de raad van de gemeente goudaGelet op artikel 229, eerste lid, aanhef en onderdelen a en b, van de Gemeentewet; besluit vast te stellen de volgende verordening: verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2012 Artikel1begripsomschrijvingen In deze verordening wordt verstaan onder: a. markt : hetgeen hieronder wordt verstaan in de "Marktverordening Gouda 2009; b.standplaats : de ruimte die voor de duur van de markt is aangewezen voor het uitoefenen van de markthandel; c.vaste standplaats : de standplaats die voor onbepaalde tijd ter beschikking is gesteld aan een vergunninghouder; d.dagplaats : de standplaats dieper marktdag ter beschikking wordt gesteld aan een vergunninghouder, omdat deze niet als vaste standplaats is toegewezen dan wel ingenomen; e.standwerken : de activiteit waarbij de vergunninghouder publiek om zich heen verzamelt en dat publiek door een aansprekende uiteenzetting probeert over te halen tot de aankoop van een artikel; f.standwerkersplaats : de standplaats die per marktdag ter beschikking wordt gesteld om te standwerken; g.vergunninghouder : degene aan wie door het college vergunning is verleend voor het innemen van een standplaats; h.college : het college van burgemeester en wethouders. Artikel2belastbaar feit Onder de naam 'marktgeld' wordt een recht geheven voor het innemen van een vaste standplaats, dagplaats of standwerkersplaats op voor de openbare dienst bestemde gemeentegrond, voor de verkoop of het ten verkoop uitstallen of aanbieden van goederen of waren, op een markt. Artikel3belastingplicht De rechten worden geheven van degene die de vaste standplaats, dagplaats of standwerkersplaats inneemt. Als degene die de vaste standplaats of dagplaats inneemt wordt aangemerkt de houder van een vergunning. Artikel4maatstaf van heffing en belastingtarieven 1.De rechten bedragen: A: voor een vaste standplaats, per dag: op dinsdag, woensdag of donderdag: € 5,50 per m2 per kwartaal op zaterdag: € 7,50 per m2 per kwartaal. B: voor een dagplaats of standwerkersplaats, per dag: op dinsdag, woensdag of donderdag: € 0,59 per m2; op zaterdag: € 0,74 per m
- Het minimumtarief voor een standwerkersplaats bedraagt per dag: op dinsdag, woensdag of donderdag: € 7,10 (afronding van 12 * € 0,59); op zaterdag € 8,90 (afronding van 12 * € 0,74). 2.Voor de berekening van de rechten wordt een gedeelte van een eenheid als een volle eenheid aangemerkt. 3.Belastingaanslagen van € 5,-- of minder worden niet opgelegd. Voor de toepassing van de vorige volzin wordt het totaal van de op één aanslag verschuldigde bedragen voor belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag. Artikel5belastingtijdvak 1.Terzake van vaste standplaatsen wordt een tarief per kwartaal geheven en is het belastingtijdvak gelijk aan een kalenderkwartaal. 2.In andere dan in het eerste lid genoemde gevallen wordt het recht per dag geheven. Artikel6wijze van heffing De rechten worden geheven bij wege van aanslag dan wel een mondelinge of schriftelijke kennisgeving, waaronder mede wordt verstaan een stempelafdruk, zegel, nota of ander schriftuur. Het gevorderde bedrag wordt mondeling, dan wel door toezending of uitreiking van de schriftelijke kennisgeving aan de belastingschuldige kenbaar gemaakt. Artikel7ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang voor de per kwartaal verschuldigde rechten 1.Het recht is verschuldigd bij de aanvang van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht. 2.Indien de belastingplicht aanvangt in de loop van het belastingtijdvak wordt het recht berekend voor het aantal marktdagen dat belastingplichtige in dat belastingtijdvak gebruik maakt van de vaste standplaats. 3.Indien de belastingplicht eindigt in de loop van het belastingtijdvak bestaat aanspraak op ontheffing voor het aantal marktdagen dat belastingplichtige in dat belastingtijdvak, buiten zijn wil, geen gebruik heeft kunnen maken van de vaste standplaats. Artikel8termijn van betaling 1.De rechten moeten worden betaald ingeval de kennisgeving als bedoeld in artikel 6: a. mondeling wordt gedaan, op het moment van het doen van de kennisgeving; b. schriftelijk wordt gedaan, op het moment van het uitreiken van de kennisgeving dan wel ingeval van toezending daarvan binnen één maand na de dagtekening van de kennisgeving. 2.De rechten welke bij wege van aanslag worden geheven, moeten worden betaald binnen één maand na de dagtekening van het aanslagbiljet. Artikel9kwijtschelding Bij de invordering van de marktgelden wordt geen kwijtschelding verleend. Artikel10nadere regels door het college van burgemeester en wethouders Het college kan nadere regels geven met betrekking tot de heffing en de invordering van de marktgelden. Artikel11overgangsrecht De ‘Verordening op de heffing en de invordering van marktgelden 2011’ van 15 december 2010, wordt ingetrokken met ingang van de in artikel 12, tweede lid, genoemde datum van ingang van de heffing, met dien verstande dat zij van toepassing blijft op de belastbare feiten die zich voor die datum hebben voorgedaan. Artikel12inwerkingtreding 1.Deze verordening treedt in werking met ingang van de dag na die van de bekendmaking. 2.De datum van ingang van de heffing is 1 januari
- Artikel13citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als 'Verordening marktgelden 2012'. Aldus vastgesteld in de openbare raadsvergadering van 14 december
- De voorzitter, De griffier, Toelichting op de Verordening marktgelden 2012 Op 10 november 2011 is de Programmabegroting 2012-2015 vastgesteld. De in de paragraaf Lokale Heffingen globaal aangegeven tariefsaanpassingen voor het jaar 2012 zijn in de gemeentelijke belastingverordeningen voor 2012 verwerkt. Bij de redactie hiervan is zoveel mogelijk aangesloten bij de modelverordeningen van de VNG. De toelichting op de modelverordening is te raadplegen via de volgende link: http://www.gouda.nl/Modelverordeningen_gem_belastingen_toelichting.pdf Wat de marktgelden betreft zijn ter vergroting van de kostendekkendheid van de markt de tarieven voor de dinsdag, de woensdag en de donderdag verhoogd met 15%. Het tarief voor de zaterdag is verhoogd met 10%. De tarieven voor de meelopers en standwerkers zijn met dezelfde percentages verhoogd. In de paragraaf lokale heffingen van de begroting was vermeld dat voor de meelopers en de standwerkers hogere percentages zouden gelden maar bij nader onderzoek bleek dat hiervoor geen aanleiding is. Voorts is van belang dat vanaf 2011 de uitvoering van de heffing en invordering van de gemeentelijke belastingen alsmede de uitvoering van de Wet WOZ is opgedragen aan de Gemeenschappelijke Regeling BSGR (Belastingsamenwerking Gouwe-Rijnland).