BESLUIT van den 28sten Juni 1932, ter uitvoering van de artt. 8 en 9 van de verordening van den 7den Augustus 1917 (P.B. 1917 No. 58) voorzoover kaas betreft. Artikel1 Onder kaas wordt verstaan het product, gevormd uit de vaste stof, verkregen door melk, ten deele of geheel ontroomde melk, room of een mengsel dezer vloeistoffen te stremmen. Artikel2 Onder kaashandelaar wordt in dit besluit verstaan: 1°. ieder, die er zijn beroep of nevenberoep van maakt kaas rechtstreeks aan verbruikers te verkoopen, onverschillig of dit geschiedt voor eigen rekening of voor rekening van deren; 2°. ieder, die kaas inkoopt of ten verkoop ontvangt en tevens ten verkoop of ter aflevering in voorraad heeft, onverschillig of dit geschiedt voor eigen rekening of voor rekening van anderen. Onder kaasbereider wordt in dit besluit verstaan, ieder door wien of onder wiens toezicht kaas wordt bereid of bewerkt, teneinde rechtstreeks te worden verkocht of in den groot- of kleinhandel te worden gebracht. Artikel 3 Alvorens het bedrijf van kaasbereider of het beroep van kaashandelaar tuit te oefenen, moeten de bij dit vak betrokkenen van dit voornemen opgave doen ten kantore van den Gouvernements-Veearts. Zij, die reeds dit bedrijf of beroep uitoefenen, moeten binnen een maand na den dag van afkondiging van dit besluit, daarvan opgave doen ten kantore van de Gouvernements-Veearts. Artikel4 Kaas moet voldoen aan de volgende eischen: zij mag uitsluitend vetbestanddelen bevatten, welke van melk afkomstig zijn; zij moet in deugdelijken toestand verkeren; schadelijke bestanddeelen mogen niet aanwezig zijn; andere conserveermiddelen dan keukenzout mogen niet aanwezig zijn; vreemde bestanddeelen, met uitzondering van specerijen, geringe hoeveelheden salpeter en calciumverbindingen en een geringe hoeveelheid orleans en onschadelijke dekmiddelen op de korst van de kaas, mogen niet aanwezig zijn. Artikel5 Kaas, voorzien van een deugdelijk Nederlandsch Rijks contrôle-merk wordt, voor zoover het de samenstelling ervan betreft, beschouwd als deugdelijk te zijn. Artikel6 De lokalen, waarin kaas wordt bereid of ten verkoop voorhanden kaas wordt bewaard, mogen niet in verbinding staan met slaap- en ziekenkamers, veestallen, veekoralen of erven, waar vee gehouden wordt en mogen niet als zoodanig of als woonkamers gebruikt worden. Zij mogen niet in verbinding staan met privaten, urinoirs, beerputten of mestvaalten. Artikel7 Ieder kaasbereider of kaashandelaar is verplicht, indien te zijnen huize of ter plaatse, waar kaas bereid, bewerkt, ten verkoop voorhanden bewaard, of uitgestald wordt, een geval van besmettelijk ziekten in den zin der wet voorkomt, hiervan binnen 24 uur, nadat hem het feit ter kennis is gekomen, schriftelijk mededeeling te doen of te laten doen aan den Directeur van den Openbaren Gezondheidsdienst, indien hij in het stadsdistrict woont en aan den betrokken districtmeester, indien hij in een der buitendistricten woont. Gelijke verplichting rust op den kaashandelaar, indien hem ter kennis is gekomen, dat eenige ziekte voorkomt ten huize van een leverancier van wien hij zijn kaas betrekt of voorkomt ter plaatse alwaar die kaas wordt bereid of ten verkoop voorhanden wordt bewaard. Artikel8 Het is aan personen, lijdende aanzweren of etterende wonden in aangezicht of aan de handen, en aan personen, lijdende aan besmettelijke ziekten, verboden het bedrijf van kaasbereider of het beroep kaashandelaar uit te oefenen of in zodanig bedrijf of beroep werkzaam te zijn. Artikel9 1.Het is verboden, in een woning of op plaatsen, waar een geval van besmettelijke ziekten in den zin der wet voorkomt kaas te bereiden, te verkoopen of ten verkoop voorhanden te bewaren; 2.eveneens is het aan personen, in wier woning een geval van besmettelijke ziekte in den zin der wet voorkomt, verboden kaas te bereiden; of zelf of door een der huisgenooten kaas te leveren of te doen leveren, rond te brengen of te doen rondbrengen, te vervoeren of te doen vervoeren; 3.het bij lid 1 en 2 van dit artikel verbodene blijven van kracht totdat de lijder aan de besmettelijke ziekte vervoerd, overleden of genezen is en de lokalen, vaten en hulpmiddelen bij de kaasbereiding en kaashandel betrokken door de zorg van den Openbare Gezondheidsdienst zijn ontsmet. Artikel10 Het is verboden kaas af te leveren of te doen afleveren, uit te stallen, of te doen uitstallen, rond te brengen of doen rondbrengen, te vervoeren of te doen vervoeren, afkomstig uit een woning, waarin een geval van besmettelijke ziekte is geconstateerd. Van dit verbod kan door den Gouverneur, gehoord den Directeur van den Openbaren Gezondheidsdienst, ontheffing worden verleend. Artikel11 Ieder kaashandelaar is verplicht zijn ten verkoop voorhanden kazen of gedeelten van kazen minstens een meter van den vloer en zindelijk te bewaren op plaatsen, die niet toegankelijk zijn voor ratten, vliegen of andere insecten, een en ander ter beoordeling van den Gouvernements-Veearts. Artikel12 Voor de beoordeling of kaas voldoet aan de in dit besluit gestelde eischen, moet gebruik worden gemaakt van de onderzoekingsmethoden – aangegeven in de bij dit besluit gevoegde bijlage – voorzoover deze daarvoor toereikend zijn. Artikel13 Dit besluit, dat kan worden aangehaald als „Kaasbesluit 1932”, treedt in werking op een nader door den Gouverneur te bepalen tijdstip. BIJLAGE, behoorende bij het P.B. 1932 No. 71.METHODEN VAN ONDERZOEK.
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.