Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Tiel 2011De raad van de gemeente Tiel gelezen het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 29 augustus 2011 gehoord het advies van de commissie Samenleving d.d. 4 oktober 2011 besluit: vast te stellen de Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Tiel 2011onder intrekking van de Verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk gemeente Tiel Wettelijke grondslag(en) of bevoegdheid waarop de regeling is gebaseerd Gemeentewet, art. 149 Artikel1Begripsbepaling In deze verordening wordt verstaan onder peuterspeelzaal hetgeen daaronder wordt verstaan in de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen. Artikel2.Groepsspeelruimte 1.In een peuterspeelzaal is voor ieder kind minimaal 3,5m² bruto-oppervlakte aan groepsspeelruimte beschikbaar. 2.Elke ruimte is ingericht in overeenstemming met het aantal en de leeftijd van de op te vangen kinderen. Artikel3.Buitenspeelruimte 1.De peuterspeelzaal beschikt over aangrenzende buitenspeelruimte. 2.De buitenspeelruimte voldoet aan de volgende eisen: voor kinderen toegankelijk en veilig bereikbaar; een oppervlakte van minimaal 3 m² bruto-oppervlakte speelruimte per aanwezig kind. ingericht in overeenstemming met de leeftijd van de op te vangen kinderen. Artikel4.Aanwijzing toezichthouders 1.Burgemeester en wethouders zien toe op de naleving van de bij deze verordening gestelde regels. 2.Burgemeester en wethouders wijzen de directeur van de GGD aan als toezichthouder. Artikel5.Onderzoek door de toezichthouder 1.De toezichthouder onderzoekt na een aanvraag als bedoeld in artikel 2.2, eerste lid van de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen of de instandhouding redelijkerwijs zal plaatsvinden in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. 2.Onverminderd het eerste lid onderzoekt de toezichthouder jaarlijks of de exploitatie van een peuterspeelzaal plaatsvindt in overeenstemming met de voorschriften uit deze verordening. 3.Naast het onderzoek, bedoeld in het eerste en tweede lid, kan de toezichthouder incidenteel onderzoek verrichten naar de naleving van de bij deze verordening gestelde voorschriften. Artikel6.Vastleggen onderzoeksresultaten 1.De toezichthouder legt zijn oordeel naar aanleiding van een onderzoek bij een peuterspeelzaal vast in een inspectierapport. 2.Indien de toezichthouder oordeelt dat door de houder de bij of krachtens artikel 2 en 3 gegeven voorschriften niet zijn of zullen worden nageleefd, vermeldt hij dat in het rapport. 3.Alvorens het rapport vast te stellen, stelt de toezichthouder de houder in de gelegenheid van het ontwerprapport kennis te nemen en daarover zijn zienswijze kenbaar te maken. De toezichthouder vermeldt de zienswijze van de houder in een bijlage van het rapport. 4.De toezichthouder zendt het inspectierapport onverwijld aan de houder, die een afschrift daarvan ter inzage legt op een voor ouders en personeel toegankelijke plaats. 5.De toezichthouder maakt het inspectierapport uiterlijk drie weken na de vaststelling daarvan openbaar. 6.De toezichthouder stelt burgemeester en wethouders in kennis van de vaststelling van het rapport. Artikel7.Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen artikel 2 en 3 buiten toepassing laten of daarvan afwijken, voor zover toepassing gelet op het belang van kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen in een peuterspeelzaal leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard. Artikel8.Intrekking voorgaande regeling en inwerkingtreding 1.De verordening kwaliteitsregels peuterspeelzaalwerk wordt ingetrokken. 2.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag volgend op haar bekendmaking. Artikel9.Citeertitel De verordening wordt aangehaald als: Verordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen gemeente Tiel 2011 Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 oktober 2011 de griffier, de voorzitter, Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 19 oktober 2011 de griffier, de voorzitter,Nota-toelichting Algemene Toelichting Op 1 augustus 2010 is de Wet kinderopvang en kwaliteitseisen peuterspeelzalen (hierna: de Wet) in werking getreden. Het doel van deze Wet is om jonge kinderen in peuterspeelzalen en kindercentra een veilige en stimulerende omgeving te bieden. Eén van de onderliggende doelstellingen van de nieuwe Wet is de regelgeving over peuterspeelzalen te harmoniseren met de kinderdagopvang. Hierdoor ontstaat een landelijk kwaliteitskader voor zowel de peuterspeelzalen als de kinderdagopvang met minimum kwaliteitseisen. In de Wet zijn dan ook een aantal minimale eisen voor de peuterspeelzalen vastgelegd en is tevens aan de minister de bevoegdheid gegeven aanvullende regelgeving voor de kwaliteit in een Algemene maatregel van Bestuur vast te leggen (AmvB). Van deze bevoegdheid is nog niet voor alle items gebruik gemaakt omdat de partijen een convenant hebben afgesloten waarin de kwaliteitseisen voor de houders van peuterspeelzalen nader zijn uitgewerkt. De eisen in het convenant hebben als uitgangpunt gediend voor de Beleidsregels kwaliteit peuterspeelzalen (hierna: Beleidsregels) van de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Echter, in deze Beleidsregels zijn geen eisen opgenomen ten aanzien van ruimte en inrichting van de peuterspeelzalen. Deze Verordening is gebaseerd op de modelverordening van de VNG. Bij het opstellen van de modelverordening ruimte- en inrichtingseisen peuterspeelzalen is aangesloten bij het convenant en de Beleidsregels kwaliteitseisen kinderopvang. Het onderhavige model is in overleg met diverse deskundigen op het gebied van peuterspeelzaalwerk en kinderopvang en de brancheorganisaties tot stand gekomen. Ruimte en inrichting Kwalitatief verantwoorde opvang voor kinderen kan niet zonder het stellen van kwaliteitseisen. Eisen inzake ruimte en inrichting vormen hier een essentieel onderdeel van. De eerste levensjaren van een kind zijn belangrijk voor de ontwikkeling van de cognitieve, de sociaal-emotionele en de motorische vaardigheden. De opvoeding door de ouders legt daarvoor de basis, maar ook de rest van de omgeving waarin het kind opgroeit is van belang. Veel kinderen brengen enkele uren per dag door in peuterspeelzalen en andere kindercentra. Ze moeten daar veilig kunnen spelen en voldoende ruimte hebben. Bestaande eisen over veiligheid en gezondheid die algemeen geldend zijn en volgen uit andere wet- en regelgeving zoals bouwvoorschriften, brandveiligheidsvoorschriften, eisen aan speeltoestellen, keukenhygiëne en dergelijke. Toezicht In dit hoofdstuk is het kader voor het toezicht beschreven. Op de handhaving, zijn de algemene handhavingsbevoegdheden uit de Awb van toepassing. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING Artikel
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.