← Nederland

Verordening op de heffing en invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Centrum Goirle 2012 (Goirle)

Verordening op de heffing en de invordering van een BIZ-bijdrage en op de subsidie voor de BI-zone Centrum Goirle 2012 Hoofdstuk I Algemene bepalingen Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze verordening verstaat onder: BI-zone: het bij deze verordening aangewezen gebied in de gemeente waarbinnen de BIZ-bijdrage wordt geheven. Het aangewezen gebied is vermeld op de bij deze verordening behorende en daarvan deeluitmakende kaart; De wet: de Experimentenwet BI-zones; Het college: het college van burgemeester en wethouders van de gemeente; Uitvoeringsovereenkomst: de tussen de gemeente Goirle en stichting BIZ Centrum Goirle gesloten Uitvoeringsovereenkomst van 12 oktober

  1. Artikel 2 Aanwijzing stichting De stichting BIZ Centrum Goirle (hierna: de stichting) wordt aangewezen als stichting als bedoeld in artikel 7 van de wet. Hoofdstuk II Belastingbepalingen Artikel 3 Aard van de belasting Onder de naam "BIZ-bijdrage" wordt een directe belasting geheven ter bestrijding van de kosten die zijn verbonden aan activiteiten die zijn gericht op het bevorderen van leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit of een ander mede publiek belang in de openbare ruimte van de BI-zone. Artikel 4 Belastbaar feit en belastingplicht
  2. De BIZ-bijdrage wordt gedurende een periode van 3 jaren jaarlijks geheven ter zake van binnen de BI-zone gelegen onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dienen.
  3. De BIZ-bijdrage wordt geheven van degenen die bij het begin van het kalenderjaar in de BI-zone gelegen onroerende zaken al dan niet krachtens eigendom, bezit, beperkt recht of persoonlijk recht, gebruiken.
  4. Voor de toepassing van het tweede lid wordt: Gebruik door degene aan wie een deel van een onroerende zaak in gebruik is gegeven, aangemerkt als gebruik door degene die dat deel in gebruik heeft gegeven; degene die het deel in gebruik heeft gegeven, is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie dat deel in gebruik is gegeven; Het ter beschikking stellen van een onroerende zaak voor volgtijdig gebruik wordt aangemerkt als gebruik door degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld; degene die de onroerende zaak ter beschikking heeft gesteld is bevoegd de BIZ-bijdrage als zodanig te verhalen op degene aan wie die zaak ter beschikking is gesteld. Artikel 5 Belastingobject
  5. Als een onroerende zaak die niet in hoofdzaak tot woning dient, wordt aangemerkt de onroerende zaak, bedoeld in hoofdstuk III van de Wet waardering onroerende zaken die niet in hoofdzaak tot woning dient en die niet is genoemd in artikel 220d , eerste lid, van de Gemeentewet.
  6. Een onroerende zaak dient niet in hoofdzaak tot woning indien de waarde die op grond van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken is vastgesteld voor die onroerende zaak niet in hoofdzaak kan worden toegerekend aan delen van die onroerende zaak die dienen tot woning dan wel volledig dienstbaar zijn aan woondoeleinden. Artikel 6 Maatstaf van heffing
  7. De BIZ-bijdrage wordt geheven naar de op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken voor het belastingobject vastgestelde waarde voor het kalenderjaar bedoeld in artikel 4, tweede lid, van deze verordening.
  8. Bij de bepaling van de heffingsmaatstaf wordt buiten aanmerking gelaten de waarde van gedeelten van de onroerende zaak die in hoofdzaak tot woning dienen dan wel in hoofdzaak dienstbaar zijn aan woondoeleinden.
  9. Indien met betrekking tot het belastingobject geen waarde is vastgesteld op de voet van hoofdstuk IV van de Wet waardering onroerende zaken wordt de heffingsmaatstaf van dat belastingobject bepaald met overeenkomstige toepassing van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 17, 18 en 20, tweede lid, van de Wet waardering onroerende zaken. Artikel 7 Vrijstellingen In afwijking in zoverre van artikel 6 wordt bij de bepaling van de heffingsmaatstaf buiten aanmerking gelaten, voor zover dit niet reeds is geschied bij de bepaling van de in dat artikel bedoelde waarde, de waarde van: voor de land- of bosbouw bedrijfsmatig geëxploiteerde cultuurgrond, daaronder mede begrepen de open grond, alsmede de ondergrond van glasopstanden, die bedrijfsmatig aangewend wordt voor de kweek of teelt van gewassen, zonder daarbij de ondergrond als voedingsbodem te gebruiken; glasopstanden, die bedrijfsmatig worden aangewend voor de kweek of teelt van gewassen, voorzover de ondergrond daarvan bestaat uit de in onderdeel a bedoelde grond; onroerende zaken die in hoofdzaak zijn bestemd voor de openbare eredienst of voor het houden van openbare bezinningssamenkomsten van levensbeschouwelijke aard; één of meer onroerende zaken die deel uitmaken van een op de voet van de Natuurschoonwet 1928 aangewezen landgoed dat voldoet aan de voorwaarden genoemd in artikel 8 van het Rangschikkingsbesluit Natuurschoonwet 1928, met uitzondering van de daarop voorkomende gebouwde eigendommen; natuurterreinen, waaronder mede worden verstaan duinen, heidevelden, zandverstuivingen, moerassen en plassen, die door rechtspersonen met volledige rechtsbevoegdheid welke zich uitsluitend of nagenoeg uitsluitend het behoud van natuurschoon ten doel stellen, beheerd worden; openbare land- en waterwegen en banen voor openbaar vervoer per rail, een en ander met inbegrip van kunstwerken; waterverdedigings- en waterbeheersingswerken die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; werken die zijn bestemd voor de zuivering van riool- en ander afvalwater en die worden beheerd door organen, instellingen of diensten van publiekrechtelijke rechtspersonen; werktuigen die van een onroerende zaak kunnen worden afgescheiden zonder dat beschadiging van betekenis aan die werktuigen wordt toegebracht en die niet op zichzelf als gebouwde eigendommen zijn aan te merken; straatmeubilair, waaronder begrepen alle zodanige gebouwde eigendommen - niet zijnde gebouwen - welke zijn geplaatst ten gerieve of in het belang van het publiek, ten dienste van het verkeer of ter verfraaiing van de gemeente, zoals lichtmasten, verkeersinstallaties, standbeelden, monumenten, fonteinen, banken, abri's, hekken en palen; plantsoenen, parken en waterpartijen, die bij de gemeente in beheer zijn of waarvan de gemeente het genot heeft krachtens eigendom, bezit of beperkt recht; begraafplaatsen, urnentuinen en crematoria; De objecten die vermeld staan in de bijlage "vrijgestelde objecten voor BIZ-bijdrage" (bijlage 1). In bijlage 1 staan vermeld de vrijgestelde objecten omschreven zoals ze zijn opgenomen in de woz - administratie (objectcode en objectomschrijving). Artikel 8 Belastingtarief
  10. Het tarief van de BIZ-bijdrage bedraagt een percentage van de heffingsmaatstaf. De percentages zijn opgenomen in de bij deze verordening behorende tarieventabel
  11. Indien de heffingsmaatstaf beneden de € 12.000,00 blijft, wordt geen BIZ-bijdrage geheven.
  12. Voor belastingbedragen tot € 10,00 vindt geen invordering plaats. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op een aanslagbiljet verenigde verschuldigde bedragen aangemerkt als één belastingbedrag. Artikel 9 Wijze van heffing De BIZ-bijdrage wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel 10 Termijnen van betaling
  13. In afwijking van artikel 9, eerste lid van de Invorderingswet 1990 worden de aanslagen betaald in twee gelijke termijnen waarvan de eerste vervalt op de laatste dag van de maand volgend op de maand die in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en de tweede twee maanden later.
  14. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in het eerste lid gestelde termijnen. Artikel 11 Nadere regels door het college Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de BIZ-bijdrage. Hoofdstuk III Artikel 12 Algemeen Op subsidies als bedoeld in artikel 13 is de Algemene Subsidieverordening Goirle niet van toepassing. Artikel 13 Subsidievaststelling
  15. De subsidie wordt verstrekt aan de stichting voor de uitvoering van de activiteiten die zijn opgenomen in de Uitvoeringsovereenkomst;
  16. De subsidie bedraagt maximaal het bedrag van de jaarlijks te ontvangen BIZ-bijdragen, verminderd met de daarmee samenhangende perceptiekosten.
  17. In de Uitvoeringsovereenkomst worden nadere regels gesteld over de wijze van bevoorschotting en de verrekening van meer- en minderopbrengsten van de ontvangen BIZ-bijdragen. Artikel 14 Melding van relevante wijzigingen
  18. De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van meer dan ondergeschikte veranderingen in haar financiële situatie.
  19. De stichting stelt het college zo spoedig mogelijk schriftelijk op de hoogte van een wijziging van de statuten, dan wel van verandering of beëindiging van de activiteiten. Hoofdstuk IV Slotbepalingen Artikel 15 Inwerkingtreding
  20. Deze verordening treedt in werking met ingang van de eerste dag nadat het college heeft bekendgemaakt dat van voldoende steun als bedoeld in artikel 4 van de wet is gebleken.
  21. De datum van ingang van de heffing is 1 januari
  22. Artikel 16 Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als: verordening BI-zone Centrum Goirle
  23. Aldus besloten door de raad van de gemeente Goirle in zijn vergadering van 18-10-2011 , de voorzitter , de griffier Bijlage 1: Vrijgestelde objecten voor de BIZ-bijdrage Behorende bij artikel 7, onder m van de Verordening BI-zone Centrum Goirle 2012 Objectcode (co n form woz - administr a tie) Objectomschrijving 2162 Woning - praktijkruimte 3162 Praktijkruimte 3175 Opslag / distributie 3311 Creche / peuterspeelzaal 3312 Basisschool 3318 Dagverblijf 3331 Ziekenhuis 3334 Psychiatrisch ziekenhuis 3351 Verzorgings- / bejaardentehuis 3353 Praktijkruimte tandarts / fysiotherapie 3356 Gevangenis 3359 Overig bijz. woonfunctie zonder woning 3376 Wijk- / Buurtcentrum 3411 Schouwburg / concertgebouw 3412 Congresgebouw 3413 Museum 3415 Bioscoop 3416 Bibliotheek 3419 Overig cultureel 3512 Sportaccommodatie / sportterrein 3515 Clubhuis 3634 NS-station 3635 Busstation 3638 Benzinestation 3641 Parkeergarage 3664 Telefooncentrale 4199 Overige ongebouwd Deze tabel behoort bij het besluit van 18-10-2011 van de raad van de gemeente Goirle. De griffier van Goirle,

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.