Subsidieregeling Cultuur gemeente WageningenHet college van burgemeester en wethouders, Overwegende dat het noodzakelijk is nadere regels vast te stellen op het gebied van de subsidiëring van culturele instellingen en activiteiten, gelet op artikel 156 lid 3 van de Gemeentewet en artikel 1.5 lid 2 van de Algemene Subsidieverordening Wageningen; Mede gelet op titel 4.2 van de Algemene wet bestuursrecht; Besluit vast te stellen de: ‘Subsidieregeling Cultuur gemeente Wageningen’. Algemeen Artikel1Begripsbepalingen Deze subsidieregeling verstaat onder: amateurkunstbeoefening: een verzamelnaam voor de niet beroepsmatige en niet-commerciële beoefening van muziek, zang, dans, toneel, cabaret, opera, operette, fotografie, film, beeldende kunst, audiovisuele kunst, multimedia en letteren; artistieke leiding: professionele dirigenten, regisseurs, instructeurs, repetitors, choreografen en audio- visuele ontwerpers; culturele activiteit: een ten behoeve van een breed publiek laagdrempelig en openbaar toegankelijke activiteit in het kader van amateurkunstbeoefening, in de vorm van het bijwonen van een culturele voorstelling of het actief deelnemen aan een culturele activiteit, welke in of vanuit Wageningen wordt georganiseerd en uitgevoerd en geheel of grotendeels in het belang is van de gemeente Wageningen en haar inwoners. culturele infrastructuur: het totale gevarieerde aanbod van culturele activiteiten, evenementen, voorstellingen en voorzieningen in de gemeente Wageningen; culturele instelling: een instelling die activiteiten verricht op het gebied van amateurkunstbeoefening; culturele voorstelling: een voor publiek openbaar toegankelijke culturele uitvoering, presentatie of concert waaraan door publiciteit kenbaarheid is gegeven. Amateurkunstbeoefening Artikel2Verlening subsidie amateurkunstbeoefening 1.De subsidie amateurkunstbeoefening dient als bijdrage in de organisatiekosten van de culturele instelling. Onder organisatiekosten worden in ieder geval verstaan: de kosten voor de leiding en organisatie van de instelling; de kosten voor artistieke leiding; de kosten van accommodatie voor repetitie en opslag. 2.De subsidie amateurkunstbeoefening betreft een jaarlijkse subsidie en kan voor meerdere jaren worden verleend. 3.Er wordt geen subsidie verleend voor het in stand houden van de culturele instelling. Artikel3Aanvullende eisen aan de subsidieaanvrager 1.De subsidieaanvrager dient te voldoen aan de volgende eisen: aan de instelling dient een minimum aantal van tien contribuerende leden en/of deelnemers verbonden te zijn waarvan ten minste 2/3 deel in Wageningen woonachtig is; de leden van de instelling dienen middels contributie bij te dragen in de kosten van de organisatie; zij dient jaarlijks minimaal twee openbaar toegankelijke activiteiten te verrichten, welke plaatsvinden binnen de gemeente Wageningen. 2.Van subsidie op grond van deze regeling zijn uitgesloten: instellingen waarvan het organiseren en uitvoeren van culturele activiteiten niet tot diens reguliere activiteiten behoort en waarvan de kwaliteit aan de organisatie en de uitvoering van de activiteiten amateurkunstbeoefening niet kan worden gewaarborgd; onderwijsinstellingen, studentenverenigingen en andere instellingen gelieerd aan studenten en onderwijsinstellingen; instellingen die al op grond van een van de onderdelen van deze subsidieregeling of een andere subsidieregeling, al dan niet van de gemeente Wageningen, subsidie ontvangen als bijdrage in de organisatiekosten voor amateurkunstbeoefening. 3.Het college kan van het bepaalde in de leden 1 en 2 van dit artikel afwijken, indien de instelling met haar activiteiten een wezenlijke en aantoonbaar aanvullende bijdrage levert aan de culturele infrastructuur in Wageningen. Artikel4Aanvullende gegevensvereisten 1.Met de aanvraag tot verlening van de subsidie amateurkunstbeoefening dient te worden ingediend een zo recent mogelijke ledenlijst met een onderscheid tussen wel- en niet Wageningse leden; een overzicht met een korte omschrijving van de geplande culturele activiteiten van de instelling op het gebied van amateurkunstbeoefening met betrekking tot het subsidietijdvak waarvoor deze subsidie amateurkunstbeoefening wordt aangevraagd. 2.Het college kan de instelling verzoeken tot het overleggen van een begroting, planning of anderszins met betrekking tot het subsidietijdvak waarvoor de subsidie amateurkunstbeoefening wordt aangevraagd, waaruit blijkt van specifieke gegevens met betrekking tot de kosten van de leiding en de organisatie van de instelling, de artistieke leiding en de kosten van accommodatie voor repetitie en opslag. Artikel5Subsidiebedragen 1.De subsidie amateurkunstbeoefening wordt verleend op grond van het aantal contribuerende en/of deelnemende leden van de culturele instelling. Het aantal contribuerende en/of deelnemende leden van de culturele instelling wordt vastgesteld op grond van de in artikel 4 lid 1 sub a genoemde ledenlijst. 2.Het college stelt voorafgaand aan het eerstvolgende subsidietijdvak vast op welke wijze de subsidie over het aantal contribuerende en/of deelnemende leden van de instellingen die subsidie hebben aangevraagd wordt verdeeld, alsook de daarbij te verlenen maximum subsidiebedragen met vermelding van het subsidietijdvak waarvoor de subsidie amateurkunstbeoefening kan worden aangevraagd. Culturele activiteiten Artikel6Subsidie culturele activiteiten Op grond van de subsidie culturele activiteiten kan het college een eenmalige subsidie verlenen aan instellingen en natuurlijke personen ten behoeve van de voorbereiding, de uitvoering en de promotie van in of vanuit de gemeente Wageningen te organiseren kortdurende culturele activiteiten, welke periodiek slechts eenmalig of meerdere malen (terugkerend) plaats vinden. Artikel7Eisen aan de subsidieontvanger Voor de subsidie periodiek eenmalige en/of periodiek terugkerende culturele activiteiten komen in aanmerking culturele instellingen in de zin van artikel 1 sub f van deze subsidieregeling en natuurlijke personen die culturele activiteiten in de zin van artikel 1 sub c ontplooien. Artikel8Onderscheid periodiek eenmalige en terugkerende culturele activiteiten 1.Onder periodiek eenmalige culturele activiteit wordt verstaan een kortdurende culturele activiteit: die gedurende de laatste drie aaneengesloten jaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag niet meer dan twee keer plaats heeft plaatsgevonden; of waarvoor in de laatste drie aaneengesloten jaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag geen subsidie is verstrekt. 2.Onder periodiek terugkerende culturele activiteit wordt verstaan een kortdurende culturele activiteit die gedurende de laatste drie aaneengesloten jaren voorafgaand aan de subsidieaanvraag minimaal twee keer plaats heeft gevonden. Artikel9Tendersysteem periodiek eenmalige culturele activiteiten 1.Aanvragen voor de subsidie periodiek eenmalige culturele activiteiten worden behandeld volgens een tendersysteem, waarbij de aanvraag wordt getoetst aan de in artikel 10 lid 1 en lid 2 en de in artikel 12 lid 1 t/m 4 van deze subsidieregeling genoemde vereisten. 2.Er zijn jaarlijks twee subsidieperiodes: Periode 1: 1 januari t/m 30 juni; periode 2: 1 juli t/m 31 december. 3.Subsidieaanvragen voor periodiek eenmalige culturele activiteiten moeten bij het college worden ingediend: voor activiteiten gedurende periode 1: uiterlijk op 1 oktober voorafgaand aan de periode; voor activiteiten gedurende periode 2: uiterlijk op 1 april voorafgaand aan de periode. 4.Subsidieaanvragen voor periodiek terugkerende culturele activiteiten dienen uiterlijk 8 weken voor aanvang van de activiteit bij het college te worden ingediend. Artikel10Subsidie periodiek eenmalige culturele activiteiten 1.Om voor subsidie periodiek eenmalige culturele activiteiten in aanmerking te komen dient de kortdurende culturele activiteit een nieuw element dan wel een wezenlijk bijzondere aanvulling te vormen op het reeds bestaande aanbod van culturele activiteiten binnen Wageningen. De culturele activiteit is bijzonder aanvullend indien er sprake is van een activiteit met een overwegend innovatief, experimenteel dan wel vernieuwend karakter. 2.Onder een periodiek eenmalige culturele activiteit kan ook worden verstaan: een eenmalige culturele activiteit met een educatief karakter; een eenmalige culturele activiteit met als doel de kwaliteitsverbetering en/of professionalisering van de eigen instelling, al dan niet in samenwerking met (artistieke) professionals; een eenmalige culturele activiteit die is gericht op de samenwerking van meerdere culturele instellingen in Wageningen; een door het gemeentebestuur gewenste culturele activiteit met een aantoonbaar bijzonder, vernieuwend of hoogstaand karakter met betrekking tot het reeds bestaande aanbod van culturele activiteiten binnen Wageningen of met betrekking tot een te bereiken specifieke doelgroep deelnemers of publiek. 3.Culturele activiteiten welke voldoen aan de vereisten van lid 1 of lid 2 van dit artikel, doch waarvan bij de subsidieaanvraag duidelijk is dat er sprake is of zal zijn van een periodiek terugkerende culturele activiteit worden de eerste twee maal dat deze activiteit plaats vindt als periodiek eenmalige culturele activiteit aangemerkt en gesubsidieerd. Artikel11Subsidie periodiek terugkerende culturele activiteit 1.Subsidie voor een periodiek terugkerende activiteit wordt in beginsel slechts verleend indien voor de dezelfde activiteit eerst twee maal een subsidie periodiek eenmalige culturele activiteiten is verstrekt. 2.Deze subsidie kan (op aanvraag) worden verleend voor een reeks van eenzelfde culturele activiteiten die gedurende een bepaalde periode meermaals plaatsvinden. Op basis van de aanvraag wordt beoordeeld of de subsidieverlening als eenmalige of jaarlijkse subsidie zal plaatsvinden. Artikel12Eisen aan de periodiek eenmalige of terugkerende culturele activiteit 1.De periodiek eenmalige of terugkerende culturele activiteit dient in ieder geval: van korte duur te zijn; in of vanuit Wageningen te worden georganiseerd; voor het publiek openbaar toegankelijk te zijn. 2.Opdat de periodiek eenmalige of terugkerende culturele activiteit is gericht op het algemeen belang van de gemeente en haar inwoners, dient deze activiteit aan één of meerdere van de volgende vereisten te voldoen: de activiteit dient het culturele klimaat van Wageningen te versterken; de activiteit dient bij te dragen aan de profilering van Wageningen als een levendige en aantrekkelijke stad; de activiteit dient bij te dragen aan de toeristische aantrekkingskracht van Wageningen; de activiteit dient door haar uitstraling voor Wageningen een stadspromotionele meerwaarde te hebben; de activiteit dient door haar bezoekersstroom bij te dragen aan het genereren van bestedingen in Wageningen. 3.De periodiek eenmalige of terugkerende activiteit moet wat betreft aard, tijdstip en kwaliteitsniveau passen binnen de evenementenkalender van Wageningen. 4.Het college is bevoegd om aan de verlening van subsidie voor de periodiek eenmalige of terugkerende culturele activiteit aanvullende eisen te stellen, onder andere met betrekking tot: de omvang van de activiteit in de vorm van een minimum aantal te verwachten bezoekers en/of deelnemers; het bereiken van en/of laten deelnemen van een of meerdere bepaalde doelgroep(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.