Beleid Herrijking Subsidies 2012A: ALGEMEEN KADER Inleiding Aanleiding De herijking van subsidies en tarieven is als doelstelling vastgelegd in het Collegewerkprogramma 2010-2014 (hierna: CWP). Hiermee geeft het college invulling aan de lijn die door de gemeenteraad voor de rol van de gemeente in de sociaal maatschappelijke visie 'Mijn Westland, Ons Westland 2010 – 2020' (hierna: SMV) is uitgezet. De herijking heeft tot doel te komen tot een nieuw stelsel voor subsidies en huurtarieven. Daarnaast moet met de herijking invulling worden gegeven aan de taakstellende bezuiniging van € 1,8 miljoen op de subsidies en huurtarieven. Uit dit document blijkt dat deze taakstelling in eerste instantie vooral op de subsidies wordt behaald. In de loop der jaren wordt dit in balans gebracht, door bezuinigingen op de tarieven terug te laten vloeien naar het maatschappelijke domein. "Het huidig totaalbedrag aan subsidies en ondersteuning in de vorm van faciliteiten is voor een belangrijk deel een uitvloeisel van verschillend beleid in de voormalige vijf gemeenten. Het is nu het moment om te bezien in hoeverre deze instrumenten effectief bijdragen aan de actuele Westlandse doelstellingen. Een nieuw systeem van gemeentelijke steun en tarieven op basis van heldere en eerlijke criteria geeft richting aan hoe de circa 10 miljoen vanuit het subsidieprogramma en de vele miljoenen die we op andere beleidsvelden beschikbaar stellen, worden verdeeld. Uitgangspunt is de aantoonbare toegevoegde waarde en het toepassen van het profijtbeginsel. Daarmee kunnen we beter sturen op het te bereiken maatschappelijk effect van die steun en ontstaat de mogelijkheid voor ondersteuning van nieuwe aanbieders." (CWP 2010-2014, paragraaf 2.2.5) Achtergrond Zoals in het CWP kort beschreven kent het huidige subsidiebeleid een aantal ongewenste effecten, namelijk: onvoldoende uniformiteit en rechtsgelijkheid Het huidige subsidiebeleid is voor een groot deel gebaseerd op het beleid van de voormalige vijf fusiegemeenten. De verschillen in beleid van deze vijf, hebben voor de gemeente Westland geleid tot een niet uniforme en rechtsgelijke verdeling van subsidies en voorzieningen (waaronder huisvesting). Slechts een deel van de verschillen is bij de harmonisering na de fusie rechtgetrokken. onvoldoende transparantieNaast de directe subsidiëring worden ook veel initiatieven ondersteund met verkapte subsidiëring. Hierbij moet u denken aan: het gratis of voor lage tarieven huisvesten; het niet doorberekenen van onderhoudskosten aan bv. sportvelden; en het direct bekostigen van materialen. Door deze verkapte subsidiëring krijgt de gemeenschap en de gemeenteraad geen goed beeld van de totale kosten van een activiteit of voorziening. onvoldoende effectiviteit door inflexibele sturingsrelatie In de huidige relaties is de ondersteuningstermijn niet afgebakend, waardoor relaties een min of meer permanent karakter hebben. Dit betekent in de praktijk dat subsidies in mindere mate ingezet worden voor actuele gemeentelijke beleidsspeerpunten maar voor historisch gegroeide, permanente ondersteuning van organisaties. Bij de harmonisatie na de fusie is vooral vastgesteld hoe bestaande subsidiebudgetten welke tevens de subsidieplafonds waren, werden herverdeeld over het bestaande bestand van subsidieontvangers. Er is indertijd niet getoetst op nut en noodzaak van de subsidiëring. onvoldoende mogelijkheden voor nieuwe initiatieven Het hierboven onder c beschreven inflexibele karakter van het subsidiebeleid maakt het vrijwel onmogelijk om subsidie te verwerven voor nieuwe initiatieven. Hierdoor stokt de innovatie van het gesubsidieerde aanbod en krijgt een nieuwe generatie ideeën onvoldoende kansen. inefficiëntie door administratieve last en 'rondpompen' van geldHet aantal partners waarmee de gemeente een ondersteuningsrelatie onderhoudt is omvangrijk. In veel gevallen staat de administratieve last gemoeid met subsidieaanvraag en –verantwoording voor aanvrager en gemeente niet in verhouding tot het subsidiebedrag. scheefgroei in toedeling van ruimte en kwaliteit van ruimte Naast de verschillen in subsidiëring zijn er ook grote verschillen in de huisvesting en doorberekening van huur van de verenigingen in gemeentelijke accommodaties. inefficiëntie door versnippering In de loop der jaren zijn door het maatschappelijk middenveld tal van initiatieven ontplooid. Sommige van deze initiatieven zijn complementair en kunnen elkaar door samenwerking versterken. Weer andere initiatieven zijn overlappend en kunnen elkaar om die reden versterken. In de sociaal maatschappelijke visie "Mijn Westland, Ons Westland" (MWOW) wordt in dit verband gesproken van vitale coalities. Het huidige stelsel bevat geen prikkels om coalities te bevorderen terwijl dit financieel en beleidsmatig wel wenselijk is. Het aangaan van een coalitie betekent overigens niet dat de eigen doelstelling en identiteit verlaten wordt (dan spreek je immers van een fusie). Vooral op het gebied van multifunctioneel gebruik van accommodaties verwachten we winst te kunnen boeken met de vorming van vitale coalities. Niet alleen deze effecten van het huidige beleid nopen tot herijking, maar ook landelijke ontwikkelingen vragen een toekomstbestendig subsidiebeleid van de gemeente. Het rijk decentraliseert taken naar de gemeentelijke overheid. De komende jaren worden in het kader van het bestuursakkoord verschillende taken gedecentraliseerd. De verwachting is dat deze operatie gepaard gaat met een efficiencykorting. Dat vraagt om nieuwe zorgarrangementen en een adequate invulling van het compensatiebeginsel. Een eigentijds subsidiebeleid is nodig om deze ontwikkelingen te helpen sturen. Oplossingsrichting Met de herijking van het subsidie- en huurtarievenbeleid doet het gemeentebestuur een appèl op de eigen kracht en verantwoordelijkheid van de Westlanders. Want: de samenleving maak je met elkaar. In de afgelopen decennia heeft die sociale kracht veel tot stand gebracht. Er zijn prachtige sportparken aangelegd, sporthallen gebouwd, evenals mooie scholen met goed ingerichte gymnastiekzalen. We beschikken over veel zwemwater en voldoende recreatiegroen. Er zijn culturele centra in 's-Gravenzande, Monster, Naaldwijk en Poeldijk. De gemeente heeft flink geïnvesteerd in de infrastructuur en het verenigingsleven bloeit. We hebben in Westland een stevige basis gelegd. De rol van het gemeentebestuur is daarin faciliterend en initiërend geweest. En als het gaat om de kwetsbare burgers in onze gemeente zal het bestuur een actieve rol blijven spelen. Maar voor zaken, die toch met name de invulling van onze vrije tijd betreffen spreken we de burgers van Westland nu meer aan op hun eigen verantwoordelijkheid om zelfstandig het sociale, sportieve en culturele leven in Westland in stand te houden en daarin actief te zijn. Behoud en versterking van deze actieve houding van Westlanders is bovendien essentieel voor de sociale binding van alle inwoners van onze gemeente. Herijkingsproces Met de herijking van het subsidiebeleid is een belangrijke stap gezet in de herijkingsoperatie. Het proces loopt echter door in het jaar
- In dat jaar wordt in relatie met de herijking van de subsidies op onderdelen nieuw beleid ontwikkeld, terwijl het jaar 2012 eveneens wordt benut voor het ontwikkelen van accommodatiebeleid. Leeswijzer Deel A van deze nota behandelt waarom en hoe we herijkt hebben. In hoofdstuk 2 staan de doelstellingen en het kader dat de raad heeft vastgesteld voor de herijking beschreven. In hoofdstuk 3 en 4 gaan we respectievelijk in op de herijking van het subsidiestelsel en de huurtarieven voor gemeentelijke accommodaties. In hoofdstuk 5 vindt u de financiële onderbouwing van de herijking. Deel B van de nota behandelt de gevolgen van de herijking specifiek per beleidsterrein uitgewerkt. Deel C bevat de slotbepalingen. Doelstellingen en kader voor de herijking Doelstelling: Een nieuw stelsel voor subsidies en huurtarieven Met de herijking werken we toe naar een nieuw stelsel voor subsidies en huurtarieven, want zowel met subsidies als voorzieningen (waaronder accommodaties) ondersteunen we organisaties [Als voorbeeld noemen we de voetbal. Deze clubs ontvangen geen directe subsidie maar wel verkapte subsidie. Hun huur van de velden bedraagt namelijk slechts circa 20% van de werkelijke kosten]. Doelen die we met dit nieuwe stelsel willen bereiken zijn: het vaststellen van een helder en eerlijk (lees: objectief) subsidiebeleid. De historisch gegroeide relaties worden losgelaten; het uitsluitend subsidiëren van activiteiten die passen binnen de actuele beleidsdoelstellingen van de gemeente; het uitsluitend verstrekken van subsidies wanneer financiële ondersteuning noodzakelijk is ruimte vrijmaken voor nieuwe aanbieders en innovatieve activiteiten. een tariefstelsel dat het mogelijk maakt ruimte te huren tegen maatschappelijk aanvaardbare prijzen; een functioneel gebruik van accommodaties door clustering en multifunctioneel gebruik. Basis van het subsidiestelsel blijft de 'Algemene subsidieverordening Westland 2011'. De vernieuwing van het stelsel krijgt voor een groot deel zijn beslag in de beleidsregels. Met deze beleidsregels vult het college van B&W haar bevoegdheid om het subsidiebeleid uit te voeren nader in. Daarnaast moet in enkele gevallen raadsbesluiten worden ingetrokken. Doelstelling: Bezuinigen Hoewel geen doelstelling van de herijking, is tevens de taakstelling opgelegd een bedrag van € 1,8 miljoen te bezuinigen op subsidies en huurtarieven op accommodaties. De herijking heeft een wezenlijk ander doel dan de bezuinigingstaakstelling, maar kan hiervan niet los gezien worden. De herijking streeft de onder 2.1 beschreven doelen na en moet gelijktijdig voldoende bezuinigingen opleveren om de taakstelling van € 1,8 miljoen te halen. Uit de raming blijkt vooralsnog dat we de taakstelling gaan overschrijden. Echter, deze marge achten wij noodzakelijk in het kader van de risicobeheersing van het herijkingsproces. In de eerste plaats omdat in het herijkingsproces van de subsidies nog onvoorziene effecten kunnen optreden, in de tweede plaats omdat bij het ontwikkelen van het accommodatiebeleid nog onvoorziene effecten kunnen optreden en tenslotte vanwege de financiele risico's die de ontwikkelingen in het kader van de decentralisatieafspraken tussen Rijk en VNG met zich meebrengen. Het positieve saldo van deze herijkingsoperatie zetten we in ieder geval niet in om uitzonderingsposities in het subsidie en tarievenstructuur te creëren. In de eerste plaats niet omdat we daarmee onze herijkingsdoelstelling van een helder, objectief stelsel aantasten. En in de tweede plaats omdat we deze middelen nodig hebben voor risicobeheersing. Het kader voor de herijking Uit zowel de SMV (p.29-31) als het CWP 2010-2014 volgt dat we alleen subsidies willen verstrekken wanneer de activiteiten bijdragen aan de actuele gemeentelijke beleidsdoelstellingen én de subsidie noodzakelijk is om de activiteit te kunnen bekostigen. Alle subsidies die historisch gegroeid zijn, zonder dat daar een transparante en objectieve verdeling aan ten grondslag ligt, worden op nihil gesteld om een nieuwe afweging te kunnen maken zonder opgebouwde rechten. In beginsel zijn de instellingen zelf verantwoordelijk voor het verwerven van voldoende inkomsten en moeten de deelnemers aan de activiteiten deze zelf betalen. Deze - en andere - uitgangspunten van subsidieverstrekking in de gemeente Westland zijn vastgelegd in de volgende algemene kaders die de raad op 21 juni 2011 heeft vastgesteld. Eigen verantwoordelijkheid. Bij subsidieverstrekking wordt mede gelet op de mogelijkheden die de subsidieaanvrager heeft benut voor het verkrijgen van middelen anders dan de subsidie. Het gaat dan om contributie, entreeprijzen, fondsen, sponsoring, eigen vermogen. Maar ook middelen die via andere gelieerde organisaties / stichtingen beschikbaar kunnen worden gemaakt voor de eigen activiteiten. Specifiek bij evenementen gaan we er als voorwaarde altijd vanuit dat sponsoring plaatsvindt en hierbij zal ook nader gekeken worden naar doorbelasting van kosten. Er zal hiervoor gekeken worden naar wat regionaal en landelijk gangbaar is. Subsidie is geen inkomstenbron. Instellingen dienen eerst alle andere financieringsmogelijkheden aantoonbaar geprobeerd te hebben voordat er een beroep gedaan kan worden op subsidies. Stapeling en proportionaliteit. Bij beoordeling van aanvragen wordt gelet op stapeling van subsidies en andere financiële voordelen die via de gemeente worden geboden. Het evenredigheidsbeginsel veronderstelt afweging van belangen tussen alle partijen, groeperingen, doelen en prioriteiten waarbij het niet de bedoeling is dat door de verschillende mogelijkheden er ongewenste onevenredigheden in financiële steun optreden. Daar waar de financiële ondersteuning van een activiteit via een ander (wettelijk) kader is geregeld heeft subsidiëring door de gemeente in de regel niet of nauwelijks toegekend. Er kan in deze gevallen nooit sprake zijn van structurele toekenning. Profijtbeginsel. Deelnemers dragen zelf (een deel van) de kosten van maatschappelijke voorzieningen. Initiatieven zijn in principe altijd waardevol maar ten aanzien van subsidiëring geldt dat er sprake moet zijn van een te verwachten maatschappelijk effect dat mede bijdraagt aan de doelstellingen van de gemeente. Als uitgangspunt geldt dat organisaties die beschikken over voldoende eigen (financiële) mogelijkheden primair de kosten van voorzieningen en diensten dragen. Om die reden zullen activiteitensubsidies waarvan de hoogte is gekoppeld aan leden- / deelnemers aantal worden beëindigd, tenzij er aan andere uitgangspunten wordt voldaan. Subsidiebeleid is geen inkomensbeleid. Subsidiebeleid heeft niet ten doel, direct noch indirect, bij te dragen aan inkomensbeleid. Voor de brede toegankelijkheid van voorzieningen en activiteiten voor individuele burgers en hun kinderen die door geringe financiële draagkracht moeite hebben 'mee te doen' is bijzondere bijstand de voorliggende voorziening. Subsidies zijn eindig en bij voorkeur meerjarig. Subsidies zijn geen structurele aanvulling op de exploitatie tekort, maar proberen een vooraf benoemd maatschappelijk effect te bereiken. Het streven is om waar dat mogelijk en wenselijk is meerjarige subsidierelaties aan te gaan met vooraf heldere afspraken over de periodieke herijking van die afspraken. Er is op die manier ruimte voor beleidswijzigingen en verschuiving van prioriteiten. Om praktische redenen zijn meerjarige subsidies in 2012 echter nog niet realiseerbaar. Primaat bij de activiteiten. De subsidie heeft betrekking op de activiteit(en), die worden uitgevoerd. De financiering van accommodatiekosten vindt in principe plaats als onderdeel van de activiteitensubsidie. In uitzonderingsgevallen, waarvoor aanvullende beleidsregels worden ontwikkeld, kunnen accommodaties ook direct worden gefinancierd. Westland gericht. De gesubsidieerde activiteiten zijn in hoofdzaak gericht op de inwoners van Westland, dan wel komen in hoofdzaak ten goede aan de gemeente en de inwoners van Westland. Doelgroepen In het CWP staat dat voor kwetsbare doelgroepen het voorzieningenniveau op peil zal blijven. Deze doelgroepen zijn: kwetsbare burgers, mensen met een lichamelijke, verstandelijke of psychische beperking, die onvoldoende zelfredzaam zijn dat zij niet zelfstandig kunnen participeren in de samenleving jeugd 0 – 23, deze afbakening sluit aan bij de definitie van Jeugdzorg en Centrum Jeugd en Gezin vrijwilligers; de activiteiten gericht op het ondersteunen / versterken van het vrijwilligerswerk of mantelzorg. Innovatie. Draagt de activiteit bij aan vernieuwing en ontwikkeling van de werksoort of sector in door gemeente gewenste beleidsrichting/doelstellingen. Samenwerking Versterking van samenwerking levert niet alleen meer slagkracht op voor de organisaties zelf, maar draagt er ook zorg voor dat de beschikbare middelen zo doelmatig mogelijk worden ingezet. Activiteiten die vanuit samenwerking zijn opgezet krijgen in het subsidie beleid de voorkeur. De samenwerking kan zijn op programmatisch/inhoudelijk of bestuurlijk gebied of op basis van multifunctioneel ruimtegebruik. Genormaliseerde huur per categorie gebruikers Net zoals elke voetbalclub per vierkante meter veld hetzelfde betaalt, geldt dit ook voor kinderopvang, peuterspeelzalen, overige (binnen)sporten, jeugdwerk bibliotheek theater en toneel etc. Er zal hiervoor gekeken worden naar wat regionaal en landelijk gangbaar is. Maximale ruimte De maximale omvang van de ruimte die we gemeentebreed voor bepaalde doelgroepen in accommodaties ter beschikking hebben en de spreiding over de kernen zal moeten worden bepaald. Indirecte subsidiëring. De gemeente heeft de voorkeur om organisaties via overkoepelende verbanden te subsidiëren. Hiermee wordt samenwerking binnen het eigen netwerk gestimuleerd. Herijking subsidiestelsel Het beleidsinstrument subsidie De instrumenten die een gemeente ten dienste staan om haar beleidsdoelen te realiseren, Kunnen worden ingedeeld in instrumenten van communicatieve, juridische en financiële aard en voorzieningen. In schema: Beleidsinstrument Verschijningsvorm Voorbeeld Communicatief Schrijven, toespraak, overleg Gezondheidskrant Juridisch Geboden/ verboden Bestemmingsplan Financieel Subsidies/heffingen Wmo-subsidies Voorzieningen Diensten/ goederen Gemeentelijke sporthal Kortom de gemeente beschikt over verschillende instrumenten om haar doelen te bereiken. Waarbij we onder subsidie financiële steun van de gemeente aan instellingen, bedrijven en personen om activiteiten te ontwikkelen verstaan. In een aantal gevallen is de subsidiëring een wettelijke verplichting als voorbeeld noemen we de subsidie voor de WOS op grond van de Mediawet. De algemene subsidieverordening Westland 2011 onderscheidt drie soorten subsidies. De activiteitensubsidie is een subsidie per kalender- of schooljaar voor reguliere, voortdurende, activiteiten van een subsidieontvanger. De projectsubsidie voor een in tijd begrensde activiteit van een subsidieontvanger. De investeringssubsidie [In de volksmond bekend als de 25%-regeling. Deze regeling is om financiële redenen opgeschort] voor het bouwen of verbouwen van sportgebouwen of -inrichtingen. De gemeente onderhoudt in de huidige situatie met meer dan tweehonderd organisaties een subsidierelatie. Deze organisaties kunnen we onderverdelen in twee categorieën: vrijwilligers- en professionele organisaties. Vrijwilligersorganisaties ontplooien op eigen initiatief en naar eigen inzicht activiteiten. Veelal ontvangen zij een subsidie van beperkte omvang. De gemeente kan slechts beperkt sturing geven aan deze organisaties vanwege het vrijwillige karakter. Bovendien is het gelet op de hoogte van deze subsidies en het aantal niet efficiënt en uitvoerbaar om serieus sturing te geven aan deze subsidierelaties. De professionele organisaties daarentegen ontvangen in veel gevallen substantiële subsidies. Met deze organisaties onderhoudt de gemeente (meer en meer) een relatie die zich laat karakteriseren als een zakelijke inkooprelatie: de gemeente fungeert als opdrachtgever, neemt initiatief, stuurt op maatschappelijke effecten en maakt prestatieafspraken. In veel gevallen draagt de gemeente deze professionele instellingen op samen te werken met deze vrijwilligersorganisaties, een platformfunctie voor hen te vervullen en hen te faciliteren. De maatschappelijke complexiteit van veel overheidsvraagstukken maakt dat het ontwikkelen van een goede opdrachtgever-opdrachtnemerrelatie geen eenvoudige opgave is. In de praktijk blijkt het sturen op- en het meten van maatschappelijke effecten ingewikkelder dan in theorie. Bovendien kunnen organisaties veelal niet in een kort tijdsbestek een compleet andere activiteit of voorziening leveren. Desalniettemin is de verwachting dat deze ontwikkeling op termijn een belangrijke bijdrage gaat leveren aan het effectiever en efficiënter functioneren van de gemeente. Reikwijdte van de herijking Conform het raadsbesluit van 21 juni 2011 strekt de herijking zich uit tot alle subsidies met uitzondering van die organisaties die gesubsidieerd worden via gemeenschappelijke regelingen. Hierover is namelijk al besloten dat bezuinigd zal worden via het principe van 'samen de trap op, samen de trap af'. Dit betekent dat de gemeente minder geld krijgt van het rijk en in lijn daarmee ook minder zal afdragen aan gemeenschappelijke regelingen. De keuze om de pilotprojecten 'combinatiefunctionaris in Westland' en 'Mobiel Jongerencentrum De Bus' al dan niet structureel te maken worden wel in het herijkingsproces meegenomen omdat het subsidievraagstukken zijn, maar niet in deze nota behandeld. Beide worden geëvalueerd en op basis van deze evaluatie en het nieuwe subsidiestelsel wordt separaat besloten door college en raad of de subsidiëring wordt gecontinueerd. Bij continuering betekent dit, dat dekking hiervoor elders gevonden zal moeten worden. Theater de Naald valt niet binnen de reikwijdte van de herijking omdat het geen gesubsidieerde instelling, maar onderdeel van de gemeentelijke organisatie is. Bovendien is het bestuurlijk voornemen om een separaat project op te starten om de Naald te verzelfstandigen. In het kader van deze verzelfstandiging zal worden beoordeeld wat een redelijk subsidie/bekostigings budget is. De aanpak De doelstellingen en kaders leiden tezamen tot een set inhoudelijke, financiële en sturingscriteria. De inhoudelijke en financiële (uitsluitings) criteria hebben we vertaald naar een meetlat. Aan de hand van deze meetlat en de sturingscriteria is het subsidiebeleid herijkt. In de hierop volgende paragrafen lichten we dit nader toe. De consequenties van de herijking staan beschreven in deel B. In sommige gevallen zal de subsidierelatie niet met ingang van 1 januari 2012 volledig beëindigd kunnen worden, omdat een redelijke termijn in acht genomen moet worden. We kunnen echter niet alle effecten die de herijking oproept voorzien. Met het communicatietraject willen we deze onvoorziene effecten inventariseren en daar waar nodig herstellen. Criteria nieuw subsidiebeleid voor alle subsidieontvangers De gekozen doelstellingen en kaders leiden tot de volgende criteria voor subsidieverstrekking in Westland: Criteria voor inhoudelijke beoordeling (nut) Uitsluitend de volgende soorten activiteiten kunnen voor subsidie in aanmerking komen. die passen binnen de actuele beleidsdoelstellingen van de gemeente en; die de gemeente op basis van beleid wil subsidiëren of wettelijk verplicht is te subsidiëren en; die zich in hoofdzaak richten op de inwoners van Westland, dan wel ten goede komen aan de gemeente en de inwoners van Westland. Prioriterend Activiteiten die zich richten op de in het kader genoemde doelgroepen krijgen een hoge prioriteit. Aanvragen met een innovatief of vernieuwend karakter krijgen een hoge prioriteit. Aanvragen waaruit samenwerkingsbereidheid blijkt krijgen een hoge prioriteit. Aan de hand van de eerste twee inhoudelijke beleidscriteria stellen we in de eerste plaats vast of de activiteiten bijdragen aan actuele Westlandse doelstellingen. Het actuele Westlandse beleid bestaat drie componenten: medebewindstaken (wettelijke verplichtingen), specifiek Westlands beleid zoals vastgelegd in (kader)beleidsnota's en de speerpunten van beleid van het college. In de tweede plaats stellen we vast of we de samenleving (burgers, private partijen of maatschappelijk middenveld) of de overheid verantwoordelijk achten voor het financieren van die activiteiten. Dit betekent dat niet alle activiteiten die bijdragen aan de visies van Westland per definitie in aanmerking komen voor subsidie. Visies en beleidsdocumenten hebben immers allereerst de functie om richting te geven aan het complexe samenspel van burgers, private partijen, het maatschappelijk middenveld en de overheid. Vervolgens bepalen we voor welke onderdelen van het beleid de gemeente verantwoordelijk is. Ten slotte wordt bepaald welke rol de overheid inneemt in dit beleid en welke van de onder 3.1 genoemde beleidsinstrumenten ingezet worden om invulling te geven aan de gemeentelijke verantwoordelijkheid. En slechts in die gevallen dat de gemeente zich financieel verantwoordelijk acht voor het bereiken van de beleidsdoelstellingen worden de activiteiten die aantoonbaar aan deze beleidsdoelen bijdragen gesubsidieerd. Deze vragen werken als een trechter en scherpe keuzen zijn hierin noodzakelijk. Immers, vanuit het algemeen maatschappelijk belang hechten we waarde aan 'alles' wat bijdraagt aan een goed sociaal en economisch klimaat in Westland. De meeste subsidies vallen binnen de programma's C (Maatschappelijke omgeving) en D (jeugd). Het actuele Westlandse beleid voor deze programma's is vastgelegd in de volgende beleidsnota's en wettelijke taken: Cultuur: kadernota cultuur, mediawet, archiefwet. Gezondheid: wet op de publieke gezondheid en wet op de veiligheidsregio's (zwemwaterwet i.o.), nota Lokaal gezondheidsbeleid "Westland Gezond en Wel 2007-2011" Sport: kader- en deelnota's sport Welzijn: Beleidsplan Wmo 2008-2011, Visie op het centrum voor jeugd en gezin in gemeente Westland, Wet maatschappelijke ondersteuning, Tijdelijke regeling CJG. Jeugd: beleidsplan peuteropvang in Westland 2010, Lokaal educatieve agenda Westland 2008-2012 De subsidies die vanuit deze programma's worden verstrekt richten zich op de functies: ontspanning, ontwikkeling, preventie & hulpverlening en samenlevingsopbouw. Uitgaande van bovenstaande trechterredenering geven we op basis van het actuele Westlandse beleid een verdere aanscherping van de gemeentelijke verantwoordelijkheid ten aanzien van de verschillende functies van gesubsidieerde activiteiten. Gemeentelijke verantwoordelijkheid Ontwikkeling Ontwikkeling jeugd (hoger opleidingsniveau) Inhaalslag kunst en cultuurbeleid Preventie, hulpverlening, samenlevingsopbouw Activiteiten gericht op het versterken van de zelfredzaamheid van (potentiële) kwetsbare burgers van alle leeftijden Ondersteuning vrijwilligers Geen gemeentelijke verantwoordelijkheid Ontspanning Sociale, culturele, sportieve activiteiten gericht op de ontspanning van de deelnemer. Activiteiten die zich richten op ontwikkeling zijn: de bibliotheek, de professionele cultuurorganisaties (professioneel in de zin van zakelijke inkooprelatie zie 3.1), de peuteropvang enzovoorts. Voor deze activiteiten geldt dat er Westlands beleid aan ten grondslag ligt. Met het cultuurbeleid is het voornemen een inhaalslag te maken omdat er de afgelopen jaren minder aandacht is geweest voor het kunst- en cultuuraanbod. Belangrijk speerpunt in het cultuurbeleid is het onderzoek naar de realisatie van een Centrum voor de Kunsten. Binnen dit centrum voor de kunsten gaan de professionele instellingen een belangrijke faciliterende rol vervullen, in het leggen van verbindingen binnen en tussen de programmalijnen van de kadernota Kunst en cultuur vanuit de kern. Daarnaast is het onderzoek naar de samenvoeging van het Historisch archief Westland en het Westlands Museum voor streek- en tuinbouwhistorie een belangrijk speerpunt. Dit leidt ertoe dat de subsidierelaties met deze culturele organisaties worden gecontinueerd. Daar waar de meetlat hier aanleiding toegeeft wordt op basis van het activiteitenaanbod een taakstellende bezuiniging opgelegd. Activiteiten die zich richten op preventie, hulpverlening en samenlevingsopbouw zijn: de subsidies die verstrekt worden in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo), het jongerenwerk, de welzijnsactiviteiten (VITIS), de GGD, JGZ, het CJG, het maatschappelijk werk enzovoorts. Aan deze activiteiten ligt Westlands beleid ten grondslag bovendien heeft de gemeente op deze beleidsterreinen op basis van de Wmo een wettelijke zorgplicht. De subsidies zijn gericht op kwetsbare groepen in de samenleving. Dit leidt ertoe dat de subsidierelaties met deze organisaties worden gecontinueerd. Voor de organisaties die gesubsidieerd worden via en gemeenschappelijke regeling wordt bezuinigd volgens het principe 'samen de trap samen de trap af'. (GGD, JGZ) Voor het jongerenwerk geldt dat in 2012 incidentele middelen wegvallen waardoor er begrotingstechnisch gezien niet, maar in praktische zin wel bezuinigd wordt op deze organisatie. Ten slotte wordt het jaar 2012 benut om met al deze instellingen kritisch naar de effectiviteit en efficiency van het activiteitenpakket te kijken. Activiteiten die zich (primair) richten op ontspanning zijn: de jeugdactiviteiten zoals de scouting en kindervakantiewerk, sportverenigingen, de amateur- kunst en cultuurverenigingen, de volksuniversiteit, de vrouwengildes, de ouderenbonden enzovoorts. Deze activiteiten zijn van groot belang voor sociale samenhang in Westland. Echter deze organisaties zijn niet primair gericht op het herstellen van de (sociale) redzaamheid of de ontwikkeling van de deelnemers maar op een plezierige vrijetijdsbesteding. De gemeente ziet daarom een verschil tussen de ontspannings- activiteiten en de hierboven genoemde activiteiten gericht op ontwikkeling, preventie, hulpverlening en samenlevingsopbouw. Dit betekent dat de gemeente activiteiten die zich richten op ontspanning niet met subsidiëring ondersteunt. Vooralsnog worden wel de huidige subsidierelaties in stand gehouden gericht op de instandhouding en exploitatie van accommodaties die noodzakelijk zijn voor deze activiteiten. Het nieuw te ontwikkelen accommodatiebeleid (zie hst. 4) gaat duidelijkheid verschaffen welke doelen de gemeente met dit beleid nastreeft en welke rol zij voor zichzelf ziet weggelegd. Criteria voor de financiële beoordeling (noodzaak) -Bij de beoordeling van de noodzaak van subsidiëring worden alle financiële voordelen die via de gemeente worden geboden betrokken. Uitsluitend de volgende soorten activiteiten kunnen voor subsidie in aanmerking komen. waarvoor organisaties niet zelf (een deel van) de financiële lasten behoren te kunnen dragen en; waarvoor van de gebruiker (op basis van het profijtbeginsel) niet verwacht kan worden (een deel van) de financiële lasten zelf te dragen en; die er niet op gericht zijn om de toegankelijkheid van de voorziening of activiteit voor mensen met geringe financiële draagkracht te verbeteren. Hiervoor is de bijstand [Op grond van de Regeling sociale participatie wordt jaarlijks een bedrag vastgesteld dat mag worden aangewend voor sporten (al dan niet in clubverband), andere verenigingen, internet, bibliotheek, cultuur- en amusement. Het bedrag wordt jaarlijks geïndexeerd en bedraagt in 2011 maximaal € 184 per gezinslid per jaar. In aanmerking komen gezinnen met een gezinsinkomen dat ten hoogste 110% bedraagt van het voor hen toepasselijk bijstandsinkomen. Daarnaast mag het eigen vermogen niet hoger zijn dan € 5.550,- voor een alleenstaande of € 11.110,- voor een (één)oudergezin. Criteria voor de sturingsmethodiek Aanvragen die zich richten op activiteiten en niet op exploitatie van de organisatie komen in aanmerking voor subsidie. Uitgezonderd hiervan zijn die organisaties die het beheer en de exploitatie van een (binnen het gemeentelijk beleid passende) accommodatie verzorgen. Voor structurele activiteiten worden als hoofdregel meerjarige subsidies verleend, voor in principe vier jaar. Dit vergroot de zekerheid en dus de efficiency bij de subsidieontvangers. Daarnaast betekent het een vermindering van administratieve lasten. Subsidieverstrekking voor vier jaar is uitgangspunt, maar niet een vaststaand gegeven. De precieze omschrijving van de uit te voeren activiteiten kan jaarlijks worden bepaald. Voor afloop van de subsidieperiode wordt beoordeeld of de gesubsidieerde activiteiten nog bijdragen aan de beleidsdoelstellingen van de gemeente. Indien dit niet het geval is, worden ofwel andere activiteiten gesubsidieerd dan wel wordt de subsidierelatie beëindigd. De nieuwe werkwijze heeft tot gevolg dat de instellingen die een activiteitensubsidie ontvangen voor structurele activiteiten er rekening mee moeten houden dat de subsidie na afloop van het subsidietijdvak stopt als de activiteiten daarna niet meer in de beleidsdoelstellingen vallen. Er blijft wel gelden dat een subsidie die voor drie jaar of langer is verstrekt alleen kan worden beëindigd met inachtneming van een redelijke termijn. Het uitgangspunt dat subsidies eindig zijn zal in veel gevallen leiden tot projectsubsidies waarbij op voorhand al duidelijk is dat de subsidie is bedoeld om aan de activiteit een impuls te geven en na een beperkte -vooraf vastgelegde- periode eindigt. Deze periode kan natuurlijk korter zijn dan vier jaar. De gemeente subsidieert daar waar mogelijk organisaties via overkoepelende verbanden. Hiermee wordt samenwerking binnen het eigen netwerk en efficiënte inzet van middelen gestimuleerd. De nieuwe subsidiebeleidsregels zijn algemene regels die van toepassing zijn op alle instellingen die de betreffende subsidiabele activiteiten verzorgen. Het doel is meer rechtsgelijkheid: geen regelingen meer die slechts voor een beperkt deel van de Westlandse instellingen geldt omdat dat historisch zo gegroeid is. Van criteria naar meetlat De criteria vormen tezamen het toetsingskader waarlangs in de toekomst subsidieaanvragen gelegd zullen worden. Daarbij hebben de uitsluitings- en prioriterende criteria zoals de namen het al zeggen respectievelijk een uitsluitende en prioriterende werking. Dit betekent dat wanneer een aanvraag op één van de uitsluitende criteria scoort, dit leidt tot een afwijzing van de aanvraag. De prioriteringscriteria zijn voor de toekomst van belang bij de beoordeling van nieuwe aanvragen, wanneer er sprake is van een beperkt budget. De sturingscriteria geven dwingende aanwijzingen voor de inrichting van de subsidierelatie. Voor de herijking maken we gebruik van de inhoudelijke en financiële uitsluitingscriteria en kondigen we op basis van de sturingscriteria wijzigingen in de subsidierelatie aan. De uitsluitingscriteria zijn we in een meetlat gezet. figuur 1 meetlat herijking Indicatie opbrengst herijking subsidies Het financiële resultaat van de herijking van de subsidies leidt vanaf 2014 tot een structurele bezuiniging van € 2.217.121,-. Zie hierover verder in hoofdstuk
- De activiteiten die op basis van één of meer van de criteria van de meetlat uitgesloten worden ontvangen in het vervolg geen subsidie meer. Op basis van de sturingscriteria worden veranderingen in de subsidierelatie voor de toekomst aangekondigd. Herijking tarieven en beleid gemeentelijke accommodaties Het beleidsinstrument voorzieningen In paragraaf 3.1 hebben we de verschillende beleidsinstrumenten die een gemeente tot zijn beschikking heeft op een rij gezet. Hieronder volgt nogmaals het daarbij behorende schema. Beleidsinstrument Verschijningsvorm Voorbeeld Communicatief Schrijven, toespraak, overleg Gezondheidskrant Juridisch Geboden/ verboden Bestemmingsplan Financieel Subsidies/heffingen Wmo-subsidies Voorzieningen Diensten/ goederen Gemeentelijke sporthal Men kan van mening verschillen of gemeentelijke voorzieningen een aparte categorie beleidsinstrumenten is of een bijzondere verschijningsvorm van het financiële beleidsinstrument. Vanwege de bijzondere eigenschappen worden voorzieningen hier echter als een aparte vorm opgenomen. Bij voorzieningen verleent de gemeente steun in natura. Accommodaties zijn hiervan een voorbeeld. De gemeente investeert in accommodaties, exploiteert deze, verzorgt het onderhoud, levert goederen enzovoorts. Het verstrekken van voorzieningen wordt ook wel verkapte subsidiëring genoemd. Echter, aan de verstrekking van voorzieningen liggen vaak privaatrechtelijke overeenkomsten ten grondslag dit in tegenstelling tot subsidies die gestoeld zijn op bestuursrechtelijke overeenkomsten. Dit verschil maakt dat een heroverweging van de subsidies eenvoudiger te realiseren is dan aanpassing van huurtarieven. Ook voor de huurtarieven van gemeentelijke accommodaties geldt dat er op basis van de historie rechtsongelijke situaties zijn ontstaan. De vijf voormalige gemeenten stelden op verschillende wijze hun accommodaties aan verenigingen en instellingen beschikbaar. Het doel van de herijking is daarom te komen tot een eenduidig en transparant stelsel van (maatschappelijk) aanvaardbare huurtarieven. Daarnaast moet het tarievenbeleid in het kader van de bezuinigingen extra huurinkomsten genereren. Reikwijdte van de herijking De in het kader opgenomen uitgangspunten voor de herijking van het accommodatiebeleid zijn: Versterken van samenwerking van organisaties onder andere door multifunctioneel ruimtegebruik. Genormaliseerde huur per categorie gebruikers. Waarbij gekeken wordt wat regionaal en landelijk gangbaar is. Vaststelling van de maximale omvang van de ruimte die we gemeentebreed voor bepaalde doelgroepen in accommodaties ter beschikking hebben en de spreiding over de kernen. Uit het onderzoek in het kader van het herijkingsproces is echter gebleken dat voor een zorgvuldige voorbereiding en implementatie van een objectief, transparant en toekomstbestendig accommodatiebeleid voor de niet-commerciële instellingen meer tijd nodig is. Besloten is daarom het jaar 2012 te benutten om in samenspraak met de gemeenteraad en maatschappelijke instellingen accommodatiebeleid te ontwikkelen. Dit accommodatiebeleid zal ontwikkeld worden vanuit de inhoudelijke doelen van beleid. Uit deze inhoudelijke doelen volgt voor welke accommodaties de gemeente zich verantwoordelijk acht en op welke manier zij deze verantwoordelijkheid vorm wil geven. Vervolgens zullen vraagstukken zoals capaciteit, spreiding/clustering en multifunctioneel gebruik aan de orde komen. Op basis hiervan zal het vastgoedbeleid nader worden ingevuld en het beleid voor de huurtarieven worden ontwikkeld De aanpak In het kader van de herijking en de bezuinigingstaakstelling is onderzocht wat gangbare (gemiddelde) huurtarieven per gebruikerscategorie zijn. Daarbij is gebruik gemaakt van benchmarkgegevens van 20 grotere gemeenten die meedoen aan de IPD-benchmark (Investment Property Databank). Daaruit blijkt dat het gangbaar is om commerciële instellingen een commerciële marktconforme huur in rekening te brengen en maatschappelijke verenigingen en instellingen een maatschappelijk aanvaardbare huur. De kinderdagverblijven zijn commerciële instellingen. Nader onafhankelijk onderzoek moet uitwijzen in hoeverre de tot nu toe gehanteerde tarieven marktconform zijn. Voor de maatschappelijke instellingen die in gemeentelijke accommodaties gehuisvest zijn, liggen de zaken ingewikkelder. Als we de benchmarktarieven voor hen vergelijken met de huidige gemeentelijke tarieven voor diverse accommodaties blijken de Westlandse tarieven aanzienlijk verhoogd te kunnen worden. Doorvertaling naar de diverse instellingen laten echter forse huurverhogingen zien. Complicerende factoren die een rol spelen zijn langlopende huurcontracten, verschillende invullingen van onderhoud, exploitatie en beheer, onrendabel gebruik van ruimten (veel m2 leidt tot hoge huren), stapeling van bezuinigingen enzovoorts. Kortom: het benchmark onderzoek heeft duidelijk gemaakt dat voor diverse gemeentelijke accommodaties hogere tarieven gehanteerd kunnen worden. Maar het onderzoek leert ook dat implementatie van een nieuwe tarievenstructuur -gelet op de vele aandachtspunten- complex is. Zo zijn voor de buitensportverenigingen die gebruik maken van gemeentelijke sportcomplex veelal langlopende gebruiksovereenkomsten afgesloten. Nemen we de voetbalverenigingen als voorbeeld dan laat een vergelijking van tarieven met referentiegemeenten zien, dat een tariefsverhoging van €1.000,- per veld tot de mogelijkheden behoort. De extra huuropbrengst kan oplopen tot € 66.000,-. Realisatie hiervan hangt in sterke mate af van de mogelijkheden om het langlopende contract open te breken. Indicatie opbrengst herijking tarieven Voor de begrotingsperiode 2012-2015 worden hogere huurinkomsten van de kinderopvanginstellingen geraamd. Uitgaand van de VNG-richtlijn (€ 120 per m2) en rekening houdend met de expiratiedatum van de lopende contracten kan in de periode 2012-2015 een minimale extra huuropbrengst van € 2.353,- in 2012 oplopend naar € 58.908,- in 2015 gerealiseerd worden. Bezuiniging (i.c. extra huuropbrengst) is exclusief de 3 contracten met kinderopvanginstellingen die voor onbepaalde tijd zijn afgesloten. Hierbij is een opbrengstpotentie mogelijk van ca. € 133.000,- indien de contracten tussentijds kunnen worden opengebroken. Let wel: er bestaat een risico dat instellingen elders zullen gaan huren als het huurtarief opgetrokken wordt naar marktconform niveau. Wat de herijking van de huurtarieven aan niet-commerciele instellingen gaat opbrengen zal duidelijk worden uit het in 2012 te ontwikkelen accommodatiebeleid. Toepassing van de benchmarktarieven leert weliswaar dat op lange termijn een extra huuropbrengst van ruim € 400.000,- mogelijk is, maar het uitgangspunt van de herijking is dat er sprake moet zijn van maatschappelijk verantwoorde tarieven voor de Westlandse situatie. Daarom houden we er rekening mee dat deze extra huuropbrengst in de praktijk niet volledig bereikt kan worden. We achten het wel aannemelijk dat een nieuw tarievenstelsel een structureel hogere huuropbrengst van ruim € 200.000,- oplevert. Vanwege de vele langlopende contracten zal dit niet op korte termijn gerealiseerd kunnen worden Concreet: Artikel 4.4.
- Herijking tarieven en beleid gemeentelijke accommodaties In 2012 worden de tarieven en het beleid t.a.v. gemeentelijke accommodaties herijkt conform de uitgangspunten zoals beschreven in dit hoofdstuk (middels een nader collegebesluit). Vooruitlopend daarop worden reeds vanaf 2012 aan de commerciële huurders van de gemeentelijke accomodaties (kinderopvanginstellingen), zodra juridisch mogelijk, commerciële -marktconforme- huren in rekening gebracht. Financiën Totaal bezuinigingen De herijking van het subsidiebeleid en tarieven leidt tot de volgende bezuinigingen: 2012 2013 2014 2015 € € € € Subsidies programma A 25.000 68.000 68.000 68.000 programma C 787.750 937.750 937.750 937.750 programma D 275.920 507.184 821.084 821.084 programma F 2.809 2.809 2.809 2.809 programma G 12.195 12.195 12.195 12.195 indexering subsidies 2012 400.000 400.000 400.000 400.000 Tarieven 2.350 42.272 56.902 58.902 Frictiebudget 670.952 671.243 0 0 2.176.976 2.641.453 2.298.740 2.300.740 Tabel 1 Overzicht opbouw bezuinigingen Onderdeel van de realisatie van de bezuinigingstaakstelling is om de subsidies in 2012 niet te indexeren. Wij stellen voor om de gehele begrotingsstelpost voor de indexering (loon en prijs) van de subsidies voor het jaar 2012 in te zetten om de taakstelling te realiseren. Hiermee blijven de stelposten voor de jaren 2013 t/m 2015 uit de meerjarenbegroting in stand om in die betreffende jaren eventueel weer te kunnen overgaan tot indexering. Zoals beschreven in hoofdstuk 4.4 is de minimale opbrengst van de herijking huurtarieven die op dit moment realistisch is in te boeken, de verhoging van de huren van de kinderopvangstellingen. Wij gaan ervan uit dat op termijn een verhoging op alle huren van de gemeentelijke gebouwen met € 200.000,- haalbaar is. Frictiebudget Voor een aantal bezuinigingen op subsidies is een overgangstermijn voor de afbouw noodzakelijk. Ook de huurverhogingen kunnen door de doorlopende contracten niet direct gerealiseerd worden. Omdat de bezuinigingstaakstelling direct in 2012 voor het volledige bedrag is opgenomen is een frictiebudget noodzakelijk. Na 2013 worden onvoorziene effecten ten gevolge van de herijking subsidie- en accommodatiebeleid gedekt vanuit de 'Reservering risicobeheersing maatschappelijk domein'. Het (tijdelijke) frictiebudget zoals opgenomen in tabel 1 hierboven wordt gevormd uit de volgende middelen: 2012 2013 2014 2015 € € € € zwembaden (voordeel aanbesteding) 371.000 371.000 0 0 invoering WMO 100.000 100.000 0 0 peuterspeelzalen 200.000 200.000 0 0 671.000 671.000 0 0 Tabel 2 Overzicht opbouw frictiebudget Reservering risicobeheersing maatschappelijk domein De taakstelling voor de herijking van de subsidies en huurtarieven is volgens het Collegewerkprogramma 2010-2014 structureel € 1,8 miljoen. Wij stellen voor om het verschil tussen de nu aangenomen realisatie op de herijking en de taakstelling uit het CWP en de toekomstige hogere huuropbrengsten te storten in een nieuw te vormen bestemmingsreserve 'Transitie maatschappelijk domein". De stortingen zien er als volgt uit: 2012 2013 2014 2015 € € € € Resultaat herijking 2.176.976 2.641.453 2.298.740 2.300.740 Huurverhogingen PM PM PM PM Taakstelling CWP 1.800.000 1.800.000 1.800.000 1.800.000 Reservering 376.976 841.453 498.740 500.740 Tabel 3 Opbouw reserve transitie maatschappelijk domein De financiële gevolgen van de gehele operatie van de herijking van de subsidies en huurtarieven zullen verwerkt worden in een aparte begrotingswijziging die tegelijkertijd met de concept Meerjarenbegroting 2012-2015 ter vaststelling aan de gemeenteraad zal worden voorgelegd op 10 november
- Risico's Het verstrekken van subsidies is een bevoegdheid, geen verplichting. Bestuursorganen zijn vrij om beleid te wijzigen en subsidierelaties te beëindigen. Voor zover het gaat om subsidies voor (in hoofdzaak) dezelfde voortdurende activiteiten die drie jaar of langer zijn verstrekt, geldt dat bij de beëindiging of wijziging een redelijke termijn in acht moet worden genomen. De redelijke termijn is bedoeld om een instelling in staat te stellen de gevolgen van de beëindiging te ondervangen en zijn verplichtingen jegens derden na te komen. De achterliggende gedachte is dat in geval van voortdurende activiteiten, een organisatie op poten is gezet en die bij een beëindiging of ingrijpende wijziging niet direct alle activiteiten en kosten stop kan zetten. Een redelijke termijn is dan nodig om verplichtingen jegens derden na te kunnen komen, zoals opzegtermijnen van huur- en arbeidscontracten. De redelijke termijn is niet bedoeld om een instelling overeind te houden. De omvang van de redelijke termijn hangt af van de omvang van de verplichtingen van de subsidieontvanger en de mate waarin de ontvanger afhankelijk is van de subsidie. Het maakt natuurlijk uit wanneer een instelling voor 100% of voor 20% wordt gesubsidieerd. Vooralsnog gaan wij er vanuit dat de voorgenomen bezuinigingen op de instellingen in drie jaar gerealiseerd kunnen worden. B: SPECIFIEK SUBSIDIEBELEID Algemene en financiële beleidsregels Algemene beleidsregels Alvorens op het specifieke subsidiebeleid In te gaan zullen een aantal algemene uitgangspunten rond de subsidieverstrekking vastgesteld moeten worden. aan regionaal, provinciaal of landelijk werkende instellingen wordt uitsluitend subsidie verstrekt naar rato van de ten behoeve van de inwoners van de gemeente Westland te ontwikkelen activiteiten. Hiermee wordt bereikt dat subsidiegelden ten bate van de gemeente Westland worden ingezet aan lokaal werkende instellingen wordt uitsluitend subsidie verstrekt indien en voor zover de meerderheid van de te ontwikkelen activiteiten plaatsvinden in de gemeente Westland, ten goede komen aan de Westlandse Samenleving, en de leden / deelnemers overwegend inwoners van de gemeente Westland zijn. subsidiabele kosten overhead: kosten die vallen onder de definitie overheadkosten worden gesubsidieerd voor zover zij niet meer dan 25% van de totale kosten uitmaken. Dit betekent dat in de praktijk gekeken moet worden in hoeverre het subsidiebedrag bestaat uit exploitatiekosten, accommodatiekosten of de kostprijs van de activiteit en welk percentage als overhead in rekening wordt gebracht. Het doel van deze bepaling is om zoveel mogelijk activiteiten te subsidiëren in plaats van de bedrijfsvoering; Indexering: in de beleidsregels wordt aangegeven wanneer voor bepaalde groepen subsidieontvangers bedragen niet worden geïndexeerd. Dit overeenkomstig het huidige beleid. Voor het overgrote deel van de subsidiebedragen neemt het college jaarlijks een besluit over het al dan niet indexeren van de subsidiebedragen. Voor het jaar 2012 wordt niet geïndexeerd; Sanctie bij te laat indienen van een aanvraag voor subsidievaststelling: organisaties die in 2011 een subsidie ontvangen van meer dan € 10.000,- zijn verplicht om na de afronding van de activiteiten een aanvraag tot subsidievaststelling (verantwoording) in te dienen voor 1 juni van het volgende jaar. In de praktijk verliep dit proces elk jaar stroef. Organisaties hebben immers het subsidiebedrag reeds ontvangen en uitgegeven voor de gesubsidieerde activiteiten. In het kader van de verantwoording en rechtmatigheid is het van belang om een besluit tot subsidievaststelling te nemen. Met deze bepaling is getracht om subsidieontvangers, op last van een vermindering van 5% van het subsidiebedrag, de aanvraag voor subsidievaststelling binnen de gestelde termijn in te dienen. Wanneer subsidieontvangers een onvolledige aanvraag indienen binnen de gestelde termijn moet de gemeente Westland de ontvangers de gelegenheid geven om de aanvraag aan te vullen binnen een redelijke termijn. Wanneer subsidieontvangers in het geheel geen aanvraag tot subsidievaststelling (verantwoording) indienen is een ambtshalve vaststelling van de subsidie op € 0,- in principe de enig mogelijke reactie. De besteding van de subsidie is immers in het geheel niet verantwoord. Ingevolge artikel 7 van de ASV Westland 2011 dient het college jaarlijks te besluiten over het al dan niet indexeren van de te verlenen subsidies. Om budgetaire redenen is er daarvoor in 2012 géén ruimte. Om dezelfde reden dienen in 2012 subsidieplafonds te worden ingesteld analoog aan de bedragen in deze nota teneinde financiële verrassingen als gevolg van onverwachte aanvragen te voorkomen. Concreet: Artikel 6.1.
- Begripsbepalingen In het kader van het subsidiebeleid wordt verstaan onder: de verordening: Algemene subsidieverordening Westland 2011; eigen vermogen: het vermogen van de subsidieaanvrager dat gevormd wordt door kapitaal, exploitatiesaldi, reserves en fondsen niet zijnde voorzieningen; Artikel 6.1.
- Experimenten en incidentele activiteiten Tot de subsidiabele activiteiten als bedoeld in artikel 2 van de verordening behoren in bijzondere omstandigheden experimentele en incidentele activiteiten, voor zover zij niet vallen onder de activiteiten genoemd elders in deze beleidsnota; Artikel 6.1.
- Subsidie-ontvanger Gelet op het bepaalde in artikel 15 onder b van de verordening kan aan regionaal, provinciaal of landelijk werkende instellingen uitsluitend een subsidie worden verstrekt naar rato van de direct ten behoeve van de ingezetenen van de gemeente Westland te ontwikkelen activiteiten en te maken kosten. Gelet op het bepaalde in artikel 15 onder b van de verordening wordt aan lokaal werkende instellingen uitsluitend een subsidie verstrekt indien de meerderheid van de te ontwikkelen activiteiten plaatsvinden in de gemeente Westland, ten goede komen aan de Westlandse Samenleving, en - in geval van verenigingen - de meerderheid van de leden inwoner van de gemeente Westland is. Artikel 6.1.
- Berekening hoogte subsidie De hoogte van het subsidiebedrag, als bedoeld in artikel 6 van de verordening wordt afhankelijk van de activiteit gebaseerd op een of meer van de volgende factoren: de met de activiteiten te behalen resultaten; exploitatiekosten van de subsidie-ontvanger; accommodatiekosten; aantal formatieplaatsen; aantal inwoners van de gemeente of van een kern binnen de gemeente; aantal leden van de subsidie-ontvanger; aantal plaatsen; kostprijs van de activiteit; aantal uren; het historisch gegroeide subsidiebedrag; aantal deelnemers aan de activiteiten; aantal doelgroepkinderen; Artikel 6.1.
- Subsidiabele kosten overhead Wanneer de hoogte van het subsidiebedrag wordt berekend of mede wordt berekend aan de hand van de exploitatiekosten, de accommodatiekosten of de kostprijs van de activiteit, zijn de kosten die behoren tot de overhead subsidiabel voor zover het de kosten van de directie, de leidinggevenden, de kosten voor facilitaire zaken en de huisvesting van de organisatie van de subsidieontvanger betreft. De huisvestingskosten die worden gemaakt ten behoeve van het uitvoeren van de activiteiten worden niet beschouwd als overhead maar worden toegerekend aan de activiteiten. De overhead kosten worden gesubsidieerd voor zover zij niet meer dan 25% van de totale kosten uitmaken. Artikel 6.1.
- Indexering Het college beslist jaarlijks of indexering van een subsidiebedrag plaatsvindt. Wanneer subsidiebedragen worden geïndexeerd, gebeurt dit op basis van het consumentenprijsindexcijfer van het jaar voorafgaand aan het jaar van indiening van de aanvraag om subsidie. In afwijking van het tweede lid wordt de looncomponent van een activiteitensubsidie van € 70.000,- of meer, geïndexeerd op basis van de percentages zoals deze door de Vereniging van Nederlandse Gemeenten jaarlijks bekend worden gemaakt. Artikel 6.1.
- Sanctie bij te laat of onvolledig indienen aanvraag vaststelling Indien een subsidieontvanger niet voldoet aan de verplichting de aanvraag tot vaststelling van een subsidie van meer dan € 10.000,- of de daarbij behorende stukken voor een bepaalde datum in te dienen en hij op grond van artikel 4:5 Algemene wet bestuursrecht in de gelegenheid is gesteld de aanvraag of de daarbij behorende stukken alsnog in te dienen, wordt de subsidie wegens het niet naleven van de betreffende verplichting met 5% verlaagd ten opzichte van het bedrag waarop de subsidie anders zou zijn vastgesteld. Artikel 6.1.
- Indexering en subsidieplafonds Voor het jaar 2012 zal er géén indexering van de subsidiebedragen worden toegepast (Art. 7 ASV Westland 2011) en zullen subsidieplafonds worden ingesteld aan de hand van de in dit beleid vermelde bedragen. Financiële beleidsregel Reeds in het subsidiebeleid 2011 was ter uitwerking van het uitgangspunt om een financieel kader op te stellen met betrekking tot vermogensvorming bij subsidieontvangers de financiële beleidsregel opgenomen. Het doel is om excessieve vermogensvorming en daarmee onwenselijke inzet van gemeenschapsgeld te voorkomen. Het betreft de uitwerking van artikel 15 h van de ASV
- Van deze weigeringgrond wordt gebruik gemaakt, wanneer een subsidieaanvrager beschikt over meer eigen vermogen dan op grond van deze beleidsregel maximaal is toegestaan. Het artikel is alleen van toepassing op aanvragen om activiteiten- of investeringssubsidies. Voor de jaren 2012 en verder is besloten deze beleidsregel op drie punten te versoepelen. Ten eerste is de beleidsregel niet in de huidige gedaante van toepassing op instellingen die hun activiteiten in hoofdzaak buiten de gemeente Westland en in hoofdzaak niet ten behoeve van de inwoners van de gemeente Westland ontplooien. De praktijk leert dat deze instellingen het deel van hun vermogen dat is opgebouwd in het Westland niet afzonderlijk kunnen bepalen, terwijl het niet redelijk is om vanuit Westland ook het vermogen aan te spreken dat grotendeels buiten het Westland is opgebouwd. Dit laat echter onverlet dat onze gemeente er ook bij deze instellingen er op toeziet dat er geen nodeloos kapitaal gebonden wordt. Daarnaast heeft de praktijk geleerd dat het beschikken over personeel in loondienst de noodzaak met zich brengt om op de balans extra bestemmingsreserves op te voeren, bijvoorbeeld om in het volgende kalenderjaar reeds bestaande rechten op vakantietoeslag uit te kunnen betalen. Een reserve/reserves ter hoogte van 15% van de bruto loonsom in een kalenderjaar is voor het totaal van alle personele verplichtingen toereikend. Nadrukkelijk wordt opgemerkt dat de noodzaak tot reservering ontbreekt bij medewerkers die niet in loondienst zijn (o.a. dienstverlening via ZZP-constructie, via vrijwilligersvergoeding e.d.). Hun kosten maken geen deel uit van de bruto loonsom zoals hierboven omschreven. De onderwijsinstellingen voor primair, voortgezet en/of beroepsonderwijs hebben weliswaar vermogen, maar dit vermogen is op grond van de onderwijswetgeving grosso modo doelgebonden voor de rijksgefinancierde taken van het onderwijs, en daarmee wettelijk niet beschikbaar voor gemeentelijk gefinancierde (plus)taken. Het maximum toelaatbare eigen vermogen voor een subsidieaanvrager is: Gebouwen exploitant Geen gebouw in eigendom te exploiteren -boekwaarde van inventaris en onroerende zaken in eigen gebruik -boekwaarde van inventaris in eigen gebruik -bestemmingsreserves zoals hieronder genoemd onder art. 6.2.1., lid 3 en 4 -bestemmingsreserves zoals hieronder genoemd onder art. 6.2.1., lid 3 en 4 -egalisatiereserve van maximaal 25% van het totaal van het aangevraagde gemeentelijk subsidiebedrag en de overige begrote inkomsten --egalisatiereserve van maximaal 10% van het totaal van het aangevraagde gemeentelijk subsidiebedrag en de overige begrote inkomsten Met dit financiële kader kiest het college van B&W voor transparant beleid om excessieve vermogensvorming en onwenselijke inzet van gemeenschapsgeld te voorkomen. Om in te kunnen spelen op onvoorziene situaties in de praktijk zijn er een aantal bepalingen opgenomen waardoor het mogelijk wordt om als college flexibel om te gaan met deze beoordelingen. Zo heeft het college de mogelijkheid van de regel af te wijken (negende lid). Van deze mogelijkheid zal overigens terughoudend gebruik worden gemaakt. Ook kan het college bepalen dat de overtollige gelden mogen worden besteed aan extra activiteiten die passen binnen het subsidiebeleid (achtste lid) en is het mogelijk om de mindering over drie jaren te verspreiden en zo een geleidelijke overgang te creëren. Ook deze mogelijkheden zullen terughoudend worden gebruikt. Immers worden de maatschappelijke effecten met deze overtollige gelden bij voorkeur zo spoedig mogelijk gerealiseerd. Met betrekking tot de hoogte van de egalisatiereserve wordt een verschil aangebracht tussen subsidieontvanger met en zonder een te exploiteren gebouw in eigendom. De exploitatie van een eigen gebouw brengt immers hogere te egaliseren pieken en dalen in de lasten met zich mee. Concreet: Artikel 6.2.1 Maximaal eigen vermogen Een instelling die een activiteitensubsidie aanvraagt mag over een eigen vermogen beschikken dat bestaat uit: de boekwaarde van inventaris en onroerende zaken in eigen gebruik; en bestemmingsreserves ten behoeve van de zaken als genoemd in het derde en vierde lid; en een egalisatiereserve van maximaal 10% van het totaal van het aangevraagde gemeentelijk subsidiebedrag en de overige begrote inkomsten, of een egalisatiereserve van maximaal 25% van het totaal van het aangevraagde gemeentelijk subsidiebedrag en de overige begrote inkomsten in geval van een subsidie-aanvrager die een gebouw in eigendom exploiteert. Bij het bepalen van de hoogte van het eigen vermogen worden uitsluitend voorzieningen geaccepteerd die concrete, geïdentificeerde verplichtingen of risico's betreffen die hun oorsprong vinden in het verslagjaar of in een voorafgaand boekjaar of strekken tot een gelijkmatige verdeling van de kosten over de jaren en die aantoonbaar redelijk zijn gekwantificeerd. Voorzieningen voor normale bedrijfsrisico's zoals voornemens en plannen voor het verevenen van de resultaten worden beschouwd als eigen vermogen. Bij het bepalen van de hoogte van de bestemmingsreserves worden de volgende afschrijvingstermijnen gehanteerd: onroerende zaken : 40 jaar; automatisering : 5 jaar; inventaris : 15 jaar; muziekinstrumenten : 8 jaar; uniformen, kostuums e.d. : 15 jaar; rekwisieten : 15 jaar. Daarnaast is reservering mogelijk voor aantoonbare verplichtingen ten behoeve van medewerkers in loondienst, tot een bedrag van, maximaal, 15% van de bruto loonsom van deze medewerkers in loondienst, twee jaar voorafgaand aan het subsidiejaar (bijvoorbeeld: bruto loonsom 2010 is bepalend voor de vrij te laten reserve over 2012) Het in het eerste lid bepaalde geldt niet voor subsidie-ontvangers die een projectsubsidie ontvangen. Wanneer het eigen vermogen van een instelling groter is dan het maximaal toegestane bedrag als bedoeld in het eerste lid, wordt het verschil tussen beide bedragen in mindering gebracht op de aangevraagde subsidie. Het college kan bepalen dat de mindering wordt verspreid over maximaal drie jaar. Het college kan bepalen dat het bedrag van het eigen vermogen dat het maximum-bedrag als bedoeld in het eerste lid overstijgt, mag worden besteed aan extra activiteiten voor zover deze activiteiten passen binnen het beleid van de gemeente Westland. Het college kan afwijken van het bepaalde in het eerste tot en met het zesde lid, wanneer daarvoor aanleiding bestaat. Het bepaalde in dit artikel is niet van toepassing op binnen het Westland actieve onderwijsinstellingen voor primair, voortgezet en/of beroepsonderwijs. Dit artikel is niet van toepassing op regionaal, provinciaal of landelijk werkende instellingen. Ruimtelijke en Economische Ontwikkeling Subsidiebeleid m.b.t. toerisme & recreatie Stand van zaken Grondslag voor de subsidiëring van de VVV is de nota Toerisme Westland
- Er wordt thans een subsidie van € 43.000 verstrekt aan de VVV, waarvan € 40.000 structureel en € 3.000 voor projecten. De VVV Westland/Midden Delfland is een franchise-onderneming, die zorg draagt zorg informatie over recreatieve voorzieningen in Westland via een baliefunctie in de VVV-vestiging te Naaldwijk (tevens ANWB-vestiging), de VVV-website en de VVV-krant. Daarnaast faciliteert de VVV-projecten waar de gemeente incidenteel een bijdrage aan levert. Er werkt part-time een aantal medewerkers dat voor het deel VVV-dienstverlening betaald worden uit de gemeentesubsidie. Op grond van het collegewerkprogramma wordt een visie en uitvoeringsprogramma 'recreatie en toerisme' opgesteld welke volgens de planning in maart/april 2012 gereed zal zijn. Onderzoek loopt hoe in het kader van de gebiedsmarketing de promotiefunctie gericht op recreatie en toerisme het beste vorm gegeven kan worden. Gevolgen herijking: Op basis van de nota Toerisme Westland 2005 kunnen de activiteiten van de VVV tot het Westlands beleid gerekend worden. Echter omdat het beleid zich richt op ontspanning behoort het niet tot de speerpunten van beleid. De VVV richt zich namelijk vooral op recreatie en ontspanning. Op de activiteiten zijn bovendien de criteria van eigen verantwoordelijkheid en het profijtbeginsel van toepassing. Dit betekent dat de subsidie voor de VVV wordt beëindigd. VVV Criteria Gemeentelijk beleid? Nota Toerisme Westland Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Gericht op ontspanning Nee Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid VVV is een franchiseonderneming en heeft ook inkomsten uit andere bron dan subsidie. Nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Kosten v/d VVV kunnen doorbelast worden aan ondernemers en klanten/recreanten. Nee Inkomensbeleid Nee Sturingscriteria: De subsidie richt zich voornamelijk op de instandhouding van de VVV en is niet, zoals de sturingscriteria dwingend aanwijzen, activiteitengericht. Concreet: Artikel 7.1.
- VVV -De subsidie aan de VVV wordt beëindigd met inachtneming van een redelijke overgangstermijn van één jaar. (€ 43.000,-) Subsidiebeleid m.b.t. het varend corso Stand van zaken: De subsidiëring van de Stichting het Varend Corso past binnen de Greenportvisie en de speerpunten van beleid (gebiedsmarketing). Westland verstrekt een subsidie van € 25.000,- aan de stichting. Gevolgen herijking: De subsidiëring van het varend corso past binnen de Greenportvisie en Westlandpromotie. Voor de subsidie van de Stichting geldt bovendien dat het criterium van eigen verantwoordelijkheid voor het verwerven van inkomsten (bv. sponsoren in en rond de tuinbouwsector) van toepassing is. Dit is echter niet voor de volledige kosten van het evenement haalbaar. Het profijtbeginsel is niet van toepassing gelet op het openbare karakter van het corso. Criteria Gemeentelijk beleid? Greenportvisie en gebiedsmarketing Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Greenportvisie en gebiedsmarketing Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid De stichting kan via belangenorganisaties van de tuinbouw niet geheel in haar inkomsten voorzien Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel De kosten van het corso kunnen niet doorberekend worden aan de bezoekers Ja Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 7.2.
- Varend Corso -De subsidie voor de Stichting het Varend Corso wordt gehandhaafd. (€ 25.000,-) Subsidiebeleid m.b.t. verkeerseducatie (Westlands verkeers- en vervoersplan) Stand van zaken: Aan de subsidiëring van de verkeerseducatie ligt het rapport "permanente verkeerseducatie", als uitwerking van het Westlands Verkeers- en Vervoersplan ten grondslag. Het budget bedraagt op basis van het CWP € 30.000,- (incidenteel) waarvan € 15.000,- gericht is op speciale aandacht voor verkeersveiligheid rond scholen en sportparken en € 15.000,- op alcohol- en drugsvoorlichting in het kader van preventie en verkeersveiligheid in samenwerking met onderwijs. Het beoogde maatschappelijk effect is vermindering van het aantal verkeersdoden en –gewonden. Het betreft vooral co-financiering van projecten die grotendeels gesubsidieerd worden door Stadsgewest Haaglanden. Gevolgen herijking: De subsidie voor verkeerseducatie past binnen het Westlands beleid en is bovendien een speerpunt van beleid. De verkeerseducatie wordt vooral door de provincie bekostigd. Een bijdrage van de gemeente is noodzakelijke in het kader van de cofinancieringsconstructie. Het profijtbeginsel is niet van toepassing omdat toepassing van dit beginsel ertoe zal leiden dat de doelgroep niet bereikt wordt. Criteria Gemeentelijk beleid? Rapport permanente verkeerseducatie Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Beleidsspeerpunt CWP Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Cofinanciering met stadsgewest Haaglanden Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Het profijt ligt niet zozeer bij het individu maar bij de samenleving. Ja Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 7.3.
- verkeerseducatie (Westlands verkeers- en vervoersplan) -De projectsubsidie m.b.t. verkeerseducatie handhaven. (€ 30.000,-) 7.4 Gebiedsmarketing Stand van zaken: Gebiedsmarketing heeft als doel de lokale economie te versterken, door de beeldvorming over Westland te verbeteren. Enkele jaren geleden is geconstateerd dat het huidige imago van Westland kwalitatieve groeidoelstellingen in de weg staat. Dit geldt specifiek voor de beeldvorming bij de volgende doelgroepen: hoger opgeleiden, investeerders/beleidsmakers en politici, de media (als intermediair) en onze eigen inwoners (Westlandambassadeurs). In 2008 heeft het college van B&W, in samenwerking met het Westlandse bedrijfsleven, een start gemaakt met gebiedsmarketing. Per 1 juni 2011 is de Stichting Westland Marketing verzelfstandigd. De directeur van de Stichting wordt aangestuurd door een vijfkoppig bestuur, waarvan wethouder met het onderwerp gebiedsmarketing in de portefeuille voorzitter is. Sturing vindt plaats op output (taakstellingen) en kwartaalrapportages. Gevolgen herijking De activiteiten van de Stichting Westland Marketing vallen binnen de doelstellingen van Westlands beleid en gebiedsmarketing is bovendien speerpunt van beleid. Het beginsel van eigen verantwoordelijkheid is gedeeltelijk van toepassing: het bedrijfsleven draagt een gelijk bedrag als de gemeente bij aan de stichting. Het profijtbeginsel is niet van toepassing omdat de kosten van gebiedsmarketing niet kunnen worden doorbelast aan individuele ondernemers. Criteria Gemeentelijk beleid? Greenportvisie / CWP Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Beleidsspeerpunt CWP Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Het bedrijfsleven draagt financieel (en in natura) bij aan gebiedsmarketing. Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel De lokale economie zal profiteren van gebiedsmarketing, het profijt ligt uiteindelijk bij de samenleving, is echter niet te individualiseren Ja Inkomensbeleid Nee Sturingscriteria: -Na de opstartfase van de verzelfstandiging van de Stichting, gaat gewerkt worden aan een sturingsrelatie gericht op concrete en meetbare resultaten. In de verleningsbeschikking op te nemen subsidievoorwaarden bieden hiertoe de mogelijkheden. Concreet: -De subsidie voor gebiedsmarketing aan de Stichting Westland Marketing wordt gehandhaafd. (€ 400.000,-) Cultuur Met het cultuurbeleid wil Westland de ontwikkeling van inwoners stimuleren. Het college heeft zich ten doel gesteld extra aandacht te besteden aan het kunst- en cultuuraanbod, omdat dit in voorgaande jaren minder is gebeurd. Binnen cultuur kan onderscheid worden gemaakt tussen organisaties die werken met professionals en de organisaties die gevormd worden door vrijwilligers (voor toelichting zie 3.1.). Subsidiebeleid m.b.t. bibliotheekwerk Stand van zaken: Aan de subsidiëring van de bibliotheek ligt de kadernota 'Kunst en cultuur vanuit de kern" ten grondslag. De bibliotheek draagt bij aan de ontwikkeling van de inwoners van de gemeente Westland, waaronder het terugdringen van laaggeletterdheid. De bibliotheek speelt bij het realiseren van de doelstellingen gericht op de functie ontwikkeling een belangrijke rol: lezen, leren en informeren zijn de kerntaken. Gevolgen herijking: De subsidiëring van de bibliotheek past in het gemeentelijke beleid en draagt bij aan de speerpunten van beleid. Voor deze subsidie gelden de beginselen van eigen verantwoordelijkheid en het profijtbeginsel. De bibliotheek geeft invulling aan deze beginselen door een bedrag van +€ 600.000,- aan eigen inkomsten te verwerven (voornamelijk contributies, entree voor activiteiten en enkele fondsen). Instandhouding van een bibliotheek met het huidige voorzieningenniveau zonder subsidie is echter niet realistisch. De bibliotheek zou in dat geval aanvullend een bedrag van € 1.728.010,-moeten omslaan over de leden of op andere wijzen deze gelden moeten verwerven. Aangezien het behoud van de bibliotheek past binnen de beleidsdoelstellingen van de gemeente én er een noodzaak tot subsidiëring aanwezig is, blijft een subsidie beschikbaar. Criteria Gemeentelijk beleid? Kadernota Kunst en cultuur vanuit de kern Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Collegewerkprogramma: Inhaalslag cultuur Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid? Bibliotheek verwerft al € 600.000 eigen middelen. instandhouding zonder subsidie is niet realistisch Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel? Hoger eigen lidmaatschap is niet realistisch en zal leiden tot opzeggingen Ja Inkomensbeleid? Nee Sturingscriteria: De subsidie aan de bibliotheek is op dit moment onvoldoende activiteitengericht. De verwachting is bovendien dat er besparingsmogelijkheden zijn in de huisvesting (minder m2 en multifunctioneel gebruik). Wij zijn daarom van mening dat een heroriëntatie op het bibliotheekbeleid noodzakelijk is. Op basis van deze heroriëntatie wordt een taakstellende bezuiniging opgelegd, namelijk vanaf 2013 een structurele subsidievermindering van € 150.000,-. Concreet: Artikel 8.1.
- Bibliotheekwerk Het bibliotheekwerk in de gemeente Westland blijft subsidiabel (€ 1.728.010,-) en wordt om reden van efficiëncy uitgevoerd door één aanbieder: de Stichting Bibliotheek Westland; Er wordt nieuw beleid ontwikkeld als gevolg waarvan de subsidie vanaf 2013 explicieter wordt verstrekt voor activiteiten in plaats van de exploitatie van de bibliotheek. Het jaar 2012 geldt als overgangstermijn en vanaf 2013 zal in het kader van het nieuwe beleid structureel € 150.000,- minder subsidie aan de bibliotheek verleend worden dan in
- Subsidiebeleid m.b.t. amateurkunsten (koren, dans-, toneel- en muziekverenigingen e.d.) Stand van zaken: Een beleidsregel in de ASV is de huidige grondslag van de subsidiëring. De verschillende amateurkunst verenigingen hebben over het algemeen (een deel van) de eigen kern als voedingsgebied en bieden hun leden voornamelijk een aanbod aan gericht op ontspanning. Een uitzondering op dit laatste zijn de HaFaBra muzieklessen voor jongeren tot 21 jaar die worden aangeboden via de muziekverenigingen en erop gericht zijn erkende diploma's te behalen. Gevolgen herijking: De amateurkunsten vallen weliswaar binnen het gemeentelijke beleid maar de kadernota kunst en cultuur legt het accent bij de professionele instellingen waarmee een zakelijke inkooprelatie kan worden aangegaan. Bovendien is het subsidiëren van kunstbeoefening op amateurbasis vanwege het recreatieve karakter niet een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het beginsel van eigen verantwoordelijkheid is voor de verenigingen van toepassing. Zij dienen zelf in inkomsten te voorzien d.m.v. contributieheffing en dergelijke. In lijn hiermee is ook het profijtbeginsel van toepassing. Zie voor het vernieuwde beleid m.b.t. muziekopleidingen voor jongeren § 8.4A. Criteria Gemeentelijk beleid? Kadernota Kunst en Cultuur vanuit de kern stelt het op te richten CKW centraal Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Gericht op ontspanning dus geen gemeentelijke verantwoordelijkheid Nee Gericht op het Westland? Niet voor alle verenigingen gelijk Ja Nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Vereniging kan meer eigen inkomsten verwerven dmv contributie, sponsoring e.d. Nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Doel is grotendeels ontspanning van de eigen leden. Zij profiteren primair. Nee Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 8.2.
- amateurkunsten (koren, dans-, toneel- en muziekverenigingen) de subsidies voor koren, dans-, toneel- en muziekverenigingen worden beëindigd. (€ 211.371,-) (inclusief € 37.466,- opleiding HaFaBra, zie §8.4 A) de subsidie voor stichting Bach Westland en voor Jongerenkoren Westland wordt beëindigd. (€ 1.731,-) de subsidie voor het Comité Orgel- en Beiaardconcerten De Lier wordt beëindigd. (€ 2.400,-). Subsidiebeleid m.b.t. creatieve activiteiten en de volksuniversiteiten Stand van zaken: Aan de subsidiëring van de volksuniversiteiten liggen beleidsregels van de ASV ten grondslag. Subsidiëring van de creatieve centra vindt plaats zonder wettelijke grondslag en is historisch gegroeid. De subsidie voor de Stichting Nationale Zomerbloemententoonstelling is geheel op traditie gestoeld. De volksuniversiteiten (VU Westland en CCC De Spin) en creatieve centra ('t Atelier en De Hofdames) bieden creatieve activiteiten aan in Westland. De volksuniversiteiten verzorgen daarnaast ook taal- en elementair computeronderwijs aan, echter zonder voor erkende diploma's op te leiden. De Stichting Nationale Zomerbloemententoonstelling is een jaarlijkse expositie van bloemsierkunst. Gevolgen herijking: De subsidiëring van de volksuniversiteiten, creatieve centra en Zomerbloemententoonstelling heeft geen basis in het gemeentelijke beleid. De activiteiten richten zich op ontspanning en zijn daarmee geen speerpunten van beleid. Op het aanbod is het beginsel van eigen verantwoordelijkheid en het profijtbeginsel van toepassing. Criteria Gemeentelijk beleid? Nee Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Vrijetijdsbesteding/recreatief Nee Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Hogere opbrengsten te verwerven uit contributies / sponsoring Nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Hogere eigen bijdrage van deelnemers / bezoekers is mogelijk Nee Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 8.3.
- Creatieve activiteiten De activiteiten van de Volksuniversiteiten en Creatieve centra zijn niet meer subsidiabel. (€ 55.636,-) De activiteiten van de Stichting Nationale Zomerbloemententoonstelling zijn niet meer subsidiabel. (€ 1.066,-) Subsidiebeleid m.b.t. kunstzinnige vorming A: Muziek (Stichting Muziekschool Westland en de muzieklessen HaFaBra) Stand van zaken: De Stichting Muziekschool Westland en (een samenwerkingsverband van) Westlandse HaFaBra-muziekverenigingen bieden muzieklessen aan. De Stichting Muziekschool Westland heeft muziekdocenten in vaste dienst. De Westlandse muziekverenigingen laten de muzieklessen verzorgen door (grotendeels) dezelfde docenten, echter onder een ZZP-constructie. In de huidige situatie worden 86% van de middelen via de Stichting Muziekschool Westland ingezet. De overige 14% wordt versnipperd via 12 HaFaBra-muziekverenigingen ingezet. Gevolgen herijking: De muziekschool valt binnen het gemeentelijk beleid en is, als onderdeel van het CvdK, speerpunt van beleid. Voor het verwerven van inkomsten voor de activiteiten gericht op volwassenen (21+) geldt dat het profijtbeginsel en in lijn daarmee het beginsel van eigen verantwoordelijkheid van toepassing zijn. Op de activiteiten gericht op de ontwikkeling van jeugd (tot 21 jaar) en het faciliteren van de amateursector zijn deze beginselen echter niet van toepassing omdat dit ten koste zal gaan van de deelname en het bereik van deze activiteiten en de ontwikkeling van jeugd. Gunstige neveneffecten van bundeling van het muziekonderwijs bij de Stichting Muziekschool Westland zijn een betere rechtspositie voor de muziekdocenten, en opheffing van de administratieve lastendruk bij de Westlandse muziekverenigingen terwijl het muziekonderwijs voor de jeugd gelijktijdig in stand blijft. Criteria Gemeentelijk beleid? Kadernota Kunst en cultuur vanuit de kern Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? CWP: Inhaalslag cultuur Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Wordt onderdeel van het nieuw te ontwikkelen beleid voor CvdK Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Wordt onderdeel van het nieuw te ontwikkelen beleid voor CvdK Ja Inkomensbeleid Nee Sturingscriteria: Op termijn dient het muziekonderwijs samen te werken met de partners in het beoogde Centrum voor de Kunsten Westland. Daarnaast dient de muziekschool Westland op korte termijn een samenwerkingsverband aan te gaan met de muziekverenigingen voor het HAFABRA-muziekonderwijs. De subsidierelatie zal meer activiteitengericht vormgegeven worden. Concreet: Artikel 8.4.
- Muziek: Stichting Muziekschool Westland en de muzieklessen HaFaBra De subsidierelatie met Stichting Muziekschool Westland wordt voortgezet voor wat betreft jeugdaanbod en de faciliterende rol naar de amateursector. De Stichting Muziekschool Westland is om reden van efficiëncy de enige uitvoerder van het gesubsidieerde muziekonderwijs in de gemeente Westland; De subsidie voor het jeugdaanbod (tot 21 jaar) zal bestaan uit de middelen die daarvoor in het verleden reeds aan de muziekschool werden verleend, en uit de middelen die daarvoor in het verleden versnipperd aan de diverse Westlandse muziekverenigingen werden verleend. (€ 178.784,- + € 37.466,- HaFaBra-opleidingen jeugd). Het aanbod voor volwassen (vanaf 21 jaar) dat gericht is op cultuureducatie wordt niet meer gesubsidieerd. (€ 49.764,-) De Stichting Muziekschool wordt geacht samen te werken in het CKW en een platform te zijn voor de amateurinstellingen waarmee zij eveneens samenwerkt. Met de Stichting Muziekschool zullen prestatieafspraken worden gemaakt. B: Theater: (Stichting Dario Fo - nieuwe stijl -) Stand van zaken: Dario Fo, ondernemers in de kunst, verzorgt muziektheaterproducties op wisselende locaties in de regio en in het land. Een deel van deze activiteiten biedt Dario Fo commercieel aan. Omdat het organisatorisch onwenselijk is om de gesubsidieerde en commerciële activiteiten in één rechtspersoon aan te bieden, is Dario Fo voornemens deze relatie te ontvlechten. De stichting Dario Fo – nieuwe stijl – zal onafhankelijk van de gemeente Westland opereren en zich richten op landelijke financieringsbronnen voor landelijke community art projecten. Gevolgen herijking: In de Stichting Dario Fo – nieuwe stijl – worden commerciële en niet op het Westland gerichte activiteiten ondergebracht. Hiermee vallen de activiteiten niet binnen het gemeentelijk beleid en de gemeentelijke verantwoordelijkheid. Bovendien zijn het beginsel van eigen verantwoordelijkheid en het profijtbeginsel van toepassing. De Stichting Dario Fo – nieuwe stijl – komt dan ook niet voor subsidie in aanmerking. Criteria Gemeentelijk beleid? Nvt nee Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Dario Fo 'nieuwe stijl' is geen gemeentelijke verantwoordelijkheid meer nee Gericht op het Westland? Dario Fo opereert landelijk nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Dario Fo positioneert zichzelf als ondernemer op de markt en verwerft succesvol sponsors en projectsubsdies voor eenmalige landelijke activiteiten. nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Nvt voor Dario Fo nieuwe stijl, is immers landelijk opererend nee Inkomensbeleid Nvt Nee Sturingscriteria: De functies die in de kadernota 'Kunst en cultuur vanuit de kern' toegeschreven zijn aan Dario Fo –oude stijl- gaan naar Koperen Kees. Het streven is dat Koperen Kees onderdeel wordt van het Centrum voor de Kunsten Westland. Concreet: Artikel 8.4.2.Theater: Stichting Dario Fo – Nieuwe stijl -Dario Fo - Nieuwe stijl - komt niet in aanmerking voor subsidie. C: Theater: (Stichting Koperen Kees) Stand van zaken: De Stichting Koperen Kees verzorgt theaterlessen en Community Art projecten voor het Westland. Tot op heden maak Koperen Kees deel uit van Dario Fo. Deze relatie zal echter ontvlochten worden. Gevolgen herijking: De activiteiten van Koperen Kees passen in het Westlands beleid en dragen bij aan de speerpunten van beleid, namelijk: ontwikkeling jeugd (theaterlessen) en inhaalslag cultuur (community art). Gedeeltelijke subsidiëring is noodzakelijk vanwege de faciliterende rol die de organisatie moet gaan vervullen vanuit het Centrum voor de Kunsten richting de amateursector. Op de theaterlessen voor de groep 21- en de theatergroep buitengewoon (verstandelijk gehandicapten) is het profijtbeginsel niet van toepassing omdat dit zal leiden tot een lager bereik. Voor de theaterlessen gericht op de doelgroep 21+ is het profijtbeginsel wel van toepassing. Criteria Gemeentelijk beleid? Kadernota Kunst en cultuur vanuit de kern Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? CWP: Inhaalslag cultuur Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Wordt onderdeel van het nieuw te ontwikkelen beleid voor CvdK Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Wordt onderdeel van het nieuw te ontwikkelen beleid voor CvdK Ja Inkomensbeleid Nee Sturingscriteria: Op termijn dient Koperen Kees samen te werken met de partners in het beoogde CKW. Concreet: Artikel 8.4.3.Theater: Stichting Koperen Kees De subsidierelaties met Koperen Kees wordt voortgezet voor wat betreft het jeugdaanbod. De Stichting Koperen Kees is om reden van efficiëncy de enige uitvoerder van het gesubsidieerde theateronderwijs in de gemeente Westland. Voor Koperen Kees betekent dit overname van de subsidierelatie die thans met Dario Fo bestaat inzake de theaterlessen voor jeugd en jongeren (€ 158.433) Het aanbod voor volwassen (21+) dat gericht is op cultuureducatie wordt niet meer gesubsidieerd met uitzondering van die activiteiten die zich richten op de theatergroep buitengewoon (verstandelijk gehandicapten). (€11.993) Koperen Kees wordt geacht samen te werken in het CKW en een platform zijn voor de amateurinstellingen waarmee zij eveneens samenwerken. Subsidiebeleid m.b.t. Westlandse Media Stand van zaken: De gemeente Westland is op grond van de Mediawet verplicht één lokale omroep (de WOS) te bekostigen. Voor de periode tot 2014 heeft de gemeente deze verplichting tegenover de WOS afgekocht met een éénmalig bedrag dat afkomstig is uit de opbrengsten van de verkoop van de CAI Westland. Daarnaast zijn er inkomsten uit advertenties. Aan de subsidiëring van de stichting Video- en Journaalgroep 's-Gravenzande ligt geen specifiek Westlands beleid ten grondslag. De stichting maakt informatieve programma's die uitgezonden worden door de WOS. Gevolgen herijking: De toekomstige subsidiëring van de WOS (vanaf 2014) valt, gelet op de wettelijke verplichting, binnen het Westlands beleid en verantwoordelijkheid. De WOS geeft op dit moment al invulling aan de eigen verantwoordelijkheid door middel van het verwerven van inkomsten uit advertenties. Toepassing van het profijtbeginsel is praktisch gezien niet mogelijk. Dit betekent dat de toekomstige subsidie aan de WOS gehandhaafd wordt. De subsidie aan de Stichting Video- en Journaalgroep 's-Gravenzande wordt niet gedragen door deze wettelijke verplichting of Westlands beleid. Het is de eigen vrijheid en verantwoordelijkheid van de WOS om invulling te geven aan haar zendtijd, al dan niet onder inschakeling van de Stichting Video- en Journaalgroep. De subsidie aan de Stichting Video- en Journaalgroep wordt derhalve beëindigd. Westlandse Omroep Stichting (WOS) Criteria Gemeentelijk beleid? Wettelijke taak Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Wettelijke taak Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid De WOS voorziet gedeeltelijk in eigen inkomsten. Verhoging van deze inkomsten is niet realistisch. Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Het profijtbeginsel is niet van toepassing. Ja Inkomensbeleid Nee Video- en journaalgroep 's Gravenzande Criteria Gemeentelijk beleid? Geen beleid Nee Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Geen grondslag Nee Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid De VJG voorziet gedeeltelijk in eigen inkomsten. Echter niet bij dit product. Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Het profijtbeginsel is niet van toepassing. Ja Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 8.5.
- Westlandse Media De toekomstige subsidierelatie met de WOS wordt (vanaf 2014) gehandhaafd. (Indicatie: + € 50.651,- ,gebaseerd op € 1,30 per aansluiting: cijfers 2010) De subsidierelatie met de Stichting Video- en Journaalgroep 's-Gravenzande wordt beëindigd. (€ 23.080,-) Subsidiebeleid m.b.t. Westlands erfgoed Het beleid ten aanzien van Westlands erfgoed is beschreven in de kadernota cultuur. Doel van het beleid is het informeren van de inwoners van Westland over de eigen geschiedenis, cultuur en huidige ontwikkelingen past in het beleidskader van de gemeente. A: Historie Stand van zaken: Aan de subsidiëring van het Westlands Museum voor streek- en tuinbouwhistorie ligt de kadernota 'Kunst en cultuur vanuit de kern' ten grondslag. De stichting informeert Westlanders middels exposities over de geschiedenis van de streek en de tuinbouw. Het Historisch Archief is een gemeentelijke dienst. De gemeente is bij wet verplicht een historisch archief in stand te houden. De historische werkgroepen zijn gericht op het bevorderen van de kennis en interesse in de geschiedenis van de kern en omstreken. Het collegewerkprogramma zet in op het samenvoegen van het Historisch Archief Westland (gemeentelijke dienst met wettelijke taak) met het Westlands Museum voor streek- en tuinbouwhistorie op één locatie. Op dit moment loopt hiervoor een onderzoek waarin o.a. gekeken wordt welke functies naast het beheren en tonen van de erfgoedcollectie er nog meer ondergebracht kunnen worden. Gevolgen van de herijking: De subsidiëring van het Westlands Museum voor streek- en tuinbouwhistorie valt binnen het Westlands beleid en is bovendien speerpunt van beleid. Het in stand houden van een historisch archief is een wettelijke taak. De historische werkgroepen vallen echter niet binnen het gemeentelijk beleid en zijn bovendien geen speerpunt van beleid. Onderzocht zal worden of de historische werkgroepen kunnen aansluiten bij de nieuwe organisatie voor historisch erfgoed gericht op het realiseren van één "Westlands geheugen". Dit betekent dat de activiteiten van historische werkgroepen niet langer subsidiabel zijn. De nieuw te vormen Historisch erfgoed organisatie zal voor een deel invulling moeten geven aan het principe van eigen verantwoordelijkheid en ook zal het profijtbeginsel voor een deel worden toegepast. In stand houden van het museum zonder subsidie is echter niet realistisch. Stichting Museum voor Streek- en tuinbouwhistorie Westland (= Westlands Museum) Criteria Gemeentelijk beleid? Kadernota kunst en cultuur vanuit de kern en CWP Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? CWP: inhaalslag cultuur, samenvoeging met historisch archief is speerpunt CWP Nb. Archieftaak is een wettelijke taak. Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Instandhouding museum zonder subsidie is niet realistisch Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Ja Inkomensbeleid Nee Sturingscriteria: -De verschillende erfgoedinstellingen dienen in de toekomst samen te werken binnen de beoogde nieuwe samengevoegde organisatie Historische werkgroepen Criteria Gemeentelijk beleid? Primaat bij Westlands Museum nee Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Nee Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Historische werkgroep kan haar werkzaamheden voortzetten dmv samenwerking met het Westlands museum Nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Stop zetten subsidie leidt tot € 20 contributieverhoging per lid per jaar Nee Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 8.6.
- Erfgoed (Historie) De Stichting museum voor streek en tuinbouwhistorie Westland (Westlands Museum) blijft subsidiabel (€ 103.979,-) Onderzocht wordt of het Historisch Archief Westland verzelfstandigd kan worden en kan samengaan met het Westlands museum Overige musea, erfgoedinstellingen en historische werkgroepen komen niet voor subsidiëring in aanmerking maar dienen samen te werken met het Westlands Museum. De subsidie t.b.v. historische werkgroep Wateringen-Kwintsheul wordt beëindigd (€ 1.384,-) B: Monumenten Stand van zaken:Ten behoeve van de subsidiëring van gemeentelijke monumenten is de Monumentenverordening vastgesteld. De subsidies zijn bedoeld ter ondersteuning van de eigenaren van monumenten bij het onderhoud, waar hogere eisen aan worden gesteld dan aan het onderhoud van niet-monumentale gebouwen. In de meerjarenraming is naast het subsidiebedrag voor twee molens in Wateringen en 's-Gravenzande een bedrag van € 63.750,- per jaar voor monumenten opgenomen. In het verleden is het beschikbare budget van € 52.750,- nooit volledig benut. Gevolgen herijking: De subsidiëring van de monumenten valt binnen het gemeentelijk beleid en is volgens dit beleid een gemeentelijke verantwoordelijkheid. Op basis van de criterium financiële noodzaak (eigen verantwoordelijkheid) wordt het budget voor monumenten gehandhaafd op € 52.750,- en de verhoging van € 9.000,- ingeboekt als bezuiniging. Het profijtbeginsel is met de huidige subsidiesystematiek al van kracht. Monumenten Criteria Gemeentelijk beleid? Monumentenverordening Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Monumentenverordening Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid De eisen die de gemeente stelt aan het onderhoud aan monumenten leiden tot hogere kosten voor particulieren. Het beschikbare subsidiebedrag is tot op heden echter in geen jaar volledig benut Ja Nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Niet alleen de bewoner heeft profijt van een mooi monument maar ook de andere inwoners en bezoekers van de kern Ja Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 8.6.
- Erfgoed (Monumenten) -Het budget voor monumenten wordt gehandhaafd op het oude niveau van € 54.750,- en de verhoging van € 9.000,- ingeboekt als bezuiniging. Subsidiebeleid m.b.t. culturele raden Stand van zaken: Aan de subsidiëring van de culturele raden liggen thans beleidsregels van de ASV ten grondslag. De culturele raden organiseren culturele activiteiten voor de kern waar zij actief zijn. Gevolgen herijking:De activiteiten van de Culturele raden vallen niet binnen het gemeentelijk beleid. Bovendien richten de activiteiten zich op ontspanning waarmee het geen speerpunt van beleid is. Op de culturele raden is het beginsel van eigenverantwoordelijkheid en het profijtbeginsel van toepassing. Dit betekent dat de subsidie aan de Culturele Raden wordt beëindigd. Culturele raden Criteria Gemeentelijk beleid? Nee Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Gericht op ontspanning Nee Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Inkomsten kunnen verworven worden uit bv horeca, entree etc. nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Kosten van de culturele raad kunnen worden doorbelast in entreeprijzen Nee Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 8.7.
- Culturele Raden -De subsidiëring van de Culturele Raden wordt beëindigd (€ 6.696,-) Subsidiebeleid m.b.t. nationale feestdagen en dodenherdenking Vervallen. Concreet: Artikel 8.8.
- Nationale feestdagen en dodenherdenking Vervallen. Subsidiebeleid m.b.t. projectsubsidies cultuur Stand van zaken: Het budget projectsubsidies / incidenteel wordt ingezet voor innovatieve activiteiten en calamiteiten op het gebied van welzijn in algemene zin waarvoor ad hoc subsidieaanvragen worden ingediend. Gevolgen herijking: Om vernieuwende activiteiten op cultuurgebied een impuls te geven blijft het budget voor projectsubsidies beschikbaar. Projectsubsidies Cultuur Criteria Gemeentelijk beleid? Per aanvraag bezien Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Herijkingskader: bevorderen van nieuwe, innovatieve initiatieven die een (opstart)impuls nodig hebben Ja Gericht op het Westland? Per aanvraag bezien Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Per aanvraag bezien Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Per aanvraag bezien Ja Inkomensbeleid Per aanvraag bezien Nee Concreet: Artikel 8.9.
- Projectsubsidies voor Cultuur -Budgetten voor projectsubsidies Cultuur blijven gehandhaafd. (€ 23.115,-) Gezondheid Inwoners van Westland zijn op de eerste plaats zelf verantwoordelijk voor hun persoonlijke gezondheid. Op grond van de Wet Publieke Gezondheid is de publieke gezondheidszorg een gezamenlijke verantwoordelijkheid van rijk en gemeenten. De gemeente is voor een groot deel verantwoordelijk voor de uitvoering van de publieke gezondheidszorg. Zij zorgt voor de totstandkoming en de continuïteit van en de samenhang binnen de publieke gezondheidszorg en de afstemming ervan met de curatieve gezondheidszorg en de geneeskundige hulpverlening bij ongevallen en rampen. Westland voert dat uit door deelname aan de Gemeenschappelijke Regeling GGD Zuid-Holland West, de Veiligheidsregio Haaglanden en door bij te dragen aan de Stichting Jeugdgezondheidszorg Zuid-Holland West. De activiteiten op terrein van gezondheidspreventie en bevordering van gezond gedrag zijn onderdeel van het lokaal gezondheidsbeleid "Westland Gezond en Wel 2007-2011". Subsidiebeleid m.b.t. EHBO-Verenigingen Stand van zaken Aan de subsidiëring van de EHBO liggen beleidsregels van de ASV ten grondslag. Een aantal Westlandse E.H.B.O.-verenigingen ontvangen op basis hiervan jaarlijks een subsidie. De EHBO-verenigingen bieden tegen betaling hun diensten aan bij evenementen. Bijzonder is de strand-EHBO Molenslag. Deze stichting verzorgt de EHBO op het strand Molenslag. Anders dan de overige EHBO-organisaties (die hun kosten doorberekenen aan de organisatoren van de evenementen) beschikt de strand-EHBO niet over voldoende inkomsten. Zij maakt bovendien gebruik van containers waarvan beheer onderhoud en opslag door de gemeente wordt verzorgd. Op grond van de Wet op de veiligheidsregio's is de gemeente verantwoordelijk voor het strandtoezicht. De nieuwe Zwemwaterwet die waarschijnlijk in 2012 in werking treedt, stelt wellicht ook de verplichting zorg te dragen voor E.H.B.O. De leden van de Reddingsbrigade zijn ook aanwezig op het strand Molenslag en volgens het strandprotocol behoort het verlenen van EHBO tot hun taken. Gevolgen herijking: De EHBO-verenigingen vallen niet binnen het Westlands beleid en worden ook niet als een gemeentelijke verantwoordelijkheid gezien. Op grond van het beginsel van eigen verantwoordelijkheid moeten EHBO-verenigingen hun eigen inkomsten verwerven. Dit doen zij nu voor een deel door kosten in rekening te brengen bij organisaties van evenementen waar zij EHBO verzorgen contributieheffing kosten in rekening te brengen voor de opleidingen die de verenigingen verzorgen. Op de subsidie van de EHBO zijn daarom het beginsel van eigen verantwoordelijkheid en het profijtbeginsel van toepassing. Om die reden worden de subsidierelaties beëindigd. Voor de activiteiten van de strand-EHBO geldt bovendien dat hierin wordt voorzien door de reddingsbrigade. EHBO Criteria Gemeentelijk beleid? Nee Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Nee Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid EHBO verenigingen brengen nu een deel maar niet alle kosten in rekening bij de organisatoren van de evenementen. nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Kosten kunnen worden doorbelast aan leden en deelnemers Nee Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 9.1.
- EHBO De subsidies aan de EHBO-verenigingen en de strand-EHBO Molenslag worden beëindigd. (€ 10.200,-). Subsidiebeleid m.b.t. gezondheidsvoorlichting Stand van zaken: Voor gezondheidsvoorlichting is € 45.000,- per jaar beschikbaar (CWP). Hiervan worden initiatieven ontwikkeld of door middel van een bijdrage gesteund. Doel is te voorkomen dat kwetsbare groepen zich risicovol gedragen op het terrein van gezondheid. Hiervoor is gerichte voorlichting nodig over met name alcohol, drugs, roken, overgewicht, sociale weerbaarheid en depressie. Deze preventie is erop gericht erger te voorkomen. De activiteiten omtrent gezondheidsbeleid zijn opgenomen in het vigerende lokale gezondheidsbeleid en worden opgenomen in het beleidsplan Wmo 2012-
- Gevolgen herijking: Gezondheidsvoorlichting valt binnen het Westlands beleid en is speerpunt in het actuele Westlandse beleid. Bovendien richt het beleid zich op (potentiële) kwetsbare groepen. Het beginsel van eigen verantwoordelijkheid en het profijtbeginsel zijn niet van toepassing Gezondheidsvoorlichting: lokaal gezondheidsbeleid Criteria Gemeentelijk beleid? "Westland Gezond en Wel 2007-2011" Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Wettelijke taak Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Het vragen van een eigen bijdrage werkt drempelverhogend en dat is ongewenst gelet op het bereik van de doelgroep Ja Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 9.2.
- Gezondheidsvoorlichting 1.De projectsubsidies voor gezondheidsvoorlichting worden gehandhaafd (€ 45.000,-); Sport Met haar sportbeleid wil de gemeente sport voor iedere Westlander toegankelijk maken. Aan de subsidiëring van sport liggen de volgende beleidsnota's ten grondslag: de Kadernota sport (vastgesteld 2008) en Deelnota's sportbeleid 2010 - 2020 (vastgesteld januari 2010). Op het gebied van sport worden thans de volgende activiteiten gesubsidieerd: zwembaden, exploitatie van sporthallen, sportverenigingen, sportstimulering. Daarnaast worden sportverenigingen indirect gesubsidieerd zoals het tegen lage tarieven aanbieden van gemeentelijke accommodaties en sportvelden en het verrichten van, of bijdragen in, het onderhoud. Dit zijn geen subsidies in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar maken het voor sportverenigingen wel mogelijk om tegen lage kosten activiteiten uit te voeren. Subsidiebeleid m.b.t. de exploitatie van sporthallen Stand van zaken: De grondslag voor de subsidiëring van de sporthallen is vastgelegd in de Deelnota's sportbeleid 2010-
- In Westland ontvangen de volgende sporthallen een exploitatiesubsidie: VELO (1 sporthal), De Wielepet, Sosefhal, Vander Voort/Quintushal ( 1 sporthal), Jan van der Valkhal (Verburch) en De Pijl. Er zijn ook sporthallen die geen aanspraak kunnen maken op een subsidie. Hieronder lichten wij toe om welke sporthallen het gaat en welke overwegingen aan het niet toekennen van subsidie ten grondslag liggen. In de kadernota sport
(2008)is opgenomen dat de gemeente geen nieuwe sporthallen zal realiseren tenzij heroverweging aan de orde is binnen de context van woningbouw- of herstructureringsplannen. Dit omdat uit onderzoek in 2007 bleek dat er ruim voldoende sporthallen waren in Westland. Ontplooide nieuwe initiatieven (in casu de 2e sporthallen voor Quintus en VELO) kondendaarom geen aanspraak op een exploitatiesubsidie, hetgeen bij deze verenigingen ook bekend was in de aanloop naar de realisatie. Ook voor de sporthal in Maasdijk geldt dat de gemeente Naaldwijk in 1998 de noodzaak voor een sporthal in Maasdijk niet onderschreef. Uiteindelijk is de sporthal er toch gekomen met een eenmalige bijdrage van de gemeente. Daarbij is afgesproken dat geen aanspraak gemaakt kan worden op een exploitatiesubsidie. De Westlandhal in 's-Gravenzande is een gemeentelijke hal. De dubbele Vreeloohal in De Lier heeft onderdeel uitgemaakt van de aanbesteding van de zwembaden. Optisport exploiteert de hal in opdracht van de gemeente Westland. Daarnaast is als exploitant van een sportaccommodatie de afgelopen jaren subsidie verleend aan de Stichting Sport-Wat. Hieraan ligt géén beleid ten grondslag, er wordt voortgeborduurd op hetgeen in de voormalige gemeente Wateringen te doen gebruikelijk was. De stichting exploiteert geen sporthal, maar verhuurt accommodatie aan een schietclub en een tafeltennisvereniging. Gevolgen herijking: Voor de subsidiëring van de exploitatie van de sporthallen geldt dat er geen beleidsregels zijn die van toepassing zijn op alle sporthallen in Westland. Iedere hal heeft zijn eigen historisch gegroeide subsidieafspraken. Er is echter nader onderzoek nodig te bepalen hoe we op basis van het criterium van eigen verantwoordelijkheid kunnen komen tot uniforme exploitatiesubsidies voor de sporthallen die voor subsidie in aanmerking komen. Daarbij wordt rekening gehouden met de daaraan verbonden complexiteiten zoals bijvoorbeeld de mate van kapitaallasten, de invulling van beheertaken en de aanwezigheid van bewegingsonderwijs. Daarnaast willen wij de effecten van wijzigingen in de huurtarieven van de sporthallen goed in beeld krijgen om onaanvaardbare stapeling van lastenverzwaring voor de binnensportverenigingen te voorkomen. Exploitatie sporthallen Criteria Gemeentelijk beleid? Deelnota sport Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Deelnota sport voor wat betreft: VELO (1 sporthal), De Wielepet, Sosefhal, Vander Voort/Quintushal ( 1 sporthal), Jan van der Valkhal (Verburch) en De Pijl Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Sporthallen verwerven nu reeds zelf inkomsten. Er zijn geen alternatieve inkomstenbronnen Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Eerste analyse van de benchmark laat zien dat er maatschappelijk gangbare tarieven in rekening gebracht worden. Ja Inkomensbeleid Nee Sturingscriteria: -De subsidiëring van de verschillende hallen dient te worden geharmoniseerd. Concreet: Artikel 10.1.
- Exploitatie Sporthallen De sporthallen van VELO (1 sporthal), De Wielepet, Sosefhal, Vander Voort/Quintushal (1 sporthal), Jan van der Valkhal (Verburch) en De Pijl blijven overeenkomstig de vastgestelde beleidsregels geharmoniseerde subsidies ten behoeve van de sporthalexploitanten in het jaar 2012 in aanmerking komen voor een subsidie (totaal € 316.262,-) De exploitatiesubsidies van de genoemde sporthallen worden onderwerp van nader onderzoek in het kader van het nog uit te werken accommodatiebeleid in
- Deze aanpassing gaat in per
- De subsidie aan de Stichting Sport-Wat (€ 3.689,-) wordt beëindigd. Subsidiebeleid m.b.t. veld-, zaal-, en denksportverenigingen Stand van zaken: Aan de subsidiëring van sport liggen de Kadernota sport en de Deelnota's sportbeleid 2010 - 2020 ten grondslag. Voor de subsidiëring van de sportverenigingen geldt dat er geen beleidsregels zijn die van toepassing zijn op alle sportverenigingen in Westland. In de Kadernota sport en de deelnota's sportbeleid 2010-2020 is reeds vastgelegd dat de directe subsidierelaties met de sportverenigingen wordt beëindigd. Tegenover de aankondiging dat de subsidies worden afgeschaft staat in de deelnota subidie- en tarievenbeleid het voornemen dat compensatie voor binnensportverenigingen plaatsvindt middels huurverlaging. Gevolgen herijking: De activiteiten van de sportverenigingen vallen binnen het gemeentelijk beleid, maar worden niet als gemeentelijke verantwoordelijkheid gezien omdat het ontspanning betreft. Van de sportverenigingen wordt verwacht dat zij hun eigen inkomsten verwerven (beginsel van eigen verantwoordelijkheid) en toepassing van het profijtbeginsel leidt ertoe dat de deelnemers de activiteit zelf moeten bekostigen. Dit leidt ertoe dat de subsidierelaties met de sportverenigingen worden beëindigd en dat het voornemen om voor de binnensportverenigingen de huren te verlagen niet ten uitvoer zal worden gebracht vanwege gewijzigde omstandigheden. Sportverenigingen Criteria Gemeentelijk beleid? Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Gericht op ontspanning nee Gericht op het Westland? NB: Sommige verenigingen bedienen relatief veel niet-Westlanders Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Verenigingen kunnen inkomsten verwerven via contributie en/of kantine-inkomsten en sponsoring nee Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Verhoging contributie is mogelijk nee Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 10.2.
- Sportverenigingen -Alle directe subsidierelaties met de sportverenigingen worden beëindigd. (€ 130.054,-) Subsidiebeleid m.b.t. sportstimulering Stand van zaken: Naast de subsidies die verstrekt worden aan de sportverenigingen is er een budget voor sportstimulering voor sportactiviteiten ten behoeve van kwetsbare burgers (gehandicapten, ouderen). Gevolgen herijking: Het stimuleren van sportieve activiteiten voor kwetsbare burgers valt binnen Westlands beleid en wordt gezien als gemeentelijke verantwoordelijkheid. Het beginsel van eigen verantwoordelijkheid en het profijtbeginsel zijn niet van toepassing omdat het de meerkosten betreft om sporten voor mensen met bijvoorbeeld een beperking mogelijk te maken. Voor de toekenning en verdeling van de sportstimuleringsubsidie zullen beleidsregels opgesteld worden. Sportstimulering Criteria Gemeentelijk beleid? Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Gericht op kwetsbare burgers Ja Gericht op het Westland? Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Verenigingen hebben beperkt alternatieve inkomstenbronnen Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Sporten voor mensen met een beperking brengt extra kosten met zich mee Ja Inkomensbeleid Nee Concreet: Artikel 10.3.
- Sportstimulering Het budget van € 50.000,- voor sportstimulering blijft beschikbaar. Er worden nadere beleidsregels voor sportstimulering opgesteld. Subsidiebeleid m.b.t. projectsubsidies sport Stand van zaken: Het budget projectsubsidies / incidenteel wordt ingezet voor innovatieve activiteiten en calamiteiten op het gebied van sport in algemene zin waarvoor ad hoc subsidieaanvragen worden ingediend. In principe kan slecht eenmaal voor een activiteit een projectsubsidie aangevraagd worden. Gevolgen herijking: Om vernieuwende activiteiten op sportgebied een impuls te geven blijft een budget voor projectsubsidies beschikbaar. Projectsubsidies voor sport Criteria Gemeentelijk beleid? Per aanvraag bezien Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Herijkingskader: bevorderen van nieuwe, innovatieve initiatieven die een (opstart)impuls nodig hebben Ja Gericht op het Westland? Per aanvraag bezien Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Per aanvraag bezien Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Per aanvraag bezien Ja Inkomensbeleid Per aanvraag bezien Nee Concreet: Artikel 10.4.
- Projectsubsidies Sport -Het budget voor projectsubsidies sport blijft gehandhaafd. (€ 13.200,-) Zwembaden, Zwemlessen, Zwem- en Onderwatersport Algemene stand van zaken Binnen Westland zijn er vier gemeentelijke zwembaden: De Hoge Bomen, Maesemunde, Vreeloo en De Waterman. De zwembaden worden in opdracht van de gemeente geëxploiteerd door Optisport B.V. Daarnaast is er een particulier zwembad: De Boetzelaer. Op 28 juni 2007 heeft de gemeenteraad gekozen voor een zwembadscenario dat voorziet in sluiting van De Boetzelaer, De Hoge Bomen en de Waterman en de bouw van één nieuw zwembad. De gemeente draagt op verschillende manieren financieel bij aan het zwemmen in de gemeente Westland, te weten: exploitatie van de gemeentelijke zwembaden die is uitbesteed aan Optisport bv.; exploitatie van particulier zwembad De Boetzelaer; subsidiëring van twee zwemverenigingen en een onderwatersportvereniging; subsidiëring van het schoolzwemmen; subsidiëring van het schoolzwemvervoer Aandachtspunt is het effect van de communicerende vaten bij de subsidies voor het zwemwater. Via activiteiten wordt namelijk de exploitatie gesubsidieerd en via de exploitatie worden de activiteiten gesubsidieerd. Kortom: de gemeente zit gevangen in haar eigen subsidiesystematiek. Hieronder lichten wij dit kort toe. Het verlagen van de subsidie voor schoolzwemmen en/of de zwemverenigingen heeft negatieve gevolgen voor de zwembadexploitatie. Bij toename van het exploitatietekort zullen de zwembadexploitanten een hogere exploitatievergoeding vragen. Omgekeerd leidt verlaging van de exploitatiebijdrage aan Optisport tot hogere tarieven voor de zwemverenigingen en het schoolzwemmen, met als gevolg dat deze partijen bij de gemeente aankloppen om een hogere subsidie. Ad a. Exploitatie gemeentelijke zwembaden Op grond van de exploitatie- en huurovereenkomsten die op 1 januari 2010 zijn ingegaan worden aan Optisport ten behoeve van de 4 gemeentelijke zwembaden jaarlijks de volgende bedragen overgemaakt (prijspeil 2011). De overeenkomsten hebbeneen looptijd tot 1 januari
- Daarnaast is de gemeente verantwoordelijk voor groot onderhoud aan de zwembaden. Exploitatiesubsidie € 1.032.396,- Compensatie schoolzwemmen € 183.739,- Compensatie pensioenregeling € 16.908,- Onderhoud zwembaden gemiddeld per jaar € 271.996,- TOTAAL € 1.505.039,- Ad b. Exploitatie zwembad De Boetzelaer De Boetzelaer is een niet-gemeentelijk zwembad, dat gesubsidieerd wordt door de gemeente. De Boetzelaer is een meerjarige subsidie (met uitvoeringsovereenkomst) verleend tot en met
- Subsidie € 359.657,- compensatie schoolzwemmen € 75.330,- TOTAAL € 434.987,- Het voornemen is na 2012 een nieuwe meerjarige subsidie te verlenen voor de periode 2013 - 2015, waarna de subsidierelatie wordt beëindigd conform het raadsbesluit uit
- Vanaf 2013 heeft de Boetzelaer minder subsidie nodig als gevolg van een aantal efficiencymaatregelen. De Boetzelaer stelt echter voor om de subsidie op het huidige niveau te handhaven en het verschil in te zetten om de huidige exploitatie (inclusief toekomstige onderhoudsverplichtingen) te kunnen voortzetten. Het zwembad zou dan, naar mening van De Boetzelaer, nog 15 jaar open kunnen blijven. Ad c. Zwem- en onderwatersportverenigingen Zwemvereniging Westland Dijkglas ontvangt een subsidie van € 182.764,- per jaar voor zwem- en ondersteunende activiteiten. Zwemvereniging ZWVK/Waterman '81* ontvangt een subsidie van € 4.149,- per jaar voor het verzorgen van leszwemmen aan de jeugd. Onderwatersportvereniging Ascon ontvangt een subsidie van € 6.846,- voor duiklessen, snorkellessen en conditiezwemmen. 2010 Zwemvereniging Westland Dijkglas € 182.764,- ZWVK/Waterman ‘81* € 4.149,- Ascon € 6.846,- TOTAAL € 193.759,- * Zwemvereniging Wateringen-Kwintsheul/Waterman '81 maakt géén gebruik van de Westlandse zwembaden. De van onze gemeente ontvangen subsidie wordt ingezet voor de huur van zwembad De Schilp te Rijswijk. Ad d. Schoolzwemmen Het schoolzwemmen wordt bekostigd op basis van de 'Regeling nieuwe schoolzwemmen alsmede vangnetregeling'. De doelstelling is gericht op veiligheid: geen leerling verlaat het basisonderwijs zonder zwemdiploma A. Deze regeling is tot stand gekomen nadat eerst in 2006 het schoolzwemmen was afgeschaft. De overweging voor het afschaffen was indertijd dat de meeste kinderen in het reguliere onderwijs hun zwemdiploma al behaald hebben als het schoolzwemmen start. Subsidiëring van het schoolzwemmen van alle leerlingen in het basisonderwijs vanuit veiligheidsoogpunt was niet langer zinvol. De vermindering van het aantal uren bewegingsonderwijs door het afschaffen van het zwemonderwijs werd gecompenseerd met de regeling bewegingsonderwijs. De afschaffing van het schoolzwemmen leidde echter tot leegstand van de zwembaden waarvoor de gemeente een compensatiebedrag diende te betalen op grond van de exploitatieovereenkomsten met de zwembaden. Voor dit compensatiebedrag wordt nu (door de zwembaden) voor een deel van de schoolbesturen het schoolzwemmen voor de leerlingen van groep 6 georganiseerd. In de regeling wordt eveneens voorzien in het bekostigen van het zwemvervoer. De leerlingen op de scholen die meer dan één kilometer van het zwembad verwijderd liggen, worden op kosten van de gemeente vervoerd naar het zwembad. M.b.t. het innen van een ouderbijdrage voor het vervoer waren de schoolbesturen destijds van mening dat basisonderwijs gratis moet zijn en vanuit die gedachte wilden zij geen ouderbijdragen heffen. Ouders kunnen namelijk niet kiezen of ze hun kind wel of willen laten zwemmen omdat het zwemmen onderdeel uitmaakt van het lesprogramma. De kosten van vervoer bedragen ca. € 34.000,- per jaar. Er nemen 466 leerlingen deel (excl. Herman Broerenschool). Dit is (afgerond) € 73,- per leerling. Het schoolzwemmen door kinderen van de Herman Broerenschool wordt gesubsidieerd d.m.v. bekostiging van de huur van het zwembad en het vervoer. Het gaat respectievelijk om € 19.000,- en € 10.500,-. Schoolzwemvervoer basisonderwijs € 34.000,- Schoolzwemmen Herman Broerenschool € 19.000,- Schoolzwemvervoer Herman Broerenschool € 10.500,- TOTAAL € 63.500,- Subsidiebeleid m.b.t. de exploitatie van zwembaden Stand van zaken: Zie hierboven, paragraaf 11.
- Gevolgen herijking Gemeentelijke zwembaden Op basis van het raadsbesluit van 2007 zullen de zwembaden De Hoge Bomen en de Waterman gesloten worden. Tot die tijd is er een overeenkomst gesloten met Optisport B.V. Op de exploitatie van de zwembaden zijn de criteria van eigen verantwoordelijkheid en profijtbeginsel van toepassing. De zwembaden voorzien echter nu al voor een deel in deze eigen inkomsten door het heffen van entree of huurtarieven waarmee het profijtbeginsel wordt toegepast. Verhoging van deze inkomsten achten we niet reëel. Financiële consequenties van het raadsbesluit 2007 zijn nog niet inzichtelijk en nog niet verwerkt in het financiële overzicht. De Boetzelaer Op basis van het raadsbesluit van 2007 ontvangt De Boetzelaer na 2015 geen subsidie meer. De huidige overeenkomst loopt tot en met 2012, daarna zal, als gevolg van efficiencymaatregelen, een lagere subsidie verleend worden tot en met
- Naar verwachting bedraagt de subsidie in de periode 2013 tot en met 2015 circa € 290.000,- in plaats van € 359.000,-. Op basis van het raadsbesluit 2007 dient het zwembad na 2015 zelf rendabel te zijn of de deuren te sluiten. Accommodatiebeleid De zwembaden zijn accommodaties. Zoals elders in deze nota besproken, is ook het accommodatiebeleid aan herijking onderhevig. Om deze reden kan het in deze paragraaf besproken beleid in de toekomst nog bijgesteld worden in het kader van het accommodatiebeleid. Exploitatie zwembaden Criteria Gemeentelijk beleid? Collegewerkprogramma Ja Gemeentelijke verantwoordelijkheid? Ja Gericht op het Westland? Gebruik door niet-Westlanders hebben we niet in kaart en kunnen we moeilijk beïnvloeden Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op eigen verantwoordelijkheid Exploitatie van de zwembaden is niet mogelijk zonder subsidie Ja Is (gedeeltelijke) subsidie noodzakelijk gelet op het profijtbeginsel Hogere entreeprijzen zijn niet haalbaar Ja Inkomensbeleid Nee Sturingscriteria: -De exploitatie van de zwembaden wordt onderdeel van het te ontwikkelen accommodatiebeleid. De gemeente draagt nu voor circa € 1,5 miljoen direct bij in de exploitatie van de zwembaden en draagt daarnaast indirect bij aan de exploitatie via bekostiging schoolzwemvervoer en subsidiëring zwemverenigingen. Tevens is de gemeente verantwoordelijk voor het groot onderhoud aan de gemeentelijke zwembaden. Eerder is geconstateerd dat Westland in verhouding tot haar inwoners veel zwemwater heeft. Concreet: Artikel 11.2.
- Zwembaden Het contract met Optisport B.V. inzake de exploitatie van de gemeentelijke zwembaden wordt vooralsnog gecontinueerd tot en met 2016 (€ 1.049.304,-); De zwembaden De Hoge Bomen en De Waterman worden vooralsnog in stand gehouden; Zwembad de Boetzelaer ontvangt vooralsnog subsidie tot 2016 (€ 359.657,- vanaf 2013 zo mogelijk € 290.000,-); Beleid ten aanzien van instandhouding zwembaden wordt verder uitgewerkt in het op te stellen accommodatiebeleid. Subsidiebeleid m.b.t. schoolzwemmen Stand van zaken: Zie hierboven, paragraaf 11.
- Gevolgen herijkingHet schoolzwemmen heeft geen plaats in de kadernota's van gemeentelijk beleid zoals de Lokaal educatieve agenda. Wel is de 'Regeling nieuwe schoolzwemmen alsmede vangnetregeling' vastgesteld met als doel het behalen van het zwemdiploma A. Dit past binnen het speerpunt van beleid ontwikkeling van jeugd.