Verordening op de heffing en de invordering van haven- en opslaggeld 2011 vastgesteld door de gemeenteraad op 25 november 2010 Artikel 1 Begripsomschrijvingen Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder: vaartuigen: alle drijvende lichamen, welke wegens hun drijfvermogen worden gebruikt, dan wel bestemd of geschikt zijn voor het vervoer te water van personen, stoffen, goederen of voorwerpen, alsmede pontons, dokken, vlotten drijvende werktuigen vrachtschepen: alle vaartuigen, die uitsluitend of in hoofdzaak bestemd of geschikt zijn voor het vervoer van stoffen en/of goederen, niet zijnde pontons, dokken en vlotten; sleepboten: alle vaartuigen, welke wegens hun bouw en inrichting bestemd zijn voor het slepen en/of duwen van andere vaartuigen; pleziervaartuigen: alle vaartuigen, die in hoofdzaak worden gebruikt voor de recreatie, niet zijnde bedrijfsvervoer; waterverplaatsing: hetgeen in de voor het vaartuig afgegeven geldige meetbrief ter zake is gemeld. Bij gebreke van een geldige meetbrief of bij weigering om deze te tonen wordt de waterverplaatsing geschat. Artikel 2 Aard van de heffing en belastbaar feit Onder de naam van 'havengeld en opslaggeld' worden rechten geheven voor het gebruik of het genot hebben van de navolgende gemeentelijke bezittingen, werken of inrichtingen: 1 havengeld; voor het met een vaartuig invaren en of verblijven in de Rijnhaven, al dan niet met inbegrip van het gebruik maken van de openbare kades, oevers, aanlegsteigers, meerpalen e.d., die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn; voor het direct of indirect met een vaartuig gebruik maken van openbare kades buiten de Rijnhaven, waarbij onder kades, tevens worden verstaan oevers, aanlegsteigers, meerpalen e.d., die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn; 2 opslaggeld, voor het opslaan van goederen of het hebben van voorwerpen of werktuigen op openbare kades, oevers of daarbij in gebruik zijnde opslagterreinen, die bij de gemeente in beheer of in onderhoud zijn. Artikel 3 Belastingplicht 1 Het recht als genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt geheven van de schipper, de gezagvoerder, de reder, de eigenaar of de beheerder van het vaartuig. 2 Het recht als genoemd in artikel 2, tweede lid, wordt geheven van degene die tot het opslaan van de goederen vergunning heeft verkregen of van degene door wie of op wiens last de ter zake benodigde oppervlakte in gebruik is genomen. Artikel 4 Vrijstellingen 1 De rechten worden niet geheven ter zake van: vaartuigen, in directe dienst van het rijk, van een provincie of van de gemeente, mits geen personen of vracht tegen betaling worden vervoerd; vaartuigen, die ten gevolge van ijsgang, gedwongen zijn in de haven of aan een kade te blijven liggen; vaartuigen, gebezigd voor het uitbaggeren van de in artikel 2, eerste lid, bedoelde wateren en het herstellen of maken van kades, oevers, aanlegsteigers of meerpalen, welke in eigendom of in beheer en onderhoud zijn bij de gemeente; vrachtschepen en sleepboten, welke tussen 12.00 uur van de dag, onmiddellijk voorafgaande aan een zondag, een algemeen erkende christelijke feestdag of de nieuwjaarsdag en 07.00 uur van de dag, onmiddellijk volgende op een zodanige dag, zich in de wateren, zoals in artikel 2, eerste lid, wordt bedoeld, bevinden of aan de kade, oever, aanlegsteiger of meerpaal aanleggen zonder te laden en te lossen; roeiboten, behorende tot de uitrusting van vaartuigen, waarvoor reeds rechten worden geheven; roeiboten, gelegen in of aan de in artikel 2, eerste lid, bedoelde wateren of kades, welke door de gemeente zijn verpacht; hospitaalschepen. 2 Het recht, als genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt voor 40% geheven over vaartuigen, wanneer het gebruik slechts plaats heeft voor het voor de eerste maal vaarklaar maken of het ondergaan van reparatie- en/of werkzaamheden bij een aan de Rijnhaven gevestigd bedrijf. Artikel 5 Berekening van het recht 1 De heffingsmaatstaf van het recht, als genoemd in artikel 2, eerste lid, wordt berekend voor: vrachtschepen en sleepboten: de maximum toelaatbare nuttige waterverplaatsing in kubieke meters; pontons, dokken en vlotten: het aantal vierkante meters wateroppervlak dat wordt ingenomen, gemeten over de grootste lengte en grootste breedte van het vaartuig, zoals deze wordt gevormd door loodrechte projectie op het wateroppervlak; pleziervaartuigen: de grootste lengte van het vaartuig, gemeten in strekkende meters; roeiboten en kano's: het aantal; andere vaartuigen: de grootste lengte van het vaartuig, gemeten in strekkende meters. 2 De heffingsmaatstaf van het recht, als genoemd in artikel 2, tweede lid, wordt berekend voor: werktuigen, zoals kranen, lieren, draglines en daarmee gelijk te stellen toestellen: tweemaal de oppervlakte van het grondvlak van het werktuig, zoals dat bij loodrechte projectie wordt verkregen; voorwerpen en goederen: het aantal vierkante meters in beslag genomen grondoppervlak, waarbij de ruimte tussen de voorwerpen of goederen geacht wordt mede daardoor te zijn ingenomen. 3 De in artikel 6 vermelde tarieven zijn inclusief 19% BTW. Artikel 6 Maatstaf van heffing en tarief Havengeld
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.