Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffingDe Raad van de gemeente Uden; gelezen het voorstel van het College van burgemeester en wethouders van 20 september 2011; gelet op artikel 15.33 van de Wet milieubeheer; b e s l u i t vast te stellen de Artikel1.Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder ‘gebruik maken’: gebruik maken in de zin van artikel 15.33 Wet milieubeheer. Artikel2.Aard van de belasting en belastbaar feit 1.Onder de naam ‘afvalstoffenheffing’ wordt een directe belasting geheven als bedoeld in artikel 15.33 van de Wet milieubeheer. 2.De afvalstoffenheffing als bedoeld in deze verordening wordt naar afzonderlijke grondslagen geheven ter zake van het gebruik maken van een perceel ten aanzien waarvan krachtens de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel3.Belastingplicht De belasting wordt geheven van degene die in de gemeente naar de omstandigheden beoordeeld al dan niet krachtens eigendom, bezit of beperkt recht of persoonlijk recht gebruik maakt van een perceel ten aanzien waarvan ingevolge de artikelen 10.21 en 10.22 van de Wet milieubeheer een verplichting tot het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen geldt. Artikel4.Maatstaf van heffing en belastingtarief De belasting bedraagt per perceel per belastingjaar: indien dat perceel wordt gebruikt door één persoon € 235,44; Indien dat perceel wordt gebruikt door meer dan één persoon € 284,88; indien dat perceel wordt gebruikt door meer dan één persoon en gebruik wordt gemaakt van een container voor restafval met een inhoud van 120 liter € 235,44. Artikel5.Belastingjaar Het belastingjaar is gelijk aan het kalenderjaar. Artikel6.Wijze van heffing De belasting wordt bij wege van aanslag geheven. Artikel7.Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang 1.De belasting is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar aanvangt, is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 3.Indien de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven. 4.Het tweede en het derde lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar een ander perceel gebruik maakt. Artikel8.Termijnen van betaling 1.De aanslag(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.