← Nederland

Toeslagenverordening Wet werk en bijstand (Putten)

Toeslagenverordening Wet werk en bijstandVastgesteld bij besluit van de raad van 8 januari 2004, nr. WZI/2003/15349 TOESLAGENVERORDENING WET WERK EN BIJSTAND HOOFDSTUK1ALGEMENE BEPALINGEN Artikel1 1.Alle begrippen die in deze verordening worden gebruikt en die niet nader worden omschreven hebben dezelfde betekenis als in de Wet Werk en Bijstand en de Algemene wet bestuursrecht. 2.In deze verordening wordt verstaan onder: de wet: de Wet Werk en Bijstand; gehuwdennorm: de norm als bedoeld in artikel 21, onderdeel c, van de wet. Artikel2 1.De bepalingen van deze verordening gelden alleen voor belanghebbenden van 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar. In geval van gehuwden gelden de bepalingen van deze verordening alleen indien beide echtgenoten 21 jaar of ouder doch jonger dan 65 jaar zijn. 2.De bepalingen in hoofdstuk 2 en 3 laten de toepassing artikel 18, eerste lid, van de wet onverlet. HOOFDSTUK2CRITERIA VOOR HET VERHOGEN VAN DE BIJSTANDSNORM Artikel3Toeslagen 1.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning geen ander zijn hoofdverblijf heeft. 2.De toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid, van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor de alleenstaande en alleenstaande ouder in wiens woning één ander zijn hoofdverblijf heeft. 3.Geen toeslag als bedoeld in artikel 25, eerste lid van de wet, wordt verleend voor de alleenstaande en alleenstaande ouders in wiens woning meer dan één ander zijn hoofdverblijf heeft. 4.Voor de toepassing van dit artikel worden de volgende personen niet in aanmerking genomen als een ander die in dezelfde woning zijn hoofdverblijf heeft: inwonende van 18 jaar of ouder jaar die kan beschikken over een inkomen dat lager is dan tweemaal het bedrag als bedoeld in artikel 25, tweede lid, van de wet; meerderjarige kinderen met studiefinanciering op grond van de Wet studiefinanciering 2000; meerderjarige kinderen met een tegemoetkoming op grond van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten. HOOFDSTUK3CRITERIA VOOR HET VERLAGEN VAN DE BIJSTANDSNORM OF TOESLAG Artikel4Verlaging gehuwden 1.De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 10 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die een woning delen met één ander. 2.De verlaging als bedoeld in artikel 26 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm voor gehuwden die een woning delen met meer dan één ander. 3.Het vierde lid van artikel 3 is van overeenkomstige toepassing. Artikel5Verlaging woonsituatie De verlaging als bedoeld in artikel 27 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm indien een woning wordt bewoond waaraan voor belanghebbende geen kosten van huur of hypotheeklasten verbonden zijn. Artikel6Verlaging toeslag alleenstaanden van 21 en 22 jaar 1.De verlaging als bedoeld in artikel 29 van de wet bedraagt 20 procent van de gehuwdennorm indien het een belanghebbende van 21 of 22 jaar betreft. 2.In afwijking van lid 1 wordt de verlaging vastgesteld op de hoogte van de op grond van artikel 3 toegekende toeslag, indien deze toeslag minder bedraagt dan de verlaging waartoe toepassing van lid 1 zou leiden. Artikel7Anti-cumulatiebepaling De toepassing van de artikelen 3 tot en met 6 geschiedt zodanig, dat de toepasselijke bijstandsnorm voor belanghebbende ten minste bedraagt de norm als bedoeld in artikel 21 van de wet. HOOFDSTUK4SLOTBEPALINGEN Artikel8Uitvoering De uitvoering van deze verordening berust bij het college van burgemeester en wethouders. Artikel9Citeertitel Deze verordening kan worden aangehaald als: Toeslagenverordening Wet Werk en Bijstand 2004. Artikel10Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking met ingang van 1 januari 2004. De Verordening Algemene bijstandswet wordt ingetrokken per 1 januari 2004.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.