← Nederland

Erfgoedverordening 2011 gemeente Kampen (Kampen)

Erfgoedverordening 2011 gemeente KampenDe raad, gezien het voorstel van het college van 14 juni 2011 gelet op artikel 149 van de Gemeentewet, de artikelen 12, 15 en 38 van de Monumentenwet 1988 en de artikelen 2.1 en 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; besluit vast te stellen de Erfgoedverordening 2011 gemeente Kampen. Hoofdstuk1Algemeen Artikel1Begripsbepalingen Deze verordening verstaat onder: gemeentelijk monument: een overeenkomstig deze verordening als beschermd gemeentelijk monument aangewezen: zaak, die van algemeen belang is wegens zijn schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde; terrein dat van algemeen belang is wegens een daar aanwezige zaak bedoeld onder 1; gemeentelijke monumentenlijst: de lijst waarop zijn geregistreerd de overeenkomstig deze verordening als gemeentelijk monument aangewezen zaken of terreinen bedoeld in onderdeel a; beschermd monument: beschermd monument als bedoeld in artikel 1.1, eerste lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht; monumentencommissie: de commissie als bedoeld in artikel 2 van de Verordening op de Adviescommissie Omgevingskwaliteit gemeente Kampen 2024; monumentenraad: de door de gemeenteraad ingestelde raad met als taak burgemeester en wethouders op verzoek of uit eigen beweging te adviseren over de toepassing van de Monumentenwet 1988, deze verordening en het monumentenbeleid, met uitzondering van de advisering over aanvragen om vergunning op grond van de Monumentenwet 1988 en/of deze verordening; bouwhistorisch onderzoek: bouwhistorische opname volgends de Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek april 2009 stads- of dorpsgezicht: groepen van onroerende zaken die van algemeen belang zijn wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich één of meer monumenten bevinden. gemeentelijke Kaart van Archeologische Waarden: topografische kaart van het gemeentelijke grondgebied met een schaal van 1:10.000, waarop archeologische monumenten en archeologische verwachtingsgebieden zijn aangegeven, waarbij onderscheid wordt gemaakt in hoge, middelhoge, en lage trefkans; provinciale Archeologische Monumentenkaart: topografische kaart van (delen van) het provinciale grondgebied, waarop archeologische monumenten en archeologische gebieden zijn aangegeven; archeologisch verwachtingsgebied: gebied, aangegeven op de archeologische waardenkaart, waarvan is aangegeven dat in bepaalde mate archeologische vondsten of sporen te verwachten zijn; hoge verwachtingswaarde: grote kans op archeologische vondsten of informatie; middelmatige verwachtingswaarde: gemiddelde kans op archeologische vondsten of informatie; lage verwachtingswaarde: kleine kans op archeologische vondsten of informatie; plan van aanpak: plan dat weergeeft hoe een archeologische uitvoerder de vragen zoals omschreven in het programma van eisen denkt te gaan beantwoorden; programma van eisen: programma dat door het college wordt vastgesteld en waarmee kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek, gemeentelijke beleidsadvieskaart: kaart behorende bij de archeologische paragraaf van het bestemmingsplan, bevoegd gezag: bestuursorgaan als bedoeld in artikel 1.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Kampen; vergunning: een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Wabo: Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Hoofdstuk2Aanwijzing gemeentelijke monumenten Artikel2Het gebruik van het monument Bij de toepassing van deze verordening wordt rekening gehouden met het gebruik van het monument. Artikel3De aanwijzing tot gemeentelijk monument Het college kan, al dan niet op aanvraag van een belanghebbende, een monument aanwijzen als gemeentelijk monument. Voordat het college over de aanwijzing een besluit neemt, vraagt het college advies aan de monumentenraad en stellen zij degenen die als eigenaren in de kadastrale legger bekend staan in de gelegenheid hun zienswijze naar voren te brengen. In spoedeisende gevallen kan het vragen van het advies achterwege blijven. Burgemeester en wethouders kunnen ten behoeve van de aanwijzing van een monument als beschermd gemeentelijk monument bepalen dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. Voordat het college een monument met een religieuze bestemming dat uitsluitend of in overwegend deel wordt gebruikt voor de uitoefening van de eredienst, als gemeentelijk monument aanwijst, voert hij overleg met de eigenaar. De aanwijzing kan geen monument betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 3 van de Monumentenwet

  1. Artikel4Termijnen advies en aanwijzingsbesluit De monumentenraad adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van het college. Het college beslist binnen 8 weken na ontvangst van het advies van de monumentenraad, maar in ieder geval binnen 16 weken na de adviesaanvraag. Burgemeester en wethouders kunnen, indien daartoe naar hun oordeel gegronde redenen bestaan, de in het tweede lid bedoelde termijn met een redelijke termijn verlengen, mits zij de betrokkenen daarvan schriftelijk in kennis stellen binnen de in het tweede lid bedoelde termijn. Artikel5Mededeling aanwijzingsbesluit De aanwijzing als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt na het besluit van het college van burgemeester en wethouders medegedeeld aan degenen die als zakelijk gerechtigden in de kadastrale legger bekend staan. Artikel6Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Het college registreert het gemeentelijke monument op de gemeentelijke monumentenlijst. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van de aanwijzing, de kadastrale aanduiding en een beschrijving van het gemeentelijke monument. Artikel7Wijzigen van de aanwijzing Het college kan al dan niet op aanvraag van een belanghebbende de aanwijzing wijzigen. Artikel 3, tweede, derde en vierde lid, alsmede artikel 4 en 5 zijn van overeenkomstige toepassing op het wijzigingsbesluit. Indien de wijziging naar het oordeel van het college van ondergeschikte betekenis is, blijft overeenkomstige toepassing, als bedoeld in lid 2, achterwege. De inhoud en de datum van de wijziging worden op de gemeentelijke monumentenlijst aangetekend. Artikel8Intrekken van de aanwijzing Indien het college de aanwijzing intrekt, zijn artikel 3, tweede lid, en artikel 4 van overeenkomstige toepassing. De aanwijzing wordt geacht ingetrokken te zijn, indien toepassing wordt gegeven aan artikel 3 van de Monumentenwet 1988 De intrekking wordt op de gemeentelijke monumentenlijst geregistreerd. Hoofdstuk3Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken Artikel9Instandhoudingbepaling Het is verboden een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te beschadigen of te vernielen. Het is verboden zonder vergunning van het bevoegd gezag: een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, af te breken, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen; een gemeentelijk monument, als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1, te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een dusdanige wijze, dat het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. Het verbod en de vergunningplicht, als bedoeld in het tweede lid, gelden niet indien het college nadere regels stelt met betrekking tot de wijze waarop werkzaamheden dienen te worden uitgevoerd. Artikel10De schriftelijke aanvraag Een aanvraag als bedoeld in artikel 4.
  2. Besluit omgevingsrecht voor een vergunning als bedoeld in artikel 9 en de daarbij te overleggen gegevens en bescheiden worden in 4 voud ingediend. Artikel11Termijnen advies Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een gemeentelijk monument aan de monumentencommissie voor advies. Binnen 6 weken na de datum van verzending van het afschrift brengt de monumentencommissie schriftelijk advies uit aan het college. Artikel12Weigeringsgronden De vergunning kan slechts worden verleend indien het belang van de monumentenzorg zich daartegen niet verzet. Bij de beslissing houdt het bevoegd gezag rekening met het gebruik van het monument. Artikel13Intrekken van de vergunning De vergunning kan door het bevoegd gezag worden ingetrokken indien: blijkt dat de vergunning ten gevolge van een onjuiste of onvolledige opgave is verleend; de omstandigheden aan de kant van de vergunninghouder zich zodanig hebben gewijzigd, dat het belang van het monument zwaarder dient te wegen. Hoofdstuk4Beschermde monumenten Artikel14Vergunning voor beschermd monument Het bevoegd gezag zendt onmiddellijk een afschrift van de ontvankelijke aanvraag om vergunning voor een beschermd monument aan de monumentencommissie. De monumentencommissie adviseert schriftelijk over de aanvraag binnen zes weken na de datum van verzending van het afschrift. Hoofdstuk5Gemeentelijk stads- en dorpsgezicht Artikel15Aanwijzing stads- of dorpsgezicht Burgemeester en wethouders kunnen een stads- of dorpsgezicht aanwijzen als beschermd gemeentelijk stads- of dorpsgezicht. Voordat burgemeester en wethouders over de aanwijzing een besluit nemen, vragen zij advies aan de monumentenraad. In spoedeisende gevallen kan het vragen van dit advies achterwege blijven. De aanwijzing kan geen stads- of dorpsgezicht betreffen dat is aangewezen op grond van artikel 35 van de Monumentenwet
  3. Artikel16Termijnen aanwijzingsbesluit De monumentenraad adviseert schriftelijk binnen 8 weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en wethouders. Burgemeester en wethouders beslissen binnen 8 weken na ontvangst van het advies van de monumentenraad, maar in ieder geval binnen 16 weken na de adviesaanvraag. Burgemeester en wethouders kunnen, indien daartoe naar hun oordeel gegronde redenen bestaan, de in het tweede lid bedoelde termijn met een redelijke termijn verlengen, mits zij de betrokkenen daarvan schriftelijk in kennis stellen binnen de in het tweede lid bedoelde termijn. Artikel17Registratie stads- en dorpsgezicht Burgemeester en wethouders registreren de beschermde gemeentelijke stads- en dorpsgezichten op de gemeentelijke monumentenlijst. De gemeentelijke monumentenlijst bevat de plaatselijke aanduiding, de datum van aanwijzing, de gebiedsaanwijzing van het beschermde stads- of dorpsgezicht en een beschrijving van de daarin vervatte cultuurhistorische waarden. Artikel18Wijziging en intrekking aanwijzingsbesluit De artikelen 7 en 8 zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat aan artikel 8, derde lid wordt toegevoegd artikel 35 van de Monumentenwet
  4. Artikel19Vaststelling bestemmingsplan De gemeenteraad stelt, ter bescherming van een beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast als bedoeld in de Wet op de Ruimtelijke Ordening. Bij het besluit tot aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht bepalen burgemeester en wethouders in hoeverre geldende bestemmingsplannen als beschermd plan in de zin van het eerste lid kunnen worden aangemerkt. Alvorens burgemeester en wethouders de gemeenteraad ter zake een voorstel doen, wordt de monumentenraad gehoord. De monumentenraad adviseert schriftelijk binnen 12 weken na ontvangst van het verzoek van burgemeester en wethouders. Artikel20Verbodsbepaling vergunning In beschermde stads- of dorpsgezichten is het verboden een bouwwerk geheel of gedeeltelijk af te breken zonder of in afwijking van een vergunning van burgemeester en wethouders. Geen sloopvergunning is vereist voor het afbreken ingevolge een aanschrijving van burgemeester en Wethouders. Op het verlenen van een vergunning als bedoeld in het eerste lid zijn, totdat een beschermend bestemmingsplan onherroepelijk is geworden, de artikelen 10 tot en met 13 van deze verordening van overeenkomstige toepassing. Hoofdstuk6Instandhouding van archeologische terreinen Artikel21Instandhoudingbepaling Het is verboden om in een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 of een archeologisch verwachtingsgebied, bedoeld in artikel 1, onder h de bodem dieper dan 30 cm onder de oppervlakte te verstoren. Het verbod in lid 1 is niet van toepassing indien; het een verstoring betreft van een archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke Kaart van Archeologische Waarden, en waarbij die verstoring plaatsvindt: in een gebied met lage archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 10.000 m2, of; in een gebied met een middelmatige archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 5000 m2, of; in een gebied met hoge archeologische verwachtingswaarde en het te verstoren gebied kleiner is dan 2500 m
  5. in het geldend bestemmingsplan bepalingen zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. sprake is van een activiteit als bedoeld in artikel 2.12, eerste en tweede lid, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht en hierin voorschriften zijn opgenomen omtrent archeologische monumentenzorg. het college nadere regels stelt met betrekking tot de uitvoering van werkzaamheden die leiden tot een verstoring van een archeologisch monument of archeologisch verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke archeologische waardenkaart, de gemeentelijke beleidsadvieskaart of de provinciale Archeologische Monumentenkaart. een rapport is overgelegd waarin de archeologische waarde van het te verstoren terrein naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is vastgesteld en waaruit blijkt dat: het behoud van de archeologische waarden in voldoende mate kan worden geborgd; of de archeologische waarden door de verstoring niet onevenredig worden geschaad; of in het geheel geen archeologische waarden aanwezig zijn. het een verstoring van een archeologisch monument, bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2 met een oppervlakte kleiner dan 100 m2 betreft. Artikel22Opgravingen en begeleiding Indien binnen het grondgebied van de gemeente Kampen onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van artikel 1 sub h Monumentenwet 1988, dient, onverminderd de overige bepalingen van deze wet het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1 onder o, waarbij nadere regels worden gesteld ten aanzien van het onderzoek. de verstoorder, voorafgaande aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1 onder n van deze verordening ter goedkeuring aan het bevoegd gezag te overleggen. In de nadere regels neemt het college bepalingen op met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen. Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere regels voldoet, vraagt het bevoegd gezag advies aan een deskundige, zoals omschreven in de Wet op de Archeologische monumentenzorg. Artikel23Procedure De bepalingen uit artikel 10,11,12, en 13 zijn van overeenkomstige toepassing op de bepalingen uit artikel 21, tweede lid, onder e, en artikel 22, eerste lid, onder b. Hoofdstuk7Overige bepalingen Artikel24Tegemoetkoming in schade Indien en voor zover blijkt dat een belanghebbende schade lijdt of zal lijden, die redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoort te blijven, kent het bevoegd gezag hem op zijn aanvraag een naar billijkheid te bepalen tegemoetkoming toe, indien de schade in relatie staat tot: de weigering van het bevoegd gezag een vergunning als bedoeld in artikel 9 te verlenen; de voorschriften door het bevoegd gezag verbonden aan een vergunning als bedoeld in artikel 9; de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 9, derde lid; de door het college nader te stellen regels als bedoeld in artikel 21, tweede lid, onder d; een aanwijzing als bedoeld in artikel 22, tweede lid, tweede volzin. Artikel25Strafbepaling Degene, die handelt in strijd met het derde lid van artikel 9 en artikel 21 met uitzondering van het bepaalde in het tweede lid, onder e, van deze verordening, wordt gestraft met een geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van ten hoogste drie maanden. Artikel26Toezichthouders Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast: Met betrekking tot zakelijke monumenten als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 1; de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Met betrekking tot monumentale terreinen als bedoeld in artikel 1, onder a, sub 2; de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen Voorts zijn met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening belast de bij besluit van het college dan wel de burgemeester aan te wijzen personen. Hoofdstuk8Slotbepalingen Artikel27Intrekken oude regeling De Verordening "Monumentenverordening Kampen 2002", gemeente Kampen, datum 19 december 2002 wordt ingetrokken. Artikel28Overgangsrecht De op grond van de onder artikel 27 ingetrokken Monumentenverordening Kampen 2002 aangewezen en geregistreerde gemeentelijke monumenten, worden geacht aangewezen en geregistreerd te zijn overeenkomstig de bepalingen van deze verordening. Aanvragen om vergunning die zijn ingediend vóór de inwerkingtreding van deze verordening worden afgehandeld met inachtneming van de in artikel 27 ingetrokken verordening. Artikel29Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op de dag na bekendmaking in het gemeenteblad. Artikel30Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als Erfgoedverordening
  6. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 21 juli
  7. De voorzitter, De griffier, Bijlage behorende bij Erfgoedverordening REGISTER VAN GEMEENTELIJKE MONUMENTEN KAMPEN REGISTRATIE GEMEENTELIJKE MONUMENTENLIJST OP GROND VAN DE ERFGOEDVERORDENING KAMPEN MON. NR. STRAATNAAM NR. TOEV. KAD. NR. PLAATSNAAM TREFWOORD DATUM AANWIJZ. GM0001 Baan 1 B 2779 IJsselmuiden complex woningen 4-10-1988 GM0002 Baan 3 B 2778 IJsselmuiden complex woningen 4-10-1988 GM0003 Baan 5 B 2777 IJsselmuiden complex woningen 4-10-1988 GM0004 Baan 7 B 2809 IJsselmuiden complex woningen 4-10-1988 GM0005 Baan 9 B 2808 IJsselmuiden complex woningen 4-10-1988 GM0006 Bisschopswetering 90 I 617 Mastenbroek boerderij 4-10-1988 GM0007 Bisschopswetering 92 1 454 Mastenbroek boerderij 4-10-1988 GM0008 Blekerijweg 8 B 6600 IJsselmuiden tuinderswoning 4-10-1988 GM0009 Burg. v. Engelenweg 4 B 2759 IJsselmuiden herenhuis "Stadwijk" 4-10-1988 GM0010 Burg. v. Engelenweg 43 B 3349 IJsselmuiden rentenierswoning 4-10-1988 GM0011 Burg. v. Engelenweg 49 B 1804 IJsselmuiden woonhuis 4-10-1988 GM0012 Burg. v. Engelenweg 51 B 2236 IJsselmuiden woonhuis 4-10-1988 GM0013 Burg. v. Engelenweg 53 B 5782 IJsselmuiden woonhuis 4-10-1988 GM0014 Burg. v. Engelenweg 64 B 3114 IJsselmuiden herenhuis 4-10-1988 GM0015 Burg. v. Engelenweg 66 B 5587 IJsselmuiden herenhuis 4-10-1988 GM0016 Burg. v. Engelenweg 74 B 1802 IJsselmuiden rentenierswoning 4-10-1988 GM0017 Burg. v. Engelenweg 117 B 6328 IJsselmuiden woonhuis/bedrijf 4-10-1988 GM0018 Burg. v. Engelenweg 137 B 5791 IJsselmuiden RK. kerk 4-10-1988 GM0019 Burg. v. Engelenweg 137 B 5791 IJsselmuiden pastorie RK. Kerk 4-10-1988 GM0020 Burg. v. Engelenweg 139 B 3459 IJsselmuiden complex woningen 4-10-1988 GM0021 Burg. v. Engelenweg 141 B 3460 IJsselmuiden complex woningen 4-10-1988 GM0022 Burg. v. Engelenweg 143 B 3461 IJsselmuiden complex woningen 4-10-1988 GM0023 Dorpsweg 6 B 4907 IJsselmuiden villa "Meerburg" 4-10-1988 GM0024 Dorpsweg 15 L 871 wilsum pastorie 4-10-1988 GM0025 Dorpsweg 91 B 6892 IJsselmuiden boerderij 19-11- 1996 GM0026 Jules van Hasseltweg 4 F 155 Kamperveen boerderij 4-10-1988 GM0027 Hogeweg 39 G 162 Kamperveen boerderij 4-10-1988 GM0028 3e Ebbingestraat 49-50 F 17706 en F 18714 Kampen voorm. school 9-1-2024 GM0029 Kerkplein 18 H 603 Zalk kosterswoning 4-10-1988 GM0030 Oosterholtseweg 48 I 393 IJsselmuiden voorm. Melkhuisje 4-10-1988 GM0031 Wittensteinse allee 3 G 589 Kamperveen landhuis 4-10-1988 GM0032 Wittensteinse allee 5 G 302 Kamperveen boerderij 4-10-1988 GM0033 De Zande 44 F 277 Kamperveen boerderij 4-10-1988 GM0035 1e Ebbingestraat 31 F 8777 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0035 1e Ebbingestraat 32 F 8763 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0036 1e Ebbingestraat 37 en 37I F 16115 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0036 1e Ebbingestraat 38 en 38I F 16114 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0036 1e Ebbingestraat 39 en 39I F 16113 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0036 1e Ebbingestraat 40 F 16086 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0037 2e Ebbingestraat 6 F 9685 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0038 2e Ebbingestraat 7 F 15842 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0039 Apeldoornsestraat 1 N 874 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Apeldoornsestraat 3 N 875 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Apeldoornsestraat 5 N 876 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Apeldoornsestraat 7 N 877 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Apeldoornsestraat 9 N 878 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Apeldoornsestraat 11 N 879 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Apeldoornsestraat 13 N 880 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 J. van Arkelstraat 58 N 953 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 J. van Arkelstraat 60 N 954 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 J. van Arkelstraat 62 N 955 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 J. van Arkelstraat 64 N 956 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 J. van Arkelstraat 66 N 957 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 J. van Arkelstraat 68 N 958 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 J. van Arkelstraat 70 N 959 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 8 N 916 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 10 N 917 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 12 N 918 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 13 N 923 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 14 N 919 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 15 N 924 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 16 N 920 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 17 N 925 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 18 N 921 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 19 N 926 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 21 N 927 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Lehmkuhlstraat 23 N 928 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 1 N 889 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 3 N 890 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 5 N 891 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 7 N 892 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 9 N 893 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 11 N 894 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 13 N 895 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 15 N 896 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 17 N 897 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 19 N 906 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 21 N 907 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 23 N 908 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 25 N 909 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 27 N 910 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 29 N 911 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 31 N 912 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 33 N 913 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 35 N 914 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 37 N 941 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 39 N 942 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 41 N 943 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 43 N 944 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 45 N 945 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 47 N 946 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 49 N 947 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 51 N 948 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 53 N 949 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 55 N 950 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 57 N 951 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Noordtzijstraat 59 N 952 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 2 N 881 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 4 N 882 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 6 N 883 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 8 N 884 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 10 N 885 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 12 N 886 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 14 N 887 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 16 N 888 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 18 N 898 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 20 N 899 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 22 N 900 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 24 N 901 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 26 N 902 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 28 N 903 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 30 N 904 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 32 N 905 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 34 N 915 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 36 N 922 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 38 N 929 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 40 N 930 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 42 N 931 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 44 N 932 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 46 N 933 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 48 N 934 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 50 N 935 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 52 N 936 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 54 N 937 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 56 N 938 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 58 N 939 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0039 Van Hasseltstraat 60 N 940 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0040 Bisschopswetering 3 M 317 's- Heerenbroek woonhuis- smederij 9-11-2004 GM0041 Bisschopswetering 53 M 170 's- Heerenbroek woonhuis 9-11-2004 GM0042 Bisschopswetering 55 M 313 's- Heerenbroek vm. Zuivelfabriek 9-11-2004 GM0043 Botermarkt 1 F 15994 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0043 Botermarkt 1 A F 15994 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0044 Botermarkt 2 F 14234 Kampen woning-kantoor- tabaksmuseum 9-11-2004 GM0044 Botermarkt 3 F 14233 Kampen woning-kantoor- tabaksmuseum 9-11-2004 GM0044 Botermarkt 4 F 14232 Kampen woning-kantoor- tabaksmuseum 9-11-2004 GM0044 Botermarkt 5 F 14232 Kampen woning-kantoor- tabaksmuseum 9-11-2004 GM0045 Boven Nieuwstraat 35 F 14252 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0046 Boven Nieuwstraat 83 F 14247 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0047 Broederweg 11 F 13007 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0048 Broederweg 15 F 13005 Kampen theologische universiteit 9-11-2004 GM0048 Broederweg 17 F 13005 Kampen theologische universiteit 9-11-2004 GM0049 Broederweg 21 F 13003 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0050 Buiten Nieuwstraat 7 F 9360 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0051 Burg. Van Engelenweg 5 B 2605 IJsselmuiden woonhuis 9-11-2004 GM0052 Burg. Van Engelenweg 77 B 3538 IJsselmuiden woonhuis 9-11-2004 GM0052 Burg. Van Engelenweg 79 B 3539 IJsselmuiden woonhuis 9-11-2004 GM0053 Burg. Van Engelenweg 81 B 2205 IJsselmuiden woonhuis 9-11-2004 GM0054 Burg. Van Engelenweg 175 B 6400 IJsselmuiden kerk 9-11-2004 GM0054 Burg. Van Engelenweg 177 B 6400 IJsselmuiden kerk 9-11-2004 GM0055 Burg. van Vleutenstraat 18 H 532 Zalk kerk 9-11-2004 GM0056 Burgwal 22 F 9830 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0056 Burgwal 23 F 9829 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0057 Burgwal 24 F 9937 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0058 Burgwal 25 F 9936 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0059 Burgwal 26 F 8533 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0060 Burgwal 27 F 8532 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0061 Burgwal 28 F 8569 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0062 Burgwal 29 F 8546 Kampen kantoor 9-11-2004 GM0063 Burgwal 45 F 16867 Kampen verpleeghuis 9-11-2004 GM0064 Burgwal 59 F 16501 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0065 Burgwal 60 F 16501 Kampen kerk 9-11-2004 GM0066 Cellebroedersweg 15 F 8714 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0066 Cellebroedersweg 17 F 8713 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0066 Cellebroedersweg 19 F 8712 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0066 Cellebroedersweg 21 F 15648 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 2 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 4 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 6 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 8 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 10 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 12 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 14 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 16 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 18 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 20 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 22 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 24 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 26 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 28 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 30 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 32 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 34 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 36 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 38 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 40 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 42 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 44 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 46 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0067 Christinastraat 48 F 12024 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0068 De Chalmotweg 4 F 15 Kamperveen boerderij 9-11-2004 GM0069 De Wilgen 2 H 539 Zalk boerderij 9-11-2004 GM0070 De la Sablonierekade ong. F 16370 Kampen plantsoen 9-11-2004 GM0071 De la Sablonierekade ong. F 16852 Kampen oorgatsluis 9-11-2004 GM0072 Dorpsweg 31 L 84 wilsum boerderij 9-11-2004 GM0073 Emmastraat 2 F 11607 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0073 Emmastraat 4 F 11606 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0073 Emmastraat 6 F 11605 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0073 Emmastraat 8 F 11604 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0074 Emmastraat 18 F 11439 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0074 Wilhelminalaan 8 F 11440 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0074 Wilhelminalaan 10 F 11442 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0074 Wilhelminalaan 12 F 11443 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0074 Wilhelminalaan 14 F 11444 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0075 Flevoweg BY 72 P 1687 Kampen trafohuisje 9-11-2004 GM0076 Frieseweg BY 3, 5 S 284 Kampen Ganzesluis 9-11-2004 GM0077 Frieseweg 6 R 161 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0078 Gasthuisstraat 3 F 17413 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0078 Gasthuisstraat 5 F 17008 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0078 Gasthuisstraat 7 F 17009 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0079 Gasthuisstraat 4 F 9277 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0080 Gasthuisstraat 9 F 9359 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0081 Gasthuisstraat 10 F 9274 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0082 Geerstraat 3 F 2004 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0082 Geerstraat 5 F 2005 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0083 Geerstraat 19 F 15356 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0083 Geerstraat 19 I F 15357 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0084 Geerstraat 21 F 17254 A1 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0085 Geerstraat 39 F 12965 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0085 Geerstraat 39 A F 12964 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0086 Groenestraat 99 F 16255 Kampen drukkerij 9-11-2004 GM0087 Haatlanderdijk 29 I 1201 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0088 Herensmitsteeg 16 F 6114 Kampen woonhuizen 9-11-2004 GM0089 Herensmitsteeg 18 F 16346 Kampen woonhuizen 9-11-2004 GM0090 Herensmitsteeg 20 F 6124 Kampen woonhuizen 9-11-2004 GM0091 Heultjesweg 29 S 65 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0092 Heultjesweg 31 S 223 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0093 Hofstraat 63 F 15203 Kampen pakhuizen 9-11-2004 GM0093 Hofstraat 65 F 15202 Kampen pakhuizen 9-11-2004 GM0094 Hofstraat 78 F 14403 Kampen bedrijfspand 9-11-2004 GM0095 Kamperzeedijk 43 I 232 Grafhorst boerderij 9-11-2004 GM0096 Kardoezenweg 1 Q 77 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0097 Kerkplein 1 H 172 Zalk woonhuis-voorm ijzerhandel 9-11-2004 GM0098 Lyceumstraat 3 F 8924 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0099 Meeuwenplein 4 F 14066 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0100 Melmerweg 20 Q 115 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0101 Muntplein 1 F 13622 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0102 Muntplein 2 F 4488 Kampen woonhuizen 9-11-2004 GM0103 Muntplein 6 F 13352 Kampen theologische universiteit 9-11-2004 GM0104 Nesweg 13 T 200 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0104 Nesweg 15 T 200 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0105 Nesweg 21 T 117 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0106 Nesweg BY 21 U 150 Kampen veerbel 9-11-2004 GM0107 Noorderrandweg 4 S 250 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0108 Noordweg 2 F 15772 Kampen kantoorbebouw 9-11-2004 GM0108 Noordweg 4 F 15772 Kampen kantoorbebouw 9-11-2004 GM0109 Berklaan 2 F 18006 Kampen vm. directeurswoning-fabriek 9-11-2004 GM0109 Noordweg 7 F 17156 Kampen portierswoning 9-11-2004 GM0110 Oudedijk 2 U 134 Kampen gemaal 9-11-2004 GM0111 Oudestraat 6 F 13352 Kampen theologische universiteit 9-11-2004 GM0112 Oudestraat 20 F 9500 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0112 Oudestraat 22 F 9918 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0113 Oudestraat 24 F 9917 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0113 Oudestraat 26 F 16775 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0113 Oudestraat 28 F 6871 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0114 Oudestraat 38 F 11516 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0115 Breedesteeg 2 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0115 Breedesteeg 4 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0115 Breedesteeg 6 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0115 Breedesteeg 8 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0115 Breedesteeg 10 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0115 Breedesteeg 12 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0115 Breedesteeg 14 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0115 Breedesteeg 16 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0115 Breedesteeg 18 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0115 Oudestraat 45 F 16995 Kampen winkel- appartementen 9-11-2004 GM0116 Oudestraat 61 F 10821 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0117 Oudestraat 64 F 16066 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0118 Oudestraat 77 F 10813 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0119 Oudestraat 103 F 10792 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0120 Oudestraat 135 F 14382 Kampen bankgebouw 9-11-2004 GM0121 Oudestraat 137 F 17286 / Kampen vm. Postkantoor 9-11-2004 GM0122 Oudestraat 139 F 8801 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0123 Oudestraat 150 F 15558 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0124 Oudestraat 181 F 16129 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0125 Oudestraat 192 A F 17147 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0126 Van Heutszplein 1 F 12321 Kampen winkel-woonhuis 9-11-2004 GM0127 Oudestraat 201 F 12318 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0128 Oudestraat 244 F 16336 Kampen school 9-11-2004 GM0129 Schoolstraat 1 F 8568 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0129 Schoolstraat 3 F 8548 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0129 Schoolstraat 5 F 8547 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0130 Trekvaart 1 B 7090 IJsselmuiden complex woningen 9-11-2004 GM0130 Trekvaart 3 B 7091 IJsselmuiden complex woningen 9-11-2004 GM0130 Trekvaart 5 B 6380 IJsselmuiden complex woningen 9-11-2004 GM0130 Trekvaart 7 B 6381 IJsselmuiden complex woningen 9-11-2004 GM0130 Trekvaart 9 B 6382 IJsselmuiden complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 1 F 8790 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 2 F 8775 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 3 F 8789 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 4 F 16030 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 5 F 8788 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 6 F 11731 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 7 F 8787 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 8 F 16516 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 9 F 8786 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 10 F 16199 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 11 F 8785 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 12 F 8770 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 13 F 8784 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 14 F 8769 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 15 F 8783 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 16 F 8768 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 17 F 8782 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 18 F 16195 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 19 F 8781 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 20 F 16194 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 21 F 8780 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 22 F 8765 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 23 F 8779 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 24 F 16200 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0131 Valkstraat 25 F 8778 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0132 Vloeddijk 15 F 15140 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0133 Vloeddijk 25 F 14448 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0134 Voorstraat 24 F 17173 Kampen appartementen 9-11-2004 GM0135 Voorstraat 80 F 17385 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0136 Voorstraat 126 F 13102 Kampen pakhuis 9-11-2004 GM0137 Wilhelminalaan 1 F 11581 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0137 Wilhelminalaan 3 F 11580 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0137 Wilhelminalaan 5 F 11579 Kampen complex woningen 9-11-2004 GM0138 Wilhelminalaan 97 F 16270 Kampen kerk 9-11-2004 GM0139 IJsseldijk 12 N 1097 Kampen hoeca 9-11-2004 GM0140 IJsselkade 50 F 14382 Kampen bank 9-11-2004 GM0141 Marktgang 3 F 17035 A1, Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0141 IJsselkade 53 F 16308 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0141 IJsselkade 54 F 16308 Kampen woonhuis 9-11-2004 GM0142 Zuideinde west 2 G 271 Kamperveen boerderij 9-11-2004 GM0143 Zuideinde west 3 G 297 Kamperveen boerderij 9-11-2004 GM0144 Zuideinde west 12 G 259 Kamperveen kerk 9-11-2004 GM0145 Zuideinde west 16 G 256 Kamperveen boerderij 9-11-2004 GM0146 Zwartendijk 7 P 260 Kampen boerderij 9-11-2004 GM0147 Zwolseweg 56 K 203 's- Heerenbroek boerderij 9-11-2004 GM0148 Kerkstraat 1 A 802 Grafhorst vm. School 14-9-2010 GM0148 Voorstraat 27 A 801 Grafhorst vm. Raadhuis 14-9-2010 GM0149 Frieseweg BY 6 R 261 Kampen rivierkazemat 23-11- 2010 GM0150 Buiten Nieuwstraat 17 F 16179 Kampen woonhuis 14-2-2012 GM0151 Beltweg 27 I 1296 Kampen paardenstal 11-9-2012 GM0152 Buiten Nieuwstraat 85- 87 F 18233 Kampen School vm. Van Heutszkazerne Conceptfase vanaf 2014 GM0153 IJsselkade 48 KPN01F16587G000 Kampen Stadsherberg 15-11- 2021 GM0154 Oostzeestraat 30- 50 KPN01O641G000 Kampen Voormalige Hanzeschool 15-11- 2021 GM0155 Slagersplein 20- 22 KPN01F1807-18110 zie blad Kampen Voormalige Visrokerij 21-2-2022 GM0156 Sint Nicolaasdijk 153- 155 KPN01F18704G0000 en 18707G0000 Kampen woonhuis 22-3-2022 GM0157 Bovenbroeksweg 4 P 399 Kampen aula begraafplaats 9-1-2024 GM0158 Industrieweg 6 I 1335 Kampen fabriekshal 9-1-2024 GM0159 Vloeddijk 40-40-1 F 17033 Kampen telefooncentrale 9-1-2024 GM0160 Havenweg 3 en 5 F 18907 Kampen Woning-kantoor 1-10-2024 GM0161 Grafhorsterweg 30 A 527 Grafhorst Kerk 3-6-2025 GM0162 Hogeweg 49 G 701-702 Kamperveen Kerk 3-6-2025 Aantal GM 345 Aantal objecten 156 Toelichtingbehorende bij Erfgoedverordening B. Artikelsgewijze toelichtingHoofdstuk
  8. Algemeen Artikel
  9. Begripsbepalingen Sub a Bij de omschrijving van het begrip 'gemeentelijk monument' is, met uitzondering van de 50-jaar grens, aansluiting gezocht bij de omschrijving van een monument in de Monumentenwet
  10. De cultuurhistorische waarde is volgens de Memorie van Toelichting de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat is ontstaan en het gebruik dat de mens in de loop van de geschiedenis van dat bouwwerk of dat gebied heeft gemaakt. Dit is een zo ruime omschrijving dat het ook betrekking kan hebben op zaken en gebieden met een geschiedkundige en of bouwhistorische waarde. Het begrip ‘terreinen’, als bedoeld in sub 2 van artikel 1, dient ruim te worden uitgelegd. Hoofdzakelijk betreft het locaties waar archeologische waarden in de bodem (kunnen) zitten, maar daarnaast kan het bijvoorbeeld ook gaan om parken, tuinen en een perceel met een of meer bomen. Het is niet vereist dat op het terrein ook een bouwkundig monument voorkomt om over een gemeentelijk monument te kunnen spreken. Een 'zaak' is immers een veel ruimer begrip. Omdat de 50-jaargrens voor rijksmonumenten niet voor gemeentelijke monumenten is overgenomen, biedt de verordening ook de mogelijkheid om monumenten die (nog) niet op de rijksmonumentenlijst zijn geplaatst omdat ze ‘te jong zijn’, al op de gemeentelijke monumentenlijst te plaatsen. Uitgangspunt in deze verordening is dat onder het begrip ‘zaak’ alleen onroerende zaken worden verstaan. Immers, het effectueren van de bescherming vormt een probleem, aangezien roerende monumenten meestal eenvoudig kunnen worden verplaatst en daardoor ongemerkt over de gemeentegrens en daarmee buiten de werking van de verordening worden gebracht. Zaken die naar hun aard roerend zijn, zoals een kerkorgel, kunnen wel de beschermde status krijgen, op basis van de redengevende omschrijving. Sub b Dit betreft de lijst waarop de gemeente de overeenkomstig de verordening aangewezen monumenten registreert. Het plaatsen op de monumentenlijst heeft geen rechtsgevolg. Het betreft slechts een administratieve handeling. Voorafgaand aan de plaatsing op de lijst is het de aanwijzing tot gemeentelijk monument die rechtsgevolg beoogt. Het is inzichtelijker om de aanwijzing en de plaatsing op de lijst uit elkaar te trekken. Zie ook de toelichting op artikel 3, lid 1, en artikel
  11. Sub c Voor de begripsomschrijving van een 'beschermd monument' is aangesloten bij de begripsomschrijving uit de Wabo De Wabo zelf verwijst weer naar de Monumentenwet
  12. Deze wet omschrijft een beschermd monument als een onroerend monument die is ingeschreven in een ingevolge de Monumentenwet 1988 vastgesteld register. Op de vergunningverlening voor rijksmonumenten zijn de bepalingen uit de Wabo van toepassing. Sub d De gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit is een commissie die adviseert aan het bevoegd gezag. In deze commissie zijn op grond van de Omgevingswet (artikel 17.9, eerste lid, van de wet) ten minste twee leden deskundig op het gebied van de monumentenzorg. Deze commissie wordt in ieder geval betrokken bij de advisering over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een rijksmonumentenactiviteit en gemeentelijke monumentenactiviteit. In de verordening ‘Adviescommissie Omgevingskwaliteit gemeente Kampen 2024’ zijn de inschakeling, de samenstelling en taken van de commissie geregeld. De advisering over monumenten is geïntegreerd in de Adviescommissie Omgevingskwaliteit gemeente Kampen
  13. Sub e De monumentenraad heeft tot taak burgemeester en wethouders te adviseren over het algemene beleid op het gebied van monumentenzorg, de plaatsing van zaken op de gemeentelijke monumentenlijst, het gemeentelijke restauratie uitvoeringsprogramma enzovoort. Taken, samenstelling, benoeming enzovoort zijn geregeld in de regeling op de monumentenraad. Op 27 januari 2009 heeft het college van burgmeester en wethouders besloten in te stemmen met deze regeling. Sub p De gemeentelijke beleidsadvieskaart kan een praktische oplossing bieden in het geval dat nog geen Malta-proof bestemmingsplan is vastgesteld. In dat geval kunnen gebieden op een dergelijke beleidsadvieskaart worden opgenomen, indien blijkt dat daar op grond van gemeentelijk historisch onderzoek mogelijk archeologische sporen in de bodem kunnen worden aangetroffen. Sub q Zoals ook in de algemene toelichting is aangegeven is de hoofdregel dat burgemeester en wethouders van de gemeente waar het project zich in hoofdzaak afspeelt het bevoegd gezag is. Hoofdstuk
  14. Aanwijzing gemeentelijke monumenten Artikel
  15. Het gebruik van een monument Het betreft hier vooral de gebruiksmogelijkheden die de eigenaar/gebruiker zelf aan het object toekent. Deze gebruiksmogelijkheden slaan op de constructie en de ligging van het object, maar ook het feitelijke gebruik van het object zelf. Artikel
  16. De aanwijzing tot gemeentelijk monument Lid 1 De aanwijzing tot gemeentelijk monument en het plaatsen op de monumentenlijst zijn twee zaken met verschillend rechtsgevolg. De aanwijzing heeft rechtsgevolg, het daarna registreren op de gemeentelijke monumentenlijst is slechts een administratieve handeling. Het besluit tot aanwijzing is een discretionaire bevoegdheid van het college. Na afweging van alle betrokken belangen kan tot aanwijzing worden besloten. De afweging van de belangen van de rechthebbende ten opzichte van de te beschermen monumentale waarden moet uitdrukkelijk gemotiveerd in het besluit naar voren komen (de redengeving). De aanwijzing geeft geen recht op schadevergoeding. De aanwijzing verandert immers over het algemeen niets aan het bestaande gebruik van het monument. Een aanwijzing heeft echter wel gevolgen voor de mogelijkheden wat betreft het toekomstige gebruik van een monumentaal object. Immers, de monumentaal aangewezen onderdelen mogen slechts met een vergunning (zie art. 9, tweede lid) of slechts op grond van de nadere regels (zie art. 9, derde lid) worden gewijzigd. Het wijzigen van niet-monumentale onderdelen is alleen vergunningvrij wanneer ook geen omgevingsvergunning voor het bouwen is vereist. Om deze, weliswaar toekomstige, last voor de burger in te perken, dient bij de aanwijzing in de redengevende omschrijving zorgvuldig bekeken te worden wat wel en wat niet van het object tot monumentaal beschermingswaardig onderdeel wordt aangewezen en voor welk deel een vergunningplicht achterwege kan blijven. Lid 2 Het college moet het advies inwinnen van de monumentenraad als bedoeld onder artikel 1, sub e. De verordening bindt het advies niet aan bepaalde voorschriften over vorm en inhoud. Een regeling die de taak en werkwijze van de Monumentenraad bepaalt, is daarvoor de aangewezen plaats. In de verordening is geen bepaling opgenomen dat voordat het college over een aanwijzing een besluit neemt de aanvrager en andere belanghebbenden worden gehoord. Dit is namelijk al geregeld in (de artikelen 4:8 en 4:9 van) de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De verordening bevat geen voorschriften voor de bescherming van het monument gedurende de tijd dat de aanwijzingsprocedure loopt, zoals de Monumentenwet 1988 dat doet. De spoedprocedure kan in situaties die ernstige gevolgen voor het aan te wijzen monument hebben, bewerkstelligen dat binnen korte tijd de verbodsbepalingen van de verordening van toepassing zijn. Er moeten dan gegronde redenen aanwezig zijn om de spoedprocedure te kunnen gebruiken. Lid 3 Het bouwhistorisch onderzoek van een gebouw geeft meer inzicht in de aanwezige bouwhistorische waarden van een gebouw. In de Monumentenwet 1988 is geen bepaling over bouwhistorisch onderzoek opgenomen. Het laten verrichten van bouwhistorisch onderzoek behoort daarmee tot de beleidsvrijheid van de gemeente. Er is een tweetal momenten te onderscheiden wanneer een gemeente bouwhistorisch onderzoek kan vragen. Ten eerste bij een (aanvraag tot) aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument. De informatie over de bouwhistorische waarde van een gebouw kan van invloed zijn op de beslissing van burgemeester en wethouders om het pand al dan niet als beschermd gemeentelijk monument aan te wijzen en op de wijze waarop het pand in de registers wordt ingeschreven. Ten tweede bij aanvragen voor vergunning tot wijziging van een beschermd gemeentelijk monument. De bouwhistorische waarde die door een verbouwing of andere wijziging aangetast wordt is van invloed op de beslissing van burgemeester en wethouders. Alhoewel het er in beide gevallen om gaat om informatie te krijgen over de bouwhistorische waarde van een pand zijn de mogelijkheden om het bouwhistorisch onderzoek te kunnen uitvoeren verschillend. Dit vindt zijn oorzaak in wiens belang de aanvraag tot aanwijzing als gemeentelijk monument of de vergunningaanvraag wordt gedaan. Daarnaast is van belang of het al dan niet een woning betreft. Dit heeft te maken met de mogelijkheden om een gebouw als gemeente binnen te kunnen treden. Aanwijzing tot beschermd monument De aanvraag tot aanwijzing als beschermd gemeentelijk monument is in veel gevallen niet afkomstig van de eigenaar van het pand. Veelal dient een belangenvereniging voor monumenten een aanvraag tot aanwijzing in. In die gevallen dat een ander dan de eigenaar van een pand een aanvraag tot aanwijzing indient, dan wel de gemeente ambtshalve aanwijzingsvoorstellen doet, kan de gemeente de eigenaar niet verplichten bouwhistorisch onderzoek uit te voeren. Indien de eigenaar of gebruiker een aanvraag voor vergunning tot wijziging van het gebouw indient, kan de gemeente hieraan de voorwaarde verbinden dat bouwhistorisch onderzoek wordt verricht. In dat geval zullen (een deel van) de kosten van het bouwhistorisch onderzoek ten laste van de eigenaar kunnen worden gebracht, gezien het belang dat deze bij de vergunningverlening heeft (zie verder bij Vergunning tot wijziging van een beschermd monument). Om het bouwhistorisch onderzoek uit te voeren moet men het gebouw betreden. Voor het binnentreden is toestemming van de eigenaar nodig. Deze toestemming vormt naast de kosten van het onderzoek het tweede mogelijke knelpunt voor het bouwhistorisch onderzoek. Bij het binnentreden moet onderscheid worden gemaakt tussen woningen en gebouwen anders dan woningen. Het binnentreden van woningen is in verband met het huisvrederecht aan strengere voorwaarden gebonden dan het binnentreden van andere gebouwen. Op grond van de Algemene wet op het binnentreden kan de gemeente zich niet de toegang tot een woning verschaffen ten behoeve van het verrichten van bouwhistorisch onderzoek. Het binnentreden van een woning zonder toestemming van de bewoners is slechts toegestaan in die gevallen dat het binnentreden tot doel heeft het handhaven van de openbare orde of veiligheid of bescherming van het leven of de gezondheid van personen. Bouwhistorisch onderzoek heeft dit niet tot doel. Bij woningen is de gemeente dus afhankelijk van de bereidheid van de woningeigenaar om bouwhistorisch onderzoek uit te laten voeren. Argumenten die de gemeente kan gebruiken zijn het verkrijgen van zicht op de cultuurhistorische waarde van een gebouw en het feit dat mogelijk anders bij een wijzigingsvergunning bouwhistorisch onderzoek als voorwaarde kan worden gesteld. De situatie is anders in die gevallen dat het andere gebouwen dan woningen betreft. In de verordening is in artikel 25 opgenomen dat door het bevoegd gezag aangewezen personen in het kader van het toezicht op de naleving van de verordening ruimten binnen kunnen treden. Dit geldt ook voor het doen van bouwhistorisch onderzoek op grond van de verordening. Vergunning tot wijziging van een beschermd monument De gemeente kan voordat zij een besluit neemt over de vergunningverlening tot wijziging van een beschermd monument bepalen dat informatie over de bouwhistorische waarde van het gebouw nodig is. Het is niet noodzakelijk om het vragen van bouwhistorisch onderzoek in de verordening vast te leggen. De voorwaarden die de gemeente omtrent de afhandeling van aanvragen om een beschikking op grond van de Awb (artikel 4:5) stellen, bieden voldoende houvast. Argument hierbij is dat inzicht in de cultuurhistorische waarde van een gebouw bij de beoordeling van de aanvraag tot wijziging van een monument van belang is. De gemeente bepaalt dan dat (de uitkomst van) een bouwhistorisch onderzoek tot de noodzakelijke gegevens behoort om tot een beoordeling van de aanvraag te komen. Hierbij moet wel sprake zijn van evenredigheid. De gemeente kan de aanvrager bijvoorbeeld niet verplichten om voor het gehele pand bouwhistorisch onderzoek uit te voeren als slechts voor een deel van het pand een wijzigingsvergunning wordt aangevraagd. Daarnaast moet de gemeente bij het stellen van voorwaarden rekening houden met de kosten die met het bouwhistorisch onderzoek zijn gemoeid. Deze kosten moeten in redelijke verhouding tot de kosten van de verbouwing staan. Er zijn binnen het bouwhistorisch onderzoek verschillende gradaties aan te geven (mate van gedetailleerdheid). De Ministeriele Regeling Omgevingsrecht bepaalt wanneer een cultuurhistorisch onderzoek, waaronder een bouwhistorisch onderzoek, bij de aanvraag omgevingsvergunning door de gemeente gevraagd kan worden. Bij de verlening van de vergunning kan de gemeente in de vergunningvoorwaarden het doen van onderzoek en het verstrekken van documentatie tijdens de bouwwerkzaamheden regelen, net als het veilig stellen van de afkomende bouwhistorische elementen. Lid 4 Dit lid is nodig ondanks het bepaalde in artikel 4:8 Awb dat belanghebbenden zienswijzen naar voren kunnen brengen. Overleg is immers meer dan het naar voren kunnen brengen van zienswijzen. Lid 5 Monumenten die op grond van een aanwijzing door het Rijk of provincie al op een monumentenlijst zijn geplaatst, komen niet voor aanwijzing als gemeentelijk monument in aanmerking. Artikel
  17. Termijnen advies en aanwijzingsbesluit In dit artikel worden de termijnen genoemd waarbinnen de monumentenraad moet adviseren (lid 1) en het college een beslissing moet nemen (lid 2). Door de besluitvorming aan een termijn te binden, weten alle belanghebbenden waar ze aan toe zijn. In het kader van de vermindering van administratieve lasten dient goed nagedacht te worden over de specifieke invulling met betrekking tot de duur van de termijnen. Over het algemeen geldt hoe korter de termijnen zijn, des te minder zijn de administratieve lasten voor de burger. Het bepaalde in lid 2 heeft tot gevolg dat, wanneer de monumentenraad niet tijdig adviseert, het college de volgende keuze kan maken: zonder advies een beslissing nemen, of besluiten om een (te laat uitgebracht advies als bedoeld in het eerste lid) toch in hun overwegingen te betrekken. Als het college niet tijdig beslist, is op grond van de Awb sprake van een fictieve weigering. Ingevolge artikel 6:2 staat voor de aanvrager dan de mogelijkheid van bezwaar of administratief beroep open die ook tegen een reëel besluit open zou staan. Het artikel bevat geen bepalingen over bekendmaking van het besluit, omdat de Awb dat afdoende regelt (afdeling 3.6). Artikel
  18. Mededeling aanwijzingsbesluit De ontvangst van de (veelal aangetekende) mededeling (zijnde een afschrift van de inschrijving) van het college is voor alle aan het monumentale object verbonden zakelijk gerechtigden van essentieel belang. De kenbaarheid van de aanwijzing tot monumentaal object is ook te herleiden tot artikel 1, onder a, sub 1 juncto artikel 1, onder b, sub 6 van de Wet kenbaarheid publiekrechtelijke beperkingen onroerende zaken. Daarmee zijn de voorschriften uit deze wet ook van toepassing op een aanwijzingsbesluit als bedoeld in artikel 6 van deze verordening. Dit artikel regelt overigens niet specifiek dat de aanwijzing wordt bekendgemaakt aan de eigenaar en de aanvrager, omdat de Awb dat al bepaalt (afdeling 3.6). Indien artikel 4:8 Awb is toegepast (horen van geadresseerde en derdebelanghebbenden) dan dienen de betrokkenen op grond van het bepaalde in artikel 3:43 Awb eveneens een mededeling te ontvangen. Artikel
  19. Registratie op de gemeentelijke monumentenlijst Door aanwijzing als gemeentelijk monument is het gehele pand, inclusief het interieur, onder de werking van de verordening geplaatst. Andere zaken die zich op het perceel van het beschermde monument bevinden, zoals bijgebouwen, tuininrichting en bomen moeten expliciet worden aangegeven, willen zij onder de werking van de verordening vallen. Voor elke wijziging van het beschermde monument is dus een vergunning nodig. Voor de duidelijkheid, bijvoorbeeld in verband met kadastrale vernummering, kan ook een plattegrond worden aangehecht. De registratie van de aanwijzing is een administratieve handeling (en geen besluit). De bedoeling van de bij te houden monumentenlijst is om een ieder snel inzicht te geven in welke zaken als gemeentelijk monument zijn aangewezen en de redengeving daartoe. Wat betreft dit laatste aspect zij tevens verwezen naar de toelichting bij artikel 3, eerste lid (aanwijzing). Artikel
  20. Wijziging van de aanwijzing Op grond van dit artikel is het mogelijk om de aanwijzing van gemeentelijke monumenten te wijzigen (lid 1). Hiervoor geldt dezelfde voorbereidingsprocedure als voor de aanwijzing zelf (lid 2), tenzij de wijziging van ondergeschikte betekenis is (lid 3). Wijzigingen van de aanwijzing worden doorgevoerd op de gemeentelijke monumentenlijst (lid 4). Artikel
  21. Intrekken van de aanwijzing Dit artikel geeft de mogelijkheid om de aanwijzing van gemeentelijke monumenten in te trekken (lid 1). Voor intrekking van de aanwijzing is het advies van de monumentenraad nodig. Monumenten op de gemeentelijke monumentenlijst waarvan de aanwijzing is ingetrokken (omdat ze zijn gesloopt of anderszins volledig teloor gegaan), worden door het college van de monumentenlijst gehaald. Het kan zinvol zijn om voor een gebouw, waarvoor een aanvraag tot intrekking van de aanwijzing loopt een (uitvoerige) documentatie te eisen. Enerzijds kan deze voor een goede afweging van de aanvraag dienen, anderzijds wordt het gebouw voorafgaand aan de sloop voor de lokale geschiedenis gedocumenteerd. Hoofdstuk
  22. Instandhouding van gemeentelijke monumentale zaken Artikel
  23. Instandhoudingbepaling De verbodsbepaling in het eerste lid van artikel 9 vertoont gelijkenis met artikel 2.2, eerste lid, onder f van de Wabo waarbij het gaat om de beschermde monumenten uit de Monumentenwet
  24. In dit artikel gaat het alleen over gemeentelijke monumenten. Ten aanzien van de omgevingsvergunningaanvraag voor gemeentelijke monumenten is van belang dat het verkrijgen van gegevens en ontbrekende gegevens geregeld is in de Awb (artikel 4:2 respectievelijk 4:5 en 4:15). In het kader van de Wabo dient de gemeente een aanvraag langs elektronische weg mogelijk te maken. Een schriftelijke aanvraag wordt ingediend met behulp van een door de Minister van VROM vastgesteld formulier. De Mor voorziet in nadere regels met betrekking tot de indieningsvereisten voor de aanvragen voor een omgevingsvergunning. In paragraaf 5.2 van de Mor zijn specifieke indieningsvereisten opgenomen voor activiteiten met betrekking tot monumenten. De aard, de omvang en de locatie van de werkzaamheden bepalen welke indieningsvereisten gelden. Het bevoegd gezag heeft niet de mogelijkheid van deze indieningsvereisten af te wijken. In het kader van de vermindering van administratieve lasten voor burgers en bedrijven dienen de indieningsvereisten bij de vergunningaanvraag zo beperkt mogelijk gehouden te worden. Zo kan het overleggen van bouwtekeningen worden beperkt tot 1 exemplaar. In lid 3 van artikel 9 wordt de mogelijkheid geschapen voor het college om nadere regels te stellen die in de plaats kunnen worden gesteld van het verbod uit het eerste lid en de vergunningplicht uit het tweede lid. De Wabo ziet alleen op vergunningen en ontheffingen. Deze bepaling over het stellen van nadere regels valt daarom buiten de Wabo. Het college blijft hiervoor het bevoegde gezag. Het zal hierbij over het algemeen gaan om wijzigingen aan gemeentelijke monumenten die niet van ingrijpende aard zijn. Voornamelijk het reguliere onderhoud kan in vastomlijnde regels worden opgenomen, zodat burgers niet voor relatief eenvoudige wijzigingen (bijvoorbeeld met betrekking tot kleurstelling of het gebruik van identieke materialen) worden geconfronteerd met een vergunningprocedure. In deze nadere regels kunnen dan expliciet die situaties worden benoemd waarin de burger geen vergunning hoeft aan te vragen. Indien echter duidelijk is wat het toetsingskader is voor grote (niet-reguliere) wijzigingen aan een monument, kan ook dit toetsingskader in algemene regels worden opgenomen, zodat burgers nog minder met administratieve lasten worden geconfronteerd. In de nadere regels (uitvoeringsrichtlijnen of programma´s van eisen) kunnen de uitgangspunten, functionele toetsen en aanwijzingen in het kader van de monumentenzorg worden opgenomen. Hierbij dient de bouwkundige en monumentale kwaliteit (behoudtechnische optiek) voorop te staan. Voorts staat het voeren van (voor)overleg centraal bij dit artikel, zodat maatwerk kan worden geleverd. Praktisch gezien gaat een medewerker monumentenzorg van de gemeente, op locatie en gezamenlijk met de initiatiefnemer, onderzoeken welke aanpassingen mogelijk zijn aan de hand van de algemene regels, zodat de monumentale waarde van het object niet of zo min mogelijk wordt aangetast. Artikel
  25. De schriftelijke aanvraag Een aanvraag voor een omgevingsvergunning kan op grond van het Bor zowel digitaal als op papier worden ingediend. Een burger heeft de keuze tussen het digitaal dan wel schriftelijk aanvragen van de omgevingsvergunning. Voor ondernemingen en personen met een zelfstandig beroep geldt in beginsel geen keuzevrijheid, zij kunnen uitsluitend een aanvraag langs digitale weg indienen. aangezien een aantal, met name kleinere, bedrijven nog niet over de benodigde voorzieningen beschikken om een aanvraag digitaal in te dienen is in overleg met diverse brancheorganisaties besloten om de verplichting na verloop van twee jaren in werking te laten treden. Het Bor bepaalt dat in het kader van de vermindering van de administratieve lasten voor burgers en bedrijven het bevoegd gezag bij een schriftelijke aanvraag maar maximaal 4 exemplaren van de aanvraag en de daarbij behorende bescheiden mag opvragen. In bepaalde gevallen kan op grond van het derde lid van artikel 4.2 Bor hiervan worden afgeweken. Er moet dan sprake zijn van twee of meer adviezen of verklaringen van geen bedenkingen. Artikel
  26. Termijnen advies en vergunningverlening Op grond van artikel 3.7 Wabo is voor de voorbereiding van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 10 de reguliere voorbereidingsprocedure van toepassing. Het betreft hier een wijziging ten opzichte van de oude model Erfgoedverordening. Op basis hiervan was op de voorbereiding van deze vergunningaanvraag de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure uit de Awb van toepassing verklaard. Op grond van de Wabo is deze procedure niet meer nodig geacht voor de vergunning betreffende de gemeentelijke monumenten. Echter indien er meerdere activiteiten voor het project moeten worden uitgevoerd en voor één van de andere activiteiten de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure op grond van de Wabo gevolg moet worden dan wordt voor het hele project de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure gevolgd. Uitgangspunt van de Wabo is dat altijd maar één procedure geldt. Indien er sprake is van een samenloop van procedure geldt de zwaarste procedure (de uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure). Aangezien veelal de reguliere procedure gevolgd zal worden is ervoor gekozen om deze hieronder nader toe te lichten. De reguliere voorbereidingsprocedure komt tegemoet aan één van de doelen van de Wabo, namelijk het bevorderen van een snelle besluitvorming. De reguliere voorbereidingsprocedure sluit voor het overgrote deel aan bij titel 4.1 van de Awb. De procedure vangt aan met een verplichte ontvangstbevestiging van het indienen van een aanvraag. Het bevoegd gezag zendt de aanvrager nadat het de aanvraag heeft ontvangen een bericht waarin het vermeldt dat zij bevoegd gezag is, welke procedure zal worden doorlopen, de beslistermijn en de beschikbare rechtsmiddelen en indien de reguliere procedure wordt gevolgd vermeldt het bevoegd gezag tevens dat een beslissing van rechtswege is gegeven, indien niet tijdig op de aanvraag is beslist. Indien de verstrekte gegevens en bescheiden onvoldoende zijn voor de beoordeling van de aanvraag, stelt het bevoegd gezag de aanvrager in de gelegenheid de aanvraag binnen de door hem gestelde termijn aan te vullen. Het bevoegd gezag geeft van de aanvraag met vermelding van de ontvangstdatum kennis in een of meer dag, nieuws- of huis-aan-huisbladen of op een andere geschikte wijze. Het bevoegd gezag moet op grond van artikel 3.9 Wabo binnen 8 weken een beslissing op de aanvraag nemen. In deze periode moet het bevoegd orgaan eventuele belanghebbenden de mogelijkheid geven om zienswijzen in te brengen (artikel 4:8 Awb). Het bestuursorgaan kan bij verordening op grond van artikel 2.26, derde lid, Wabo ‘andere instanties’ aanwijzen die in de gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen. Hierbij kan onder meer gedacht worden aan de (gemeentelijke) monumentencommissie. Voor het uitbrengen van advies is geen termijn opgenomen. Van belang is dat de adviseur in de gelegenheid moet worden gesteld om advies uit te brengen. Het is echter aan de adviseur om te bepalen of hij van deze gelegenheid gebruik wil maken. Het uitbrengen van een advies staat het nemen van een besluit niet in de weg. Wordt het advies niet binnen de gestelde termijn gegeven dan kan het bevoegd gezag de procedure vervolgen. Het bevoegd gezag dient altijd de termijn van 8 weken in acht te nemen. De termijn van 8 weken kan met ten hoogste zes weken worden verlengd. Het bevoegde gezag dient hiervan op dezelfde manier mededeling te doen als van de kennisgeving van de aanvraag. Deze verlenging van 6 weken is voornamelijk bedoeld om de adviseur meer tijd te geven voor het uitbrengen van een advies. Op grond van artikel 3.6 Awb dient het bestuursorgaan zelf een termijn te stellen voor het uitbrengen van advies, indien dit niet reeds bij wettelijk voorschrift is bepaald. Deze termijn mag niet zodanig kort zijn, dat de adviseur zijn taak niet naar behoren kan vervullen. Gelet op de beslistermijn dient het uitbrengen van het advies door de monumentencommissie parallel te lopen aan de beoordeling van de aanvraag door het bevoegde gezag. Dit parallel lopen van het advies en de beoordeling gebeurt ook al in het kader van de verlening van de evenementenvergunning waarbij een advies van de brandweer is vereist. Het definitieve besluit wordt gepubliceerd en zes weken ter inzage gelegd waarbij het wordt opengesteld voor het indienen van bezwaar. Het besluit treedt in werking met ingang van de dag na haar bekendmaking en wordt opgeschort totdat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken. In lid 3 van artikel 3.9 van de Wabo is een positieve fatale beslistermijn opgenomen. Deze positieve fatale beslistermijn houdt in dat de overschrijding van de beslistermijn leidt tot een omgevingsvergunning van rechtswege. De omgevingsvergunning wordt conform de aanvraag verleend. Men spreekt ook wel van de fictieve vergunningverlening. De bepalingen uit paragraaf 4.1.3.3 van de Awb zijn van toepassing verklaard, met uitzondering van artikel 4:20b, derde lid en 4:20f. De van rechtswege verleende vergunning treedt in werking met ingang van de dag na de bekendmaking en wordt opgeschort totdat de termijn voor het indienen van een bezwaarschrift is verstreken of indien bezwaar is gemaakt, op dit bezwaar is beslist. Artikel
  27. Weigeringsgronden De omgevingsvergunning wordt geweigerd, indien er strijd is met één van de toetsingscriteria uit het bestaande toetsingskader. De afzonderlijke toetsingskaders zijn onder de Wabo namelijk blijven bestaan. In het kader van dit artikel moet worden afgewogen in hoeverre het belang van monumenten in het geding is. Inhoudelijk kan aangegeven worden dat het belang van de monumentenzorg zwaarder weegt dan andere belangen (bijvoorbeeld het economisch belang). De tekst van het artikel geeft namelijk aan dat het belang van de monumentenzorg zich niet tegen de vergunningverlening mag verzetten. Hierdoor wordt de monumentenzorg centraal gesteld. De vergunning moet op grond van dit artikel worden verleend in de gevallen dat het niet strijdig is met het belang van de monumentenzorg. Artikel
  28. Intrekken van de vergunning Dit artikellid bevat de mogelijke gronden om een vergunning in te trekken. De bepaling onder b heeft de volgende achtergrond: als de omstandigheden bij de vergunninghouder ten aanzien van het monument wijzigen, dan zou het zo kunnen zijn dat als er een nieuwe belangenafweging zou kunnen plaatsvinden, de belangen van het monument behoren voor te gaan. In dat geval moet het bevoegd gezag mogelijkheden hebben om de vergunning in te trekken. Hoofdstuk
  29. Beschermde monumenten Artikel
  30. Vergunning voor beschermd monument Lid 1 De procedure voor de afgifte door het bevoegd gezag van de vergunning voor beschermde monumenten staat in paragraaf 3.3 van de Wabo en afdeling 3.4 van de Awb. De uitgebreide openbare voorbereidingsprocedure is van toepassing. Hierin verschilt de omgevingsvergunning voor beschermde monumenten van de omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten. Voor een vergunning als bedoeld in artikel 10 dient namelijk de reguliere procedure gevolgd te worden. Door de inwerkingtreding van de Wabo vindt er geen wijziging in de voorbereidingsprocedure voor de omgevingsvergunning voor beschermde monumenten plaats. Door dit onderscheid in procedures is de beslistermijn voor beide omgevingsvergunningen niet gelijk. Dit heeft tot gevolg dat de adviestermijn voor beschermde monumenten ook langer zal zijn. Door de komst van de Wabo wordt de kring van belanghebbenden vergroot. Gedurende de termijn van terinzagelegging kan een ieder een zienswijze indienen. Voorheen konden alleen belanghebbenden zienswijzen indienen. De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, en buiten de bebouwde kom ook Gedeputeerde Staten (hierna: GS), moet binnen 8 weken (art. 6.4 Bor) na verzending van de adviesaanvraag adviseren. Het definitieve besluit moet binnen zes maanden na ontvangst van de aanvraag worden genomen. Op het definitieve besluit kan nog slechts door belanghebbenden beroep worden ingesteld. Overigens blijken provincies in de praktijk hieraan op verschillende wijzen invulling te geven. De voorgenomen beperking adviesplicht van de rijksdienst vanaf 2009 zal op bovenstaande van invloed zijn. Daarom wordt de verplichte advisering in het wetsvoorstel ‘Wijziging van de Monumentenwet 1988 in verband met onder meer beperking van de ministeriële adviesplicht bij aanvragen om een omgevingsvergunning voor monumenten’ los gelaten. Alleen wanneer er sprake is van reconstructie, sloop en herbestemming van een beschermd monument zal de adviesplicht van toepassing blijven. Ter compensatie van het wegvallen van het advies van de rijksdienst zullen alle gemeenten vanaf 2009 een monumentencommissie moeten hebben aangesteld, die onafhankelijk en deskundig is. Het overgangsartikel 64 in de Monumentenwet 1988, waarin de rijksdienst bij afwezigheid van een monumentencommissie in diens advisering trad, is ingetrokken. Indien het beschermd monument buiten de bebouwde kom ligt, is het college van B&W verplicht om een afschrift van de aanvraag aan GS te zenden. GS kunnen de adviesbevoegdheid vervolgens naar eigen inzicht invullen en al dan niet tot advisering overgaan, waarvoor men twee maanden de tijd heeft. Het is gewenst dat GS al op voorhand kenbaar maken in welke gevallen zij niet adviseren, zodat de beoogde tijdswinst ook daadwerkelijk kan worden gehaald. Lid 2 De Monumentenwet 1988 schrijft voor dat de monumentencommissie bij de aanvragen om een omgevingsvergunning voor beschermde monumenten wordt ingeschakeld. Hoofdstuk 5, Gemeentelijk stads- en dorpsgezicht Artikel
  31. Aanwijzing stads- of dorpsgezicht In de verordening zijn bepalingen opgenomen die de mogelijkheid bieden om groepen van onroerende zaken die van algemeen belang wegens hun schoonheid, hun onderlinge ruimtelijke of structurele samenhang dan wel hun wetenschappelijke of cultuurhistorische waarde en in welke groepen zich een of meer monumenten bevinden, aan te wijzen tot beschermd stads- of dorpsgezicht. Het aanwijzen van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht betreft over het algemeen een gemeentelijke voorbeschermingsstatus als, bijvoorbeeld, voorbereiding op een van rijkswege aan te wijzen stads- of dorpsgezicht. Verder kan de aanwijzing van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht een richting of signaal aangeven voor een ander beschermingsregime. Het opstellen van een beeldkwaliteitplan en bescherming middels het welstandsbeleid is van groot belang voor een goede bescherming van een gebied en verdient de voorkeur. Echter, voor gevallen waarin de aanwijzing van een gemeentelijk stads- of dorpsgezicht nodig mocht blijken, is de mogelijkheid hiertoe opgenomen in hoofdstuk 5 van deze verordening. Lid 1 In de verordening zijn de aanwijzing tot beschermd stadsgezicht en het opnemen in de monumentenlijst uit elkaar getrokken. De aanwijzing heeft rechtsgevolg, het daarna registreren op de gemeentelijke monumentenlijst is nu slechts een administratieve handeling. Het is inzichtelijker om de aanwijzing en de plaatsing op de lijst uit elkaar te halen. Het besluit tot aanwijzing is een discretionaire bevoegdheid van burgemeester en wethouders. Na afweging van alle betrokken belangen, waaronder die van de belanghebbende wijk- of dorpsvereniging, kan tot aanwijzing worden besloten. De afweging van de belangen van de rechthebbenden ten opzichte van de te beschermen onroerende zaken moeten uitdrukkelijk gemotiveerd in het besluit naar voren komen (de redengeving). Lid 2 Burgemeester en wethouders moeten het advies inwinnen van de monumentenraad. De verordening bindt het advies niet aan bepaalde voorschriften over vorm en inhoud. De verordening die de taak en werkwijze van de monumentenraad regelt is daarvoor de aangewezen plaats. De aanwijzing van een beschermd stads- of dorpsgezicht heeft altijd betrekking op een gebied. De monumentale waarden in het gebied worden door middel van een bestemmingsplan beschermd. Er wordt een ander planologisch beleid gevoerd dan in niet stads- of dorpsgezichten. De verordening bevat geen voorschriften voor de bescherming van het gebied gedurende de tijd dat de aanwijzingsperiode loopt. De spoedprocedure kan in situaties die ernstige gevolgen voor het aan te wijzen gebied hebben, bewerkstelligen dat binnen korte tijd de verordening van toepassing is. Er moeten dan gegronde redenen aanwezig zijn om de spoedprocedure te kunnen gebruiken. Lid 3 Gebieden die al van rijkswege zijn aangewezen tot beschermd stads- of dorpsgezicht, komen niet in aanmerking voor aanwijzing tot beschermd stads- of dorpsgezicht. Artikel
  32. Termijnen aanwijzingsbesluit In dit artikel worden de termijnen genoemd waarbinnen de monumentenraad moet adviseren en burgemeester en wethouders een beslissing moeten nemen. Door de besluitvorming aan een termijn te binden, weten de eigenaren en andere belanghebbenden beter waar ze aan toe zijn. De redactie van lid 2 heeft tot gevolg dat, wanneer de monumentenraad niet tijdig adviseert, burgemeester en wethouders de volgende keuze kunnen maken: zonder één of beide adviezen een beslissing nemen of besluiten om het (te laat uitgebrachte advies) toch in hun overwegingen te betrekken. Op grond van het derde lid kan, indien daartoe gegronde redenen bestaan, de in het tweede lid bedoelde termijn met een redelijke termijn worden verlengd. Voorwaarde is wel dat betrokkenen daarvan schriftelijk in kennis worden gesteld binnen de in het tweede lid bedoelde termijn. Het artikel bevat geen bepalingen over bekendmaking van het besluit, omdat de Awb dat afdoende regelt. Artikel
  33. Registratie stads- en dorpsgezicht Door aanwijzing tot stads- of dorpsgezicht is het gehele gebied onder de werking van de verordening geplaatst. Voor de duidelijkheid, bijvoorbeeld in verband met kadastrale vernummering, kan ook een plattegrond worden aangehecht. De registratie van de aanwijzing is een administratieve handeling. De bedoeling van de aldus bij te houden monumentenlijst is om iedereen snel inzicht te geven in welke gebieden om welke reden als beschermd stads- of dorpsgezicht zijn aangewezen. Artikel
  34. Wijziging en intrekking aanwijzingsbesluit Dezelfde procedure als die voor de wijzing en intrekking van de aanwijzing van een pand tot gemeentelijk monument is van toepassing. Artikel
  35. Vaststelling bestemmingsplan De gemeenteraad stelt ter bescherming van een beschermd stads- of dorpsgezicht een bestemmingsplan vast. De monumentale waarden van een gebied worden daarin onder meer vastgelegd. Wanneer er ter plaatse al een bestemmingsplan is vastgesteld, bepalen burgemeester en wethouders in hoeverre dat als beschermend plan worden aangemerkt. De monumentenraad moet hieromtrent advies uitbrengen. Artikel
  36. Verbodsbepaling vergunning In de verordening is een bepaling opgenomen die een vergunning op grond van deze verordening vereist. De Wabo verwijst in artikel 2.2.1 lid c naar deze bepaling. De monumentale waarden moeten worden vastgelegd in het bestemmingsplan. Burgemeester en wethouders zullen de aanvragen om vergunning moeten toetsen aan de bepalingen opgenomen in het bestemmingsplan. Hoofdstuk
  37. Instandhouding van archeologische terreinen Artikel
  38. Instandhoudingbepaling De Wet op de archeologische monumentenzorg van 21 december 2006 verplicht de raad om, bij de vaststelling van een bestemmingsplan als bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening, rekening te houden met de in de grond aanwezige dan wel te verwachten monumenten. Het uitgangspunt van deze wet (voortvloeiend uit het Verdrag van Malta) en daarmee ook van deze verordening, is daarom primair dat in het bestemmingsplan, door middel van een gemeentelijke archeologische waardenkaart, wordt vastgelegd waar zich archeologische waarden in de bodem kunnen bevinden. Dit artikel voorziet in de behoefte aan een overgangsperiode tot het moment dat een bestemmingplan ´Malta-proof´ is. Lid 1 Tot het moment dat een ´Malta-proof´-bestemmingsplan kan worden vastgesteld, biedt deze verordening bij wijze van artikel 21 de nodige bescherming aan archeologische waarden in de bodem. Het eerste lid van artikel 21 biedt bescherming door het opgenomen verbod om dieper dan 30 cm de bodem te verstoren. Lid 2 In het tweede lid van artikel 21 worden een zestal uitzonderingsmogelijkheden gegeven op het eerste lid. Onderdeel a is niet van toepassing, indien de verstoring plaats vindt in een archeologisch monument of verwachtingsgebied als aangegeven op de gemeentelijke of een provinciale archeologische waardenkaart. Deze waardenkaarten hanteren over het algemeen een driedeling wat betreft de mate waarin archeologische waarden in de bodem kunnen worden aangetroffen. Deze archeologische verwachtingswaarden zijn vervolgens gekoppeld aan een aantal m2 te verstoren verwachtingsgebied. Hoe lager de verwachte archeologische waarden, hoe groter het aantal m2 kan zijn waarbinnen een verstoring mag plaatsvinden. Bij een hoge verwachtingswaarde zal het aantal m2 waarbinnen een verstoring mag plaatsvinden echter aanzienlijk kleiner zijn. Bij de bepaling van deze grenzen dient voldoende rekening gehouden te worden met de vraag wat er binnen het verwachtingsgebied aan archeologische sporen kan worden aangetroffen. In ieder geval moet binnen de gehanteerde oppervlakte dusdanig zijn dat voldoende informatie verkregen kan worden over de aard, het karakter en de datering van de (mogelijk) in de bodem aan te treffen archeologische sporen. Onderdeel b ziet op de situatie dat het bestemmingsplan wel up-to-date is als bedoeld in de inleidende toelichting bij dit artikel. In dat geval biedt het bestemmingplan, aan de hand van een bijbehorende archeologische waardenkaart, voldoende bescherming aan de in de bodem aanwezige of te verwachten archeologische waarden. In onderdeel c worden een aantal mogelijkheden genoemd die voorheen in de Wet ruimtelijke ordening waren opgenomen en nu in artikel 2.12 Wabo. Het gaat hier om het oude projectbesluit, de oude binnenplanse ontheffing, de oude tijdelijke ontheffing en de oude buitenplanse ontheffing (voorheen de artikelen 3.10, 3.22 en 3.23 Wro) Deze bepalingen zijn met de Invoeringswet Wabo komen te vervallen. Wel geldt nog steeds dat dergelijke besluiten tot stand kunnen komen doordat bij de aanvraag voorschriften kunnen worden opgenomen met betrekking tot archeologische waarden in het gebied waarvoor de aanvraag geldt. Aan de aanvraag kan dan de voorwaarde worden verbonden dat een rapportage wordt overlegd waarin de archeologische waarden van het te verstoren terrein in voldoende mate is vastgesteld. Onderdeel e ziet op situaties buiten de aanvraag als bedoeld in onderdeel c. Het gaat hier in de eerste plaats om een verkapt vergunningstelsel ten behoeve van het realiseren van een fysiek project. Er is voor gekozen om deze bepaling dan ook onder de Wabo te laten vallen. Op grond van artikel 23 zijn de bepalingen uit hoofdstuk 3 van overeenkomstige toepassing verklaard op de beoordeling van het rapport door het bevoegd gezag. Dit rapport kan ook in de nadere regels onder d worden gevraagd en komt overeen met de mogelijkheid in artikel 39, lid 2, van de Monumentenwet 1988 in geval van een bestemmingsplan in de geest van het Verdrag van Malta. Op grond van artikel d kan het college nadere regels stellen wat betreft de eisen aan de uitvoering van de bodemverstorende werkzaamheden in een archeologisch monument of verwachtingsgebied. Vooruitlopend op een ´Malta-proof’ bestemmingsplan´ kunnen deze nadere regels inhoudelijk aansluiten op de situatie dat (in een bestemmingsplan waarin een archeologische paragraaf is opgenomen) de verstorende werkzaamheden worden uitgevoerd aan de hand van een aanlegvergunning, waarin vereisten betreffende de bescherming van archeologische waarden zijn opgenomen, een en ander conform de handreiking van de VNG ‘Verder met Valletta’. Als laatste wordt in het rijtje het onderdeel f toegelicht. Vanwege de handhaafbaarheid van de regelgeving betreffende archeologische monumenten wordt voor de maximale verstoring de Rijksnorm gehanteerd. Artikel
  39. Opgravingen en begeleiding De verplichtingen die in deze bepaling zijn opgenomen kunnen alleen goed functioneren, indien een gemeente hierover actief de archeologische onderzoekers informeert. Immers, indien een gemeente deze bepaling in haar verordening opneemt, wordt gekozen voor een uitgebreide regiefunctie bij archeologische opgravingen binnen het gemeentelijk grondgebied. Indien een dergelijke regierol niet uitdrukkelijk gewenst is, dient deze bepaling niet overgenomen te worden. In dat geval bestaat nog steeds voldoende bescherming bij opgravingen, aangezien al in de Monumentenwet 1988 een aantal zaken uitputtend is geregeld. Zo bestaat een vergunningvereiste voor het doen van opgravingen; dient een rechthebbende van een terrein te dulden dat de opgravingbevoegde zijn terrein betreedt en eventueel opgravingen verricht; en is ook de eigendomskwestie van de archeologische vondsten uitputtend geregeld. Om de bedoelde regierol goed te kunnen uitoefenen dient het college een programma van eisen op te stellen waarmee de kaders worden gesteld voor het ontwerp en de uitvoering van archeologisch onderzoek (lid 1, onder a). Vervolgens wordt van de opgraver verwacht dat hij in een plan van aanpak weergeeft hoe hij specifiek de gestelde kaders, zoals omschreven in het programma van eisen, denkt te gaan invullen (lid 1, onder b). Ook hier is sprake van een verkapt vergunningstelsel ten behoeve van de realisering van een fysiek project. Net als bij onderdeel e, van het tweede lid van artikel 16 is ervoor gekozen om deze bepaling onder de werking van de Wabo te laten vallen. Op grond van de leden 2 en 3 kunnen vervolgens nadere regels worden gesteld met betrekking tot de feitelijke uitvoering (en het toezicht daarop) en de beoordeling van het plan van aanpak. Artikel
  40. Procedure Zoals hierboven al is aangegeven is er bij artikel 21, tweede lid, onder e en artikel 22, eerste lid, onder b sprake van een verkapt vergunningstelsel en de uitvoering van een fysiek project. Om deze reden is de Wabo van toepassing verklaard. De bepalingen uit de artikelen 10, 11, 12 en 13, welke zien op de verlening van de omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten, kunnen derhalve van overeenkomstige toepassing worden verklaard. Voor de toelichting wordt verwezen naar de artikelgewijze toelichting bij deze artikelen. Hoofdstuk
  41. Overige bepalingen Artikel
  42. Tegemoetkoming in schade De Afdeling rechtspraak van de Raad van State heeft uitgemaakt dat de Erfgoedverordening zonder een schadevergoedingsregeling rechtsgeldig is (BR 86,604). Voor het archeologische deel van de verordening dient echter, op grond van de Wet op de Archeologische monumentenzorg, wel een schadevergoedingsregeling in de verordening opgenomen te worden. De rijksregeling voor excessieve opgravingkosten is ingaande 2009 niet meer van toepassing. Het veroorzaker-betaalt- principe, zoals dat in de memorie van toelichting van de Wet op de Archeologische monumentenzorg is verwoord, staat bij de afweging tot toekenning van schadevergoeding voorop en geldt voor alle genoemde onderdelen (a t/m e). De gemeente zal zelf per geval moeten afwegen wat ‘redelijk’ of ‘buitenproportioneel’ is. In deze verordening is gekozen voor een schadevergoedingsbepaling, waarin de specifieke gevallen zijn opgenomen op grond waarvan het bevoegd gezag mogelijk een schadevergoeding aan een belanghebbende dient toe te kennen. Lid 2 Er is geen procedure voorgeschreven voor het bepalen van de tegemoetkoming. De procedure op grond van afdeling 6.1 Wro jo. afdeling 6.1 Bro kan worden toegepast, echter alvorens daartoe te besluiten is het zinvol een inschatting te maken van de schade ten opzichte van de kosten en omvang van deze procedure. Artikel
  43. Strafbepaling Deze strafbepaling is met de komst van de Wabo alleen nog van toepassing op de nadere voorschriften die het college kan stellen op grond van artikel 9, derde lid en artikel 21, met uitzondering van het tweede lid, onder e. De strafbaarstelling van de omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten is geregeld in de Wet economische delicten (Wed). Het handelen zonder vereiste omgevingsvergunning of in strijd met de voorschriften daarvan wordt aangemerkt als economisch delict. Voor de strafbaarstelling van de nadere regels geldt dat artikel 154, lid 1, van de Gemeentewet aan de raad een keuzemogelijkheid laat om op overtreding van verordeningen straf te stellen, maar geen andere of zwaardere dan hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van de tweede categorie, al dan niet met openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak. In artikel 23 van het Wetboek van Strafrecht zijn de geldboetecategorieën opgenomen. De op te leggen boete voor strafbare feiten in de eerste categorie is maximaal € 370,- (januari 2008); in de tweede categorie maximaal € 3700,- (januari 2008). Het is de gemeente niet toegestaan om een hogere geldboete op te nemen dan in genoemde categorieën. Op gemeentelijk niveau is, gelet op de ernst van dit vergrijp en de wens om enige preventieve werking te bereiken, de keuze voor de geldboete van de tweede categorie of een hechtenis van drie maanden voor het overtreden van de nadere regels voor de hand liggend. Artikel
  44. Toezichthouders In dit artikel worden toezichthouders aangewezen overeenkomstig modelbepaling 90.M van de Aanwijzingen voor de decentrale regelgeving. Het is de bedoeling dat bij het eerste lid, onder a en b, functies van de ambtenaren die belast zijn met de opsporing worden ingevuld. Het aanwijzen van toezichthouders ingevolge het tweede lid kan door het college geschieden. Deze aanwijzingsbevoegdheid staat los van de vergunningverlening en valt derhalve buiten het bereik van de Wabo. De basis voor deze aanwijzingsbevoegdheid wordt gevonden in hoofdstuk 5 van de Awb, waarin algemene regels worden gegeven voor de bestuursrechtelijke handhaving van algemeen geldende rechtsregels en individueel geldende voorschriften. Toezichthouders worden in artikel 5:11 Awb omschreven als zijnde personen, die bij of krachtens wettelijk voorschrift belast zijn met het houden van toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens enig wettelijk voorschrift, zodat de aanwijzing van toezichthouders derhalve in de Erfgoedverordening kan plaatsvinden. In artikel 5:13 Awb is het evenredigheidsbeginsel neergelegd, wat inhoudt dat een toezichthouder zijn bevoegdheid slechts mag uitoefenen voor zover dit redelijkerwijs voor de vervulling van zijn taak noodzakelijk is. Een toezichthouder kan daarom niet te allen tijde gebruik maken van alle bevoegdheden die in de Awb standaard aan toezichthouders worden toegekend. Steeds zal de afweging gemaakt moeten worden of het voor de vervulling van zijn taak redelijkerwijs noodzakelijk is. Bepalend hiervoor is de aard van het voorschrift op de naleving waarvan een toezichthouder moet toezien. Op basis van artikel 5:15 Awb is een toezichthouder bevoegd elke plaats te betreden met uitzondering van woningen zonder toestemming van de bewoner. 'Plaatsen' is daarbij een ruim begrip en omvat niet alleen erven en andere terreinen, maar ook gebouwen (niet-woningen). Nadrukkelijk zij hier vermeld dat het college op grond van dit artikel niet zelf opsporingsambtenaren aanwijst als bedoeld in artikel 141 Strafvordering. Dat kan en hoeft het college ook niet te doen aangezien artikel 142 lid 1 sub c Wetboek van Strafvordering regelt dat bij verordening aangewezen toezichthouders ook opsporingsbevoegdheid toekomt. Deze buitengewone opsporingsambtenaren hebben in de regel een opsporingsbevoegdheid voor een beperkt aantal strafbare feiten. Hoofdstuk
  45. Slotbepalingen Artikel
  46. Intrekken oude regeling Dit artikel regelt de intrekking van de oude Erfgoedverordening, zodat niet twee verordeningen van kracht zijn die hetzelfde onderwerp regelen. Het uitdrukkelijk intrekken van een oude regeling mag niet achterwege worden gelaten met een beroep op het beginsel dat een vroegere regeling ter zijde wordt gesteld door een latere regeling. Artikel
  47. Overgangsrecht In de praktijk blijkt het overgangsrecht vaak problemen te geven. Indien bijvoorbeeld een regeling wordt ingetrokken, is het niet altijd duidelijk welke gevolgen de intrekking moet hebben voor op die regeling gebaseerde beschikkingen. Vanwege de rechtszekerheid en de eerbiediging van bestaande rechten is daarom in deze verordening een overgangsbepaling opgenomen. De bestaande rechten betreffen in dit geval de aanwijzing tot monument (artikel 3) en de vergunning verlening (artikel 10). In het eerste lid worden de op grond van de oude verordening op de gemeentelijke monumentenlijst voorkomende monumenten geacht te zijn aangewezen en geregistreerd overeenkomstig deze nieuwe verordening. In het tweede lid is geregeld dat aanvragen om een omgevingsvergunning voor gemeentelijke monumenten, die zijn ingediend vóór het van kracht worden van deze verordening, worden afgehandeld op grond van de oude verordening. Voor een bepaalde overgangsperiode zullen er dus twee procedures gelden. Indien de verordening niet tijdig aan de Wabo is aangepast, terwijl deze wet al wel in werking is getreden zet de Wabo de bepalingen uit de verordening aan de kant. De Wabo gaat namelijk voor op lagere regelgeving. De bepalingen uit de verordening zijn van rechtswege onverbindend. Bij een nieuwe aanvraag voor een vergunning gelden dan de bepalingen uit de Wabo. Artikel
  48. Citeertitel Dit artikel noemt de naam van de verordening.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.