← Nederland

Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-Zone De Kooi 2012 (Verordening BI-Zone De Kooi 2012) (Wo

Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-Zone De Kooi 2012 (Verordening BI-Zone De Kooi 2012)De raad van de gemeente Woensdrecht;gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 4 oktober 2011;gelet op artikel I, eerste lid en artikel 7, vierde lid, van de Experimentenwet Bedrijven Investeringszones (BI-Zones); en gelet op de tussen de gemeente Woensdrecht en Stichting Parkmanagement Woensdrecht gesloten Uitvoeringsovereenkomst van 17 oktober 20 11;besluitvast te stellen de Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-Zone De Kooi 2012 (Verordening BI-Zone De Kooi 2012). HoofdstukIAlgemene bepalingen Artikel1Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder:a. BI-Zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deeluitmakende kaart;b. de wet: de Experimentenwet BI-Zones;c. het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Woensdrecht;d. Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Woensdrecht en Stichting Parkmanagement Woensdrecht gesloten Uitvoeringsovereenkomst van 17 oktober

  1. Artikel2Aanwijzing stichting De Stichting Parkmanagement Woensdrecht (hierna: de stichting) wordt aangewezen als stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet. HoofdstukIIBelastingbepalingen Artikel3Aard van de belasting Onder de naam 'BIZ-bijdrage' wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-Zone. Artikel4Belastbaar feit en belastingplicht 1De belasting wordt gedurende een periode van 5 jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-Zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen. 2De belasting wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-Zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken. 3Voor de toepassing van het tweede lid wordt:a. gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven;b. het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de belasting als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. 4Indien een onroerende zaak bij het begin van het kalenderjaar niet in gebruik is, wordt de BIZ-bijdrage geheven van degene die van die zaak het genot krachtens eigendom, bezit of beperkt recht heeft. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt als genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht aangemerkt degene die bij het begin van het kalenderjaar als zodanig in de basisregistratie kadaster is vermeld, tenzij blijkt dat hij op dat tijdstip geen genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht is. Artikel5Vrijstellingen 1In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van:a. ten behoeve van de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken;b. glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voor zover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond;c. onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard;d. één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen;e. natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden;f. openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken;g. waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;h. werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen;I. werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken.J. straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanig gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen;k. begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria. 2In afwijking in zoverre van artikel 7 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstafbuiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel6Belastingobject 1Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken, die niet in hoofdzaak tot woning dient. 2Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerendezaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel7Maatstaf van heffing 1De belasting wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 4, tweede lid, van deze verordening. 2Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstafvan dat belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel8Belastingtarief Woz-waarde Bijdrage 2012 1 - 140.000 € 250,00 140.001 - 200.000 € 300,00 200.001 - 300.000 € 350,00 300.001 - 400.000 € 425,00 400.001 - 500.000 € 500,00 500.001 - 600.000 € 600,00 600.001 - 700.000 € 650,00 700.001 - 800.000 € 700,00 800.001 - 900.000 € 750,00 900.001 - 1.000.000 € 800,00 1.000.001 - 1.500.000 € 900,00 1.500.001 - 3.000.000 € 1000,00 3.000.001 - > € 1500,00 Artikel9Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel10Termijnen van betaling 1In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 moeten de aanslagen worden betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later. 2De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen. Artikel11Kwijtschelding Bij de invordering van de BIZ-bijdrage wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel12Nadere regels door het Dagelijks Bestuur Het Dagelijks Bestuur van de Belastingsamenwerking West-Brabant kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. HoofdstukIIISubsidiebepalingen Artikel13Algemeen Indien en voor zover in deze verordening daarvan niet is afgeweken, zijn van toepassing de bepalingen van de Algemene wet bestuursrecht in het algemeen en titel 4:2 (subsidies) van de Algemene wet bestuursrecht in het bijzonder. Artikel14Subsidievaststelling 1De subsidie wordt verstrekt aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst BI-Zone De Kooi
  2. 2De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen. Artikel15Melding van relevante wijzigingen 1De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie. 2De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering of beëindiging van activiteiten. HoofdstukIVSlotbepalingen Artikel16Inwerkingtreding 1Deze verordening treedt in werking acht dagen nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken. 2De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  3. Artikel17Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als "Verordening BI-Zone De Kooi 2012". Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 26 oktober
  4. De voorzitter, De griffier,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.