Verordening commissie bezwaarschriften gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en ValkenswaardDe raad van de gemeente Heeze-Leende; gezien het voorstel van burgemeester en wethouders d.d. 12 juli 2011, nr. 11.49; gelet op artikel 7:13 van de Algemene wet bestuursrecht; b e s l u i t: vast te stellen, voor zover de eigen bevoegdheden strekken, de Verordening commissie bezwaarschriften gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard. Artikel1Begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder:a. verwerend orgaan: bestuursorgaan dat het bestreden besluit heeft genomen;b. commissie: vaste commissie van advies voor de bezwaarschriften;c. wet: de Algemene wet bestuursrecht;d. college: het college van burgemeester en wethouders. Artikel2Inleidende bepaling commissie 1Er is een commissie ter voorbereiding van de beslissing op bezwaren tegen besluiten van de raad, het college en de burgemeester. 2De commissie is niet bevoegd ten aanzien van bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van:a. een wettelijk voorschrift inzake belastingen of de Wet waardering onroerende zaken Artikel3Samenwerking 1De commissie vormt onderdeel van de samenwerking tussen de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard. 2De commissie neemt kennis van en adviseert over de bezwaarschriften van de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard Artikel4Samenstelling van de commissie 1De commissie bestaat uit een voorzitter en ten minste twee leden. 2De voorzitter en de leden worden door de colleges van de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard benoemd, geschorst en ontslagen. 3De voorzitter en de leden maken geen deel uit van of werken onder de verantwoordelijkheid van de gemeenten Cranendonck, Heeze-Leende en Valkenswaard. 4De colleges benoemen een aantal plaatsvervangende leden. 5De commissie regelt de vervanging van de voorzitter. 6De voorzitter is lid van de commissie. Artikel4aNieuw Artikel 1De commissie bestaat uit twee kamers, waarvan:a. een kamer, belast met de bezwaarschriften over sociale aangelegenheden;b. een kamer, belast met de overige bezwaarschriften. 2De colleges regelen de taakafbakening van de kamers als bedoeld in lid 1 onder b. 3De colleges zijn bevoegd om op voorstel van de commissie het aantal kamers tijdelijk uit te breiden. 4Op de werkwijze van de kamers is het bepaalde in deze verordening zoveel mogelijk van overeenkomstige toepassing Artikel4bSamenstelling kamers 1Een kamer bedoeld in artikel 4a bestaat uit ten minste twee leden en een voorzitter zijnde de voorzitter van de commissie. 2De kamers gezamenlijk wijzen uit hun midden voor elk lid een plaatsvervanger aan. Artikel5 De voorzitter en leden van de commissie ontvangen een door de colleges vast te stellen vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen en een reis- en onkostenvergoeding. Artikel6Secretaris 1De secretaris van de commissie en haar kamers wordt minimaal door één van de colleges benoemd. 2Dit college wijst tevens een of meer plaatsvervangers van de secretaris aan. Artikel7Zittingsduur 1De voorzitter en de leden van de commissie worden benoemd voor een termijn van vier jaar en zijn na hun aftreden opnieuw benoembaar voor vier jaar. 2De voorzitter en de leden van de commissie kunnen op elk moment ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de colleges. 3De aftredende of ontslag nemende voorzitter of leden van de commissie blijven hun functie vervullen totdat in de opvolging is voorzien Artikel8Ingediend bezwaarschrift 1Op het ingediende bezwaarschrift wordt de datum van ontvangst aangetekend. 2Het bezwaarschrift met de daarbij overgelegde stukken wordt zo spoedig mogelijk in handen van de commissie gesteld. Artikel9Bemiddeling De commissie onderzoekt of de zaak in de minne kan worden geschikt alvorens de zaak in behandeling wordt genomen. De secretaris verricht daartoe de nodige handelingen. Artikel10Uitoefening bevoegdheden De bevoegdheden ingevolge de hierna genoemde artikelen van de wet worden voor de toepassing van deze verordening uitgeoefend door de voorzitter van de commissie:a. artikel 2:1, tweede lid, inzake het verlangen van een machtiging;b. artikel 6:6, inzake het stellen van termijnen;c. artikel 6:17, inzake de verzending van stukken;d. artikel 7:3 inzake het afzien van horen van belanghebbenden;e. artikel 7:4, tweede lid, inzake de ter inzake legging van stukken;f. artikel 7:6, vierde lid, inzake het informeren van partijen. Artikel11Vooronderzoek 1De voorzitter van de commissie is in verband met de beoordeling van het bezwaarschrift bevoegd rechtstreeks alle gewenste inlichtingen in te winnen of te laten inwinnen. 2De voorzitter kan uit eigen beweging of op verlangen van de commissie bij ambtenaren en deskundigen advies of inlichtingen inwinnen en hen zo nodig uitnodigen daartoe op de hoorzitting te verschijnen. Indien daaraan kosten zijn verbonden, is vooraf machtiging van het college vereist. Artikel12Hoorzitting 1De voorzitter van de commissie bepaalt plaats en tijdstip van de zitting waarin de belanghebbenden en het verwerend orgaan in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te laten horen. 2De voorzitter neemt daarbij de volgende criteria in acht: a. de locatie dient voor de burgers goed bereikbaar te zijn; b. iedere burger dient in de gelegenheid te worden gsetld om de zitting bij te wonen; c. de locatie dient representatief te zijn. 3De voorzitter beslist over de toepassing van artikel 7:3 van de wet inzake het afzien van horen van belanghebbenden. 4Indien de voorzitter op grond van het derde lid besluit af te zien van het horen, doet hij daarvan mededeling aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan. Artikel13Uitnodiging zitting 1De voorzitter deelt de belanghebbenden en het verwerend orgaan ten minste 14 dagen voor de zitting schriftelijk mee, dat zij in de gelegenheid worden gesteld zich door de commissie te doen horen 2Binnen drie dagen na de in het vorige lid bedoelde mededeling kunnen de belanghebbenden onder opgaaf van redenen de voorzitter verzoeken de datum en het tijdstip van de zitting te wijzigen. 3De beslissing van de voorzitter op de verzoeken zoals bedoeld in lid 2 wordt uiterlijk één week voor het tijdstip van de zitting aan de belanghebbenden en het verwerend orgaan meegedeeld. 4De voorzitter is bevoegd in bijzondere omstandigheden af te wijken of afwijking toe te staan van de termijnen die genoemd zijn in het eerste tot en met het derde lid. Artikel14Quorum Voor het houden van een zitting is vereist dat ten minste twee leden, onder wie in elk geval de voorzitter, of zijn plaatsvervanger, aanwezig zijn. Artikel15Niet-deelneming aan de behandeling De voorzitter en de leden van de commissie nemen niet deel aan de behandeling van een bezwaarschrift indien zij daarbij een persoonlijk belang hebben of indien hun onpartijdigheid in het geding kan zijn. Artikel16Openbaarheid zitting 1De zitting van de commissie is in beginsel openbaar. 2De deuren worden gesloten indien de voorzitter van de commissie of een van de aanwezige leden het nodig oordeelt of indien een belanghebbende daartoe een verzoek doet. 3Indien de commissie vervolgens beslist dat gewichtige redenen aanwezig zijn die zich tegen openbaarheid van de zitting verzetten, vindt de zitting plaats met gesloten deuren. 4De zitting van de commissie vindt achter gesloten deuren plaats voor wat betreft bezwaarschriften die zijn ingediend tegen besluiten op grond van de Wwb, Wmo, Wij. Artikel17Schriftelijke verslaglegging 1Het verslag van de hoorzitting vermeldt de namen van de aanwezigen en hun hoedanigheid. 2Het verslag bevat een zakelijke weergave van hetgeen tijdens de zitting is gezegd en overigens is voorgevallen. 3Indien de zitting geheel of gedeeltelijk achter gesloten deuren plaatsvond, of indien belanghebbenden, respectievelijk hun gemachtigden niet in elkaars tegenwoordigheid zijn gehoord, maakt het verslag hiervan melding. 4Het verslag verwijst naar de op de zitting overgelegde bescheiden, die aan het verslag kunnen worden gehecht. 5Het verslag wordt ondertekend door de voorzitter en de secretaris van de commissie. Artikel18Nader onderzoek 1Indien na afloop van de zitting maar voordat het advies wordt opgesteld, nader onderzoek wenselijk blijkt te zijn, kan de voorzitter uit eigen beweging of op verlangen van de commissieleden dit onderzoek houden. 2De uit het nader onderzoek verkregen informatie wordt in afschrift aan de leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden toegezonden. 3De leden van de commissie, het verwerend orgaan en de belanghebbenden kunnen binnen een week na verzending van de nadere informatie aan de voorzitter van de commissie een verzoek richten tot het beleggen van een nieuwe hoorzitting. De voorzitter beslist op zo'n verzoek. 4Op een nieuwe hoorzitting zijn de bepalingen in deze verordening die betrekking hebben op de hoorzitting, zo veel mogelijk van overeenkomstige toepassing. Artikel19Raadkamer en advies 1De commissie beraadslaagt en beslist achter gesloten deuren over het door haar uit te brengen advies. 2De commissie beslist bij meerderheid van stemmen over het uit te brengen advies. 3Indien bij een stemming de stemmen staken, beslist de stem van de voorzitter. 4Van een minderheidsstandpunt wordt bij het advies melding gemaakt indien die minderheid dat verlangt 5Het advies is gemotiveerd en omvat een voorstel voor de te nemen beslissing op het bezwaarschrift. 6Het advies wordt door de voorzitter en de secretaris van de commissie ondertekend. Artikel20Jaarverslag De commissie doet binnen drie maanden na afloop van het kalenderjaar schriftelijk verslag van haar werkzaamheden in het afgelopen jaar. Artikel21Citeertitel Deze verordening wordt aangehaald als “Verordening behandeling bezwaarschriften”. Artikel22Inwerkingtreding Deze verordening treedt in werking op 1 september 2011. Aldus vastgesteld in de openbare vergaderingvan de raad voornoemd, d.d. 19 september 2011, de voorzitter, de griffier
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.