SUBSIDIEVERORDENING ZEEVANG 2008 Hoofdstuk1Inleidende bepalingen Artikel1.Definities aanvraag: De aanvraag van een subsidie bij het college van Burgemeester en Wethouders van de gemeentte Zeevang. Dit is tevens een aanvraag in de zin van artikel 1:3 Awb: een verzoek van een belanghebbende een besluit te nemen. activiteitenplan: Een overzicht van de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd, de daarmee nagestreefde doelstellingen en de daarvoor per activiteit benodigde personele en materiële middelen. activiteitenverslag: Een verslag van de aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, een vergelijking van de nagestreefde en de gerealiseerd doelstellingen en een toelichting op de verschillen. bestemmingsreserve: Een reserve met een bepaald doel tot een door het bestuursorgaan bepaald maximum bedrag. budgetsubsidie: Een subsidie ter dekking van een exploitatietekort. egalisatiereserve: Een egalisatiereserve als bedoeld in artikel 4:72 Awb. investeringssubsidie: Een subsidie als tegemoetkoming in de kosten van de bouw, verbouw, aanpassing of aankoop van een accommodatie en/of terrein, alsmede de aanschaf van duurzame gebruiksgoederen ten behoeve van de uitvoering van activiteiten. Hieronder vallen niet de subsidieaanvragen in het kader van het Zonnehoekfonds. kwetsbare burgers: Inwoners van de gemeente Zeevang met problemen van lichamelijke, chronisch-psychische of psychosociale aard. Raad: De Raad der gemeente Zeevang. subsidie: De aanspraak op financiële middelen, door of namens een bestuursorgaan van de gemeente Zeevang verstrekt met het oog op bepaalde activiteiten van de aanvrager, anders dan als betaling voor aan het bestuursorgaan geleverde goederen of diensten. subsidieplafond: Het bedrag dat gedurende een bepaald tijdvak ten hoogste beschikbaar is voor de verstrekking van subsidies krachtens een bepaald wettelijk voorschrift. subsidierelatie: Het geheel van rechten en plichten tussen de subsidieverstrekker en de subsidieontvanger. vermogensvorming: Het voor de subsidieontvanger ter beschikking komen van vermogensbestanddelen die niet of niet meer dienen voor de verwezenlijking van het doel waarvoor subsidie is verleend. waarderingssubsidie: Een subsidie waarmee de gemeente aangeeft bepaalde activiteiten van belang te vinden voor het welzijn. Artikel2.Het toepassingsgebied 1.Deze verordening bevat algemene bepalingen voor het aanvragen van subsidies en het aangaan, wijzigen en beëindigen van subsidierelaties, in aanvulling op de Algemene wet bestuursrecht. 2.Deze verordening is van toepassing op alle subsidies die bij enig bestuursorgaan van de gemeente Zeevang worden aangevraagd. 3.Deze verordening is tevens van toepassing op die beleidsonderdelen waarvoor de wet de subsidieregeling van de Awb van overeenkomstige toepassing verklaart. Artikel3.De basis voor subsidieverstrekking 1.De basis voor subsidieverstrekking is gelegen in de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). De kaders hiervoor zijn neergelegd in de kadernota Wmo, het beleid is verder uitgewerkt in het Beleidsplan Wmo. Het bestuursorgaan kan subsidie verstrekken voor activiteiten die vallen binnen de negen prestatievelden, zoals genoemd in artikel 1 onder g van de Wet maatschappelijke ondersteuning. 2.In ieder geval moeten activiteiten toegankelijk zijn voor kwetsbare burgers, zowel sociaal als fysiek. 3.Activiteiten moeten bijdragen aan een integrale werkwijze tussen beleidsvelden. 4.Activiteiten dienen gericht te zijn op de inwoners van de gemeente Zeevang. 5.Subsidies kunnen ook worden verstrekt voor activiteiten die vallen onder beleidsvelden, die niet zijn opgenomen in het Wmo-beleid. Artikel4.Beleidsregels 1.Het college kan per gemeentelijk beleidsveld beleidsregels vaststellen op grond waarvan subsidie kan worden verstrekt. 2.De beleidsregels bevatten tenminste: voor welke activiteiten subsidie mogelijk is; welke verplichtingen aan de subsidieverstrekking dienen te worden verbonden; welke verplichtingen aan de subsidieverstrekking kunnen worden verbonden; regels voor het verdelen en berekenen van de subsidies. Hoofdstuk2Subsidieplafond en begrotingsvoorbehoud Artikel5.Het subsidieplafond 1.De Raad kan telkens voor de periode van één kalenderjaar per gemeentelijk beleidsterrein één of meer subsidieplafonds vaststellen. Hij bepaalt tevens hoe het beschikbare bedrag wordt verdeeld. 2.De Raad kan de in lid 1 genoemde bevoegdheden mandateren aan burgemeester en wethouders. 3.Indien voor 30 november van enig jaar geen subsidieplafond voor het volgende kalenderjaar is vastgesteld, wordt geacht een plafond te zijn vastgesteld gelijk aan het plafond van het lopende kalenderjaar. Artikel6.De begrotingsvoorwaarde Op grond van artikel 4:34 van de Awb kan het bestuursorgaan een begrotingsvoorbehoud maken. Hoofdstuk3De aanvraag Artikel7.De aanvraag tot subsidieverlening 1.De aanvraag voor het volgende begrotingsjaar dient in principe voor 1 mei van het lopende jaar schriftelijk of elektronisch te worden ingediend bij burgemeester en wethouders. Dit geldt niet voor incidentele subsidies, deze kunnen gedurende het gehele jaar worden ingediend en afgehandeld. 2.De aanvraag wordt ondertekend, en bevat tenminste: de naam en het (post)adres van de aanvrager; de naam en het (post)adres van de vertegenwoordiger van de aanvrager; de dagtekening; een omschrijving en het doel van de activiteit waarvoor subsidie wordt gevraagd; de data waarop of de periode gedurende welke de activiteit zal plaatsvinden of heeft plaatsgevonden; Alleen voor de eerste aanvraag geldt dat ook statuten en bestuurssamenstelling moeten worden toegevoegd. 3.De aanvrager verschaft voorts de gegevens en bescheiden die voor de beslissing op de aanvraag nodig kunnen zijn en waarover hij redelijkerwijs kan beschikken. 4.Voor aanvragen tot € 2.000 dienen een activiteitenplan en een bij de activiteit behorende begroting te worden ingediend. 5.Voor aanvragen hoger dan € 2.000 dienen een activiteitenplan en een begroting te worden ingediend. In de subsidieaanvraag dienen meetbare prestaties te worden aangegeven. 6.Voor aanvragen hoger dan € 10.000 kan de aanvraag meerdere jaren betreffen. Wel dient hierbij een meerjarenplan te worden ingediend. 7.Burgemeester en wethouders kunnen per geval naast de voorgeschreven gegevens en bescheiden andere gegevens en bescheiden verlangen, dan wel van het indienen van voorgeschreven gegevens en bescheiden vrijstelling verlenen. 8.Burgemeester en wethouders kunnen voor het indienen van aanvragen, het verstrekken van gegevens en het vaststellen van subsidies een formulier vaststellen. 9.Indien de aanvrager voor dezelfde activiteit tevens subsidie aanvraagt of heeft aangevraagd bij een andere bestuursorgaan of instelling, doet hij daarvan mededeling in de aanvraag of zo spoedig mogelijk na die andere aanvraag. De aanvrager dient de stand van zaken met betrekking tot de beoordeling van die andere aanvraag te melden aan burgemeester en wethouders. Artikel8.De aanvraag tot subsidievaststelling 1.Indien een beschikking tot subsidieverlening is gegeven, dient de subsidieontvanger binnen drie maanden na afloop van de activiteiten of het tijdvak waarvoor de subsidie is verleend, een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in, tenzij bij de subsidieverlening, of bij uitvoeringsovereenkomst anders is bepaald. In ieder geval dienen hierbij een financieel en een activiteitenverslag te worden gevoegd, waarin opgenomen is hoe de afgesproken prestaties zijn gerealiseerd. Voor subsidieverleningen hoger dan € 25.000 dient ook een accountantsverklaring te worden toegevoegd. 2.Indien een subsidierelatie is aangegaan voor meerdere jaren, dient de subsidieontvanger per jaar binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar om vaststelling van de subsidie voor dat jaar te verzoeken. Artikel 4:76 Awb is van overeenkomstige toepassing. 3.Indien de aanvraag na afloop van de daarvoor bepaalde termijn niet is ingediend kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger een termijn stellen binnen welke de aanvraag moet zijn ingediend. 4.Indien na afloop van de termijn bedoeld in lid 2 geen aanvraag is ingediend, kan de subsidie ambtshalve worden vastgesteld. Hoofdstuk4Subsidieverlening en vaststelling Artikel9.Verplichtingen bij subsidieverlening 1.Subsidies vanaf € 2.000 worden alleen verleend aan rechtspersonen. 2.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger verplichtingen opleggen met betrekking tot: aard en omvang van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verleend; voor subsidies hoger dan € 2.000 worden hiertoe in ieder geval meetbare prestatieafspraken gemaakt; de administratie van aan de activiteiten verbonden uitgaven en inkomsten; het vóór de subsidievaststelling verstrekken van gegevens en bescheiden die nodig zijn voor een beslissing omtrent de subsidie; de te verzekeren risico’s; het stellen van zekerheid voor verleende voorschotten; het afleggen van rekening en verantwoording omtrent de verrichte activiteiten en de daaraan verbonden uitgaven en inkomsten, voor zover deze voor de vaststelling van de subsidie van belang zijn; het beperken of wegnemen van de nadelige gevolgen van de subsidie voor derden; het uitoefenen van controle door een accountant als bedoeld in artikel 2:393 lid 1 van het Burgerlijk Wetboek op het door het bestuursorgaan gevoerde financiële beheer en de financiële verantwoording daarover. 3.Burgemeester en wethouders kunnen de subsidieontvanger ook andere verplichtingen opleggen die strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. 4.Burgemeester en wethouders kunnen verplichtingen opleggen die niet strekken tot verwezenlijking van het doel van de subsidie. Deze verplichtingen kunnen slechts betrekking hebben op de wijze waarop of de middelen waarmee de gesubsidieerde activiteit wordt verricht. Artikel10.Ambtshalve vaststelling Bedragen tot € 500 kunnen ambtshalve tegelijkertijd worden verleend en vastgesteld, tenzij andere wetgeving zich hiertegen verzet. De beschikking bevat een aanduiding van de activiteiten waarvoor subsidie wordt verstrekt. Voor de overige gevallen is artikel 4:47 Awb van toepassing. Artikel11.De egalisatiereserve 1.Indien per boekjaar subsidie wordt verstrekt aan een rechtspersoon, kunnen burgemeester en wethouders bij de subsidieverlening bepalen, dat de ontvanger een egalisatiereserve vormt. 2.Het verschil tussen de vastgestelde subsidie en de werkelijke kosten van de activiteiten waarvoor subsidie is verleend, komt ten gunste onderscheidenlijk ten laste van de egalisatiereserve, met dien verstande dat per jaar niet meer dan 15% van de voor dat jaar verleende subsidie aan de egalisatiereserve mag worden toegevoegd. Indien de netto baten 15% van de verleende subsidie te boven gaan, dient het subsidiebedrag lager te worden vastgesteld. 3.De egalisatiereserve mag niet meer bedragen dan het gemiddelde van de drie hoogste subsidiebedragen die in de laatste vijf jaren zijn verstrekt. Indien in een jaar de netto baten het maximaal aan de egalisatiereserve toe te voegen bedrag te boven gaat, dient het subsidiebedrag lager te worden vastgesteld. 4.De egalisatiereserve wordt zo hoog mogelijk rentend en zo veilig als redelijkerwijs mogelijk is belegd. 5.De van de egalisatiereserve genoten rente wordt aan de egalisatiereserve toegevoegd. Artikel12.Weigeringsgronden Een subsidie kan naast de in artikel 4:25 en 4:35 en 4:43 lid 2 Awb genoemde gevallen in ieder geval worden geweigerd indien een gegronde reden bestaat om aan te nemen dat: de activiteiten van de aanvrager niet gericht zullen zijn op de gemeente Zeevang of niet aanwijsbaar ten goede zullen komen aan ingezetenen van de gemeente Zeevang; de gelden niet of in onvoldoende mate besteed zullen worden voor het doel waarvoor de subsidie beschikbaar wordt gesteld; de aanvrager doelstellingen beoogt dan wel activiteiten heeft ontplooid, ontplooit of zal ontplooien die in strijd zijn met de op grond van internationale verdragen algemeen erkende mensenrechten, de wet, het algemene belang, de openbare orde of normen van moraal en fatsoen, dan wel die een gevaar kunnen opleveren voor de gezondheid of veiligheid; de aanvrager ook zonder subsidieverstrekking van de gemeente Zeevang over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen, hetzij uit middelen van derden kan beschikken om de kosten van de activiteiten te dekken; de subsidieverstrekking niet past binnen het beleid van de gemeente Zeevang; mag worden verwacht dat de met de subsidiëring beoogde doelstellingen niet zullen worden bereikt. Hoofdstuk5Het wijzigen en beëindigen van een subsidierelatie Artikel13.Intrekken of wijzigen voor en na de subsidievaststelling. 1.De artikelen 4:48 t/m 4.51 Awb zijn van toepassing. 2.Voor het beëindigen van een subsidierelatie wordt een redelijke termijn aangehouden van maximaal 3 jaar. 3.Voor subsidieverleningen tot € 10.000 geldt een minimum van één jaar. Hoofdstuk6Betaling en terugvordering Artikel14.Betaling 1.Het subsidiebedrag wordt binnen vier weken na de subsidievaststelling betaald. 2.Indien een subsidie is vastgesteld voordat de betreffende activiteit of het tijdvak is afgelopen, kan, in tegenstelling tot het bepaalde in lid 1, in de beschikking tot vaststelling worden bepaald dat het bedrag wordt betaald binnen vier weken na afloop van de activiteit of het tijdvak. Artikel15.Voorschotten Na subsidieverlening kunnen burgemeester en wethouders de subsidieontvanger voorschotten verlenen tot 100% van het verleende bedrag in één of meerdere termijnen. Artikel16.Terugbetaling en terugvordering Tenzij anders is bepaald dient de subsidieontvanger binnen vier weken na kennisgeving van een besluit tot vaststelling, wijziging of intrekking de onterecht of teveel ontvangen subsidiebedragen en voorschotten terug te betalen. Hoofdstuk7Overige bepalingen Artikel17.Onderzoek door burgemeester en wethouders 1.Burgemeester en wethouders kunnen voor rekening van de gemeente een al dan niet aanvullend accountantsonderzoek laten verrichten. Mocht blijken dat de subsidieontvanger onzorgvuldig en/of onrechtmatig handelen kan worden verweten, dan kunnen de kosten van het accountantsonderzoek op de subsidieontvanger worden verhaald. 2.De subsidieontvanger dient binnen 14 dagen na verzending van de nota de kosten te voldoen. 3.Indien door of namens de rijksoverheid na overleg met het gemeentebestuur, of indien door of namens het gemeentebestuur statistische onderzoeken of onderzoeken van andere aard worden uitgevoerd, verleent de subsidieontvanger daaraan zijn medewerking. Artikel18.Mandaat aan ondergeschikten 1.Burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk aan een ondergeschikte mandateren: hun bevoegdheid tot het aangaan, wijzigen en beëindigen van een subsidierelatie, voor zover de subsidie berust op het subsidiebeleid of een beleidsregel; hun bevoegdheid tot het weigeren van een subsidie; hun bevoegdheid tot het geven van gelegenheid de aanvraag aan te vullen op grond van artikel 4:5 Awb; hun bevoegdheid om te besluiten de aanvraag niet te behandelen op grond van artikel 4:5 Awb. 2.Het mandaat geldt voor zover het besluit niet in strijd is met het gevoerde beleid en het subsidieplafond door het besluit niet wordt overschreden. 3.Bij het mandaat kan ondermandaat worden toegestaan. 4.Voor de inwerkingtreding van een mandaat is publicatie vereist conform artikel 3:42 Awb. 5.Burgemeester en wethouders kunnen bij het mandaat volmacht verlenen voor het aangaan, wijzigen en ontbinden van een privaatrechtelijke uitvoeringsovereenkomst als bedoeld in artikel 4:36 Awb. Artikel19.Mandaat aan niet-ondergeschikten Burgemeester en wethouders kunnen schriftelijk mandaat verlenen tot het in hun naam uitoefenen van hun bevoegdheden aan een niet-ondergeschikte natuurlijke of rechtspersoon of een orgaan van die rechtspersoon. De bepalingen van artikel 24 zijn van overeenkomstige toepassing. Artikel20.Hardheidsclausule Burgemeester en wethouders kunnen afwijken van de bepalingen van deze verordening voor zover een strikte toepassing ervan leidt tot een onbillijke situatie èn voor zover dit niet in strijd is met dwingend recht. Artikel21.Overgangsbepalingen 1.Vanaf het moment dat deze verordening in werking treedt, gelden de bepalingen voor alle subsidies, die vanaf 1 januari 2008 zijn aangevraagd, verleend of vastgesteld. 2.Voor subsidies die zijn aangevraagd en/of verleend of vastgesteld tussen 1 mei 2007 en 1 januari 2008 geldt dat deze uiterlijk 31 december 2008 nog vallen onder de werking van de Algemene subsidieverordening Zeevang
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.