 3 Gemeentewet is ingesteld. 4De raad benoemt op voordracht van een fractie voor iedere raadscommissie ten minste één plaatsvervangend lid per fractie, die zitting in een raadscommissie heeft bij verhindering of ontstentenis van een lid. Het plaatsvervangend lid voldoet aan de in het derde lid, genoemde vereisten. 5Een lid van de raadscommissie kan een ander raadslid uit z’n fractie of een derde uitnodigen om deel te nemen aan de vergadering van de raadscommissie. Artikel5Voorzitter 1De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de raad uit zijn midden benoemd. 2De voorzitter is geen lid van de raadscommissie. 3De voorzitter is belast met: a. het leiden van de vergadering b. het handhaven van de orde c. het doen naleven van deze verordening d. hetgeen deze verordening hem verder opdraagt Artikel6Zittingsduur en vacatures 1De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval met het einde van de zittingsperiode van de raad. 2Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen. 3De raad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd. 4De raad kan de voorzitter ontslaan. 5Een lid en zijn plaatsvervanger en de voorzitter kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de raad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd. 6Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de raad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4 en
- 7Indien een fractie blijkens een schriftelijke verklaring aan de voorzitter van de raad niet langer vertegenwoordigd is in de raad, vervalt het lidmaatschap van het lid dat op voordracht van die fractie is benoemd, van rechtswege. Artikel7Griffier en commissiegriffier 1De raad benoemt ter ondersteuning van iedere raadscommissie de griffier of de plv. griffier of in overleg met de secretaris een medewerker van de ambtelijke organisatie als commissiegriffier. 2De commissiegriffier is in iedere vergadering aanwezig. 3Bij zijn verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de raad aangewezen medewerker. 4De griffier kan in iedere vergadering aanwezig zijn. Hoofdstuk3Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris Artikel8Aanwezigheid college, burgemeester en secretaris De voorzitter kan de burgemeester, één of meer wethouders en de secretaris uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen. Hoofdstuk4Vergaderingen Paragraaf1Tijdstip van vergaderen en voorbereiding Artikel9Vergaderfrequentie 1In de regel vinden de vergaderingen van de raadscommissie: a. Ruimte plaats op dinsdag b. Inwoners en bestuur plaats op dinsdag 2De vergaderingen van de raadscommissies vangen aan om 19.30 uur en eindigen om 22.30 uur en vinden plaats in het stadhuis. Mocht blijken dat de agenda om 22.30 uur niet is afgehandeld dan wordt er in principe op de eerste dinsdag daarna verder vergaderd. 3Een raadscommissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien ten minste twee fracties schriftelijk met opgaaf van redenen daarom verzoeken. 4De voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover overleg met de griffier. Artikel10Agendacommissie 1De griffier van de raadscommissie stelt de concept-agenda vast. 2De commissie stelt bij aanvang van de vergadering de agenda definitief vast. Artikel11Oproep 1De voorzitter zendt ten minste zeven dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering. 2De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, met uitzondering van de in artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet bedoelde stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden. 3Indien een aanvullende agenda wordt vastgesteld als bedoeld in artikel 12, eerste lid, worden deze agenda en de daarop vermelde voorstellen of onderwerpen zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk 48 uur voor aanvang van de vergadering aan de leden gezonden. Artikel12De agenda 1In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 48 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen. 2Bij aanvang van de vergadering stelt de raadscommissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren. 3Wanneer de raadscommissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan hij aan het college of de burgemeester nadere inlichtingen of advies vragen. De raadscommissie bepaalt in welke vergadering het onderwerp of voorstel opnieuw geagendeerd wordt. 4Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen. Artikel13Ter inzage leggen van stukken 1Stukken die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het stadhuis ter inzage gelegd. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de raad en de leden van de commissies en zo mogelijk in een openbare kennisgeving. Ook worden gelijktijdig de vergaderstukken met agenda op de website geplaatst. 2Onverminderd het bepaalde in het eerste lid kunnen stukken ook op elektronische wijze aan een ieder ter beschikking worden gesteld. 3Indien voor stukken op grond van artikel 86, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier een lid inzage. Artikel14Openbare kennisgeving 1De vergadering wordt tegelijkertijd met de schriftelijke oproep door aankondiging in de Graafsche Courant en door plaatsing op de gemeentelijke website openbaar gemaakt. 2De openbare kennisgeving vermeldt: a. de datum, aanvangstijd en plaats, alsmede de voorlopige agenda van de vergadering; b. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien; c. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht als bedoeld in artikel
- 3Daarnaast worden de bij de voorlopige agenda behorende stukken, indien digitaal beschikbaar, op de website van de gemeente geplaatst. Paragraaf2Orde der vergadering Artikel15Presentielijst Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de voorzitter en de commissiegriffier door ondertekening vastgesteld. Artikel16Opening vergadering en quorum 1De voorzitter opent de vergadering op het vastgestelde uur, indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. 2Wanneer een kwartier na het vastgestelde tijdstip niet het vereiste aantal leden aanwezig is, bepaalt de voorzitter onder verwijzing naar dit artikel, na voorlezing van de namen der afwezige leden, dag en uur van de volgende vergadering, op een tijdstip dat ten minste vierentwintig uur na het bezorgen van de schriftelijke oproep is gelegen. 3Op de vergadering, bedoeld in het tweede lid, is het eerste lid niet van toepassing. De raadscommissie kan echter over andere aangelegenheden alleen beraadslagen of besluiten, indien blijkens de presentielijst meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden aanwezig is. Artikel17Spreekrecht burgers 1Burgers hebben spreekrecht. Zij kunnen het woord voeren in de commissievergadering. Elke spreker krijgt maximaal 5 minuten het woord. 2Het woord kan niet gevoerd worden over: a. een besluit van het gemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan; b. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen; c. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend. 3Degene die van het spreekrecht gebruik wil maken, meldt dit ten minste 24 uur voor de aanvang van de vergadering aan de griffier. Hij vermeldt daarbij zijn naam, adres en telefoonnummer en het onderwerp, waarover hij het woord wil voeren. 4De voorzitter geeft het woord op volgorde van aanmelding. De voorzitter kan van de volgorde afwijken, indien dit in het belang is van de orde van de vergadering. 5De spreker voert het woord, nadat de voorzitter hem dit heeft verleend. De voorzitter kan de deelnemers aan de commissievergadering toestaan aan insprekers een korte, verhelderende vraag te stellen. Er vindt geen discussie plaats tussen een inspreker en deelnemers van de vergadering. 6De voorzitter of een lid doet een voorstel voor de behandeling van de inbreng van de burger. Artikel18Verslag 1Van de commissievergaderingen worden door Notubiz audioverslagen gemaakt. Na 5 werkdagen zijn deze verslagen via de website van de gemeente af te luisteren. Daarnaast wordt door de griffier per voorstel een advies opgesteld. 2De griffier draagt zorg voor een geactualiseerd overzicht van de gemaakte afspraken en toezeggingen. Artikel19Aantal spreektermijnen 1De beraadslaging over een onderwerp of voorstel geschiedt in ten hoogste twee termijnen, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten. 3Een lid mag in een termijn niet meer dan één maal het woord voeren over hetzelfde onderwerp of voorstel. 4Bij de bepaling hoeveel maal een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het spreken over een voorstel van orde. Artikel20Spreektijd Een lid kan een voorstel doen over de spreektijd van de leden. Artikel21Voorstellen van orde 1De voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht. 2Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen. 3Over een voorstel van orde beslist de raadscommissie terstond. Artikel22Handhaving orde; schorsing 1Een spreker wordt in zijn betoog niet gestoord, tenzij: a. de voorzitter het nodig oordeelt hem aan het opvolgen van deze verordening te herinneren; b. een lid hem interrumpeert. De voorzitter kan bepalen dat de spreker zonder verdere interrupties zijn betoog zal afronden. 2Indien een spreker zich in beledigende of onbetamelijke uitdrukkingen uitlaat, afwijkt van het in behandeling zijnde onderwerp, een andere spreker herhaaldelijk interrumpeert, dan wel anderszins de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Indien de betreffende spreker, hieraan geen gevolg geeft, kan de voorzitter hem gedurende de vergadering waarin zulks plaats heeft over het aanhangige onderwerp het woord ontzeggen. 3De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en - indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten. 4De voorzitter kan een raadscommissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. 5Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd. Artikel23Beraadslaging 1De raadscommissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid beslissen over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen. 2Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de raadscommissie beslissen de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het college of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is. Artikel24Deelname aan de beraadslaging door anderen 1De raadscommissie kan bepalen dat anderen mogen deelnemen aan de beraadslaging. 2Een beslissing daartoe wordt op voorstel van de voorzitter of een lid genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen. 3Een lid van de raad die geen lid is van de raadscommissie is uitgesloten van deelname. Artikel25Advies 1Wanneer de voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de raadscommissie anders beslist. 2Nadat de beraadslaging is gesloten, beslist de raadscommissie of er een advies aan de raad wordt uitgebracht. 3Indien de raadscommissie een advies aan de raad uitbrengt beslissen de leden op voorstel van de voorzitter over de inhoud van het advies. 4In het advies worden de standpunten van alle fracties en buitengewone leden opgenomen. Hoofdstuk5Besloten vergadering Artikel26Algemeen Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van deze verordening van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering. Artikel27Verslag 1Het verslag van een besloten vergadering wordt niet rondgedeeld, maar ligt uitsluitend voor de leden ter inzage bij de griffier. 2Dit verslag wordt zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de raadscommissie een beslissing over het al dan niet openbaar maken van dit verslag. Het vastgestelde verslag wordt door de voorzitter en de commissiegriffier ondertekend. Artikel28Geheimhouding Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de raadscommissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De raadscommissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen. Artikel 22 van deze verordening is van overeenkomstige toepassing. Artikel29Opheffing geheimhouding Indien de raad op grond van artikel 25, derde en vierde lid, van de Gemeentewet voornemens is de geheimhouding op te heffen wordt daarover, indien de raadscommissie die geheimhouding heeft opgelegd daarom verzoekt, in een besloten vergadering met de raadscommissie overleg gevoerd. Hoofdstuk6Toehoorders en pers Artikel30Toehoorders en pers 1De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen. 2Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden. 3De voorzitter is bevoegd toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen. Artikel31Geluid- en beeldregistraties Degenen die in de vergaderzaal tijdens de vergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen. Deze aanwijzingen kunnen niet zover gaan dat zij de vrijheid van pers aantasten. Artikel32Verbod gebruik mobiele telefoons In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering zonder toestemming van de voorzitter niet toegestaan. Hoofdstuk7Slotbepalingen Artikel33Uitleg verordening In de gevallen waarin deze verordening niet voorziet of bij twijfel over de toepassing van de verordening, beslist de raadscommissie op voorstel van de voorzitter. Artikel34Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 oktober
- Op dat tijdstip vervalt de verordening op de raadscommissies
- Aldus besloten door de raad van de gemeente Grave in zijn openbare vergadering van 27 september 2011.De griffier, de voorzitter,