← Nederland

13e wijziging van de Bouwverordening van de gemeente Albrandswaard. (Albrandswaard)

13e wijziging van de Bouwverordening van de gemeente Albrandswaard. 13e Wijziging bouwverordening Albrandswaard RAADSBESLUIT Besluit nr.: 99403 Onderwerp: 13e wijziging Bouwverordening De raad van de

Artikel 8

.1.6 Weigeren omgevingsvergunning voor het slopen Een omgevingsvergunning voor het slopen moet worden geweigerd indien: a. de veiligheid tijdens het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd; b. de bescherming van nabijgelegen bouwwerken in verband met het slopen onvoldoende is gewaarborgd en ook door het stellen van voorschriften niet op een voldoende peil kan worden gewaarborgd; c. een vergunning met betrekking tot de archeologische monumenten ingevolge de Monumentenwet 1988 of een provinciale of een gemeentelijke monumentenverordening is vereist en deze niet is verleend; d. een vergunning ingevolge een leefmilieuverordening op grond van de Wet op de stads- en dorpsvernieuwing, die krachtens overgangsrecht van de Invoeringswet Wet ruimtelijke ordening de werking heeft behouden, is vereist en deze niet is verleend; Artikel 8.1.7 Intrekking omgevingsvergunning voor het slopen Een omgevingsvergunning voor het slopen kan worden ingetrokken indien: a. de vergunning is verleend tengevolge van onjuiste of onvolledige opgave van gegevens; b. binnen 26 weken na het onherroepelijk worden van de omgevingsvergunning voor het slopen geen begin met de werkzaamheden is gemaakt; c. tussen het begin en het einde van de sloopwerkzaamheden deze werkzaamheden langer dan een aaneengesloten periode van 26 weken stilliggen. Paragraaf 2 Uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor het slopen Artikel 8.2.1 Sloopmelding

  1. In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is geen omgevingsvergunning voor het slopen vereist voor het anders dan in de uitoefening van een beroep of bedrijf in zijn geheel slopen van: a. geschroefde, asbesthoudende platen waarin de asbestvezels hechtgebonden zijn, niet zijnde dakleien, uit een woning of uit een op het erf van die woning staand bijgebouw, voorzover de woning of het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende platen maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt; b. asbesthoudende vloertegels of niet-gelijmde, asbesthoudende vloerbedekking uit een woning of uit een op het erf van die woning staand bijgebouw, voorzover de woning of het bijgebouw niet in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf worden gebruikt of bedoeld zijn voor gebruik in dat kader en de oppervlakte van de te verwijderen asbesthoudende vloerbedekking of vloertegels maximaal vijfendertig vierkante meter per kadastraal perceel bedraagt; mits het voornemen tot dit slopen is gemeld bij burgemeester en wethouders en door burgemeester en wethouders binnen acht dagen na de dag waarop dit is gemeld is medegedeeld dat geen omgevingsvergunning voor het slopen is vereist.
  2. Het voornemen tot slopen als bedoeld in het eerste lid moet worden gemeld met gebruikmaking van een door of namens burgemeester en wethouders vastgesteld formulier.
  3. De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in drievoud worden ingediend.
  4. De melding en de daarbij behorende bescheiden moeten in het Nederlands zijn gesteld.
  5. In de melding moeten zijn opgenomen de plaats, het adres, de aard en het gebruik van het bouwwerk.
  6. Degene, die de melding heeft gedaan, krijgt door of namens burgemeester en wethouders een bewijs van ontvangst toegezonden of uitgereikt, waarin de datum van ontvangst is vermeld.
  7. Indien burgemeester en wethouders de in het eerste lid bedoelde mededeling niet binnen de aldaar gestelde termijn hebben gedaan, is de mededeling van rechtswege gedaan.
  8. Burgemeester en wethouders kunnen aan een mededeling als bedoeld in het eerste lid voorschriften verbinden met betrekking tot de verwijdering, opslag en afvoer van asbest.
  9. De houder van een mededeling als bedoeld in het eerste of het tweede lid is verplicht de voorschriften, bedoeld in het achtste lid alsmede de voorschriften die bij of krachtens de artikelen 7 en 8 van het Asbestverwijderingsbesluit 2005 zijn gesteld, in acht te nemen. Voorts is de houder verplicht ter zake van de afvoer van asbest bevattende vloerbedekking alsmede van andere afvalstoffen waarop de mededeling betrekking heeft de in de gemeente geldende voorschriften in acht te nemen.
  10. Het bewerken van het asbest ter plaatse waar dit asbest door sloop vrijkomt is niet toegestaan. Bij het niet voldoen aan de bij of krachtens de in het eerste tot en met het vijfde lid van dit artikel gestelde eisen, stellen burgemeester en wethouders degene die de melding heeft gedaan in de gelegenheid om binnen één week de door hen aan te geven ontbrekende gegevens over te leggen. Artikel 8.2.2 Overige uitzonderingen op het vereiste van omgevingsvergunning voor het slopen In afwijking van artikel 8.1.1, eerste lid, is voorts geen omgevingsvergunning voor het slopen vereist, indien het slopen, voorzover dat betrekking heeft op asbest, uitsluitend bestaat uit het in het kader van de uitoefening van een beroep of bedrijf geheel of gedeeltelijk verwijderen van: a. geklemde vloerplaten onder verwarmingstoestellen; b. verwijderen van beglazingskit dat is verwerkt in de constructie van kassen; c. rem- en frictiematerialen; d. pakkingen uit verbrandingsmotoren; e. pakkingen uit procesinstallaties onderscheidenlijk verwarmingstoestellen met een nominaal vermogen dat lager is dan 2250 kilowatt. Paragraaf 3 Verplichtingen tijdens het slopen Artikel 8.3.1 Veiligheid op sloopterrein Het bepaalde in de artikelen 4.8 tot en met 4.10 is van overeenkomstige toepassing op het slopen en het sloopterrein. Artikel 8.3.2 Op het sloopterrein verplicht aanwezige bescheiden Op het sloopterrein moet de omgevingsvergunning voor het slopen of een besluit tot toepassing van bestuursdwang of oplegging van een last onder dwangsom tot het slopen aanwezig zijn en op verzoek aan het bouwtoezicht ter inzage worden gegeven. Artikel 8.3.3 Plichten van de houder van de omgevingsvergunning voor het slopen
  11. De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen moet het slopen, voor zover dat betrekking heeft op asbest, opdragen aan een deskundig bedrijf.
  12. De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen moet een afschrift van de vergunning ter hand stellen aan het deskundig bedrijf dat het slopen krachtens aanneming van werk zal uitvoeren.
  13. De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen stelt ten minste één week voorafgaande aan de aanvang van het slopen, het bevoegd gezag schriftelijk op de hoogte van de data en tijdstippen waarop het slopen, voorzover dat betrekking heeft op asbest, zal plaatsvinden.
  14. De houder van de omgevingsvergunning voor het slopen stuurt binnen twee weken na de uitvoering van de werkzaamheden het bevoegd gezag een afschrift van de resultaten van de eindbeoordeling, bedoeld als in artikel 9, eerste lid van het Asbestverwijderingsbesluit
  15. Artikel 8.3.4 Plichten van degene die sloopt
  16. Indien wordt gesloopt zonder dat een omgevingsvergunning voor het slopen is verleend voor het slopen van asbest en tijdens het slopen asbest wordt ontdekt, is degene die sloopt verplicht hiervan terstond melding te doen aan het bouw- en woningtoezicht.
  17. Aan het bouwtoezicht dienen ten minste twee dagen van tevoren de aanvang van de sloopwerkzaamheden te worden gemeld en uiterlijk op de dag van de beëindiging van de sloopwerkzaamheden het einde van die werkzaamheden. Indien het bouwtoezicht dit verlangt, moeten genoemde meldingen schriftelijk geschieden. Artikel 8.3.5 Wijze van slopen, verpakken en opslaan van asbest
  18. Voor zover redelijkerwijs uitvoerbaar moet eerst het in een bouwwerk aanwezige asbest worden verwijderd, voordat het bouwwerk wordt gesloopt.
  19. Bij de verwijdering van het asbest moeten de beste bestaande technieken worden toegepast om verontreiniging van het milieu met asbest te voorkomen. Paragraaf 4 Vrij slopen Artikel 8.4.1 Sloopafval algemeen
  20. Afval dat ontstaat door sloopwerkzaamheden waarvoor geen vergunning krachtens artikel 8.1.1, noch een melding krachtens artikel 8.2.1 is vereist, dient ten minste te worden gescheiden in de navolgende fracties: a. de als gevaarlijk aangeduide afvalstoffen van hoofdstuk 17 de afvalstoffenlijst behorende bij de Regeling Europese afvalstoffenlijst (EURAL; Stcrt. 17 augustus 2001, nr. 158, blz. 9); b. steenachtig sloopafval, zonder inbegrip van gips; c. bitumineuze en teerhoudende dakbedekking; d. met PAKS verontreinigde materialen; e. asfalt; f. dakgrind; g. overig afval.
  21. Overig afval, zoals bedoeld in het voorgaande lid onder g, en de fracties, bedoeld in het voorgaande lid onder a tot en met f, moeten op het sloopterrein gescheiden worden gehouden. HOOFDSTUK 9 WELSTAND Artikel 9.1 De advisering door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
  22. De advisering over redelijke eisen van welstand is opgedragen aan de Stichting Dorp, Stad & Land, Adviseurs Ruimtelijke Kwaliteit (hierna te noemen Dorp, Stad & Land), die uit haar midden personen voordraagt als lid van de commissie ruimtelijke kwaliteit, hierna te noemen: Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
  23. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert over de welstandsaspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning voor het bouwen.
  24. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit baseert haar advies op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria. Artikel 9.2 Samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit
  25. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bestaat ten minste uit drie leden, waaronder een voorzitter en een secretaris, die deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijk kwaliteit dan wel cultuurhistorie.
  26. Indien een lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit verhinderd is, draagt Dorp, Stad & Land zorg voor een plaatsvervanger met vergelijkbare deskundigheid op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit of cultuurhistorie.
  27. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan slechts adviezen uitbrengen indien ten minste twee leden aanwezig zijn, welke beschikken over deskundigheid op het gebied van welstand.
  28. De leden van de commissie ruimtelijke kwaliteit zijn onafhankelijk van het gemeentebestuur. Artikel 9.3 Benoeming en zittingsduur
  29. De voorzitter, de secretaris en de overige leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en hun plaatsvervangers worden op voorstel van Dorp, Stad & Land benoemd en ontslagen door het college van burgemeester en wethouders.
  30. De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kunnen ten hoogste voor een termijn van drie jaar worden benoemd. Zij kunnen eenmaal worden herbenoemd voor een periode van ten hoogste drie jaar.
  31. Het reglement van orde van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, bevat, binnen het gestelde in de voorgaande leden, nadere benoemingsprocedures. Artikel 9.4 Jaarlijkse verantwoording De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit stelt jaarlijks een verslag op van haar werkzaamheden voor het college, waarin ten minste aan de orde komt: - op welke wijze toepassing is gegeven aan de welstandcriteria uit de welstandsnota; - de werkwijze van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit; - op elke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen; - de aard van de beoordeelde plannen; - de bijzondere projecten. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan in haar jaarverslag aanbevelingen doen ten aanzien van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en de aanpassing van de gemeentelijke welstandsnota in het bijzonder. Artikel 9.5 Termijn van advisering
  32. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen uit binnen vier weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.
  33. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit brengt het advies over de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen, indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of een gefaseerde aanvraag betreft, uit binnen drie weken nadat door of namens burgemeester en wethouders daarom is verzocht.
  34. Burgemeester en wethouders kunnen in hun verzoek om advies de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit een langere termijn dan genoemd in de bovengenoemde leden van dit artikel geven voor het uitbrengen van het welstandsadvies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Artikel 9.6 Openbaarheid van vergaderen en mondeling toelichting
  35. De behandeling van bouwplannen door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is openbaar. De agenda voor de vergadering van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit wordt tijdig bekendgemaakt in een van overheidswege uitgegeven blad, een dagblad, nieuwsblad of huis-aan-huisblad, dan wel op een andere geschikte wijze. De agenda voor de vergadering kan op het gemeentehuis worden ingezien. Indien het bevoegd gezag – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doet tot niet-openbare behandeling, dan dient het bevoegd gezag daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen, de beoordeling als de adviezen.
  36. Indien de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen hierom bij het indienen van de aanvraag om omgevingsvergunning voor het bouwen heeft verzocht, wordt deze door of namens de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in staat gesteld tot het geven van een toelichting op het bouwplan.
  37. In het geval dat het bouwplan in de vergadering van de commissie wordt behandeld en een verzoek tot het geven van een toelichting is gedaan, dient de aanvrager van de omgevingsvergunning voor het bouwen een uitnodiging te ontvangen voor de vergadering van de commissie, waarin de aanvraag wordt behandeld.
  38. Belanghebbenden hebben in toelichtende zin spreekrecht. Het reglement van orde van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dat als bijlage 9 bij deze verordening is vastgesteld, voorziet in een procedurele opzet, waarbij er een onderscheid wordt aangebracht in de toelichtende fase en de beraadslagingen. Artikel 9.7 Afdoening bij mandaat
  39. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan de advisering over een aanvraag om advies mandateren aan een of meerdere daartoe aangewezen leden. De aangewezen leden (voorzitter en/of secretaris) adviseren over bouwplannen waarvan volgens hen het oordeel van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit als bekend mag worden verondersteld.
  40. In elk geval van twijfel legt de gemandateerde het bouwplan alsnog voor aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit.
  41. Behandeling van bouwplannen onder mandaat is openbaar. Indien burgemeester en wethouders – al dan niet op verzoek van de aanvrager – een verzoek doen tot niet-openbare behandeling, dan dienen burgemeester en wethouders daaraan klemmende redenen op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur ten grondslag te leggen. Artikel 9.8 Vorm waarin het advies wordt uitgebracht
  42. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert schriftelijk. Negatieve adviezen worden gemotiveerd, positieve adviezen alleen als daarom verzocht wordt.
  43. Zodra het advies wordt uitgebracht, wordt het door of namens burgemeester en wethouders gevoegd bij de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel 9.9 Uitsluiting van gebieden en categorieën bouwwerken
  44. Indien de raad op grond van artikel 12 van de Woningwet het voornemen heeft een gebied van de gemeente of een categorie bouwwerken uit te sluiten van welstandstoezicht, neemt de raad het daartoe strekkende besluit niet dan nadat: a. op het voornemen inspraak is verleend; b. het advies van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is ingewonnen.
  45. De inspraak als bedoeld in het eerste lid vindt plaats op de wijze voorzien in de krachtens artikel 150 Gemeentewet vastgestelde verordening. HOOFDSTUK 10 OVERIGE ADMINISTRATIEVE BEPALINGEN Artikel 10.1 t/m 10.

Artikel 10

.6 Herziening en vervanging van aangewezen normen en andere voorschriften Het bevoegd gezag is bevoegd om rekening te houden met de herziening en vervanging van de NEN-normen, voornormen, praktijkrichtlijnen en andere voorschriften waarnaar in deze verordening - of in de bij deze verordening behorende bijlagen - wordt verwezen, indien de bevoegde instantie de betrokken norm, voornorm, praktijkrichtlijn of het voorschrift heeft herzien of vervangen en die herziening of vervanging heeft gepubliceerd. HOOFDSTUK 11 HANDHAVING (vervallen) HOOFDSTUK 12 STRAF-, OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN Artikel 12.1 en 12.2 Vervallen Artikel 12.3 Overgangsbepaling met betrekking tot de staat van open erven en terreinen Het bepaalde in de artikelen 5.1.2 en 5.1.3 inzake de bereikbaarheid van gebouwen is niet van toepassing op een gebouw, dat gebouwd is of wordt op basis van een bouwvergunning als bedoeld in artikel 47, eerste lid, van de Woningwet van 12 juli 1962, tenzij bij een latere vergunning op grond van artikel 40 van de Woningwet eisen aan de bereikbaarheid van dat gebouw zijn gesteld. Artikel 12.4 en 12.

Artikel 12.6 Slotbepaling 1.

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt.

  1. Bij de inwerkingtreding van deze verordening vervalt: de bouwverordening, vastgesteld bij raadsbesluit d.d. 11 februari 2008 en alle daarin aangebrachte wijzigingen.
  2. Deze verordening kan worden aangehaald als: 13e wijziging Bouwverordening Albrandswaard. Aldus vastgesteld door de raad van de gemeente Albrandswaard in zijn openbare vergadering van 31 oktober 2011 De griffier, De voorzitter, R. v.d. Tempel mr. H.M. Bergmann BIJLAGEN Bijlage 1 t/m 6 Vervallen Bijlage 7 Kwaliteitseisen voor buizen en hulpstukken van de buitenriolering op erven en terreinen Bijlage als bedoeld in artikel 2.7.6 De NEN-normen, bedoeld in artikel 2.7.6, zesde lid, zijn de volgende: NEN 7002, uitgave 1968, 'Centrifugaal gegoten gietijzeren afvoerbuizen' (met correctieblad d.d. december 1979); NEN 7003, uitgave 1968, 'Hulpstukken voor gietijzeren afvoerbuizen' (met correctieblad d.d. december 1979); NEN 7013, uitgave 1980, 'Expansiestukken van PVC en ABS voor binnen- en buitenrioleringen'; NEN-EN 1401-1, uitgave 2009, "Kunststofleidingsystemen voor vrij verval buitenriolering - Ongeplasticeerd PVC (PVC-U) - Deel
  3. Eisen voor buizen, hulpstukken en het systeem" (Engelstalig); NEN-EN 295-1, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel
  4. Eisen (Engelstalig)', met inbegrip van de aanvullingsbladen A1, uitgegeven 1996, A2, uitgegeven 1997 en A3, uitgegeven 1999; NEN-EN 295-2, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel
  5. Kwaliteitscontrole en monstername (Engelstalig), met inbegrip van aanvullingsblad A1, uitgegeven 1999; NEN-EN 295-3, uitgave 1992, 'Keramische buizen en hulpstukken, alsmede buisverbindingen voor riolering onder vrij verval - Deel
  6. Beproevingsmethoden (Engelstalig). Bijlage 8 (vervallen) Bijlage 9 Reglement van Orde Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in de gemeente Albrandswaard Reglement van Orde Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in de gemeente Albrandswaard Inhoud Advisering door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Benoeming en zittingsduur Jaarlijkse verantwoording Termijn van advisering en vooroverleg Openbaarheid van vergaderen en plantoelichting Afdoening bij mandaat Vorm waarin het welstandsadvies wordt uitgebracht Welstandsoordeel van B&W Advisering over bijzondere plannen Ondersteuning van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Vergaderorde Financiële vergoeding Vaststelling en bekendmaking
  7. Advisering door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (Welstandscommissie), verder te noemen Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Artikel 1 Onafhankelijkheid De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is een door de gemeenteraad benoemde onafhankelijke commissie. De leden zijn onafhankelijk ten opzichte van het gemeentebestuur en de gemeentelijke organisatie. Er bestaan geen bindingen of relaties op basis waarvan de adviezen over ruimtelijke kwaliteit worden beïnvloed. De gemeente Albrandswaard heeft de stichting Dorp, Stad & Land (verder te noemen DSL) aangewezen als provinciale organisatie onder wier verantwoordelijkheid de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit ressorteert. Artikel 2 Taakomschrijving De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is een welstandscommissie conform Woningwet art. 12 van de gemeente en brengt op basis van de Woningwet advies uit aan burgemeester en wethouders ten aanzien van de vraag of het uiterlijk of de plaatsing van een bouwwerk of standplaats, waarvoor een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen is ingediend, in strijd is met redelijke eisen van welstand. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit beoordeelt op verzoek van burgemeester en wethouders of het uiterlijk van een bouwwerk of standplaats in ernstige mate in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria die hiervoor zijn opgenomen in de welstandsnota. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit is hierbij gebonden aan het gemeentelijk welstandsbeleid en baseert welstandsadviezen op de in de welstandsnota genoemde welstandscriteria, alsmede op door de raad vastgestelde aanvullende welstandscriteria (zoals bijvoorbeeld een welstandsparagraaf of een beeldkwaliteitplan waaraan welstandscriteria zijn toegevoegd). De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert burgemeester en wethouders tevens gevraagd en ongevraagd over beleidszaken en strategische visies met betrekking tot de ruimtelijke ontwikkeling en de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit legt de gemeenteraad eenmaal per jaar een verslag voor van de door haar verrichte werkzaamheden. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert burgemeester en wethouders over de monumentale aspecten van aanvragen voor een omgevingsvergunning en is daartoe in de gemeentelijke monumentenverordening aangewezen als Monumentencommissie. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert burgemeester en wethouders over de welstandsaspecten van aanvragen voor een reclamevergunning. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit voert onder regie van de gemeente overleg met betrokkenen bij de voorbereiding van bouwplannen en beoordeelt daartoe principeaanvragen voor bouwplannen. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit brengt op verzoek van burgemeester en wethouders advies uit over de welstandsaspecten van in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante beleidsstukken. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit overlegt met de betrokken ambtelijke afdelingen, burgemeester en wethouders en de gemeenteraad over het opstellen van welstandscriteria en welstandsbeleid. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit levert op verzoek van burgemeester en wethouders een bijdrage aan het bevorderen van de openbaarheid van het welstandstoezicht, het maatschappelijk draagvlak voor welstandstoezicht en het stimuleren van de discussie over ruimtelijke kwaliteit in de gemeente. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit draagt zorg voor regelmatig overleg met burgemeester en wethouders en signaleert daarbij gevraagd en ongevraagd stedenbouwkundige en architectonische ontwikkelingen die van belang zijn voor de ruimtelijke kwaliteit in de gemeente.
  8. Samenstelling van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit Artikel 3 Samenstelling De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (welstandscommissie) bestaat ten minste uit drie leden, waaronder een voorzitter en een secretaris, die deskundig zijn op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit dan wel cultuurhistorie. Aanvullend kan ten hoogste één lid benoemd worden dat niet verbonden is aan Dorp, Stad & Land. Indien een lid van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (welstandscommissie) verhinderd is, draagt DSL zorg voor een plaatsvervanger met vergelijkbare deskundigheid op het gebied van architectuur, ruimtelijke kwaliteit of cultuurhistorie. Indien een lid benoemd is dat niet verbonden is aan DSL, dragen burgemeester en wethouders zelf zorg voor plaatsvervanging. Ten behoeve van advisering ten aanzien van monumenten, voorbereiding en of toetsing van integrale bouwplannen, in voorbereiding zijnde bestemmingsplannen, stedenbouwkundige plannen en andere relevante beleidsstukken kan de Commissie Ruimtelijk Kwaliteit worden uitgebreid met leden die kennis hebben op stedenbouwkundig, cultuurhistorisch of landschaparchitectonisch gebied. Artikel 4 Profielschets van alle commissieleden De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit hebben geen professionele binding met de gemeente, maar moeten geïnteresseerd zijn in en de gemeente kennen of willen leren kennen. De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit zijn bereid zich te verdiepen in het ruimtelijk kwaliteitsbeleid in brede zin van de gemeente en baseren zich bij de beoordeling van bouwplannen op de welstandscriteria zoals opgenomen in de gemeentelijke welstandsnota, alsmede op door de raad vastgestelde documenten met aanvullende welstandscriteria. De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit moeten in staat zijn bouwplantekeningen te lezen en cultureel besef en kennis hebben van de (geschiedenis van de) bouwkunst. De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit moeten in staat zijn hun oordeel begrijpelijk te verwoorden, met respect voor allen die bij de advisering een rol spelen. Dit vraagt van alle commissieleden zekere communicatieve vaardigheden. De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit hebben een geheimhoudingsplicht inzake de aan hen voorgelegde plannen en beleidsdocumenten, niet zijnde bouwaanvragen. De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit zijn onpartijdig, dat betekent dat zij geen persoonlijk belang mogen hebben bij de door burgemeester en wethouders te nemen beslissingen en dat zij hun taak niet met vooringenomenheid mogen vervullen De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit mogen geen professionele betrokkenheid hebben bij de te beoordelen bouwplannen. Op het moment dat een dergelijke betrokkenheid wel bestaat maakt het lid deze tijdig kenbaar en wordt het plan behandeld zonder inbreng van het betreffende lid. Indien de voorzitter van de commissie dit nodig acht wordt het plan ter advies voorgelegd aan een andere onder DSL ressorterende Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Van deze formele stappen wordt in het advies melding gemaakt. Artikel 5 Profielschets van de voorzitter De voorzitter is verantwoordelijk voor het functioneren van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en bewaakt de deugdelijkheid van de advisering in brede zin. De voorzitter geeft leiding aan de vergadering en bewaakt de voortgang van de agenda. In de discussies draagt hij of zij er zorg voor dat alle commissieleden hun mening voldoende naar voren kunnen brengen. Na de discussie geeft de voorzitter een korte, heldere samenvatting van het uit te brengen advies, als basis voor de schriftelijke uitwerking. De voorzitter treedt op als gastheer of –vrouw voor de planindieners, ontwerpers en andere bezoekers. De voorzitter organiseert met de commissie een jaarlijkse, inhoudelijke evaluatie van de werkzaamheden en heeft hiertoe ten minste eenmaal per jaar een evaluerend overleg met de portefeuillehouder. De uitkomsten van het evaluatiegesprek worden opgenomen in het jaarverslag van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De voorzitter onderhoudt de contacten met de pers en andere belangstellenden. Bij een persgesprek is altijd een bij het welstandstoezicht betrokken derde aanwezig. Artikel 6 Profielschets van de architectleden De architectleden zijn samen met de voorzitter, verantwoordelijk voor de vakinhoudelijke kwaliteit van de welstandsadviezen. Eén van de architectleden kan door de welstandsorganisatie worden aangewezen als vakinhoudelijk architect-secretaris van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Een architectlid is een architect die zich door opleiding en ervaring kwalificeert om zitting te nemen in de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. De architectleden kennen de beroepspraktijk en hebben ervaring met het beoordelen van ontwerpen van (aanstaande) collega’s in bijvoorbeeld onderwijssituaties, jury’s of (welstands-)commissies. Artikel 7 Profielschets van het burgerlid (niet van toepassing).
  9. Benoeming en zittingsduur Artikel 8 Benoemingsprocedure De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit worden benoemd en ontslagen door burgemeester en wethouders. De voorzitter en de architectleden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit worden voorgedragen aan burgemeester en wethouders door DSL. Artikel 9 Zittingsduur Benoemingen gelden voor een periode van drie jaar met een mogelijkheid tot herbenoeming voor een periode van nog eens drie jaar. Omwille van de continuïteit van de welstandsadvisering worden de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bij voorkeur benoemd en herbenoemd in een alternerend systeem. Door DSL wordt een rooster van aftreden bijgehouden. DSL doet drie maanden voor het verstrijken van een benoemingstermijn een voorstel tot herbenoeming aan de verantwoordelijke wethouder toekomen. De wethouder stelt het voorgedragen commissielid ter benoeming voor aan burgemeester en wethouders. Artikel 10 Voortijdige beëindiging van de benoeming van commissieleden De leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kunnen te allen tijde kenbaar maken hun benoeming te willen beëindigen. Zij geven hiervan schriftelijk drie maanden tevoren kennis aan de gemeenteraad en DSL. Het college kan in voorkomende gevallen, na overleg met DSL, de benoeming van een lid of van alle leden van de commissie voortijdig beëindigen.
  10. Jaarlijkse verantwoording Artikel 11 Jaarverslag De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit stelt ter uitvoering van artikel 12b lid 3 Woningwet jaarlijks voor de gemeenteraad een verslag op van haar werkzaamheden, genoemd het jaarverslag. In dit jaarverslag komt ten minste aan de orde op welke wijze de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit toepassing heeft gegeven aan de in de gemeentelijke welstandsnota opgenomen welstandscriteria. Het jaarverslag signaleert waar de welstandsnota als beleidskader voldoende dan wel onvoldoende houvast heeft kunnen bieden bij de welstandsbeoordeling en geeft aan waarom in specifieke gevallen is afgeweken van het vastgestelde beleid. Voorts kan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit in haar jaarverslag aandacht besteden aan de werkwijze van de commissie, op welke wijze uitwerking is gegeven aan de openbaarheid van vergaderen, de aard van de beoordeelde plannen en bijzondere projecten. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan in haar verslag aanbeveling doen ten aanzien van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid in het algemeen en het welstandsbeleid in het bijzonder. Het verslagjaar loopt van januari tot en met december. Het jaarverslag wordt jaarlijks vóór 1 juli aangeboden aan de gemeenteraad.
  11. Termijn van advisering en vooroverleg Artikel 12 Termijn van advisering bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel een namens haar gemandateerd lid is bij de beoordeling van de welstandsaspecten van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen en bij de beoordeling van de welstandsaspecten van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen indien deze vergunning betrekking heeft op een deel van een project of wanneer het een gefaseerde aanvraag betreft gebonden aan de in de Bouwverordening genoemde termijnen voor het uitbrengen van advies. Een langere termijn kan door burgemeester en wethouders worden gegeven indien de termijn van afdoening van de aanvraag is verlengd met toepassing van artikel 3.9, tweede lid van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Binnen de in de Bouwverordening genoemde termijnen voor het uitbrengen van advies kan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel het namens haar gemandateerde lid het welstandsadvies aanhouden indien meer informatie of een toelichting van de ontwerper noodzakelijk is. Artikel 13 Overschrijding van de termijn Indien de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel het namens haar gemandateerde lid niet binnen de in de Bouwverordening gestelde termijn tot een advies komt, wordt de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit geacht positief te adviseren over de welstandsaspecten van de aanvraag om een omgevingsvergunning voor het bouwen. Artikel 14 Vooroverleg over principeaanvragen De gemeente biedt de mogelijkheid om, voorafgaand aan het indienen van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen, door middel van het indienen van een aanvraag voor een preadvies vooroverleg te plegen met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel een namens haar gemandateerd lid, over de interpretatie van de welstandscriteria in het concrete geval van het bouwplan. Dit vooroverleg kan in principe pas starten nadat duidelijkheid bestaat over de planologische aanvaardbaarheid van het plan. Daarbij kan het gemeentebestuur de planologische aanvaardbaarheid mede laten afhangen van het preadvies van de welstandscommissie. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel het namens haar gemandateerd lid draagt uiterste zorg voor consistente beoordelingen in de verschillende planfasen. Het vooroverleg is niet openbaar, tenzij de planindiener, burgemeester en wethouders en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit geen bezwaar hebben tegen een openbaar vooroverleg. Van het vooroverleg wordt verslag gemaakt, dat met de besproken bescheiden wordt opgenomen in het dossier. De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel het namens haar gemandateerde lid geeft aan in welke fase het plan werd beoordeeld en op basis van welke welstandscriteria de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen uiteindelijk zal worden beoordeeld, door de (plenaire) commissie dan wel door een namens haar gemandateerd lid. Artikel 15 Beëindiging van het vooroverleg na drie negatieve beoordelingen Als een plan tijdens de vooroverlegfase drie keer negatief wordt beoordeeld door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en als er tijdens het proces geen noemenswaardige vooruitgang wordt geconstateerd, zal de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het vooroverleg beëindigen en via de ambtelijk plantoelichter contact opnemen met de portefeuillehouder om de (politieke) consequenties hiervan te bespreken. Beëindiging van het vooroverleg vindt niet plaats indien het plan niet tenminste éénmaal, bijvoorbeeld de laatste maal, door de (plenaire) commissie is beoordeeld. Artikel 16 Geldigheidstermijn van een principeaanvraag Indien een principeaanvraag niet binnen zes maanden na de laatste beoordeling door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel een namens haar gemandateerd lid, wordt gevolgd door een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen, wordt de welstandsbehandeling gesloten. Deze termijn geldt niet indien de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit en de planindiener schriftelijk een andere termijn overeenkomen.
  12. Openbaarheid van vergaderen en plantoelichting Artikel 17 Openbare behandeling van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen De behandeling van de welstandsaspecten van een aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel door een gemandateerd lid van de commissie is openbaar tenzij de planindiener, burgemeester en wethouders of de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit van mening zijn dat er op grond van artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur klemmende redenen zijn voor geheimhouding. De openbaarheid geldt zowel voor de beraadslagingen als voor het formuleren van de conclusie c.q. het welstandsadvies. Belangstellenden kunnen de vergadering van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit bijwonen op de publieke tribune. Belanghebbenden in de zin van artikel 1:2 van de Algemene wet bestuursrecht kunnen voor het begin van de vergadering spreektijd aanvragen bij de voorzitter. De voorzitter stelt, afhankelijk van de agenda, de maximale spreektijd van eenieder vast. Spreektijd kan slechts worden gebruikt voor het geven van een visie op de welstandsaspecten van het plan. Een belangenafweging of beoordeling, anders dan op basis van de vastgestelde welstandscriteria vindt niet plaats tijdens de welstandsbeoordeling. Goedgekeurde verslagen van de openbare vergadering zijn openbaar en kunnen op aanvraag worden ingezien. Artikel 18 Bekendmaking van de agenda De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit vergadert volgens een jaarlijks vastgesteld vergaderschema. De data, het tijdstip en de locatie van de welstandsvergaderingen worden door de gemeente ter kennis gesteld van de lokale pers. Vanaf één dag voorafgaand aan de vergaderingen van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan de agenda van de vergadering worden ingezien bij de gemeente. Artikel 19 Plantoelichting door indiener en/of ontwerper Als een planindiener en/of ontwerper hierom bij het indienen van het plan heeft verzocht, wordt deze door de ambtelijk plantoelichter uitgenodigd voor het geven van een toelichting tijdens de vergadering waarin het plan wordt behandeld. Als de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel een namens haar gemandateerd lid een nadere toelichting gewenst acht dan wordt de planindiener en/of de ontwerper door de ambtelijk plantoelichter uitgenodigd voor het geven van een toelichting tijdens de vergadering waarin het plan wordt behandeld. Een plantoelichting is bedoeld voor een korte toelichting op de planfilosofie en de gemaakte keuzes in relatie tot de welstandscriteria, door planindiener en/of ontwerper.
  13. Afdoening bij mandaat Artikel 20 Mandaat namens de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit kan één of meer van haar leden mandateren om bepaalde taken uit te voeren. De gemandateerde voert de taak uit onder verantwoordelijkheid en namens de commissie, wat moet blijken uit bijvoorbeeld de ondertekening. Eén van de taken die door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit aan één of meer van haar leden kunnen worden gemandateerd is het uitbrengen van het welstandsadvies over aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen voor bouwplannen van relatief geringe ruimtelijke betekenis of van bouwplannen waar de mening van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit als bekend mag worden verondersteld. De gemandateerde heeft hierbij een volledig mandaat, dat wil zeggen dat zowel positieve als negatieve adviezen kunnen worden gegeven. Eén van de taken die door de Adviescommissie voor Ruimtelijke Kwaliteit aan één of meer van haar leden kunnen worden gemandateerd is het voeren van vooroverleg met de planindieners en/of ontwerpers. Dit kan zelfstandig gebeuren dan wel door deelname in een ‘kwaliteitsteam’. Bij het gemandateerd vooroverleg in het verband van een ‘kwaliteitsteam’ dient de gemandateerde zorg te dragen voor een regelmatige terugkoppeling en verantwoording van het advieswerk richting de (plenaire) commissie. Daarbij doet de gemandateerde verslag van wat er tijdens het vooroverleg (namens de commissie) is besproken en besloten. Het gemandateerd vooroverleg kan worden gecombineerd met het mandaat voor het uitbrengen van het welstandsadvies over aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen. Bij enige vorm van twijfel legt de gemandateerde het betreffende bouwplan voor aan de (plenaire) commissie. Voor behandeling van bouwplannen onder mandaat gelden verder dezelfde reglementen als voor behandeling van bouwplannen door de (plenaire) commissie. Artikel 21 Ambtelijk mandaat Burgemeester en wethouders kunnen de ambtelijk plantoetser mandateren om namens hen het welstandsoordeel te geven voor aanvragen van een omgevingsvergunning voor het bouwen waarvoor in de welstandsnota (ambtelijke) toetsingscriteria zijn opgenomen. De gemandateerde ambtenaar heeft hierbij een beperkt mandaat, dat wil zeggen dat alleen positieve adviezen kunnen worden gegeven. Plannen waarmee de gemandateerde ambtenaar niet akkoord kan gaan c.q. die niet voldoen aan de (ambtelijke) toetsingscriteria uit de welstandsnota, worden alsnog aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel een namens haar gemandateerd lid voorgelegd.
  14. Vorm waarin het welstandsadvies wordt uitgebracht Artikel 22 Inhoud van het advies Het welstandsadvies geeft aan of het uiterlijk en de plaatsing van een bouwwerk of een standplaats, zowel op zichzelf als in verband met de omgeving of de te verwachten ontwikkeling daarvan, al dan niet in strijd is met redelijke eisen van welstand, uitsluitend te beoordelen aan de hand van de criteria zoals opgenomen in de welstandsnota, dan wel aanvullende welstandscriteria (bijvoorbeeld bij herontwikkelingsprojecten) en beeldkwaliteitplannen met welstandscriteria, mits deze dezelfde vaststellingsprocedure hebben doorlopen als de welstandsnota. Van de in de vergadering uitgesproken bevindingen en adviezen wordt een verslag opgesteld. Het welstandsadvies is niet gericht op zaken die geen betrekking hebben op het welstandstoezicht. Het welstandsadvies kan worden gecombineerd met suggesties voor beleid of procedurele zaken die naar mening van de commissie in acht genomen zouden moeten worden. Deze suggesties zijn vrijblijvend en staan duidelijk los van de conclusie van het welstandsadvies zelf. Het welstandsadvies zal nooit zodanig geformuleerd worden dat één der betrokkenen zich daardoor beledigd of in goede naam of eer aangetast kan voelen. Artikel 23 Conclusie van het advies Het welstandsadvies kan de volgende conclusies hebben: Niet strijdig / Akkoord: Het plan voldoet naar mening van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria aan redelijke eisen van welstand. Het welstandsadvies kan worden gecombineerd met suggesties om het plan op een (nog) hoger niveau te tillen. Deze suggesties zijn vrijblijvend en staan duidelijk los van de conclusie van het welstandsadvies zelf. Niet strijdig mits / Akkoord mits: Het plan voldoet naar mening van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria aan redelijke eisen van welstand. Een onder mits geformuleerde opmerking betreft ondergeschikte onderdelen van het plan die nog gewijzigd, verduidelijkt of aangeleverd dienen te worden. Bijvoorbeeld monsters van de toe te passen kleuren en materialen. Een onder mits geformuleerde opmerking is niet vrijblijvend maar staat los van de algemene conclusie van het welstandsadvies. Als naar mening van de ambtenaar overeenkomstig de opmerkingen is gehandeld hoeft de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het gewijzigde bouwplan niet opnieuw te beoordelen. In principe akkoord / Akkoord op hoofdlijnen: Wordt alleen gebruikt bij principevoorstellen of pre-adviezen. De commissie staat positief tegenover de ontwikkeling van het schetsplan. Het vervolgens uit te werken bouwplan komt in een later stadium terug bij commissie voor een definitief welstandsadvies. Strijdig tenzij / Niet akkoord tenzij wordt voldaan aan de voorwaarden: Het plan voldoet naar mening van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet aan redelijke eisen van welstand, tenzij het op ondergeschikte punten wordt aangepast. Deze voorwaarden worden ondubbelzinnig genotuleerd en/of op de tekening aangegeven. De ambtelijk plantoetser nodigt daarna de planindiener uit om binnen de wettelijke afhandelingstermijn een aangepast plan in te dienen. Als dit plan overeenkomstig de voorwaarden is aangepast zal de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit het gewijzigde bouwplan positief beoordelen. Strijdig / Niet akkoord, nader overleg: Het plan voldoet naar mening van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet aan redelijke eisen van welstand, de commissie wacht een nader overleg of een aangepast plan af. Een schriftelijk advies wordt door de commissie in overleg met ambtelijk plantoelichter, (nog) niet noodzakelijk geacht. De negatieve beoordeling wordt beargumenteerd op basis van de welstandscriteria. Strijdig / Niet akkoord: Het plan voldoet naar mening van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit volgens de van toepassing zijnde welstandscriteria niet aan redelijke eisen van welstand. Dit betekent dat ingrijpende wijzigingen in het planconcept of de uitwerking van het ontwerp noodzakelijk zijn. De commissie beargumenteert de negatieve beoordeling op basis van de welstandscriteria. Artikel 24 Schriftelijke motivering De Commissie Ruimtelijke Kwaliteit adviseert en motiveert haar advies schriftelijk. Bij positieve advisering wordt in het verslag van de vergadering of op het aanvraagformulier genoteerd op welke bepalingen uit het vigerende welstandsbeleid het positieve advies is gebaseerd; een expliciete motivering kan bij positieve adviezen achterwege blijven, tenzij burgemeester en wethouders daarom specifiek verzoeken. Een positief advies wordt altijd schriftelijk gemotiveerd als er sprake is van een bijzondere situatie waarbij wordt geadviseerd om een plan op basis van de algemene welstandscriteria, in afwijking van de van toepassing zijnde gebiedsgerichte c.q. objectgerichte welstandscriteria, goed te keuren. Elk welstandsadvies bestaat uit: beknopte karakteristiek van het bouwplan (en zijn omgeving) indien van toepassing: kort chronologisch overzicht van eerdere planbeoordelingen indien van toepassing: beknopt verslag van een plantoelichting door de planindieners en/of de ontwerper een verwijzing naar de bij de beoordeling toegepaste welstandscriteria een verwijzing naar de planologische status van het bouwplan, de proportionaliteit van de ingreep en de zichtbaarheid vanaf de openbare ruimte bevindingen en het oordeel van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit resulterend in het welstandsadvies bij een negatief advies de motivering daarvan indien van toepassing: aanbevelingen of suggesties van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Artikel 25 Toelichting op het welstandsadvies De planindiener en/of ontwerper kan een mondelinge toelichting vragen op het welstandsadvies. Deze toelichting wordt in eerste instantie gegeven de door ambtelijk plantoetser. Indien de planindiener en/of ontwerper vervolgens een nadere toelichting wenst kan een afspraak worden gemaakt met de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit dan wel een namens haar gemandateerd lid.
  15. Welstandsoordeel van het bevoegd gezag Artikel 26 Welstandsoordeel van het bevoegd gezag Het welstandsadvies wordt gevraagd door en uitgebracht aan burgemeester en wethouders. Indien het bevoegd gezag niet bij burgemeester en wethouders ligt, dragen zij het welstandsadvies over aan het bevoegd gezag. Het bevoegd gezag heeft een eigen verantwoordelijkheid voor het welstandsoordeel dat tot stand komt aan de hand van de in de gemeentelijke welstandsnota opgenomen welstandscriteria. Burgemeester en wethouders vragen bij elke aanvraag voor een omgevingsvergunning voor het bouwen, met uitzondering van de plannen die op grond van de welstandsnota als welstandsvrij zijn aan te merken, advies aan de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit, tenzij bij voorbaat vaststaat dat de omgevingsvergunning reeds op een andere grond moet worden geweigerd. Het bevoegd gezag vergewist zich er van dat het aan hen uitgebrachte welstandsadvies naar inhoud en wijze van totstandkoming deugdelijk is. Artikel 27 Afwijken op inhoudelijke grond Het bevoegd gezag kan op inhoudelijke grond afwijken van het welstandsadvies indien zij tot het oordeel komt dat de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit de van toepassing zijnde criteria niet juist heeft geïnterpreteerd, of de commissie n

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.