Verordening, houdende voorschriften inzake het plaatsen en hebben van benzinepompen op of aan de openbare wegVerordening, houdende voorschriften inzake het plaatsen en hebben van benzinepompen op of aan de openbare weg (Verordening benzinepompen) Artikel1 1.Deze verordening verstaat onder: een "benzinepomp"; iedere installatie met bijbehorende werken; dienend voor de aflevering van benzine; "openbare wegen": hetgeen in artikel 1, 1e lid, der Wegenverkeerswet onder "wegen" wordt verstaan; "motorrijtuigen": hetgeen in artikel 1, 2e lid, der Wegenverkeerswet daaronder wordt verstaan. 2.Voor de toepassing van deze verordening worden met een benzinepomp gelijk gesteld: iedere al dan niet automatische installatie, dienend voor de aflevering van vloeibare brandstoffen en/of van in vloeibare fase gebrachte brandbare gassen, een water- en luchtmantel, alsmede een wagentje of andere installatie, dienend voor de aflevering van smeermiddelen. 3.Voor de toepassing van deze verordening wordt met het plaatsen van een benzinepomp gelijk gesteld: het uitbreiden en het wijzigen van een benzinepomp. 4.Voor de toepassing van deze verordening worden openbare wateren gelijk gesteld met openbare wegen. Artikel2 1.Indien en voor zover voor het plaatsen en hebben van een benzinepomp geen verbod geldt ingevolge het Rijkswegenreglement, het Zuid-Hollands Wegenreglement en de Verordening Bescherming Landschap Zuid- Holland, is het verboden op of aan de openbare weg een benzinepomp te plaatsen of te hebben. 2.Het in lid 1 gestelde verbod geldt niet, indien burgemeester en wethouders voor het plaatsen en hebben van een benzinepomp vergunning hebben verleend. Artikel3 Bij de aanvraag om vergunning moeten worden overgelegd: twee afschriften van de aanvraag; een afbeelding van de benzinepomp, in drievoud; een duidelijke situatietekening op een schaal van tenminste 1 : 100, van het kadastrale perceel en zijn belendingen, waarop alle onderdelen van de benzinepomp zijn aangegeven, in drievoud; een kadastraal uittreksel op een schaal van tenminste 1 : 2500, in drievoud. Artikel4 1.De vergunning wordt tot wederopzegging verleend en geldt uitsluitend voor degene, aan wie zij is verleend. 2.Een vergunning kan onder meer worden ingetrokken, indien de vergunninghouder gedurende zes achtereenvolgende maanden geen gebruik heeft gemaakt van die vergunning of van de benzinepomp, waarop die vergunning betrekking heeft. Artikel5 1.De vergunning wordt geweigerd, indien: a. de benzinepomp niet zou worden geplaatst bij:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.