Verordening Artikel 1 Begripsomschrijving In deze verordening wordt onder een burgerinitiatief verstaan: een voorstel van een initiatiefgerechtigde ter plaatsing op de agenda van de vergadering van de raad. Artikel 2 Geldigheid burgerinitiatief 1. De raad plaatst een burgerinitiatief op de agenda van zijn vergadering, indien daartoe door een initiatiefgerechtigde een geldig verzoek is ingediend. 2. Een verzoek is niet ontvankelijk indien het: a. niet door tenminste 30 initiatiefgerechtigden wordt ondersteund b. een onderwerp als bedoeld in artikel 4 bevat, of c. niet voldoet aan de voorwaarden, gesteld in artikel 5. Artikel 3 Initiatiefgerechtigden 1. Initiatiefgerechtigd zijn alle ingezetenen van het stadsdeel die de leeftijd van twaalf jaar hebben bereikt. 2. Initiatiefgerechtigd zijn voorts de natuurlijke of rechtspersonen die een bedrijf voeren dat is gevestigd in het stadsdeel, dan wel rechtspersonen die een andere maatschappelijke activiteit in het stadsdeel uitoefenen. 3. Voor de beoordeling of aan de vereisten voor initiatiefgerechtigheid is voldaan, is de toestand op de dag van indiening van het verzoek bepalend. Artikel 4 Uitgesloten onderwerpen 1. Een burgerinitiatief kan niet betrekking hebben op: a. een onderwerp dat niet behoort tot de bevoegdheid van de stadsdeelraad; b. een vraag over het stadsdeelbeleid of de uitvoering daarvan; c. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht; d. een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht; e. een onderwerp waarover korter dan vier jaar voor indiening van het burgerinitiatief door de stadsdeelraad een besluit is genomen, tenzij nieuwe argumenten tot een nieuwe afweging zouden kunnen leiden; f. een onderwerp dat verband houdt met een juridische procedure van het stadsdeel; g. voorstellen rond de vaststelling dan wel de wijziging van de begroting; h. voorstellen rond belastingen en tarieven van het stadsdeel; i. een onderwerp dat een wijziging van beleid betreft dat al in een ver gevorderd stadium van ontwikkeling dan wel reeds in uitvoering is; j. een onderwerp dat expliciet nadeel of schade oplevert of beledigend kan zijn voor groepen of personen. 2. Een burgerinitiatief over een onderwerp of voorstel dat niet behoort tot de bevoegdheid van de raad, maar wel valt onder de bevoegdheid van het dagelijks bestuur, zal door de raad, eventueel vergezeld van zijn advies, worden doorgezonden naar het dagelijks bestuur. Artikel 5 Voorwaarden voor plaatsing op de raadsagenda 1. Het verzoek ter plaatsing van een burgerinitiatief op de agenda van de stadsdeelraad wordt schriftelijk via de griffier ingediend bij de voorzitter van de stadsdeelraad. 2. Formulieren voor indiening van een burgerinitiatief zijn bij de griffie verkrijgbaar en kunnen - na invulling - weer bij diezelfde griffie worden ingeleverd. De griffie zal de initiatiefnemer gedurende de verdere procedure adviseren en begeleiden. 3. Het verzoek gaat vergezeld van een advies van de raadsgriffier over de geldigheid van het burgerinitiatief en de te volgen procedure. 4. Het verzoek bevat ten minste: a. een nauwkeurige omschrijving van het burgerinitiatiefvoorstel; b. een toelichting op het burgerinitiatief; c. de achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de initiatiefgerechtigde en zijn plaatsvervanger en d. een lijst met de voornamen, achternamen, adressen, geboortedata en handtekeningen van de initiatiefgerechtigde ingezetenen en natuurlijke of rechtspersonen die het verzoek ondersteunen. 5. Voor de indiening van het verzoek wordt gebruik gemaakt van het in de bijlage van deze verordening opgenomen model. Artikel 6 Behandeling burgerinitiatief 1. Het presidium/agendaoverleg bespreekt, in de eerstvolgende vergadering na de datum van indiening van het verzoek, of het burgerinitiatief op de agenda van de vergadering van de stadsdeelraad wordt geplaatst, met dien verstande dat ten minste twee weken is gelegen tussen de dag van indiening van het verzoek en de dag van de vergadering, waarin over het verzoek wordt beslist. 2. De voorzitter van de stadsdeelraad nodigt de initiatiefgerechtigde schriftelijk uit voor de vergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De initiatiefgerechtigde of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief mondeling nader toe te lichten. 3. Indien de stadsdeelraad het burgerinitiatief verder in behandeling neemt, stelt hij tegelijk vast a. of het burgerinitiatief voor advies wordt voorgelegd aan het Dagelijks Bestuur, b. in welke commissievergadering het burgerinitiatief wordt besproken, en c. in welke raadsvergadering besluitvorming over het burgerinitiatief zal plaatsvinden. 4. Beraadslaging en besluitvorming over het burgerinitiatief vinden in ieder geval plaats binnen twaalf weken nadat de stadsdeelraad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. 5. Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juni of juli wordt de termijn in het vierde lid met acht weken verlengd. 6. Indien de stadsdeelraad het verzoek afwijst wegens strijd met artikel 4 lid 1, onder a, kan de stadsdeelraad het voorstel doorzenden aan het dagelijks bestuur. 7. Zo spoedig mogelijk nadat de stadsdeelraad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen wordt dit besluit bekendgemaakt door kennisgeving van het besluit of van de zakelijke inhoud ervan in het plaatselijke huis-aan-huisblad en door plaatsing op de website van het stadsdeel. 8. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefgerechtigde(n). 9. Indien de stadsdeelraad het burgerinitiatief geheel of gedeeltelijk overneemt, deelt het dagelijks bestuur de verzoeker(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.