Verordening op het beheer en het gebruik van de gemeentelijke begraafplaatsen.De raad van de gemeente Putten; Vastgesteld bij besluit van de raad van 4 november 2004, nr. WB/2004/6349 VERORDENING OP HET BEHEER EN HET GEBRUIK VAN DE GEMEENTELIJKE BEGRAAFPLAATSEN HOOFDSTUKIINLEIDENDE BEPALINGEN Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: a. begraafplaats: de gemeentelijke begraafplaats Schootmanshof, de begraafplaats Engweg-Noord en de begraafplaats Engweg-Zuid; b. eigen graf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot: - het doen begraven en begraven houden van lijken; - het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; c. algemeen graf: een graf, bij de gemeente in beheer, waarin aan een ieder gelegenheid wordt geboden tot het doen begraven van lijken; d. eigen urnengraf: een graf, grafkelder daaronder begrepen, waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; e. eigen urnennis: een nis waarvoor aan een natuurlijk of rechtspersoon het uitsluitend recht is verleend tot het doen bijzetten en bijgezet houden van asbussen met of zonder urnen; f. urnenmuur: een voorziening, ingericht voor de uitgifte van eigen urnennissen; g. urn: een voorwerp ter berging van één of meer asbussen; h. asbus: een bus ter berging van as van een overledene; i. asverstrooiveld: een permanent aangewezen plaats op de begraafplaats Schootmanshof bestemd voor het (doen) verstrooien van as; j. grafbedekking: een gedenkteken en/of winterharde grafbeplanting of een plaat ter afsluiting van een eigen urnennis; k. herdenkingssteen: een voorwerp bedoeld voor het aanbrengen van herinneringsplaatjes; l. herinneringsplaatje: een roestvast stalen plaatje op de herdenkingssteen; m. gedenkteken: een voorwerp op het graf voor het aanbrengen van opschriften, figuren of randen; n. gedenkplaat: een afdekplaat voor de urnennis; o. grafbeplanting: winterharde beplanting welke door de rechthebbende op een graf wordt aangebracht; p. schoonhouden: het tweemaal per jaar reinigen van het gedenkteken; q. beheerder: de ambtenaar die belast is met de dagelijkse leiding van de begraafplaats of degene die hem vervangt; r. rechthebbende: degene aan wie het uitsluitend recht tot het begraven en begraven houden of het bijzetten en bijgezet houden van een asbus in een eigen graf of het bijzetten en bijgezet houden van een asbus in een eigen urnennis is verleend of die dat door overschrijving heeft verworven; s. vergunninghouder: degene aan wie een vergunning is verleend voor het plaatsen van een grafbedekking. t. belanghebbende: belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht. u. kerkgenootschap: Vereniging van al degenen die tot een zelfde godsdienstige gemeenschap (gezindte) behoren. Artikel2Uitbreiding begrippen eigen en algemeen graf 1.Voor de toepassing van het bij of krachtens deze verordening bepaalde wordt, voorzover van belang onder 'eigen graf' mede verstaan: eigen urnengraf en eigen urnennis. HOOFDSTUKIIOPENSTELLING, ORDE EN RUST OP DE BEGRAAFPLAATS Artikel3Openstelling begraafplaatsen 1.De begraafplaats is voor eenieder dagelijks toegankelijk tussen zonsopgang en zonsondergang. 2.Ter handhaving van de orde en rust op de begraafplaats kunnen de toegangen tijdelijk worden gesloten. Ten behoeve van werkzaamheden op de begraafplaats kan de beheerder tijdelijk delen voor publiek afsluiten. 3.Het is verboden gedurende de tijd dat de begraafplaats niet voor het publiek geopend is, zich daarop te bevinden, anders dan voor het bijwonen van een begrafenis of de bezorging van as. Artikel4Ordemaatregelen 1.Het is aan steenhouwers, hoveniers en daarmede gelijk te stellen personen verboden, anders dan met toestemming van de beheerder, werkzaamheden voor derden aan grafbedekkingen op de begraafplaats te verrichten. 2.Het is verboden met motorrijtuigen, bromfietsen, snorfietsen of fietsen op de begraafplaats te rijden of deze mee te voeren: zonder toestemming van de beheerder; elders dan op de daartoe aangewezen rijwegen anders dan voor een begrafenis of voor het vervoeren van materialen; sneller dan 10 km per uur. 3.Het is verboden op de begraafplaats: honden los te laten lopen; op de graven te lopen; wederrechtelijk van heesters, bomen of bloemen te plukken; tijdens een begrafenis of tijdens het bijzetten van een asbus te fotograferen, te filmen of geluidopnamen te maken tegen de wil van de naaste familieleden. 4.Bezoekers, personeel van uitvaartondernemingen c.q. -verenigingen en personen die werkzaamheden op de begraafplaats hebben te verrichten, zijn verplicht zich in het belang van de orde, rust en netheid te houden aan de aanwijzingen van de beheerder. 5.Degenen die zich niet aan de in het vierde lid bedoelde aanwijzingen houden, moeten zich op eerste aanzegging van de beheerder van de begraafplaats verwijderen. 6.Het is verboden op de begraafplaats: bloemen of andere artikelen te koop aan te bieden of aanbiedingen te doen met betrekking tot de verzorging van graven en/of grafbedekkingen; op enigerlei wijze reclame te maken voor handel, beroep of bedrijf; burgemeester en wethouders kunnen ontheffing verlenen van het verbod bedoeld in het zesde lid van dit artikel. Artikel5Plechtigheden 1.Dodenherdenkingen, onthullingen van gedenktekens en dergelijke plechtigheden op de begraafplaats moeten vijf dagen tevoren worden gemeld aan de beheerder onder opgave van datum en uur van de plechtigheid en de wijze waarop de plechtigheid zal plaatsvinden. 2.De deelnemers aan de plechtigheid, bedoeld in het eerste lid moeten zich in het belang van de orde, rust en netheid houden aan de aanwijzingen van de beheerder. Artikel6Opgravingen en ruimen Het opgraven van lijken en het ruimen van graven is slechts toegestaan indien daarbij geen andere personen aanwezig zijn dan degenen die met deze werkzaamheden zijn belast. HOOFDSTUKIIIVOORSCHRIFTEN VOOR LIJKBEZORGING Artikel7Kennisgeving begraven en asbezorging, openen en sluiten van het graf 1.Degene, die wil doen begraven, as wil doen bijzetten of as wil doen verstrooien, geeft daarvan uiterlijk om 12.00 uur van de werkdag voorafgaande aan die waarop de begraving, bijzetting of verstrooiing zal plaatsvinden, kennis aan de beheerder. De zaterdag geldt voor de toepassing van deze bepaling niet als werkdag. Indien de burgemeester toestemming heeft gegeven om het lijk binnen 36 uur na het overlijden te begraven moet de kennisgeving aan de beheerder zo tijdig mogelijk worden gedaan. 2.Het lijk dient bij aankomst op de begraafplaats te zijn voorzien van een identiteits-kenmerk. 3.Het openen van een graf ter begraving of voor het bezorgen van as, het daarna sluiten van een graf, het opgraven van lijken, het herbegraven in een ander graf op de begraafplaats en het ruimen van asbussen, alsmede het bedienen van de hulp-middelen mag uitsluitend geschieden door het personeel van de begraafplaats en onder toezicht van de beheerder of door de daartoe door burgemeester en wethouders aangewezen personen. Artikel8Over te leggen stukken 1.Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven is overgelegd aan de beheerder. 2.Indien de begraving of de bezorging van as in een eigen graf zal plaatsvinden, dient een machtiging daartoe aan de beheerder te worden overgelegd ondertekend door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door degene die in de uitvaart voorziet. 3.Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn overeenkomstig artikel 14, derde lid. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door een van de andere personen, genoemd in artikel 15, tweede lid. 4.De beheerder onderzoekt de genoegzaamheid van de overgelegde stukken. Artikel9Tijden van begraven en asbezorging 1.De tijd van begraven en het bezorgen van as is: Indien de plechtigheid plaatsvindt vanuit de bij de begraafplaats gelegen aula van maandag tot en met vrijdag naar keuze van de nabestaanden 11.00 uur en 15.00 uur; indien de plechtigheid plaatsvindt vanuit andere locaties van maandag tot en met vrijdag 11.30 uur, 13.00 uur en 15.00 uur; op zaterdag zijn dezelfde tijden van toepassing, met dien verstande, dat de eerste plechtigheid vanuit de bij de begraafplaats gelegen aula dient plaats te vinden om 11.00 uur; bij een 3e begraving of asbezorging op dezelfde begraafplaats van maandag tot en met zaterdag 11.00 uur, 13.00 uur en 15.00 uur. 2.In bijzondere omstandigheden kunnen burgemeester en wethouders toestaan, dat van het in het eerste lid bepaalde wordt afgeweken. 3.Op hetzelfde tijdstip mag op de begraafplaats niet meer dan één begraving en/of bijzetting plaatsvinden. 4.Burgemeester en wethouders bepalen hoeveel tijdsruimte er minimaal tussen twee begravingen en/of twee bijzettingen moet zijn. 5.Burgemeester en wethouders kunnen in bijzondere gevallen afwijking van het derde lid toestaan. HOOFDSTUKIVINDELING EN UITGIFTE DER GRAVEN Artikel10Indeling graven en asbezorging 1.Op de begraafplaats kunnen worden uitgegeven: algemene graven; algemene kindergraven; eigen graven; eigen urnengraven; eigen urnennissen; grafkelders. 2.Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken en hoeveel asbussen met of zonder urnen er kunnen worden bijgezet in de eigen graven. Zij bepalen tevens de afmetingen van de eigen graven. 3.Burgemeester en wethouders bepalen bij nader vast te stellen regels hoeveel lijken er kunnen worden bijgezet in de algemene graven. Zij bepalen tevens de afmetingen van de algemene graven. 4.Burgemeester en wethouders kunnen gedeelten van de begraafplaats aanwijzen voor asverstrooiing. Artikel11Bestemming 1.De begraafplaats is bestemd voor het: begraven van lijken van personen, die een relatie met de gemeente Putten hadden of aldaar zijn overleden; bijzetten van bussen, waarin de as van gecremeerde personen is geborgen, die een relatie met de gemeente Putten hadden of aldaar zijn overleden. 2.Burgemeester en wethouders kunnen toestaan, dat lijken van andere dan in het eerste lid bedoelde personen op de begraafplaats worden begraven en dat de bussen, waarin de as van zodanige personen is geborgen, op de begraafplaats worden bijgezet. Artikel12Uitgifte 1.De eigen graven worden in volgorde van ligging uitgegeven. 2.Burgemeester en wethouders kunnen een graf toewijzen buiten de volgorde van uitgifte. Artikel13Categorieën 1.Burgemeester en wethouders kunnen bij nader vast te stellen regels de algemene en eigen graven onderverdelen in categorieën. Zij bepalen voor de verschillende categorieën de situering en oppervlakte. 2.Burgemeester en wethouders bepalen welke registers, plattegronden en aantekeningen ter gemeentesecretarie moeten worden ingericht en bijgehouden. Artikel14Termijnen eigen graven en gedenkplaats 1.Burgemeester en wethouders verlenen, voorzover de daartoe bestemde ruimte van de begraafplaats zulks toelaat, op een daartoe bij hen schriftelijk in te dienen aanvraag: het uitsluitend recht op een eigen graf voor de tijd van dertig jaar; het uitsluitend recht op een eigen urnengraf voor de tijd van dertig jaar; het uitsluitend recht op een eigen grafkelder voor de tijd van dertig jaar; het uitsluitend recht op een eigen urnennis voor de tijd van tien, twintig of dertig jaar; het uitsluitend recht op een herinneringsplaatje op de herdenkingssteen voor de tijd van tien jaar. 2.De in het vorige lid bedoelde termijnen vangen aan op de datum waarop de uitgifte heeft plaatsgevonden. 3.Het in het eerste lid van dit artikel bedoelde recht wordt op aanvraag van de rechthebbende verlengd, telkens met een termijn van tien jaren. 4.Burgemeester en wethouders zullen de rechthebbende één jaar voor de afloop van de termijn genoemd in het eerste lid van dit artikel schriftelijk op de mogelijkheid van verlenging attenderen. 5.Een recht als in dit artikel bedoeld, kan slechts aan één rechthebbende worden verleend ten behoeve van zichzelf en voor de personen genoemd in artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.