Beleidsregels ontheffing stookverbod gemeente WoensdrechtBurgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Woensdrecht, ieder voor zover bevoegd; overwegende het gestelde in hoofdstuk 1 tot en met 3 van onderliggende beleidsregel; gelet op titel 4.3 van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 5:34 van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Woensdrecht; BESLUITEN: vast te stellen de volgende beleidsregels: Artikel1Begripsbepaling In deze beleidsregel wordt verstaan onder: a. APV: de Algemene plaatselijke verordening van de gemeente Woensdrecht; b. Ontheffing: een ontheffing op basis van artikel 5:34, derde lid van de APV; c. Kampvuurkuil: een kampvuurkuil die voldoet aan de richtlijnen uit de ‘Blokhutwijzer’ van de scouting Nederland. Artikel2Mogelijkheid tot ontheffing 1In beginsel worden er geen ontheffingen verleend van het verbod tot stoken van vuur in de openlucht. 2Een ontheffing kan slechts worden verleend, als er sprake is van: a. vuur dat wordt gestookt in een kampvuurkuil; of b. een door het college aangewezen bijzondere gelegenheid in het kader van een oud gebruik; of c. ernstige plantenziekten. Artikel3Kampvuurkuil Voor het stoken in een kampvuurkuil kan een stookontheffing worden verleend. Voorwaarde is dat de brandweer voorafgaand aan de verlening controleert of de kampvuurkuil voldoet aan de richtlijnen uit de ‘Blokhutwijzer’ van de scouting Nederland. De ontheffing kan worden verleend voor een periode van maximaal 3 jaar. Artikel4Bijzondere gelegenheid / oud gebruik Voor de volgende bijzondere gelegenheden/ oude gebruiken kan een stookontheffing worden verleend: - verbranding Sanegeit te Huijbergen (einde carnaval); - verbranding van de Os te Ossendrecht (einde carnaval). Voorwaarde is dat het vuur gestookt wordt op een stookplaats die voldoet aan de criteria die zijn opgenomen in artikel 5 van deze beleidsregel. Artikel5Stookplaats Een stookplaats (niet zijnde een kampvuurkuil) dient zodanig te zijn gekozen dat de afstand van de rand van de stookplaats tot de volgende objecten tenminste bedraagt: a. 10 meter tot een oppervlaktewater; b. 10 meter van houtopstanden; c. 50 meter in een andere richting dan de windrichting tot een gebouw of opstal, een houtwal, een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een openbare weg of een bos; d. 200 meter in de windrichting tot een gebouw of opstal, een houtwal, een opstapeling van oogstproducten, een opslag van brandbare stoffen, een openbare weg of een bos. Artikel6Aanvraag ontheffing Bij een aanvraag om ontheffing dienen in ieder geval de volgende gegevens overlegd te worden: a. persoonsgegevens van de aanvrager; b. een situatieschets waaruit in ieder op te maken valt: - waar de kampvuurkuil/ stookplaats is gelegen; - de afstand van de kampvuurkuil/ stookplaats ten opzichte van objecten die in artikel 5 worden genoemd. Artikel7Alarmeringsfase natuurbrandgevaar De houder van een stookontheffing dient zichzelf maximaal 4 uur voorafgaand aan de geplande stookactiviteiten op de hoogte te stellen van de alarmeringsfase ter voorkoming van natuurbrandgevaar. Informatie over de actuele fase is verkrijgbaar op www.brandweermwb.nl. Als er sprake is van code oranje of code rood, mag er niet gestookt worden. Artikel8Geen gevaar of overlast voor omgeving 1Het vuur mag geen gevaar opleveren voor de omgeving. 2Het vuur mag geen overlast (bijv. rook, roet, stof, walm of geur) veroorzaken voor de omgeving. Artikel9Stoken niet toegestaan Stoken is niet toegestaan: a. tijdens een waarschuwingsfase voor verhoogde concentraties luchtverontreiniging; b. bij mist of neerslag; c. bij een windkracht kleiner dan 1 Beaufort of groter dan 5 Beaufort. Artikel10Brandstof 1Het is verboden afvalstoffen te verbranden. 2Bij het stoken mag er enkel gebruik gemaakt worden van schoon, onbehandeld hout als brandstof. 3Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing op ontheffingen die worden verleend ter bestrijding van ernstige plantenziekten. 4Gemakkelijk opstijgende brandstoffen zoals bladeren, papier, houtwol en hooi mogen niet gebruikt worden als brandstof. 5Bij het aansteken van het vuur mag geen gebruik gemaakt wordt van aardolieproducten. Papier is wel toegestaan. Artikel11Aanwezigheid volwassene Tijdens het stoken dient er een persoon aanwezig te zijn van 18 jaar of ouder die toezicht houdt op het vuur. Artikel12Aanwijzingen toezichthouder Alle aanwijzingen en bevelen die door of namens de commandant van de brandweer, opsporingsambtenaren van de politie of toezichthouders van de gemeente worden gegeven, dienen steeds stipt en onmiddellijk te worden opgevolgd. Artikel13Aanwezigheid blusmiddelen en doven vuur 1Tijdens het stoken dienen er voldoende blusmiddelen voorhanden te zijn. 2Na afloop van het stoken moeten de vuurresten worden gedoofd met water en met zand worden afgedekt. Artikel14Afvoer verbrandingsresten Uiterlijk 48 uur na afloop moeten de as- en verbrandingsresten geheel zijn verwijderd van de stookplaats of kampvuurkuil. De resten dienen te worden afgevoerd naar een erkend afvalverwerker. Op verzoek moet een schriftelijk bewijs van de afvalverwerker kunnen worden overlegd. Artikel15Afschrift ontheffing De persoon die is belast met het toezicht op het stoken, dient een afschrift van de verleende ontheffing met bijbehorende voorwaarden bij zich te hebben. Deze dient op verzoek van een persoon zoals genoemd in artikel 12 te worden getoond. Artikel16Intrekken ontheffing Een ontheffing wordt ingetrokken indien: - de kampvuurkuil of stookplaats niet voldoet aan de voorwaarden die worden genoemd in artikel 3 en 5; - als er in strijd wordt gehandeld met artikel 9 of artikel 10 van deze beleidsregel. Aldus vastgesteld in de vergadering van 06-09-2011,burgemeester en wethouders van Woensdrecht, en de burgemeester van Woensdrecht,de secretaris de burgemeester A.P.E. Baart MBA M.A. FränzelToelichting1 1 Algemeen 1.1 Aanleiding Conform de Algemene Plaatselijke verordening (hierna: APV) is het in principe verboden om in de open lucht vuur te stoken. Tuinhaarden, barbecues enz. zijn uitgezonderd en er is een ontheffingsmogelijkheid. Er zijn situaties waarbij het stoken van vuur in de open lucht deel uitmaakt van een oud gebruik, een traditie of een bijzondere gebeurtenis. In dergelijke gevallen zou het hanteren van het stookverbod kunnen leiden tot onredelijke situaties. De gemeente Woensdrecht heeft echter ook een verantwoordelijkheid als het gaat om het voorkomen van onveilige situaties en het voorkomen van schade aan het milieu. Op 1 januari 2010 is de brandweer geregionaliseerd, wat van invloed is op de verhouding met de gemeente Woensdrecht. De huidige beleidsregels voor het omgaan met aanvragen voor een stookontheffing dateren uit 1997 en zijn gebaseerd op de APV die toen van kracht was. 1.2 Doel Uitleggen en vastleggen hoe de gemeente Woensdrecht omgaat met aanvragen voor een ontheffing van het stookverbod uit artikel 5:34 van de APV. 1.3 Beleidsregels 1997 In de “Notitie inzake het omgaan met aanvragen ter verkrijging van een ontheffing tot het stoken in de openlucht” (hierna: beleidsregels 1997) zijn in 1997 de beleidsregels voor het stoken in de open lucht vastgelegd. Deze beleidsregels waren gebaseerd op de diverse regels die voor de gemeentelijke herindeling van kracht waren in de individuele gemeenten. In de beleidsregels uit 1997 is een specifieke rol neergelegd voor de brandweer voor wat betreft feitelijke begeleiding bij stoken. De brandweer is in 2010 geregionaliseerd, wat als gevolg heeft dat de brandweer geen deel meer uitmaakt van de gemeentelijke organisatie. Dit heeft als gevolg dat de brandweer opereert als een adviesorgaan terwijl de formele verantwoordelijkheid door de locale wetgever wordt gedragen. Op dit punt verdienen de beleidsregels daarom een aanpassing. De argumenten die in 1997 zijn gebruikt bij de totstandkoming van het stookbeleid zijn in de huidige tijdsgeest niet zonder meer toepasbaar. Ze sluiten namelijk niet aan bij de huidige opvattingen over verantwoordelijkheid en vermindering van lastendruk. Hierop wordt in hoofdstuk 2 verder ingegaan. 2 Juridisch kader 2.1 Algemeen In dit hoofdstuk worden de juridische kaders gegeven waarbinnen stoken in de openlucht kan plaatsvinden. Daarbij zijn de twee leidende kaders de Wet milieubeheer en de Algemene plaatselijke verordening. 2.2 Wet milieubeheer De wet milieubeheer stelt in artikel 10.2, eerste lid het volgende: “Het is verboden zich van afvalstoffen te ontdoen door deze –al dan niet in verpakking- buiten een inrichting te storten, anderszins op of in de bodem te brengen of te verbranden.” Dit betekent dat elke stookhandeling die erop is gericht om afvalstoffen te verbranden, verboden is. Voor handelingen met afvalstoffen in een Wet milieubeheerinrichting gelden de regels die zijn verbonden aan de milieuvergunning of aan de algemene regels waar de inrichting onder valt. 2.3 Algemene plaatselijke verordening In de Algemene plaatselijke verordening is het volgende artikel opgenomen over stoken in de open lucht: Artikel 5:34 Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.