Parkeerverordening gemeente Haren 2011DE RAAD VAN DE GEMEENTE HAREN, gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 15 februari 2011; gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 2a van de Wegenverkeerswet 1994; b e s l u i t : vast te stellen de Parkeerverordening gemeente Haren
- AfdelingIDEFINITIES EN BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN Artikel1 In deze verordening wordt verstaan onder: a. RVV 1990 : het Reglement verkeersregels en verkeerstekens1990; b. motorvoertuigen : hetgeen daaronder wordt verstaan in het RVV 1990 met inbegrip van brommobielen, zoals bedoeld in artikel 1 onder ia van het RVV 1990; c. parkeren : het gedurende een aaneengesloten periode doen of laten staan van een motorvoertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt tot het onmiddellijk in- of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen, op binnen de gemeente gelegen voor het openbaar verkeer openstaande terreinen of weggedeelten, waarop dit doen of laten staan niet ingevolge een wettelijk voorschrift is verboden; d. houder : degene op wiens naam het voor het motorrijtuig opgegeven kenteken ten tijde van het parkeren was ingeschreven in het krachtens de Wegenverkeerswet 1994 aangehouden register van opgegeven kentekens; e. parkeerapparatuur : parkeermeters, parkeerautomaten met inbegrip van verzamelparkeermeters en hetgeen naar maatschappelijke opvatting overigens onder parkeerapparatuur wordt verstaan; f. parkeerapparatuurplaats : een parkeerplaats waarvoor parkeerbelasting wordt geheven door middel van parkeerapparatuur; g. belanghebbendenplaats : een parkeerplaats die: a. is aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990, of b. gelegen is binnen een zone aangeduid met bord E9 uit bijlage 1 van het RVV 1990 met het opschrift zone, voor zover deze plaats niet is uitgezonderd; h. vergunning : een door het college verleende vergunning, krachtens welke het is toegestaan een motorvoertuig te parkeren op daartoe aangewezen parkeerapparatuur- of belanghebbendenplaatsen; i. vergunninghouder de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een vergunning is verleend. AfdelingIIPLAATSEN VOOR VERGUNNINGHOUDERS, VERGUNNINGEN EN VERGUNNINGBEWIJZEN Artikel2 1Het college kan, bij openbaar te maken besluit, weggedeelten aanwijzen die bestemd zijn voor het parkeren door vergunninghouders. Het college kan hierbij onderscheid maken in de categorieën als bedoeld in artikel 3, derde lid. 2Het college kan, bij openbaar te maken besluit, de tijdstippen vaststellen waarop het parkeren alleen aan vergunninghouders is toegestaan. Artikel3 1Het college kan op een daartoe strekkende aanvraag een vergunning verlenen voor het parkeren op belanghebbendenplaatsen of parkeerapparatuurplaatsen. 2Het college kan regels stellen voor het aanvragen en verlenen van een vergunning. 3Het college kan in een gebied waar belanghebbendenplaatsen en/of mede door vergunninghouders te gebruiken parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn uitsluitend de volgende soorten vergunningen verlenen: a. parkeervergunning voor de bewoner in dat gebied; b. parkeervergunning voor degene die in de fiscale zone in dat gebied een beroep uitoefent; c. parkeervergunning voor degene die in de zone voor vergunninghouders zijn bedrijf heeft gevestigd; d. bezoekersvergunning voor de bewoner of bedrijf in de zone ‘parkeren voor vergunninghouders’ in dat gebied, ten behoeve van zijn bezoek. 4Beroepen en bedrijven worden beschouwd als één bedrijf en als één beroep indien de vestigingsadressen dezelfde zijn of het een aaneengesloten bebouwing betreft, dan wel sprake is van een juridische constructie waaruit moet worden geconcludeerd dat het één beroep of bedrijf betreft. 5Het college kan in bijzondere gevallen een vergunning ook verlenen aan een eigenaar of houder van een motorvoertuig die niet voldoet aan één van de in het derde lid genoemde vereisten. 6Het college kan, bij openbaar te maken besluit, een maximum aantal uit te geven vergunningen per aaneengesloten gebied en per categorie vaststellen. 7Het college kan aan een vergunning voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede verdeling van de beschikbare parkeerruimte. 8Met betrekking tot het bepaalde in lid 3 kan het college in het belang van een goede verdeling van de beschikbare ruimte per gebied waar parkeerapparatuurplaatsen aanwezig zijn nadere regels stellen ten aanzien van: a. het verstrekken van de soort vergunning; b. het aantal te verlenen vergunningen. 9Het college kan ten gunste van de aanvrager het bij of krachtens deze verordening bepaalde buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang dat deze regeling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel4 1Het college beslist binnen vier weken na ontvangst van een aanvraag voor een vergunning. 2Het college kan de in het eerste lid genoemde termijn met ten hoogste vier weken verlengen. Van een verlenging van deze termijn wordt de aanvrager schriftelijk in kennis gesteld. Artikel5 1Een vergunning als bedoeld in artikel 3, lid 3 onder a en b wordt voor ten hoogste een jaar verleend. 2De vergunning bevat in ieder geval de volgende gegevens: de periode waarvoor de vergunning geldt; het gebied waarvoor de vergunning geldt; de naam van de vergunninghouder of het kenteken van het motorvoertuig waarvoor de vergunning is verleend. Artikel6 Het college kan een vergunning intrekken of wijzigen: a. op verzoek van de vergunninghouder; b. wanneer de vergunninghouder niet meer woonachtig is of geen beroep of bedrijf meer uitoefent in het gebied, waarvoor de vergunning is verleend; c. wanneer er zich een wijziging voordoet in een van de omstandigheden die relevant waren voor het verlenen van de vergunning; d. wanneer voor het betreffende gebied het stelsel van vergunningen komt te vervallen; e. wanneer de vergunninghouder niet of niet tijdig aan zijn betalingsverplichting voor zijn vergunning heeft voldaan; f. wanneer de vergunninghouder handelt in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften; g. wanneer blijkt dat bij de aanvraag van de vergunning onjuiste gegevens zijn verstrekt; h. AfdelingIIIVERBODSBEPALINGEN Artikel7 1Het is verboden gedurende de tijden waarop het parkeren op een belanghebbendenplaats slechts aan vergunninghouders is toegestaan aldaar een motorvoertuig te parkeren of geparkeerd te houden: zonder vergunning; zonder dat het motorvoertuig duidelijk zichtbaar is voorzien van de voor dat motorvoertuig afgegeven vergunning; in strijd met de aan de vergunning verbonden voorschriften. 2Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. Artikel8 Het is verboden parkeerapparatuur op andere wijze of met andere middelen, dan wel met andere munten dan die welke in de kennisgeving op de parkeerapparatuur staan aangegeven in werking te stellen. Artikel9 1Het is verboden om enig voorwerp, niet zijnde een motorvoertuig, te plaatsen of te laten staan: op een parkeerapparatuurplaats; op een belanghebbendenplaats. 2Het is verboden een fiets, een bromfiets of enig ander voorwerp op zodanige wijze tegen of bij parkeerapparatuur te plaatsen of te laten staan, dat daardoor een normaal gebruik daarvan wordt belemmerd of verhinderd. 3Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid van dit artikel. AfdelingIVSTRAFBEPALING Artikel10 Overtreding van het bepaalde in afdeling III van deze verordening wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste een maand of geldboete van de eerste categorie. AfdelingVOVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel11 Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast de door het college aangewezen personen. Artikel12 Deze verordening wordt aangehaald als: Parkeerverordening gemeente Haren
- Artikel13 1Deze verordening treedt in werking op de achtste dag na die waarop zij bekend is gemaakt. 2Bij inwerkingtreding van deze verordening vervalt de Parkeerverordening gemeente Haren
- 3Vergunningen die zijn verleend krachtens de Parkeerverordening gemeente Haren 2000 worden geacht te zijn verleend krachtens deze verordening. Haren, 28 maart 2011de raad voornoemd, P.A. Lambeck MSc, griffier mr. M. Boumans MPM, voorzitterParkeerkaart Haren centrum1