← Nederland

Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Blaricum 2011 (Blaricum)

Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Blaricum 2011De raad van de gemeente Blaricum; gelezen van het voorstel d.d. 29 augustus 2011, van het presidium; gelet op het bepaalde in artikel 81a e.v. van de Gemeentewet; b e s l u i t vast te stellen de navolgende Verordening op de Rekenkamercommissie gemeente Blaricum

  1. Paragraaf1Begripsbepalingen Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. Rekenkamercommissie: de commissie die is ingesteld bij besluit van de gemeenteraad en die ten doel heeft om door middel van beleidsevaluaties en doelmatigheidsonderzoeken een bijdrage te leveren aan de doeltreffendheid van het beoogde beleid, alsmede de doelmatige voorbereiding en uitvoering daarvan; b. Stichting: de stichting die door de raden van Blaricum, Eemnes en Laren is opgericht om gezamenlijk praktische uitvoering te geven aan de taken van de drie rekenkamercommissies van de voornoemde gemeenten, genaamd Stichting Rekenkamercommissie BEL; c. doelmatigheid of efficiëntie: het streven om met een zo beperkt mogelijk inzet van de beschikbare middelen het gewenste resultaat te bereiken; d. doeltreffendheid of effectiviteit: de mate waarin een organisatie erin slaagt met de geleverde prestaties de gestelde doelen of de gewenste maatschappelijke effecten te bereiken; e. lid: een lid van de Rekenkamercommissie dat op basis van artikel 3, eerste lid door de raad van buiten de kring van zijn leden is aangewezen. Paragraaf2De taak, samenstelling en lidmaatschap van de Rekenkamercommissie Artikel2Taak van de commissie 1Er is een gemeentelijke Rekenkamercommissie. 2De Rekenkamercommissie voert onderzoek uit naar de (maatschappelijke) effecten van het gemeentelijk beleid en naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijk beleid, van het gemeentelijke beheer en van de gemeentelijke organisatie, naar de rechtmatigheid van het gemeentelijk beheer, alsmede naar de doelmatigheid en doeltreffendheid van instellingen waarvan de activiteiten geheel of in belangrijke mate door de gemeente worden bekostigd. Artikel3Samenstelling Rekenkamercommissie 1De Rekenkamercommissie bestaat uit maximaal drie leden, die door de raad van buiten de kring van zijn leden worden aangewezen voor een periode van vier jaar; deze leden kunnen door de raad één keer worden herbenoemd voor een gelijke periode. 2De leden leggen, voordat zij hun functie kunnen uitoefenen, in een vergadering van de raad in de handen van de voorzitter van de raad de eed (verklaring en belofte) af: “Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot lid van de Rekenkamercommissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gunst heb gegeven of beloofd. Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of belofte heb aangenomen of zal aannemen. Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de Rekenkamercommissie naar eer en geweten zal vervullen. Zo waarlijk helpe mij God Almachtig! (Dat verklaar en beloof ik!)” 3De Rekenkamercommissie wijst uit de leden genoemd in lid 1 een voorzitter aan. De voorzitter draagt zorg voor het tijdig en periodiek bijeenroepen van de vergaderingen van de Rekenkamercommissie, het leiden van de vergaderingen, het bewaken van de uitvoering van de onderzoeksopzet en de werkwijze en het bevorderen van een zorgvuldige besluitvorming. Hij voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat. Artikel4Besluitvorming in de Rekenkamercommissie 1In vergaderingen van de Rekenkamercommissie wordt besloten bij meerderheid van stemmen, waarbij ieder lid één stem heeft. 2Als de stemmen staken, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. 3Besluiten kunnen niet worden genomen tenzij twee leden van de Rekenkamercommissie ter vergadering aanwezig zijn. Artikel5Einde van het lidmaatschap 1Het lidmaatschap van een lid eindigt: a. op eigen verzoek; b. bij aanvaarding van een functie die onverenigbaar is met het lidmaatschap van de Rekenkamercommissie; c. wanneer het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak wegens misdrijf is veroordeeld, dan wel bij zulk een uitspraak een maatregel is opgelegd die vrijheidsbeneming tot gevolg heeft; d. indien het lid bij onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak onder curatele is gesteld, in staat van faillissement is verklaard, surseance van betaling heeft verkregen of wegens schulden is gegijzeld. 2De leden van de Rekenkamercommissie kunnen door de raad worden ontslagen wanneer zij door ziekte, gebreken of ongeschiktheid niet in staat zijn hun functie naar behoren te vervullen. 3Bij beëindiging van het lidmaatschap doet de voorzitter van de Rekenkamercommissie zo spoedig mogelijk een voorstel aan de raad op welke wijze en op welke termijn in de vacature kan worden voorzien. Artikel6Verboden handelingen 1Het is de leden van de Rekenkamercommissie verboden de handelingen te verrichten als bedoeld in artikel 15 van de Gemeentewet. De raad kan, gehoord de Rekenkamercommissie, een lid van de Rekenkamercommissie dat heeft gehandeld in strijd met dit verbod van zijn functie ontslaan. 2De leden van de Rekenkamercommissie dragen geen bestuursverantwoordelijkheden in de Stichting. 3Leden overleggen aan de Raad halfjaarlijks een lijst met daarin opgenomen de nevenfuncties die zij op dat moment vervullen. Artikel7Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de Rekenkamercommissie 1De leden van de Rekenkamercommissie ontvangen een vergoeding voor hun werkzaamheden. 2De hoogte van deze vergoeding wordt bepaald door de Stichting. Paragraaf3De werkwijze van de Rekenkamercommissie Artikel8Onderwerpen voor en beslissing tot uitvoeren van onderzoek 1De Rekenkamercommissie kiest de onderwerpen voor haar onderzoek, formuleert de probleemstelling en de onderzoeksvragen en stelt de onderzoeksopzet vast. 2Er wordt onderscheid gemaakt tussen een onderzoek en een korte toets. 3Een korte toets voldoet aan de eis dat deze binnen 4 weken en maximaal 50 uur kan worden uitgevoerd. Is dit niet het geval dan betreft het een onderzoek. 4De onderwerpen van onderzoek worden jaarlijks voor 31 december in het jaarplan van het daaropvolgende jaar ter kennisneming aan de raad voorgelegd. 5De onderwerpen voor een korte toets kunnen gedurende het gehele jaar worden aangedragen en vastgesteld, waarna zij ter kennisneming aan de raad wordt voorgelegd. 6De in lid 1 bedoelde onderzoeksopzet wordt door de Rekenkamercommissie rechtstreeks ter kennisneming voorgelegd aan de gemeenteraad. Artikel9Uitvoering van het onderzoek en rapportage 1De Rekenkamercommissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. 2De Rekenkamercommissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. 3De Rekenkamercommissie is bevoegd van alle leden van het gemeentebestuur en van alle ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig heeft voor de uitvoering van het onderzoek. De Rekenkamercommissie kan de bevoegdheid tot het inwinnen van inlichtingen mandateren aan de medewerkers die haar bij de uitvoering van haar taak terzijde staan. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de Rekenkamercommissie gestelde termijn te verstrekken. 4De Rekenkamercommissie vergadert in beslotenheid, haar rapporten zijn openbaar. Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van Bestuur kan de Rekenkamercommissie rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken. De leden van de Rekenkamercommissie en degenen die ten behoeve van de Rekenkamercommissie werkzaam zijn, zijn verplicht tot geheimhouding van al hetgeen hen in hun hoedanigheid als lid, respectievelijk medewerker ter kennis is gekomen. 5De Rekenkamercommissie kan openbare informatieve vergaderingen beleggen. 6De Rekenkamercommissie stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten hoogste drie weken bedraagt, hun zienswijze op het feitenonderzoek aan de Rekenkamercommissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De Rekenkamercommissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. 7Na de ambtelijke hoor en wederhoor ten aanzien van de feiten zoals bedoeld in lid 6 formuleert de Rekenkamercommissie haar conclusies en aanbevelingen en voegt deze toe aan het onderzoeksrapport. 8Indien het een korte toets betreft dan wordt het onderzoeksrapport met daarin de conclusies en aanbevelingen, na vaststelling door de Rekenkamercommissie, zo spoedig mogelijk gelijktijdig aan het college van B&W en de raad aangeboden. Hierbij wordt de ambtelijke reactie gevoegd. De raad bespreekt de onderzoeksresultaten op basis van het onderzoeksrapport. 9Indien het een onderzoek betreft stelt de Rekenkamercommissie het college van B&W in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn die ten hoogste drie weken bedraagt, hun zienswijze op het onderzoeksrapport aan de Rekenkamercommissie kenbaar te maken. 10Indien het een onderzoek betreft dan wordt na vaststelling door de Rekenkamercommissie het onderzoeksrapport met daarin de conclusies en aanbevelingen zo spoedig mogelijk, aan de raad aangeboden. Hierbij worden de ambtelijke en bestuurlijke reacties gevoegd. De raad bespreekt de onderzoeksresultaten op basis van het onderzoeksrapport. Paragraaf4De kosten van de Rekenkamercommissie Artikel10Budget De raad stelt jaarlijks bij de begroting een bedrag beschikbaar aan de Stichting. Paragraaf5Samenwerking Artikel11Aanvullende bepalingen en samenwerkingsafspraken 1De plaatsvervangend voorzitter van de raad is namens de raad bestuurder van de Stichting. Bij ontstentenis zal hij/zij een ander raadslid verzoeken namens hem/haar op te treden. 2De Stichting stelt nadere voorschriften en afspraken ten aanzien van: a. de vergoeding van de leden; b. de secretaris en externe ondersteuning; c. het budget en de kostenverdeling van de Stichting; d. de verantwoording van de Stichting aan de raad. Paragraaf6Slotbepalingen Artikel12Citeertitel; inwerkingtreding 1Deze verordening kan worden aangehaald als Verordening Rekenkamercommissie gemeente Blaricum 2011 2Deze verordening treedt in werking op 1 mei
  2. 3Op de in lid 2 genoemde datum vervalt de Verordening Rekenkamercommissie gemeente Blaricum 2005, zoals vastgesteld op 28 april 2005 inclusief de wijzigingen vastgesteld op 21 december
  3. Aldus besloten in de openbare vergadering van de raad van 27 september 2011De griffier, De voorzitter, P.C.M. de Groot mw. J.N. de Zwart-Bloch

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.